In het water

Daar lag ik dan. Met mijn achterste in het water, mijn ene schoen halfdroog, de andere schepte water bij het leven. Is mijn verjaardag in het water gevallen?

Vijf seconden daarvoor aarzelde ik nog. Ik stond stevig op twee stenen, midden in een ondiepe maar ijskoude beek. De afstand naar de volgende steen, met daarachter de droge oever, leek onoverbrugbaar.

Mijn lichaam schreeuwde: ‘Niet doen!’. Ik voelde een soort angst, ondanks het feit dat ik niet in een diepe afgrond dreigde te storten. Mijn hoofd zei: ‘Toe maar, je kunt het!’ Aarzelend zette ik de stap was het de aarzeling, de twijfel die gonsde in mijn achterhoofd, waardoor het fout ging?

Wat het ook was, op het moment dat ik de stap zette, gleed mijn rechtervoet van de gladde rots, mijn lichaam helde naar rechts en tegelijk naar achteren, waardoor mijn rechterschoen tijdelijk dienst deed als waterrad en mijn achterwerk in de beek belandde.

Daar sta je dan, aan het begin van wat een mooie dag zou moeten worden. Even verderop lag de ruïne van een middeleeuws kasteel, het doel waarvoor ik de oversteek waagde. In een vlaag van overmoed, een poging wellicht om mijn reeds lang verloren gegane jeugd terug te vinden. Want letterlijk twee meter verderop stond een brede, comfortabele en vooral veilige brug, die een droge overtocht beloofde.

Het groepje mannen dat even verderop zat te lunchen deed weinig moeite hun lachen te verbergen. Waarom zouden ze ook, zo had tenminste iemand er nog plezier van.

Geschrokken kwam mijn vrouw naar me toe gesneld, zij had bepaald niet de neiging om te lachen. Gelukkig was alleen mijn trots geschonden, afgezien van natte schoenen, broek, trui en T-shirt was er niets aan de hand. Of ik niet liever terug wilde naar ons huisje, om droge kleren aan ter trekken, vroeg mijn lieve schat.

Daarvoor ben ik te veel macho. Terugkeren? Geen denken aan! We lopen naar het kasteel, onder muzikale begeleiding van soppende schoenen. Net voorbij de ingang van het kasteel ging ik zitten op een bankje, om het water uit mijn schoenen te gieten en mijn sokken uit te wringen. Tot mijn geluk had ik een droge trui bij.

Onverstoorbaar bekeek ik alle hoeken en gaten van het kasteel, tot aan de hoogste toren toe. Niemand leek acht te slaan op mijn natte schoenen of kleding, zelf deed ik alsof er niets aan de hand was.

Na het bezoek aan het kasteel maakten we nog een wandeling in de prachtige bos- en heuvelrijke omgeving. Het was een verjaardag om nooit te vergeten! En dan te bedenken dat ik niets heb met verjaardagen, vooral niet met die van mezelf. Het liefst doe ik alsof het een dag is als alle andere, daarom gingen we ook een weekje weg.

Nee, deze verjaardag is alles behalve in het water gevallen!

Spring naar toolbar