Buikdansen

Afbeelding van Silke Schäfer via Pixabay

Voorzichtig deed ik de deur open, en keek naar binnen. Mijn lief heeft sinds kort een nieuwe passie, naast mij. Zachtjes wiegden haar heupen naar links en naar rechts, zonder dat haar schouders meebewogen. Dat is makkelijker geschreven dan gedaan, zoals ik even later aan den lijve ondervond. ‘Sorry, ik wilde je niet storen’, zei ik. Voordat ik de deur weer dicht kon doen, zei mijn lief: ‘Wil je meedoen?’. Het zag er prachtig uit, aanstekelijk zelfs. Zonder iets te zeggen ging ik achter haar staan, en probeerde haar na te doen. Probeerde. Zo eenvoudig als het eruit ziet als je ernaar kijkt, zo lastig is het om te doen. Hoofd stil, schouders ook, de heupen al wiegend. Ik geef het u te doen. Of met de buik achtjes draaien, zonder verder iets te bewegen.

Mijn lief is begonnen met buikdansen. Buikdansen? Is dat leuk? Jazeker! Het is sowieso leuk om het enthousiasme van die lieve stuiterbal van me te zien, met blinkende ogen die me vol passie aankijken. Met een brede lach op haar gezicht, die ze niet kan onderdrukken, als ze dat al zou willen. Met een swing in haar stap, nog gracieuzer en lieflijk als ze al was. Het is ook nog eens goed voor haar, niet alleen is het een goede manier van lichaamsbeweging, het traint ook nog eens de buik- en andere spieren. Menig bierbuik die met wellustige blik naar buikdansers kijkt heeft meer buik dan de danseres, maar daar zit veel minder beweging in. Hoewel de buiken in kwestie het wel kunnen gebruiken.

Het is opmerkelijk hoe verschillend gereageerd wordt, als mijn lief vertelt over haar nieuwe passie. Sommigen van u zullen wellicht ook denken dat het gaat om een erotische dans, bedoeld om mannen op te winden. Al is daar in veel gevallen niet veel voor nodig. Bij buikdansen gaat het om andere dingen. Het gaat om sensualiteit, om gracieuze bewegingen, om elegantie en om vrijheid. ‘Ik voel me meer vrouw’, zegt mijn lief. Voor mij is ze een en al vrouw, ook al is ze wars van rode lippenstift, hoge hakken en parfum. Als ik haar zie buikdansen, begrijp ik wat ze bedoelt. Het is meer sensualiteit dan seksualiteit, meer elegantie dan erotiek, meer gratie dan begeerte.

Ik kijk in elk geval met grote bewondering naar mijn lief, dan krijg ik zin om weer mee te doen. Al weet ik niet of het zo sensueel of gracieus eruit zal zien, die dansende buik van mij.

Nobelprijs

Born: Pixabay.com

Wie ook de reclamecampagnes van het bekende biermerk uit het Brabantse Lieshout bedenkt, hij of zij verdient een loonsverhoging. De bierbrouwer heeft het Brabantse volksfeest carnaval genomineerd voor de nobelprijs voor de vrede. Uiteraard is dit een reclamestunt, alleen personen en organisaties kunnen worden voorgedragen. Het is wel een briljante stunt, het doel wordt bereikt: meer publiciteit. Het bier wordt er niet lekkerder van, een kniesoor die daar op let.

Je ziet ze overal in het Brabantse, reclameposters met een lachende malloot met een vleeskleurige badmuts op zijn hoofd, met de naam van het dorp of de stad waar de poster hangt. Niet de normale naam, die mensen van boven de rivieren ook kennen (al is het van de atlas, of Google Maps), maar de carnavalsnaam, waarvan de oorsprong niet altijd duidelijk is. Ieder jaar worden alle dorpen en steden omgedoopt en dragen ze vijf dagen lang hun carnavalsnaam, worden de sleutels overgedragen aan Prins Carnaval en gaat iedereen los.

