Mighty Megan strikes back

Bron: Pixabay.com

Trots stond ze op het podium, in de ene hand de gouden bal, in de andere de trofee voor de topscorer. Mighty Megan, de vrouw die hoogstpersoonlijk het gastland van de Coupe du Monde Féminine de das omdeed. En bij onze leeuwinnen.

Ze liet Sari van Veenendaal, toch geen verkeerde keeper, eruitzien als een beginneling bij de penalty, die het Nederlandse verzet brak. Sari maakte een begin om naar rechts te duiken, Megan schoof de bal in de andere hoek. Sari brak haar beweging af, duiken had geen zin meer.

Megan Rapinoe, het toonbeeld van een Amerikaanse sportvrouw. Boegbeeld van de lesbische gemeenschap in het soms niet zo heel erg vrije of verdraagzame Amerika. Ze is niet bepaald de enige lesbienne in het vrouwenvoetbal, waar anders geaarde mensen meer geaccepteerd lijken te worden dan in de macho-wereld die het mannenvoetbal pretendeert te zijn.

Megan is een vrouw van principes, die familie of vrienden niet in de steek laat. Ook niet haar broer Brian, die de lokroep van drugs en criminaliteit niet kon weerstaan. Daardoor bracht hij het grootste deel van Megans carrière door achter tralies, zonder een wedstrijd van haar te kunnen zien. Tot de finale van het WK, 2 juli 2019. Brian, het zwarte schaap van de familie, kon desondanks altijd rekenen op de steun en onvoorwaardelijke liefde van zijn zus.

Megan vocht een twitterruzie uit met de man die het tegenovergestelde is van verdraagzaamheid en gelijkwaardigheid: president Trump. Een vrouw met een uitgesproken mening en nog lesbisch ook, die scoort geen punten bij Trump. Trump, die Megan uitdaagde om het maar eens te laten zien en te winnen. En dat deed ze!

Het verzet van onze dappere leeuwinnen was tevergeefs, Mighty Megan was onweerstaanbaar. Het onvermijdelijke gebeurde. Als je dan moet verliezen, dan maar van een boegbeeld van vastberadenheid en standvastigheid, dat verzacht de pijn. Een beetje.

Megan weigerde om naar het Witte Huis te gaan voor een huldiging. Ze weigert ook om mee te zingen met het volkslied, of om haar hand op haar hart te leggen. Vanwege de ongelijkheid, die nog welig tiert in haar land, en niet alleen daar. Het is een dappere daad, in een land dat zo ongeveer stijf staat van het patriottisme. America first, weet u wel.

Megan staat voor waar ze in gelooft, voor wie ze is. Ze gaat niet opzij, buigt niet inde wind, ze geeft niet toe en ze geeft niet op. Daar kan ik alleen bewondering voor hebben.

Wie haar onrecht aan wil doen, zal het weten. Mighty Megan strikes back!

Muziek is de taal van de wereld

Afbeelding van StockSnap via Pixabay

 

Muziek is de taal van de wereld, een taal die iedereen verstaat. Een taal van klanken en melodieën, die je meevoeren naar een andere plaats, of naar een herinnering of gevoel.

Muziek is beweging. Muziek is even loskomen van jezelf, alles laten gaan en opgaan in iets dat groter is dan jezelf.

Muziek is pure emotie, soms rauw en hard, soms teder en zacht, haast breekbaar. Het brengt je in vervoering, ontroert je tot in het diepst van je ziel. Het zweept je op, zet je in beweging op een onnavolgbare manier.

Muziek is er in alle soorten en maten, van klassiek tot modern. Van gepolijste pop tot rauwe rock, van swingende jazz tot turbulente techno. Er is een enorme verscheidenheid aan muziekinstrumenten, van percussie tot snaarinstrumenten, van blaasinstrumenten tot een trekzak. Er is voor elk wat wils.

Muziek is passie, passie die je meeneemt, die het je laat uitschreeuwen van pijn, of van vreugde. Passie die je in beweging zet, die herkenbaar is. Passie die je mag meezingen, ook al heeft de muziek geen woorden.

Muziek kan je tot rust laten komen, of juist opzwepen. Het kan je stemming versterken of veranderen, al naar gelang de muziek waar je naar luistert. Het roept herinneringen en gevoelens op, of helpt ze te verwerken.

Muziek kent geen tijd en geen grenzen. Muziek voel je, in elke vezel van je lichaam. Muziek zit diep verankerd in ons wezen, baby’s kunnen al neuriën voordat ze kunnen spreken. Muziek van 100 jaar geleden blijft mooi, als het je smaak is.

