Merel-kerel

blackbird-3249123_1920
Bron: Pixabay.com

Parmantig hupt hij over het grasveldje, vlak voor onze neus. Zijn gele snavel steekt perfect af tegen zijn zwarte verenkleed. Met een schuin oog kijkt hij ons aan, alsof hij wil vragen: ‘Wat doen jullie hier?’

‘Kijken naar de schuimkoppen op de zee, luisteren naar het geluid van de branding en ons laven aan het zonlicht, dat af en toe dapper door het wolkendek breekt’, antwoord ik hem.

Hij lijkt genoegen te nemen met mijn antwoord, de merel-kerel, hij hupt weer verder. Het is een vreemd idee, dat dit kleine, sierlijke wezen afstamt van de dinosauriërs, waarvan sommigen ook op twee benen liepen (en veren hadden). Ik probeer me voor te stellen hoe dat er uit zou zien, als zo’n groot monster rond zou huppelen, net als een vogel.

De merel is zich niet bewust van deze overpeinzingen, hij steekt zijn snavel in het gras, op zoek naar een worm of insect. Aan de rand van het grasveld rommelt hij wat tussen de gevallen bladeren, op zoek naar iets eetbaars. Een zoektocht, die hij zijn leven lang vol zal moeten houden.

Weer kijkt hij om zich heen, alert op gevaar. Dan ziet hij een rivaal, op een paar meter afstand. De brutaliteit! Hij vliegt erop af, ze dansen om een struik heen, de indringer probeert de eigenaar te ontwijken. Al snel ziet de indringer in dat hij niet met rust gelaten zal worden, hij gaat ervandoor. Zonder fysiek geweld wordt het opgelost.

Verder niets te zien? Hij stijgt op en vliegt naar een olijfboom, die op een paar meter afstand staat. Hij heft een lied aan, ik heb geen idee waar het over gaat. Allicht is het een ‘saudade’, een lied van weemoed en hartstocht, van nostalgie en verlies.

Of het is een lied van verlangen, een oproep aan alle aanwezige merel-meiden. Een aankondiging die wil zeggen: hier ben ik! Ik ben beschikbaar!

Het is de Tinder equivalent van de merels, een contactadvertentie in de trant van: prachtige merel-kerel, goed in de veren, in de kracht van zijn leven, zoekt merelin voor lange, romantische huppeltochten langs het strand en zwoele avonden en – nachten.

De dames horen de liederen aan van op een afstand, en swipen vervolgens naar links of naar rechts, al naar gelang het lied in kwestie hen bevalt of niet.

Na afloop van zijn lied vliegt onze merel-kerel weer weg. Op zoek naar groenere wieden, sappige wormen en lekkere meiden. Succes kerel!

Sinterklaas, wie kent hem niet?

saint-nicholas-2965161_1280
Bron: Pixabay.com

“Sinterklaas, wie kent hem niet? Sinterklaas, Sinterklaas en natuurlijk Zwarte Piet’ zong Het Goede Doel begin jaren ’80. Sinterklaas, ooit een kinderfeest waar jong én oud van kon genieten, nu ieder jaar het mikpunt van controverse. Nog vóór de pepernoten in de winkel liggen.

Aan de ene kant staan de tegenstanders van Zwarte Piet, die Zwarte Piet racistisch vinden.  Zwarte Piet ziet er uit als een personage uit het vroege werk van striptekenaars als Hergé of Van der Steen. Lees: ‘Kuifje in Afrika’ of ‘De vliegende aap’ maar eens.

Door onze 21ste -eeuwse bril ziet Zwarte Piet er inderdaad uit als een fout stereotype, als een symbool van slavernij en racisme. Zwarte Piet is een samenraapsel van allerlei uiteenlopende tradities, die soms eeuwen terug gaan, tot heidense tijden. Het was toen de gewoonte om gezichten zwart te maken rond de jaarwisseling, aldus Arnold-Jan Scheer in de Volkskrant van 15 oktober 2018.