Nou ja, iedereen. Ik vraag me soms wel eens af of ik wel een echte Brabander ben. Koffie drink ik zelden, worstenbrood vind ik dan wel lekker, maar carnaval? Nee, daar houd ik me verre van. Niet vanwege de busladingen van boven de rivieren, die denken dat het tijdens carnaval gaat om zuipen en vrouwen lastigvallen. Of vanwege bezopen Brabanders, die hetzelfde denken. Zelf drink ik, wel met mate. Hossen en hoempapamuziek, ik heb er gewoon niets mee. Je kunt alleen aan mijn zachte ‘g’ horen dat ik uit Brabant kom.

Carnaval is meer dan drank en ‘foute’ muziek, het is meer dan even met z’n allen uit je dak gaan, voor we veertig dagen vasten.  Al wordt het vasten tegenwoordig overgeslagen, het feestje van tevoren gaat gewoon door. Een feestje waarbij mensen een transformatie lijken te ondergaan, evenals hun woonplaats. Menigeen houdt het bij een kiel of lange jas, sommigen maken echt werk van hun kostuum, met een ludieke gedachte erachter.

Het idee om carnaval te nomineren lijkt onzinnig, het blijft natuurlijk een reclamestunt. Carnaval verbroedert, het verbroedert de deelnemers, maar ook degenen die niet deelnemen. Voor de eersten vervagen alle tegenstellingen in een waas van bier en confetti, de laatsten worden verenigd in hun verbazing over al die gekkigheid, op een stokje.

De nobelprijs voor de vrede zal carnaval niet krijgen. De nobelprijs voor originaliteit verdienden de bedenkers van deze campagne in elk geval wel.

Klassieker versus eenheidsworst

Afbeelding van M-ART-IJN via Pixabay

Ik ben geen autoliefhebber. Ik ben niet iemand die zij vehikel een naam geeft (liefst vrouwelijk), iemand die pas leeft als de wereld in een vage, kleurrijke veeg langs hem heen snelt. Iemand voor wie zijn bolide als een verlengstuk van zijn lichaam is, een opvulling van een lege plek. Voor mij is mijn auto een vervoermiddel dat me van A naar B brengt, liefst zonder tegen te sputteren en zonder te haperen.

Dat wil niet zeggen dat ik niet graag naar auto’s kijk. Het is wonderlijk hoe de een gehaast is en alleen maar sneller en sneller lijk te willen gaan, de ander tuft vrolijk en onverstoorbaar door, in zijn eigen tempo. Misschien is het wel omdat ik niet het oog van een liefhebber heb, auto’s lijken steeds meer op elkaar, ongeacht het merk. Natuurlijk, er is een duidelijk verschil tussen grote en kleine auto’s; binnen de specifieke segmenten zijn de verschillen klein, en is het moeilijker de verschillende merken van elkaar te onderscheiden. Als je niet naar de emblemen kijkt, tenminste.

Zo ben ik erin geslaagd om bijna een hele vakantie lang mezelf wijs te maken dat de auto waarin we het Griekse eiland Rhodos doorkruisten een Peugeot 107 was, terwijl het toch echt een Citroën C1 was, wat duidelijk te zien was middels het embleem op het stuur. Waar mijn reisgenoot me lachend op wees.

Het is eenheidsworst, met het merkembleem als keurmerk. Ook qua kleuren is er weinig verschil, de meeste auto’s zijn zwart, donkerblauw of verschillende tinten grijs.  Ze vliegen als een grijze, grauwe flits aan je voorbij op de snelweg. De uitzonderingen, auto’s met een afwijkende kleur, vallen des te meer op. Ook oude auto’s vallen ook steeds meer op. Niet alleen omdat ze zeldzamer worden, de meeste exemplaren zijn afgevoerd naar andere oorden of verwerkt tot blikjes. Ook omdat het ontwerp en de vormen afwijken.

Laatst zag ik onderweg een auto Ford escort, zilvergrijs. Ik schat dat de auto ergens in de jaren ’80 gebouwd is, zeker weten doe ik het niet. De auto schoot me voorbij, de motor deed het nog prima, zo te zien. Het was misschien niet de mooiste auto die ik ooit gezien heb, het deed mijn ogen plezier een klassieker te zien, te midden van al die eenheidsworsten.