Hoe diep muziek in ons verankerd zit, blijkt wel uit het feit dat bij dementerende mensen de herinneringen aan muziek gespaard blijven, waar andere herinneringen door de ziekte weggevaagd worden. Wat we ook vergeten, de herinneringen aan muziek en het gevoel dat daarbij hoort, vergeten we nooit.

Muziek is een universele taal, ook al versta je de woorden niet, je voelt wat de zanger(es) wil zeggen. Je voelt de vreugde, het verdriet, het onbegrip of de vertwijfeling. Doordat muziek is gebaseerd op gevoel, kan iedereen haar begrijpen.

Muziek is een taal die je spreekt met je heupen. Probeer maar eens stil te blijven zitten of staan, als de muziek je raakt. Zelfs vastgeroeste heupen als de mijne komen dan in beweging.

Laat de muziek maar spreken, dan heb je geen woorden meer nodig. Dan spreek je al de taal van de wereld, die iedereen verstaat.

Bitterzoet

Afbeelding van Pexels via Pixabay

Bitterzoet zijn de herinneringen aan jou. Zoet, omdat er zoveel zijn. Zoet, omdat ze zo mooi zijn. Zoet, omdat ik ze altijd zal koesteren. Bitter, omdat er geen nieuwe herinneringen meer bij zullen komen. Nooit meer.

Overal zie ik dingen die me aan je herinneren. Het rookhoekje, ergens verstopt aan de zijkant of achterin, bij de sauna waar ik voorheen samen met jou kwam. En altijd even bij je ging zitten, als je weer even moest roken.

Of de rokerij op de luchthaven van Schiphol, een soort cilindervormige ruimte waar alle tabak junkies zich verzamelden, om nog gauw even een extra laagje teer aan te leggen voordat ze urenlang af moeten kicken, in het vliegtuig. Ook daar ging ik bij je staan, in de ruimte die blauw zag van de rook. Een stoomcabine is er niets bij.

Sloffen sigaretten gingen er in je reistas, het scheelde flink als je in bulk inkocht. Erg lang gingen ze niet mee. In de auto, ’s avonds op het balkon of op het terras, om de haverklap stak je er eentje op.

Had ik er iets van moeten zeggen? Een volwassen vent, die kan het toch wel voor zichzelf bepalen. Bovendien, als de smeekbedes om te stoppen van je moeder al niet hielpen, waarom dan wel van mij? Veranderen kan alleen als je dat zelf wil, niet omdat iemand anders het je oplegt of aanpraat.

Stoppen wilde je helemaal niet. Dat je verslaafd was, dat het beter was om te stoppen, wist je wel. Je probeerde het niet eens, je vond het wel prima zo. Je dacht het lot van de roker wel te kunnen ontlopen.

Pas toen het te laat was, lukte het om te stoppen. Makkelijk was het niet, om een gewoonte die je al decennia had af te leren. Maar het lukte.

Wat was je geschrokken, tot in elke vezel. Het vonnis was zwaar: kanker, in de longen. Een zwaar regime van chemo en bestraling onderging je, plus een operatie. Het leek te werken, je werd schoon verklaard.

Tot de dag dat je intense hoofdpijn kreeg, zomaar uit het niets. De kanker was terug, in je hoofd. Niets meer aan te doen, einde oefening.

De aftakeling ging langzaam, het einde kwam onverwacht. Maar niet voordat ik je kon zeggen wat je voor mij betekende, en altijd zult betekenen.

Bitterzoet zijn de herinneringen. Pijn doet het gemis nog altijd. Ik zal de herinneringen blijven koesteren, zo lang ik leef.

Wat zou je doen met een miljoen?

Afbeelding van PublicDomainPictures via Pixabay

Het staat me nog helder voor de geest, het reclamespotje van een loterij. Een man, type kantoorpik, belt naar zijn voormalige werkgever en vraagt naar zichzelf. Om in schaterlachen uit te barsten als de oud-collega verzucht: ‘Die werkt hier niet meer!’

Jarenlang heb ik meegedaan, met meerdere loterijen, in de hoop eens het geluk te vinden en stinkend rijk te worden. Niet om te kunnen baden in geld, à la Dagobert Duck. Dat lijkt me niet bepaald aangenaam, die harde muntjes. Nee, om niet per se te moeten werken, om te kunnen doen en laten wat ik wilde, om me geen zorgen te hoeven maken over geld.

Ik droomde ervan, wat ik zou doen met een miljoen. Liefst 10, met één miljoen red je het niet, zonder te hoeven werken. Een nieuw huis laten bouwen, met eigen badmintonhal en aparte bibliotheek, liefst een villa in Romeinse stijl. Een nieuwe auto, geen Porsche of Lamborghini, misschien een oude Mustang. En o ja, mijn mobiel is al twee jaar oud, die is ook wel aan vervanging toe. Verder een extra brede TV?

