Muziek is de taal van de wereld

Afbeelding van StockSnap via Pixabay

 

Muziek is de taal van de wereld, een taal die iedereen verstaat. Een taal van klanken en melodieën, die je meevoeren naar een andere plaats, of naar een herinnering of gevoel.

Muziek is beweging. Muziek is even loskomen van jezelf, alles laten gaan en opgaan in iets dat groter is dan jezelf.

Muziek is pure emotie, soms rauw en hard, soms teder en zacht, haast breekbaar. Het brengt je in vervoering, ontroert je tot in het diepst van je ziel. Het zweept je op, zet je in beweging op een onnavolgbare manier.

Muziek is er in alle soorten en maten, van klassiek tot modern. Van gepolijste pop tot rauwe rock, van swingende jazz tot turbulente techno. Er is een enorme verscheidenheid aan muziekinstrumenten, van percussie tot snaarinstrumenten, van blaasinstrumenten tot een trekzak. Er is voor elk wat wils.

Muziek is passie, passie die je meeneemt, die het je laat uitschreeuwen van pijn, of van vreugde. Passie die je in beweging zet, die herkenbaar is. Passie die je mag meezingen, ook al heeft de muziek geen woorden.

Muziek kan je tot rust laten komen, of juist opzwepen. Het kan je stemming versterken of veranderen, al naar gelang de muziek waar je naar luistert. Het roept herinneringen en gevoelens op, of helpt ze te verwerken.

Muziek kent geen tijd en geen grenzen. Muziek voel je, in elke vezel van je lichaam. Muziek zit diep verankerd in ons wezen, baby’s kunnen al neuriën voordat ze kunnen spreken. Muziek van 100 jaar geleden blijft mooi, als het je smaak is.

Hoe diep muziek in ons verankerd zit, blijkt wel uit het feit dat bij dementerende mensen de herinneringen aan muziek gespaard blijven, waar andere herinneringen door de ziekte weggevaagd worden. Wat we ook vergeten, de herinneringen aan muziek en het gevoel dat daarbij hoort, vergeten we nooit.

Muziek is een universele taal, ook al versta je de woorden niet, je voelt wat de zanger(es) wil zeggen. Je voelt de vreugde, het verdriet, het onbegrip of de vertwijfeling. Doordat muziek is gebaseerd op gevoel, kan iedereen haar begrijpen.

Muziek is een taal die je spreekt met je heupen. Probeer maar eens stil te blijven zitten of staan, als de muziek je raakt. Zelfs vastgeroeste heupen als de mijne komen dan in beweging.

Laat de muziek maar spreken, dan heb je geen woorden meer nodig. Dan spreek je al de taal van de wereld, die iedereen verstaat.

Bitterzoet

Afbeelding van Pexels via Pixabay

Bitterzoet zijn de herinneringen aan jou. Zoet, omdat er zoveel zijn. Zoet, omdat ze zo mooi zijn. Zoet, omdat ik ze altijd zal koesteren. Bitter, omdat er geen nieuwe herinneringen meer bij zullen komen. Nooit meer.

Overal zie ik dingen die me aan je herinneren. Het rookhoekje, ergens verstopt aan de zijkant of achterin, bij de sauna waar ik voorheen samen met jou kwam. En altijd even bij je ging zitten, als je weer even moest roken.

Of de rokerij op de luchthaven van Schiphol, een soort cilindervormige ruimte waar alle tabak junkies zich verzamelden, om nog gauw even een extra laagje teer aan te leggen voordat ze urenlang af moeten kicken, in het vliegtuig. Ook daar ging ik bij je staan, in de ruimte die blauw zag van de rook. Een stoomcabine is er niets bij.

Sloffen sigaretten gingen er in je reistas, het scheelde flink als je in bulk inkocht. Erg lang gingen ze niet mee. In de auto, ’s avonds op het balkon of op het terras, om de haverklap stak je er eentje op.

Had ik er iets van moeten zeggen? Een volwassen vent, die kan het toch wel voor zichzelf bepalen. Bovendien, als de smeekbedes om te stoppen van je moeder al niet hielpen, waarom dan wel van mij? Veranderen kan alleen als je dat zelf wil, niet omdat iemand anders het je oplegt of aanpraat.

Stoppen wilde je helemaal niet. Dat je verslaafd was, dat het beter was om te stoppen, wist je wel. Je probeerde het niet eens, je vond het wel prima zo. Je dacht het lot van de roker wel te kunnen ontlopen.

Pas toen het te laat was, lukte het om te stoppen. Makkelijk was het niet, om een gewoonte die je al decennia had af te leren. Maar het lukte.

Wat was je geschrokken, tot in elke vezel. Het vonnis was zwaar: kanker, in de longen. Een zwaar regime van chemo en bestraling onderging je, plus een operatie. Het leek te werken, je werd schoon verklaard.

Tot de dag dat je intense hoofdpijn kreeg, zomaar uit het niets. De kanker was terug, in je hoofd. Niets meer aan te doen, einde oefening.

De aftakeling ging langzaam, het einde kwam onverwacht. Maar niet voordat ik je kon zeggen wat je voor mij betekende, en altijd zult betekenen.

Bitterzoet zijn de herinneringen. Pijn doet het gemis nog altijd. Ik zal de herinneringen blijven koesteren, zo lang ik leef.

