Hongerige ogen

Ritmisch en gestaag beuken de golven op de rotsen. Het lijkt bijna een liefkozing, zij het een hardhandige. Alsof de zee wil laten zien aan het land wie de baas is.

Er is geen ontsnapping voor de rotsen, gelaten ondergaan ze hun lot. Langzaam afbrokkelend, tot er niets meer van over is. Niets meer dan zand, aangespoeld op het strand.

Golf na golf rolt het strand op. Net als de ene golf terug wil keren naar de zee, komt de volgende er al aan. Ongedurig, ongeduldig en onstuitbaar.

Verderop is het kalm, op de open zee. Op het strand is het rustig, hier en daar zaten wat mensen. Even verderop oefende een jongleur, om klaar te zijn voor de zomer. We zochten en vonden een mooi plekje om te lunchen, met uitzicht op zee. Gratis en voor niets!

Ik pakte mijn lunch box, en pakte één van mijn zelf gesmeerde broodjes. Ik voelde twee paar hongerige ogen, gebiologeerd starend naar mijn broodje. Ik voelde de twijfel, ‘zal ik dichterbij gaan, of niet?’ Hij wilde dolgraag het broodje uit mijn handen grissen, maar miste het lef om het daadwerkelijk te doen. Of misschien was hij niet hongerig genoeg.

Ik liet me niet van de wijs brengen. Hap na hap verdween het broodje in mijn mond, op weg naar mijn maag. Het was lekker brood, ik was zelf zo mogelijk nóg hongeriger, en niet bepaald van plan te delen.

Eerst waren ze met z’n tweeën, zijn maat gaf het al snel op. Die had in de gaten dat er niets te halen viel! Maar hij liet zich niet van de wijs brengen. Zijn blik blééf gefixeerd op mijn broodje, ook toen de laatste hap in mijn keel verdween.

Na een slok water om het broodje weg te spoelen, pakte ik het tweede broodje. Mmm, net zo lekker. Vers brood, krakelend iedere keer als ik kauwde. De smaak van het brood, de boter en de gerookte Spaanse ham vermengden zich in mijn mond, mijn smaakpapillen kietelend.

De hongerige ogen bleven me aanstaren. Bijna wanhopig, nu ook dit tweede broodje dat zo overduidelijk heerlijk smaakte aan zijn neus voorbij dreigde te gaan.

Niet dat ik een sadist ben, die plezier beleeft aan het lijden van een ander levend wezen. Integendeel! Ik had het harder nodig dan hij, hij kon makkelijk elders aan de kost komen, zónder te schooien.

Uiteindelijk gaf hij het op. Uiteindelijk zag hij in, dat hier niets te halen viel. Uiteindelijk besefte hij, dat ik niet zou delen met hem.

Na een laatste, verontwaardigde blik ontvouwde hij zijn vleugels, en vloog weg.

Vakantiemijmeringen

De strakblauwe lucht. De zingende vogels, verborgen in het struikgewas. De blauwe ekster, huppelend op het gras voor ons huisje.

De meeuwen, zittend op de oranjebruine daken, soms alleen, soms met een groepje. Eerst gooide de ene zijn kop in zijn nek, om uit te barsten in ‘gelach’, al gauw gevolgd door de rest.
Schijnbaar moeiteloos zwevend de meeuwen door de lucht, gedragen door hun lange, smalle vleugels.

De witgepleisterde vakantiehuisjes, met hun typische Moorse schoorstenen, soms wel een half dozijn per huisje.

De weldadige warme zonnestralen op mijn gezicht. Is het schijn, of is de zon hier echt warmer dan thuis?

De warmte en vriendelijkheid van de lokale mensen. Het heerlijke eten, dat rechtstreeks uit de zee lijkt te komen.

De hoge, steile en adembenemend mooie kliffen. De ‘verborgen’ baaien, geteisterd door ogenschijnlijk zacht rollende golven, die steeds verder het strand op kruipen. Soms zwellen de golven tot grote hoogte, om met een rollende donder tegen de rotsen omhoog te beuken.

De golven, die soms over elkaar struikelden in hun gretigheid om het strand te bereiken. De rotsen, die de liefkozing van de zee lijdzaam ondergaan, een liefkozing die ze niet kunnen ontwijken.

De rotsen, kaal en roestbruin, leven en warmte ademend. De kliffen, goudgeel glinsterend in de zon.

De groene bergen verder landinwaarts, met hun Kurkeiken bossen en Eucalyptussen, reikend tot aan de hemel.

De citrusbomen, een erfenis van de Moren, geurig en groen, een sieraad op de hellingen.