Het zijn allemaal materiele zaken, hoe leuk het ook was om ervan te dromen, nodig heb ik ze niet. Dichtbij ben ik ook niet gekomen, dankzij de loterijen. Het grootste bedrag dat ik ooit gewonnen heb, was volgens mij iets van duizend euro. Of waren het guldens?

Geld, de motor van de economie, het is waar de wereld om draait. Zelfs al heb je er niets mee, je kunt niet zonder.

Van geld word ik niet gelukkig, al zou ik wel in comfort en stijl ongelukkig kunnen zijn. Om gelukkig te zijn heb ik niet veel nodig: pen en papier of een PC met tekstverwerkingsprogramma. Eten, drinken en een dak boven mijn hoofd. Leuk werk, met leuke collega’s. En niet te vergeten mijn lief, mijn grootste geluk. Zij is mijn lot uit de loterij!

Hoewel ik dus niet de loterij hoef te winnen, blijft het een aangenaam tijdverdrijf om erover te fantaseren. Als je geld genoeg zou hebben om te kunnen doen wat je zou willen, wat zou je dan doen? Hoeveel zou dan genoeg zijn, qua geld?

Ook al kun je het niet met je meenemen, als je het leven moet verlaten, ook al maakt het je niet gelukkig, het blijft leuk om er zo nu en dan over te mijmeren.

Wat zou je doen met een miljoen?

De tirannie van de klok

alarm-clock-2175382_1920
Bron: Pixabay.com

 

We leven in een tijd die geregeerd wordt door de klok. TV, I-pad of mobiel, ze laten ons weten hoe laat het is en of we een afspraak dreigen te missen. Tijd, we hebben er zo weinig van, dus willen we elk moment van de dag weten hoe laat het is.

Als ik wil weten hoe laat het is, kijk ik op mijn mobiel. Een horloge heb ik allang niet meer.

Dat scheelt weer als we weer van wintertijd naar zomertijd gaan, of andersom. Mijn mobiel past automatisch de tijd aan, daar hoef ik niets aan te doen. Alleen mijn wekker heeft in dat opzicht mijn onverdeelde aandacht nodig, twee keer per jaar.

Het valt op zich wel mee, de tijd verzetten op al die klokken. Het uurtje slaap dat je moet missen in het voorjaar, dat valt vies tegen. Is dat het uurtje extra licht op een zwoele zomeravond wel waard?

Die discussie laat ik graag over aan de experts, die hebben er verstand van. Wintertijd schijnt het beste te zijn, al hoorde ik een expert op de radio verkondigen dat we eigenlijk de Engelse tijd aan zouden moeten houden. GMT in plaats van CET dus, om in vaktermen te blijven.

Zelf heb ik er niet zo’n last van het verzetten van de klok, er zijn mensen die dat wel hebben. Die een week van slag zijn, net als wanneer ze jetlag zouden hebben. Ik heb geen idee hoe dat voor ze is, het lijkt me geen pretje.

Wat is de oplossing? Toch maar de wintertijd aanhouden, en dat uurtje extra licht op zomeravonden maar laten voor wat het is? Ze worden er echt niet minder zwoel van.

Er is een alternatief, dat ons kan bevrijden van de tirannie van de klok. Op 31 maart, de ochtend nadat de klok verzet was, werden wij wakker. Niet van de wekker, die stond uit. Nee, van de kippen, die onze buren van een paar deuren verder houden.

Het was een heerlijk geluid om te horen, dat rustgevende gekakel. Een natuurlijk geluid is het.

Kippen weten van nature hoe laat het is, of het tijd is om wakker te worden, te eten of op stok te gaan.

Dus kunnen we zomer- én wintertijd afschaffen, ook GMT en CET kunnen de deur uit. Vanaf vandaag leven we op kippentijd!

Vroeg uit de veren en met de kippen op stok.

De man die geen kind mocht zijn

michael-jackson-2997510_1920
Bron: Pixabay.com

Gary, Indiana, begin jaren ’60. Een vijftal jongens, kinderen nog, is druk bezig met repeteren. Danspasjes, zangpartijen, alles moet kloppen. In een stoel, iets verderop, zit een man, hun vader, hen nauwlettend in de gaten te houden.

In zijn hand zijn riem, half opgevouwen. Zo nu en dan slaat hij met de riem in zijn andere hand, een snerpend geluid producerend dat snijdt door de ziel. Ze weten wat dat geluid betekent, ze weten wat hen te wachten staat als er iets fout gaat. Niets mag er fout gaan, niet zal in de weg staan van de droom van rijkdom van Joseph Jackson.