Het is ontnuchterend om te bedenken dat er een tijd was, waarin klassiekers juist eenheidsworsten waren. Het is dus een kwestie van geduld, tot de eenheidsworsten van vandaag klassiekers geworden zijn.

Romeins roulette

Bron:Pixabay.com

Je kunt maar beter niet al te gehecht zijn aan je auto, als in Rome rijdt. Verkeersregels zijn meer richtlijnen, vluchtstroken zijn een extra rijbaan c.q. uiterste uitwijkmogelijkheid en verdrijvingsvakken zijn gewoon voorsorteervakken. Als je wilt invoegen, maneuvreer je gewoon je auto op de gewenste rijbaan, ervan uitgaande dat je er wel tussen gelaten zult worden. Niet dat de auto op de andere rijbaan veel keuze heeft, maar ze doen het zonder veel ophef te maken, in de wetenshap dat ze zelf ook in moeten voegen, vroeg of laat.

Het waren niet eens allemaal Fiats, Ferrari’s of Lamborghini’s die we zagen, op weg van het vliegveld naar ons appartement. Wel veel voorgedeukte auto’s, vol met krassen en/of stof. Claxonneren doen ze niet, dat is ook niet nodig. De ruimtes zijn klein, maar groot genoeg. Anders is er altijd nog de vluchtstrook, of het verdrijvingsvlak. Asbakken worden niet gebruikt, menig gebruinde arm steekt uit het raam, een brandende sigaret in de hand.

Voor fabrikanten van navigatieapparatuur is Italië een verloren markt. Iedereen heeft zijn mobiel in een standaard op het dashboard geklemd, navigeren gaat met een app. Niet dat er handsfree gebeld wordt. Als zijn telefoon ging, pakte onze chauffeur doodleuk zijn mobiel op, om tijdens het bellen de auto links of rechtsom door het drukke verkeer te loodsen. Appen ging gewoon door onder het rijden, niet alleen als we even stil stonden.

Met ware doodsverachting laveren ze langs alle obstakels in het verkeer, stoppen doen ze alleen als het écht moet, op het allerlaatste moment. Als ze er niet tussengelaten worden, gesticuleren ze heftig, zoals alleen Italianen dat kunnen. Met zichtbare tegenzin laat onze chauffeur andere weggebruikers voorgaan, soms zonder tegenzin, er heerst een zekere gelatenheid en acceptatie. Het is nu eenmaal niet anders.

Alle wegen leiden naar Rome, luidt het gezegde. Rome zelf is omgeven door een wirwar aan wegen, waar je zonder navigatieapparaat hopeloos verdwaalt. Feilloos loodst onze chauffeur ons door de chaos op de wegen, door de Romeinse roulette. Waar je nooit weet wie wat gaat doen, wie zich ertussen wringt, wie linksom of rechtsom, via de reguliere weg of via de vluchtstrook zich een weg baant.

We zijn blij en opgelucht, als we zijn aangekomen bij ons appartement. Ondanks alle halsbrekende toeren is het goed gegaan, we zijn razendsnel op onze bestemming aangekomen. Nu kan het grote genieten beginnen. Over een week gaan we weer terug, de Romeinse roulette in.

Herfstsymfonie

 

Herfst, het is mijn op een na meest favoriete seizoen. Een seizoen dat veel mensen associëren met gure wind, gelardeerd met regenvlagen. Natte, grijze dagen die steeds korter worden. De duisternis wint aan terrein, om dat ver in het nieuwe jaar pas weer prijs te geven. De winter klopt steeds nadrukkelijker op de deur, het verval is onmiskenbaar. Het leven trekt zich langzaam terug, maakt pas op de plaats, om pas volgend voorjaar weer wakker te worden.