Traditie, dat is ook waar de voorstanders van Zwarte Piet zich op beroepen. Het is traditie dat Zwarte Piet zwart is, dat is altijd zo geweest. Dus moet het ook zo blijven, vinden ze.

Het is niet altijd zo geweest, het is zo gegroeid. Ook al is iets traditie, dat wil niet per se zeggen dat het zo moet blijven. Ooit waren zogenoemde kwelspelen als ganstrekken, palingtrekken en katknuppelen een populaire traditie. Zonder verdere uitleg zult u wel een idee hebben wat deze spellen inhielden, en waarom ze niet voorgezet zouden moeten worden, of nieuw leven ingeblazen.

Of Zwarte Piet zwart is, met of zonder roetveeg of pimpelpaars met witte stippen, het maakt niet uit. Iedereen heeft een mening, en mag die ook uiten. Hoe onzinnig die mening ook mag zijn, we leven immers in een vrij land.

Let’s agree to disagree. Ieder zijn mening, met respect voor de ander. Zo luid mogelijk jóúw mening uitschreeuwen, zonder te luisteren naar de ander, dat is geen discussie. Het begint meer op een burgeroorlog te lijken, zoals Saskia Noort constateert.

Als ik terug denk aan mijn jeugd, herinner ik me vooral mijn vol verwachting kloppende hartje. Wat mij bezig hield, is wat voor cadeaus en met name hoeveel de Sint mee zou brengen.

Wat mij niet bezighield, was hoe Sint en Piet het voor elkaar kregen onze schoenen te vullen, bij gebrek aan een schoorsteen. Het viel niet op dat mijn vader ineens verdwenen was, vlak voordat er hard geklopt, zacht geklopt werd op de voordeur, waar als bij magie een wasmand vol met cadeaus stond. Dat mijn vader even daarna weer verscheen, viel evenmin op.

Laat staan dat ik me interesseerde welke kleur Piet had. Of waarom hij zwart was, of waarom de Goedheiligman per (stoom)boot kwam, hoewel er ook toen al een goede vliegverbinding was tussen Nederland en Spanje.

De gretigheid om cadeaus te krijgen, de glunderende kindergezichtjes als ze de cadeaus uitpakken, dat is waar het nog steeds om gaat. Hebzucht, inhaligheid, onbegrensd consumerisme. Zo was het toen, zo is het nu nog.

Sinterklaas, wie kent hem niet? De grote kindervriend, beschermheilige van kinderen, kooplieden en gevangenen (onder meer). De grote verleider, die ons aanspoort om vooral méér te consumeren, meer en duurdere cadeaus te kopen. En natuurlijk Zwarte Piet.

Grijze wolken

gray-clouds-718177_1920
Bron: pixabay.com

Er zijn van die dagen dat als je niet zo weten welk seizoen het is, je gemakkelijk zou kunnen denken dat het herfst is. Of zelfs winter. In de herfst kan het ook zonnig zijn, zelfs (relatief) warm. Maar niet vandaag.

Grijze wolken hangen als een zware deken over ons heen. De hele dag valt de regen, zachtjes maar gestaag. Onophoudelijk en niet te stuiten daalt de regen op ons neer. Niet met bakken tegelijk, de hemelsluizen staan slechts op een kiertje. Als je maar lang genoeg in deze regen loopt wordt je toch wel nat. En koud!

Een paraplu biedt enig soelaas, zolang de wind er geen vat op krijgt. Als die wind nou maar de grijze wolken zou verdrijven, een smal, dun zonnestraaltje dat door de wolken heen prikt en zachtjes het landschap kust zou wel erg welkom zijn.

Helaas, de wind voert alleen maar nieuwe wolken aan, de een nog grijzer en dikker dan de ander. Soms kun je nog enige vorm herkennen in de wolken, maar nu is het één dikke, grijze en ondoordringbare massa. De bomen zijn al aardig kaal, ze strekken hun takken uit naar de hemel. Net als wij verlangen zij naar de zon, naar een beetje warmte. En droogte.