Later zou Michael Jackson zeggen dat het gedrag van zijn vader hem veel gebracht heeft in zijn carrière. Hij zal het ongetwijfeld zo ervaren hebben. Wat het mij zegt, is dat Michael nooit kind heeft mogen zijn. Dat hij nooit buiten mocht spelen, vriendjes maken en dat ze nooit pijltjes gevouwen hebben van stukjes papier, of van die witte besjes in dunne, plastic buisjes gedaan hebben om te vergeten dat je eerst adem moest halen vóórdat je dat ding aan je mond zette.

Het was een jeugd die in het teken stond van muziek, eerst met zijn vijf broers en later alleen. Een jeugd in het teken van dwang in plaats van bemoedigende woorden, met slaag in plaats van knuffels.

Geen wonder dat hij Neverland bouwde als een paradijs voor kinderen. Geen wonder dat hij graag kinderen om zich heen had, geen wonder dat hij zo’n zorgzame vader was, die misschien wel te zeer beschermend was ten opzichte van zijn eigen kinderen. Omdat hij zelf dat nooit gekend heeft, geen (kinder) vrienden had en geen liefhebbende vader. Dat is een gemis, dat geen enkel jongetje ooit zou mogen voelen.

Wie Michael Jackson echt was, wat er echt gebeurd is, we zullen het wellicht nooit weten. Al geloof ik dat Michael Jackson een lieve, zachte, uiterst verlegen man was. Een man met een fantastisch muzikaal talent, wiens invloed tot op de dag van vandaag zichtbaar is. Een man die slachtoffer was van de grote roem en adoratie die hem ten deel viel. Een man ook die tot op gevorderde leeftijd geen idee had wat liefde en intimiteit betekenden. Een man, die dat wellicht nooit geweten heeft.

Zeker is dat Michael Jackson een tragische figuur is, een man die nooit kind mocht zijn.

Het kamermeisje

maid-3614636_1920
Bron:Pixabay.com

Wat moet ze wel niet denken, het kamermeisje, als ze ons ziet zitten, buiten op het balkon. Het is begin februari, midden in de Portugese winter. Voor ons is het een weldaad hier te zijn, weg van de sneeuw en de grijze wolken van ons thuisland, die we even ontvlucht zijn.

Voor de lokale bevolking zijn we vast een mysterie. Sneeuw kennen ze niet, alleen van TV of films, of van familie die in noordelijke streken wonen. Veel Portugezen zijn geëmigreerd, om de armoede en uitzichtloosheid te ontvluchten.

Ze zijn in elk geval niet weggegaan vanwege het weer. Het is bewolkt, af en toe regent het, soms flink. Het is desondanks een graad of 10 tot 15 warmer dan in Nederland. We zijn gekomen voor de zon. Als die zich laat zien, zuigen we de zonnestralen gretig op, ook al duurt het maar even.

We zitten dan ook buiten, als ze schuchter aanbelt, het kamermeisje. Bescheiden gebaart ze dat ze schoon wil maken, wat al duidelijk was vanwege de schoonmaakspullen die ze bij zich had.

‘It’s Ok, go ahead’, zeg ik. Ik gok maar dat ze me begrijpt. Blijkbaar wel, ze gaat voortvarend aan de slag. Wij trekken ons weer terug op het terras.

Het is best lekker op het balkon, zon en regenbuien wisselen elkaar af. Met een warme trui en jas is het goed te doen, moet je in Nederland eens proberen, begin februari!

Voor de Portugezen is het vast koud. Die zie je dan ook rondlopen in warme truien en jassen, terwijl de toeristen korte mouwen en –broeken aanhebben.

Ze verklaart ons vast voor gek. Dat we buiten zitten, in dit weer. Dat we in de winter op vakantie gaan, terwijl het over een maand of twee pas lekker weer zal zijn.

Het is best prettig zo gek te zijn. Het is rustig, en beter weer dan thuis. We genieten van de prachtige kust en van de woeste golven, beukend op de fragiel ogende zandstenen rotsen. Die kleuren van goudgeel tot roodbruin, ze schitteren in het zonlicht.

Steile kliffen, afgewisseld door open baaien. Rotsen in de meest fantastische vormen, gevormd door golven en wind. Afwisselend en kleurrijk, het is adembenemend om er naar te kijken. Maar ook om er langs te wandelen, als het weer droog is.

We genieten nog verder, als het kamermeisje de deur weer achter zich dichttrekt. Op weg naar de volgende.

Spring naar toolbar