De herfst is ook een symfonie van kleuren, van goudgeel tot dieprood, en van geuren, van een verse regenbui en van rottende bladeren. Het is het seizoen van een laaghangende zon, die een vaalgele gloed legt over alles waar ze op schijnt. Het is het seizoen van de paddenstoelen, die eerst voorzichtig, bijna schuchter, hun kopje boven de grond uitsteken, bijna onzichtbaar. Om vervolgens in volle glorie tevoorschijn te komen, in alle verscheidenheid. Rood met witte stippen, eerst in bolvorm, dan een platte schijf, om te eindigen als een soort kommetje. Een zwembad voor de kabouter die in de paddenstoel woont, zou je kunnen denken.

Er zijn dagen dat de zon volop schijnt, dat het bijna net zo warm is als in de zomer. Dagen waarop de zon de verkleurende bladeren belicht, welhaast streelt, teder en zacht. Een laatste beetje warmte, voordat ze los moeten laten. Dagen dat je zou kunnen denken dat de winter er niet aan zal komen, dat we de winter dit jaar maar overslaan. Ware het niet dat er ook dagen zijn dat de wind de straten geselt, de bladeren die nog niet gevallen zijn van de takken rukt, om die samen met de andere bladeren voor zich uit te jagen.

Zelfs op dit soort dagen, waarop de zon zich niet laat zien, is de lucht niet egaal grijs. Als je goed kijkt, kun je vele tinten grijs zien, misschien wel 50. Het is niet één gesloten, grijze muur. De wolken zijn soms dicht opeengepakt, dan weer zijn de verschillende wolken goed herkenbaar. De regen maakt van de gevallen bladeren een plakkerige, gladde massa, een ware uitdaging voor voetgangers en fietsers. Tot de bezemwagens in actie komen en de bladeren opruimen, als het droog is.

Al worden de dagen korter, dat betekent ook dat de nachten langer worden, zeker in Brabant. Als we Guus mogen geloven, tenminste.

Ik kan er eindeloos van genieten, van de herftsymfonie, vol geuren en kleuren.

Afbeelding van Valiphotos via Pixabay

Een killerbody in 30 dagen

Bron: Pixabay.com

Het was een advertentie op Gezichtsboek, u weet wel, die altruïstische website die al vele jaren ons aller gegevens verzamelt en beschermt.

Mijn blik viel eerst op de foto. Drie mannen, in sportieve kleding, met wat naar in aanneem afgetrainde lichamen moesten voorstellen. Hun wijsvingers (van beide handen!) wezen enthousiast naar de banner onder de foto, een grote tandpastaglimlach sierde hun lippen. ‘Voor mannen uit Eindhoven e.o.’. Son ligt onder de rook van Eindhoven. Of erboven, beter gezegd.

De eigenlijke boodschap, waarvoor de heren zo wervend op de foto gingen, stond boven: ‘Killerbody in 30 dagen’, geflankeerd door twee losse armen in spierballenpose. Een intrigerende boodschap. Hebben mannen buiten Eindhoven e.o. dan geen behoefte aan een killerbody? Of hebben ze die allemaal al? Klinkt gevaarlijk, zo’n killerbody. Voor je het weet, zit je naast Frank Masmeijer.

Het was een buitenkans. Nog maar zes plaatsen, voor mannen tussen 45-55 jaar die ‘30 dagen de Uitdaging aan willen gaan’. Uitdaging met een hoofdletter nog wel. Ik ben niet vies van een uitdaging, binnen 30 dagen van een uitgezakt, wel doorvoed middelbaar lichaam naar een killerbody, dat is erg snel. Het wekte mijn nieuwsgierigheid. Wat is precies een killerbody, en waarom zou ik er een moeten willen?

Misschien dat een kijkje op de betreffende website uitkomst zou bieden. Aanmelden kon nog 5 dagen, 3 uur, 31 minuten en 33 seconden. Terwijl de seconden verder wegtikken, keek ik wat ik verder te weten kon komen. Het ging om een ‘challenge’, een programma van 30 dagen met een persoonlijk maaltijden plan én een persoonlijke coach. Wauw!