Mensen schuilen onder hun paraplu’s. Ze wagen zich alleen buiten op een dag als deze als het echt moet, boodschappen doen, naar het werk of de hond uitlaten. Die arme beestjes hebben het zwaar, geen paraplu om hun droog te houden en met al die regen valt er weinig te snuffelen. In de auto zit je tenminste nog droog, maar op de fiets zijn de mensen onherkenbaar, weggedoken in regenpakken. Dan moet je wel echt een bikkel zijn, om toch door wind en regen op de fiets te gaan.

Op perrons en bij bushaltes zie je de mensen wegduiken, hopend een plekje te vinden waar het droog blijft. Zolang er geen wind is, of die de andere kant opwaait, lukt dat wel. Maar dan komt er een natte vlaag, die je nog onder het dak van het perron of de bushalte weet te vinden. Met een feilloze doeltreffendheid waar menig bloedhond jaloers op zou kunnen worden.

Alles in ons schreeuwt om een eind aan die eindeloze regen, een beetje zon. Hopend dat de zon spoedig weer terugkeert, vrezend dat ze dat niet zal doen.

Klagen over het weer doen we allemaal, hoe weinig het ook uitmaakt. Het lucht in elk geval op!

Enfin, morgen beter hopen we dan maar. Ik durf even niet naar de weersvoorspelling te kijken.

 

Foute opmerking

Het is een gênant moment. Een compleet foute opmerking, bijna #MeToo waardig. Het is eruit voor ik er erg in had. De dame tegen wie ik het zeg, doet gelukkig alsof haar neus bloedt. Het lijkt alsof ik er mee wegkom!

Het gekke is, ik ben helemaal niet zo van ‘grab ‘m by the pussy’. Integendeel! Ik heb groot respect voor vrouwen, al voor dat het mode werd.

Ik ben ook weer niet vies van dubbelzinnige opmerkingen, a dirty mind is tenslotte a joy forever. Al geldt hetzelfde als voor alcohol: met mate.

Nietsvermoedend loop ik de Blokker binnen, op zoek naar kersverlichting die in de aanbieding is. Twee schappen met een identieke omschrijving, de ene leeg, de andere niet. Ik kijk om me heen, op zoek naar een personeelslid dat me uit de brand kan helpen. Welke is de goede?

Niemand te zien, natuurlijk. Achter de kassa staat een leuke jongedame, niet dat ik daar op let. Ahem. Enfin, dan maar naar de kassa. Ik neem twee dozen kerstverlichting mee, in de hoop dat dit de goede zijn. Ondanks de duidelijke instructies die ik van thuis heb meegekregen, heerst er nog enige twijfel. Vooral gevoed door het gegeven dat ik niet nóg eens naar de Blokker wil.

Er staan twee wachtenden voor me. Ik bereid me mentaal voor op een lange wachttijd, als ik in een winkel in de rij ga staan, is het steevast de verkeerde. Als het gaat om de rij die het snelst gaat, moet je niet in de rij gaan staan waar ik sta.

Voor ik het weet, is de dame die vooraan staat al klaar, de spullen in haar tas gepakt. De dame achter haar zegt quasi-verontschuldigend: ‘Ik hoor bij haar!’ Alsof ik dat erg zou vinden. Ik schuif naar voren en vraag wat het verschil is tussen de twee producten met dezelfde omschrijving, waarvan het ene schap dus leeg is. ‘Ik weet niet’, zegt de kassajuffrouw, ‘Misschien dat de ene met kleurtjes is? Deze zijn wit’. Opgelucht haal ik adem, ik heb de goede lichtjes uitgekozen.

Nu komt het. Mijn moment van schaamte. Ik had het hierbij kunnen laten. Ik had kunnen zeggen: ‘Dank je wel’, daarna afrekenen en wegwezen. Maar nee, wat bedenkt mijn Neanderthalerbrein? Welke briljante opmerking komt er over mijn lippen? ‘Ik zal hem even te voorschijn halen’, doelend op mijn bankpasje.