Chef!

kitchen-731351_1920
Bron: Pixabay.com

‘Chef!’ riep de serveerster schuin over haar schouder, in de richting van de keuken. Terwijl ze het zei, blies ze een blonde lok uit haar ogen. Haar ogen spraken boekdelen: ‘Wéér zo een!’

Ik zat meteen gespannen overeind, wetende wat ging komen. De aangesprokene stormde naar buiten, zijn mond zei: ‘Wat is er aan de hand?’, zijn lichaamstaal sprak andere woorden: ‘Wat nou weer?’

‘Ehm’, zei ik, toen de serveerster naar mij wees. ‘Ahem’, voegde ik er welbespraakt aan toe. ‘Meneer heeft een klacht over de soep’, zei de serveerster, wiens geduld duidelijk op was.

Zo vaak gaan we niet uit eten, mijn lief en ik. Als we dan een keer gaan, wil ik graag iets bijzonders eten, dat ik thuis niet zelf zou maken.

Dus bestelde ik vol goede moed champignonsoep, hopende op verse, overheerlijke champignons. En flink veel, als het even kan. Dat was niet te veel gevraagd, als je de prijzen op de menukaart zag.

Het was druk in het restaurant, de serveerster en haar collega’s moesten hard werken. Het duurde even voordat we het voorafje kregen, voor mij dus een dampend bord champignonsoep.

Dampend deed het, tot zover voldeed het aan mijn verwachtingen. Hoe zeer ik ook mijn best deed, champignons waren niet te vinden. Een flardje hier en daar, die wellicht ooit tot een champignon behoord kon hebben.

Misschien dat de champignons even in de soep gezwommen hadden, op weg naar een ander gerecht. Ik besloot bij de bovenvermelde serveerster te informeren, die meteen de schuldige erbij riep, zonder dat ik daarom vroeg.

‘O, is dat zo?’ vroeg de chef, zijn ogen vuurspuwend in mijn richting. ‘Ehm, er zitten geen champignons in mijn soep’, deed ik een nieuwe poging. ‘Ah’, zei de chef. Zonder verder iets te zeggen, pakte hij mijn bord en liep naar de keuken.

Even later kwam hij weer terug, in het midden ontwaarde ik nu een hoopje grijze, glazige klompjes die in de verte iets weg hadden van de gewenste champignons. Er is maar één ding erger dan géén champignons, en dat is champignons uit blik.

‘Dank u wel’, stamelde ik. Snel nam ik een hap. ‘Hmmm’, voegde ik eraan toe. Tevreden draaiden de chef en de serveerster zich om. Het was al een hele overwinning dat ik überhaupt er iets van zei, de volgende stap was er een te ver.

Schielijk wierp ik een blik naar de keuken, waar de chef moest verblijven. Ik raapte mijn moed bijeen, en riep: ‘Chef!’

Merel-kerel

blackbird-3249123_1920
Bron: Pixabay.com

Parmantig hupt hij over het grasveldje, vlak voor onze neus. Zijn gele snavel steekt perfect af tegen zijn zwarte verenkleed. Met een schuin oog kijkt hij ons aan, alsof hij wil vragen: ‘Wat doen jullie hier?’

‘Kijken naar de schuimkoppen op de zee, luisteren naar het geluid van de branding en ons laven aan het zonlicht, dat af en toe dapper door het wolkendek breekt’, antwoord ik hem.

Hij lijkt genoegen te nemen met mijn antwoord, de merel-kerel, hij hupt weer verder. Het is een vreemd idee, dat dit kleine, sierlijke wezen afstamt van de dinosauriërs, waarvan sommigen ook op twee benen liepen (en veren hadden). Ik probeer me voor te stellen hoe dat er uit zou zien, als zo’n groot monster rond zou huppelen, net als een vogel.

De merel is zich niet bewust van deze overpeinzingen, hij steekt zijn snavel in het gras, op zoek naar een worm of insect. Aan de rand van het grasveld rommelt hij wat tussen de gevallen bladeren, op zoek naar iets eetbaars. Een zoektocht, die hij zijn leven lang vol zal moeten houden.

Weer kijkt hij om zich heen, alert op gevaar. Dan ziet hij een rivaal, op een paar meter afstand. De brutaliteit! Hij vliegt erop af, ze dansen om een struik heen, de indringer probeert de eigenaar te ontwijken. Al snel ziet de indringer in dat hij niet met rust gelaten zal worden, hij gaat ervandoor. Zonder fysiek geweld wordt het opgelost.

Verder niets te zien? Hij stijgt op en vliegt naar een olijfboom, die op een paar meter afstand staat. Hij heft een lied aan, ik heb geen idee waar het over gaat. Allicht is het een ‘saudade’, een lied van weemoed en hartstocht, van nostalgie en verlies.

Of het is een lied van verlangen, een oproep aan alle aanwezige merel-meiden. Een aankondiging die wil zeggen: hier ben ik! Ik ben beschikbaar!

Het is de Tinder equivalent van de merels, een contactadvertentie in de trant van: prachtige merel-kerel, goed in de veren, in de kracht van zijn leven, zoekt merelin voor lange, romantische huppeltochten langs het strand en zwoele avonden en – nachten.

De dames horen de liederen aan van op een afstand, en swipen vervolgens naar links of naar rechts, al naar gelang het lied in kwestie hen bevalt of niet.

Na afloop van zijn lied vliegt onze merel-kerel weer weg. Op zoek naar groenere wieden, sappige wormen en lekkere meiden. Succes kerel!

Spring naar toolbar