Onderaan stonden twee aanbevelingen, van Marcel (41 jaar) en Pierre (37 jaar). Een andere leeftijdscategorie, een kniesoor die daar op let. Ze waren dankbaar voor het programma, dat de discipline opleverde die ze zelf blijkbaar niet op konden brengen. De kilo’s vlogen eraf! Wat de voordelen (en nadelen) van een killerbody zijn, en hoe je ervoor kunt zorgen dat je dat goddelijke lichaam in stand houdt ná die 30 dagen, dat stond er niet bij. Mijn vragen bleven onbeantwoord, mijn nieuwsgierigheid onbevredigd, mijn twijfel niet weggenomen.

Een weekje later zag ik, óók op Gezichtsboek, een andere, minstens zo intrigerende advertentie. Voor ManShape, een soort korset voor mannen om het buikje te verbergen. Dat lijkt me een makkelijkere oplossing.

Een killerbody in 30 dagen, het klinkt te mooi om waar te zijn. Meestal is het dan ook zo.

Reken er maar niet op

Afbeelding van Dean Moriarty via Pixabay

Er is een groot gebrek aan leerkrachten, is mij verteld. Het is een waar probleem, dat nog verergerd wordt doordat wannabe leerkrachten de rekentoets niet halen. Onlangs las ik het verhaal van Charlotte, die haar droom om juf te worden op moest geven nadat ze niet slaagde.

Zo gaan er ongetwijfeld veel meer potentieel goede leerkrachten verloren. De reden dat de rekentoets werd ingevoerd, is omdat men er een jaar of tien geleden achter kwam dat de rekenvaardigheid van Nederlandse achteruitging. Dat kwam doordat de leerkrachten zelf niet goed konden rekenen.

Dat je niet iemand rekenen kunt leren als je het zelf ook niet kan, dat kan ik nog volgen. Of het invoeren van een reken- of andersoortige toets het antwoord is, als falen betekent dat je de opleiding niet mag volgen, is voor mij niet te volgen. Het is zoiets als het kind weggooien met het badwater, wie weet hoeveel goede potentiele leerkrachten afvallen door het falen voor zo’n toets, of niet eens beginnen aan de opleiding? Een aantoonbare verbetering van de kwaliteit van de leerkrachten is in elk geval niet te zien, aldus de experts.

Is het inderdaad een vereiste dat leerkrachten per se goed kunnen rekenen? Of goed zijn in taal, geschiedenis of exacte wetenschappen? Een pluspunt is het sowieso, goed les kunnen geven is een vak apart. De leraren die mij het best zijn bijgebleven, waren boeiende vertellers, niet noodzakelijkerwijs experts op hun vakgebied.

Kinderen die slecht kunnen rekenen, ook al zou de kwaliteit van het onderwijs wel verbeterd zijn, moeten die het zelf maar uitzoeken? We leven in een wegwerpmaatschappij, als de asbakken vol zijn, kopen we al een nieuwe auto, bij wijze van spreken. Misschien niet het beste voorbeeld, gezien het feit dat roken steeds minder geaccepteerd wordt, maar toch.

In plaats van leerlingen die falen voor de rekentoets weg te sturen, zouden we beter kunnen kijken op wat voor manier ze wel als leerkracht ingezet zouden kunnen worden. In plaats van te kijken naar wat iemand niet kan, kunnen we beter kijken naar wat hij of zij wél kan.

De wereld is vol van misfits, die op de een of andere manier niet aan opleidingsnormen voldeden, maar toch slaagden. Juist omdat ze ‘out of the box’ denken. Zoals Albert Einstein, geen van zijn leraren had ooit gedacht dat hij een genie zou blijken te zijn.

Reken er maar niet op, dat het spoedig zal veranderen.

Gebed zonder einde

Foto: Gineke de Laat

Als je de stripverhalen van Asterix en Obelix mag geloven, waren de oude Galliërs maar voor één ding bang. Niet van Julius Caesar. Niet hun wederhelft, die hadden deze twee verstokte vrijgezellen niet. Niet voor d’n duvel! Ze waren alleen bang dat de hemel op hun hoofd zou vallen.