Ik hoor het mezelf zeggen, realiseer me meteen hoe fout het is. Enigszins bevreesd kijk ik naar de kassajuffrouw, die doet alsof ze niets gehoord heeft. Geen loeiende sirenes, geen politie die me meteen in de boeien sluit. Geen #MeToo schandaal.

Voortaan zal ik twee keer nadenken, voordat ik mijn mond open doe. Voorkomen is beter dan een foute opmerking!

Vreemdgaan

Foto: Pixabay.com
Foto: Pixabay.com

Ik ben er niet trots op. Schamen doe ik me evenmin. Ik durf het gewoon te schrijven: ik ben vreemd gegaan!

De gelegenheid kondigde zich ruim van te voren aan. Een tijd lang stond ik in dubio. Zal ik het doen, of toch maar niet? Heen en weer werd ik geslingerd, tussen verleiding en verstand. Stemmetjes in mijn hoofd, die zeiden: ‘Doe het! Ga er voor! Dit is je kans!’ andere stemmetjes die het tegenovergestelde zeiden: ‘Het is het niet waard! Waarom zou je?’

Op het laatste moment hakte ik de knoop door. Met gemengde gevoelens stap ik in de auto. Ver rijden is het niet, gelukkig. Er is te weinig tijd om van gedachten te veranderen.

Dat blijkt een illusie: met klamme handen pak ik de deurklink vast. Bijna glijdt die uit mijn handen! Met de nodige moeite en doorzettingsvermogen lukt het.

Een beetje bedeesd stap ik naar binnen, het is altijd even de weg vinden als je ergens voor het eerst komt. Al gauw zie ik degene zie ik zoek, die me wijst waar ik moet zijn.

Vóór ik het in de gaten heb, ben ik flink bezig, met een wildvreemde nog wel. We zijn niet alleen, niemand slaat acht op ons. Niemand kijkt zelfs maar op, daarvoor zijn ze zelf ook te druk bezig. De ruimte vult zich met kreten van enthousiasme, of teleurstelling. En zelfs een enkele kreun.

We doen zelfs verschillende rondjes, iedere keer stel ik me netjes voor. Ik ben goed opgevoed, tenslotte. Eerst kijk ik de kat uit de boom, al snel laat ik me gelden. Het is wonderlijk, al heb ik jarenlange ervaring en ben ik bepaald geen beginneling, ik zie veel nieuwe ‘moves’. Zo zie je maar, je bent nooit te oud om te leren!

Ik gooi alle schroom van me af, ik ga he-le-maal los! Ik ken mezelf niet meer terug, zo gereserveerd en bedeesd als ik normaal gesproken ben, zo losjes en soepel ben ik nu.

Tussen de rondjes door blazen we even uit, drinken wat. Tot mijn verbazing meng ik me in de gesprekken, ook iets wat ik niet snel doe.

Als het even niet lukt, wordt dat met de mantel der liefde bedekt. Iedereen maakt fouten. Het is een heerlijke avond, die veel te snel tot een eind komt.

Hoe vreemd het ook voelde voor het begon, zo goed voelt het nu. Als ik onder de douche sta, spoel ik alleen het onvermijdelijke zweet af, geen schaamte of teleurstelling.

Blij rij ik naar huis. ‘Hoe was het?’ vraagt mijn vrouw als ik binnenkom. Ik had het haar verteld, ze had geen bezwaar. ‘Leuk, gezellig!’ zeg ik, een ware spraakwaterval als altijd. ‘Voor herhaling vatbaar!’ voeg ik er aan toe.

Het voelde een beetje als vreemdgaan, vooraf. Achteraf ben ik blij dat ik gegaan ben! Het is best leuk, zo’n uitwisselingsavond met de badmintonclub.