Wie ooit in De Landing gesport heeft, kan zich hierbij wellicht iets voorstellen. Eind vorig jaar werd geconstateerd dat een plafondplaten los zat, waardoor het risico bestond dat de betreffende plaat naar beneden zou vallen. Iets wat verdacht veel lijkt op het vallen van de hemel zoals Asterix en Obelix vreesden. Wekenlang bleef de hal dicht, ik kan alleen maar aannemen dat ondertussen naarstig gezocht werd naar de oorzaak van en vooral een oplossing voor het probleem. De uitkomst? De platen werden allemaal verwijderd.

Dat we tegen een kaal plafond aan moeten kijken, daar valt prima mee te leven. Schijnbaar willekeurige luchtstromingen, afkomstig van de airco, maken het badmintonspel waar ik me graag aan bezondig bij tijd en wijle grillig en onvoorspelbaar. Even grillig en onvoorspelbaar als de douches, waar het altijd afwachten is of en zo ja hoe lang er warm water uit de kraan komt. Het houdt het leven interessant, zullen we maar zeggen.

Ik woon nog niet zo lang in Son en Breugel dat ik de landing gebouwd heb zien worden. Toen ik voor het eerst voet in de zaal zette, was ik blij verrast. Zo’n mooie zaal hadden we niet, bij mijn vorige badmintonclub. Een mooie, grote zaal, met zowaar tribunes. ‘Wat een luxe!’, dacht ik nog. De voorgeschiedenis kende ik niet, al hoorde ik wel de nodige verhalen. De airco en de douches, waar ik het al over had. Voor mij persoonlijk was de overlast beperkt, afgezien van een enkele koude douche. Die best verfrissend was, om eerlijk te zijn.

Mijn verbazing was dan ook groot, toen ik vernam dat De Landing eind augustus dicht gaat. Wéér! De reden? De vloer zou te glad zijn. Iets waar noch ik, noch mijn clubgenoten iets van gemerkt hebben. Evenmin als de beoefenaars van andere sporten, als ik onze oud-voorzitter Hein Cremers mag geloven. Toch is het volgens de gemeente noodzakelijk, en lukte het niet om het een en ander in de vakantieperiode te regelen. De nieuwe plafondplaten laten nóg langer op zich wachten.

Het is een gebed zonder einde, dan rest ons alleen te bidden dat de hemel niet op ons hoofd valt.

Mighty Megan strikes back

Bron: Pixabay.com

Trots stond ze op het podium, in de ene hand de gouden bal, in de andere de trofee voor de topscorer. Mighty Megan, de vrouw die hoogstpersoonlijk het gastland van de Coupe du Monde Féminine de das omdeed. En bij onze leeuwinnen.

Ze liet Sari van Veenendaal, toch geen verkeerde keeper, eruitzien als een beginneling bij de penalty, die het Nederlandse verzet brak. Sari maakte een begin om naar rechts te duiken, Megan schoof de bal in de andere hoek. Sari brak haar beweging af, duiken had geen zin meer.

Megan Rapinoe, het toonbeeld van een Amerikaanse sportvrouw. Boegbeeld van de lesbische gemeenschap in het soms niet zo heel erg vrije of verdraagzame Amerika. Ze is niet bepaald de enige lesbienne in het vrouwenvoetbal, waar anders geaarde mensen meer geaccepteerd lijken te worden dan in de macho-wereld die het mannenvoetbal pretendeert te zijn.

Megan is een vrouw van principes, die familie of vrienden niet in de steek laat. Ook niet haar broer Brian, die de lokroep van drugs en criminaliteit niet kon weerstaan. Daardoor bracht hij het grootste deel van Megans carrière door achter tralies, zonder een wedstrijd van haar te kunnen zien. Tot de finale van het WK, 2 juli 2019. Brian, het zwarte schaap van de familie, kon desondanks altijd rekenen op de steun en onvoorwaardelijke liefde van zijn zus.