Foto: Pixabay.com
Foto: Pixabay.com

Schuifelende voeten

Eerst heb ik het niet in de gaten. Ineens vallen ze op, schuifelende voeten die achter de mijne aan schuifelen. Geen staccato van hakkelende hoge hakken, geen zacht swaffelende schoenen, scharrelend op een onhoorbaar ritme. Het geluid was hard, snerpend, een beetje dreigend. Het is een vreemd geluid, dat zich krassend in mijn geheugen kerft.

Een golf van lichte paranoia gaat door me heen. Word ik achtervolgd? Loopt iemand achter me aan. Automatisch gaat mijn hand naar mijn portemonnee. Die zit veilig in mijn achterzak!

Waar komen die schuifelende voeten ineens vandaan? Waren ze er de hele tijd al? Gaan ze toevallig dezelfde kant op? Ik zet er eens flink de sokken in, kijken of ze me bij kunnen houden.

Ik sla linksaf, de bocht om. Even hoor ik ze niet, net als ik opgelucht adem wil halen, zijn ze er weer. Ik sla weer linksaf. De voeten volgen me. Ik sla rechtsaf. Nog steeds word ik gevolgd. Of ik harder ga lopen, of zachter, niets helpt.

Ik durf niet om te kijken. Mijn geestesoog maakt zich de meest verschrikkelijke voorstellingen van mijn achtervolger. Minstens twee meter hoog, met lang en vettig haar en lange, scherpe tanden en lange nagels, als klauwen.

Onder de genadeloos schijnende zon stijgt met de temperatuur ook mijn onrust. Nergens kan ik schuilen, nergens ben ik veilig. Links zie ik een doodlopende straat, zal ik die inslaan? Nee zeg, dan zit ik helemaal klem. Vluchten kan niet meer.

Verder gaat het, straat in, straat uit. Een bocht naar links, een bocht naar rechts. Een dame komt me tegemoet, ik wil haar waarschuwen. Slechts onverstaanbare klanken komen uit mijn keel, verschrikt loopt de dame snel verder, het onheil tegemoet.

Snel loop ik verder, ik durf niet te kijken. Ik hoor verder geen geluid, zou de dame veilig zijn? Vertwijfeld en vervuld van schaamte en schuld loop ik verder. Ik zie een supermarkt opdoemen, mijn bestemming. Zal ik verder lopen, of gewoon naar binnen gaan?

Opgaan in de massa lijkt me wel wat. Ik loop naar binnen, pak een mandje en loop verder de winkel in.

De schuifelende voeten lijken van de aardbodem verdwenen. Voeten en schoenen volop, in alle soorten en maten. Van hoge hakken tot piepende gympies, van elegant tot afgetrapt.

Ik kijk regelmatig om, zie ik mijn achtervolger nog ergens? Wie zou het kunnen zijn? Niemand wekt de indruk me te volgen, of ook maar in de verste verte in me geïnteresseerd te zijn.

Vlak voordat ik de supermarkt verlaat, zie ik hem zitten. Een zwerver, of moet ik zeggen iemand zonder vaste woon- of verblijfplaats, zit aan een tafeltje koffie te drinken. Inderdaad, vettig haar en een slonzige, versleten jas, trui en dito broek. Blote voeten met lange nagels, maar geen klauwen.

Op de terugweg is het stil, achter me. Op de een of ander manier mis ik ze, die schuifelende voeten.

Avondwandeling

Welke gek gaat er ’s avonds naar buiten? Het is donker, zeker ’s winters is het koud. Het waait, als je een beetje pech hebt regent het ook nog. Met zulk onguur weer kun je alleen maar ongure types tegenkomen.

Wie gaat er dan naar buiten? Schrijvers, wanhopig op zoek naar inspiratie? Tot waanzin gedreven door writer’s block?

Het zijn vooral hondenliefhebbers en hun huisdier(en). Die moeten elke dag naar buiten, weer of geen weer. Tot ze het beestje kunnen leren op de pot te gaan.