Megan vocht een twitterruzie uit met de man die het tegenovergestelde is van verdraagzaamheid en gelijkwaardigheid: president Trump. Een vrouw met een uitgesproken mening en nog lesbisch ook, die scoort geen punten bij Trump. Trump, die Megan uitdaagde om het maar eens te laten zien en te winnen. En dat deed ze!

Het verzet van onze dappere leeuwinnen was tevergeefs, Mighty Megan was onweerstaanbaar. Het onvermijdelijke gebeurde. Als je dan moet verliezen, dan maar van een boegbeeld van vastberadenheid en standvastigheid, dat verzacht de pijn. Een beetje.

Megan weigerde om naar het Witte Huis te gaan voor een huldiging. Ze weigert ook om mee te zingen met het volkslied, of om haar hand op haar hart te leggen. Vanwege de ongelijkheid, die nog welig tiert in haar land, en niet alleen daar. Het is een dappere daad, in een land dat zo ongeveer stijf staat van het patriottisme. America first, weet u wel.

Megan staat voor waar ze in gelooft, voor wie ze is. Ze gaat niet opzij, buigt niet inde wind, ze geeft niet toe en ze geeft niet op. Daar kan ik alleen bewondering voor hebben.

Wie haar onrecht aan wil doen, zal het weten. Mighty Megan strikes back!

Muziek is de taal van de wereld

Afbeelding van StockSnap via Pixabay

 

Muziek is de taal van de wereld, een taal die iedereen verstaat. Een taal van klanken en melodieën, die je meevoeren naar een andere plaats, of naar een herinnering of gevoel.

Muziek is beweging. Muziek is even loskomen van jezelf, alles laten gaan en opgaan in iets dat groter is dan jezelf.

Muziek is pure emotie, soms rauw en hard, soms teder en zacht, haast breekbaar. Het brengt je in vervoering, ontroert je tot in het diepst van je ziel. Het zweept je op, zet je in beweging op een onnavolgbare manier.

Muziek is er in alle soorten en maten, van klassiek tot modern. Van gepolijste pop tot rauwe rock, van swingende jazz tot turbulente techno. Er is een enorme verscheidenheid aan muziekinstrumenten, van percussie tot snaarinstrumenten, van blaasinstrumenten tot een trekzak. Er is voor elk wat wils.

Muziek is passie, passie die je meeneemt, die het je laat uitschreeuwen van pijn, of van vreugde. Passie die je in beweging zet, die herkenbaar is. Passie die je mag meezingen, ook al heeft de muziek geen woorden.

Muziek kan je tot rust laten komen, of juist opzwepen. Het kan je stemming versterken of veranderen, al naar gelang de muziek waar je naar luistert. Het roept herinneringen en gevoelens op, of helpt ze te verwerken.

Muziek kent geen tijd en geen grenzen. Muziek voel je, in elke vezel van je lichaam. Muziek zit diep verankerd in ons wezen, baby’s kunnen al neuriën voordat ze kunnen spreken. Muziek van 100 jaar geleden blijft mooi, als het je smaak is.

Hoe diep muziek in ons verankerd zit, blijkt wel uit het feit dat bij dementerende mensen de herinneringen aan muziek gespaard blijven, waar andere herinneringen door de ziekte weggevaagd worden. Wat we ook vergeten, de herinneringen aan muziek en het gevoel dat daarbij hoort, vergeten we nooit.

Muziek is een universele taal, ook al versta je de woorden niet, je voelt wat de zanger(es) wil zeggen. Je voelt de vreugde, het verdriet, het onbegrip of de vertwijfeling. Doordat muziek is gebaseerd op gevoel, kan iedereen haar begrijpen.

Muziek is een taal die je spreekt met je heupen. Probeer maar eens stil te blijven zitten of staan, als de muziek je raakt. Zelfs vastgeroeste heupen als de mijne komen dan in beweging.

Laat de muziek maar spreken, dan heb je geen woorden meer nodig. Dan spreek je al de taal van de wereld, die iedereen verstaat.

Spring naar toolbar