Voor de lol doe je het niet, lopen langs gesloten gordijnen. Gordijnen die de warmte binnen houden, de kou en de buitenwereld worden buiten gesloten. Je hebt geen idee wat er zich achter die gordijnen afspeelt!

Niet iedereen doet de gordijnen dicht, soms kun je een blik werpen in andermans huis, in andermans wereld. Het is op de een of andere manier onweerstaanbaar, telkens kijk ik nieuwsgierig hoe het er bij deze mensen uitziet. Reikhalzend strek ik mijn nek uit, om zoveel mogelijk te zien. ‘Hmmm, die hebben een grote tv!’ Om jaloers van te worden…

Soms vangt iets mijn blik, ik kijk nog eens om. Een steentjesmuur, dat zie je tegenwoordig niet meer zoveel. Of wel? Ik zou het niet weten. Een lamp, een vaas, anders dan anders. Anders dan ik gewend ben, in elk geval. Smaken verschillen, zoveel is zeker!

De een sluit pottenkijkers zoals ik buiten, de ander lijkt ze te verwelkomen. Bij de meeste mensen met open gordijnen staat de tv aan, we kunnen niet meer zonder. Er is een enorme verscheidenheid, aan interieur én aan vitrage. Van klassiek tot modern, soms naast elkaar.

Een flard conversatie komt aangewaaid, vanuit het niets. Twee mensen komen om de hoek, ook aan de wandel. Verderop loopt een echtpaar, een hond sjokt achter hen aan, een stok in zijn bek en een lichtje aan zijn halsband. Het lichtje bengelt op en neer met elke stap, het is bijna hypnotiserend. Niet iedereen is met de hond(en) aan de wandel, al geldt dat wel voor de meesten.

Het heeft ook voordelen, zo’n avondwandeling. Het is lekker rustig, afgezien van hondenliefhebbers. Al heb je geen last van die honden, zolang ze aangelijnd zijn. Het heeft ook nadelen. Drempels, of opstaande stoeptegels of straatstenen, verborgen door het duister. Pijnlijk voor mijn grote teen, nog pijnlijker voor mijn ego. Gelukkig heeft niemand het gezien, of mijn onkuise taal gehoord.

Weer of geen weer, ik ga ’s avonds naar buiten. Tenzij het echt pijpenstelen regent. Daar helpt geen paraplu aan!

De hemel huilt ook

‘De hemel huilt ook’, zei ik tegen mijn vrouw, als we net in de auto zitten. Het gaat steeds harder regenen, eenmaal op weg. Het weer als spiegel van mijn gemoed, het kan verkeren. Het is bewolkt, grijs en bedrukt, net als ik.

We zijn op weg naar Breda, mijn voormalig thuis. Normaal gesproken verheug ik me op het weerzien, dit keer is het anders. Het is geen vrolijke reden waarvoor we naar de parel van het zuiden gaan. Integendeel.

We zijn op weg naar Frank. Alweer. Net nu het lijkt alsof zijn lijdensweg ten einde is, net nu hij op het punt staat zijn leven weer op te pakken, juist op dat moment slaat het noodlot toe. Weer. De ziekte met de grote K, die als een sluipmoordenaar toeslaat, heeft hem weer te pakken. Eerst in zijn longen, nu in zijn hersenen. Geen kans op genezing, luidt het doodvonnis. En dat hoewel Frank volkomen onschuldig is.

De heenreis kan me niet lang genoeg duren. Alsof het onvermijdelijke, waar ik niet aan wil denken, uitgesteld kan worden.

Veel te snel komt de afslag in zicht, veel te snel vinden we de parkeergarage. € 0,50 per 16 minuten, het ziekenhuis moet de kosten voor deze spiksplinternieuwe garage terugverdienen, lijkt het.

Ik ken het ziekenhuis, in de tijd dat ik me nog Bredanaar mocht noemen was het al een gezondheidsfabriek. Nu het uitgebreid wordt, wordt het alleen maar erger. Een doolhof van gangen en kamers, waar je zomaar kunt verdwijnen. Gelukkig hebben we een routebeschrijving, langs vele gangen met witte muren gaan we, tot we er zijn.

Vrolijk zwaait Frank naar ons, terwijl hij nog in gesprek is met een verpleegster. Het is onwezenlijk, als we even later bij hem zitten in zijn kamer. Achter hem zie ik een paar bomen en struiken, ze zien er dor uit, het leven er uit geperst. Hoe symbolisch.

Hij ziet er vreemd genoeg goed uit, zittend in zijn rolstoel, met een pyjama en vrolijke sokken aan. Dan weer tilt hij zijn ene been op, dan weer het andere.

Het is een gesprek met een traan en een lach. ‘Het is bizar’, zegt Frank, ‘Iedere keer als ik iemand zie, vraag ik me na afloop af of het de laatste keer is geweest dat we elkaar zien’.

Zijn woorden echoën de mijne. ‘Het voelt alsof ik onderuit geschoffeld wordt, met de finish in zicht’. Precies wat ik ook dacht, op de heenweg. Kwaad is hij niet, eerder teleurgesteld. Nee, eerlijk is het niet, wat hem overkomt.

Maar, zegt Frank: ‘Ik heb een vol leven geleid. Er zijn geen openstaande zaken, geen dingen die ik nog had willen zien of doen. Ik heb er vrede mee’.

Dat geeft ons ook vrede, al blijft het zwaar, voor iedereen. Eén ding heeft het me wel geleerd: koester wat dierbaar voor je is, waar je van houdt. Zeg tegen je dierbaren dat je van ze houdt, al lijkt het nog zo vanzelfsprekend. Koester het nu, in dit aardse leven, koester het in alle eeuwigheid.

In het water

Daar lag ik dan. Met mijn achterste in het water, mijn ene schoen halfdroog, de andere schepte water bij het leven. Is mijn verjaardag in het water gevallen?

Vijf seconden daarvoor aarzelde ik nog. Ik stond stevig op twee stenen, midden in een ondiepe maar ijskoude beek. De afstand naar de volgende steen, met daarachter de droge oever, leek onoverbrugbaar.

Mijn lichaam schreeuwde: ‘Niet doen!’. Ik voelde een soort angst, ondanks het feit dat ik niet in een diepe afgrond dreigde te storten. Mijn hoofd zei: ‘Toe maar, je kunt het!’ Aarzelend zette ik de stap was het de aarzeling, de twijfel die gonsde in mijn achterhoofd, waardoor het fout ging?

Wat het ook was, op het moment dat ik de stap zette, gleed mijn rechtervoet van de gladde rots, mijn lichaam helde naar rechts en tegelijk naar achteren, waardoor mijn rechterschoen tijdelijk dienst deed als waterrad en mijn achterwerk in de beek belandde.

Daar sta je dan, aan het begin van wat een mooie dag zou moeten worden. Even verderop lag de ruïne van een middeleeuws kasteel, het doel waarvoor ik de oversteek waagde. In een vlaag van overmoed, een poging wellicht om mijn reeds lang verloren gegane jeugd terug te vinden. Want letterlijk twee meter verderop stond een brede, comfortabele en vooral veilige brug, die een droge overtocht beloofde.

Het groepje mannen dat even verderop zat te lunchen deed weinig moeite hun lachen te verbergen. Waarom zouden ze ook, zo had tenminste iemand er nog plezier van.

Geschrokken kwam mijn vrouw naar me toe gesneld, zij had bepaald niet de neiging om te lachen. Gelukkig was alleen mijn trots geschonden, afgezien van natte schoenen, broek, trui en T-shirt was er niets aan de hand. Of ik niet liever terug wilde naar ons huisje, om droge kleren aan ter trekken, vroeg mijn lieve schat.

Daarvoor ben ik te veel macho. Terugkeren? Geen denken aan! We lopen naar het kasteel, onder muzikale begeleiding van soppende schoenen. Net voorbij de ingang van het kasteel ging ik zitten op een bankje, om het water uit mijn schoenen te gieten en mijn sokken uit te wringen. Tot mijn geluk had ik een droge trui bij.

Onverstoorbaar bekeek ik alle hoeken en gaten van het kasteel, tot aan de hoogste toren toe. Niemand leek acht te slaan op mijn natte schoenen of kleding, zelf deed ik alsof er niets aan de hand was.

Na het bezoek aan het kasteel maakten we nog een wandeling in de prachtige bos- en heuvelrijke omgeving. Het was een verjaardag om nooit te vergeten! En dan te bedenken dat ik niets heb met verjaardagen, vooral niet met die van mezelf. Het liefst doe ik alsof het een dag is als alle andere, daarom gingen we ook een weekje weg.

Nee, deze verjaardag is alles behalve in het water gevallen!

Over de streep

Het is prachtig fietsweer. Niet te warm, niet te koud, een lekker zonnetje en een frisse bries. Het parcours voert langs smalle paden en lanen, omzoomd door schaduw brengende bomen. En langs het kanaal, dat zich in een kaarsrechte lijn door het landschap klieft.

Onverstoorbaar fiets ik verder, mijn bestemming heb ik nog niet bereikt. Ik ben op weg naar een verjaardagsfeest, het is een mooie aanleiding voor een fietstocht.

Mijn benen worden al moe, mijn achterwerk voelt als versteend. Een stukje terug voelden mijn edele delen alsof ze geen onderdeel meer wilden uitmaken van het geheel. Fietsen is afzien.

Zweet verzamelt zich op mijn voorhoofd, en op andere onwelkome en nu onwelriekende plaatsen. Een aardige inspanning voor iemand die niet veel gewend is!

Als ik het dorp waar mijn vader woont binnen fiets, is daar ineens een onwelkome hindernis. Een dranghek, dwars over de weg. Dat houdt mij niet tegen, denk ik vastberaden.

Even verderop verspert een andere serie dranghekken mij de weg. In een oogwenk zie ik een peloton wielrenners voorbij flitsen. Wat is de lol voor de toeschouwer, vraag ik me af.

Links en rechts van de weg staan kleine groepjes mensen, veilig achter de dranghekken. Sommigen hangen wat tegen de muur, anderen zitten op bankjes of zelf meegebrachte stoelen. Ze praten wat met elkaar, kijken niet op of om als ik langsflits. Mijn verschijning maakt blijkbaar weinig indruk.

In de verte zie ik hem opdoemen, de finish. Zomaar ineens, uit het niets. Even aanzetten, een kleine demarrage, meer is niet nodig. Niemand voor me, ook achter me is in geen velden of wegen iemand te bekennen.

In gedachten ga ik over de streep, mijn armen triomfantelijk ten hemel geheven, onder luid gejuich en applaus.

Het is een waar dilemma. De verleiding is groot, de overwinning ligt voor het grijpen. Zouden er ook schaars geklede dames zijn om de winnaar te onthalen, zoals bij de Tour de France? Niet dat ik daar op zit te wachten, natuurlijk. Het is toch een leuk idee, een echte stimulans om de pedalen eens goed rond te laten gaan.

Hoe groot de verleiding ook is, ik bezwijk niet. Het enthousiasme van de toeschouwers ontbrak, evenals de pitspoezen, zo te zien. Teleurgesteld, maar wel met het gevoel de juiste beslissing genomen te hebben, sla ik vlak voor de finish rechtsaf, mijn route vervolgend.

Net voor de finish gestrand, het is toch wat. Gelukkig heb ik mijn bestemming wel bereikt!

Op het feestje is het verhaal een stuk mooier geworden, compleet met pitspoezen. Dat begrijpt u vast wel.

Spring naar toolbar