De ooievaars, in hun nest gebouwd op schoorstenen van verlaten en vervallen huizen, klepperend in een innige omhalzing.

De toeristen, hevig afstekend tegen de lokale bevolking, met hun korte mouwen en dito broeken. Ze waren niet groot in aantal, maar wel overduidelijk aanwezig.

De Chinezen, met hun fototoestellen om de nek, ‘made in China’ vanzelfsprekend, overal tussendoor banjerend, zonder op of om te kijken.

Het haveloze, verwaarloosde hotel, met enkele kamers bezet door krakers, op gepaste afstand van het strand.

De vele gesloten restaurantjes, ongeduldig wachtend op de zomer en de echte, grote stroom toeristen.

Het enkele, verdwaalde wolkje dat dacht dat het in Nederland was, om al snel weg te smelten onder de stralen van de genadeloze zon.

De kille, zouteloze torenflats in het naburige plaatsje, die als de zon onderging plots goudgeel oplichtten, verbijsterend mooi.

De zon, glinsterend op het water van de Atlantische Oceaan, als sparkelende diamanten. Om aan het eind van de dag langzaam maar onvermijdelijk in de zee weg te zinken, in een regenboog van kleur die van zachtroze in goudgeel en tenslotte oranje overgaat.

Van dit alles hebben we een week mogen genieten, intens genieten. Nu zijn we weer terug, in het koude Nederland.

Ik zou zó weer terug kunnen gaan!

Luke Skywalker

‘Met wie heb je afgesproken?’ vroeg zijn zoon. ‘Met Luc’, antwoordde José. ‘O, met Luke Skywalker!’ zei zijn zoon. ‘Luke Skywalker? Hoe kom je daarbij?’ vroeg José. ‘Dat is de enige ‘Luke’ die ik ken’, antwoordde zijn zoon.

Luke Skywalker, ik ben wel voor ergere dingen uitgemaakt. Ik vind het een mooi verhaal, een voorbeeld van totaal anders kinderen kunnen denken. Dat vrije, die fantasie, héérlijk! Soms komen ze tot verrassende, originele conclusies. Zij het in dit geval een onjuiste, helaas.

Het was een tijd geleden dat José en ik elkaar gesproken hadden. José is een oud-collega, waar ik regelmatig contact mee heb. We zijn het stadium van oud-collega’s voorbij, we zijn vrienden geworden. Vrienden die elkaar niet om de haverklap zien, maar als je echte vrienden bent, hoeft dat ook niet. Het gaat om kwaliteit, niet om kwantiteit. Zowel als het gaat over hoe vaak je elkaar ziet, als over het aantal goede vrienden dat je hebt.

José vertelde het verhaal van een goede vriend uit Portugal, waar José vandaan komt. Ze kennen elkaar al vanuit hun vroege jeugd, door omstandigheden is het een paar keer voorgekomen dat ze elkaar voor langere tijd uit het oog verloren. Zodra het contact weer hersteld was, was het als vanouds. Alsof ze elkaar gisteren voor het laatst gezien hadden. Ware vriendschap kent geen tijd.

Zo is het ook voor ons. Anderhalf jaar geleden was het, dat we elkaar voor het laatst gezien hadden. Dan heb je aardig wat te bespreken! Zoals mijn carrièreswitch, José had ook het nodige meegemaakt. Tijdens een vakantie verdraaide hij zijn knie, daar was hij maanden zoet mee. Na een week vroeg hij of hij vanuit huis mocht werken, als je alleen maar stil op de bank kunt liggen, kun je net zo goed wat om handen hebben.

Daarnaast heeft hij een eigen bedrijf, dat databases ontwikkelt. Voor mij een ingewikkelde materie, die mijn verstand te boven gaat. Ik hou het bij pen en papier. Ouderwets? Welnee, traditioneel!

Het is wonderlijk, hoe vertrouwd het voelde, ondanks de verstreken tijd. Fijn ook om met een gelijkgestemde te spreken, al is dat niet het allerbelangrijkste. Of je het met elkaar eens bent of niet, het gaat erom dat je een raakvlak hebt. Het gaat er vooral om dat je elkaar respecteert. Zoals José en zijn (tweede) vrouw, zij is katholiek, hij niet gelovig. Het is voor beiden een non-issue, omdat ze elkaars ideeën respecteren en elkaar daarin de ruimte geven.

De tijd vloog voorbij, voor we het wisten was het laat. We namen hartelijk afscheid, we spraken af de volgende keer onze vrouwen (en zijn zoon) mee te nemen. Dan ken je elkaar al jaren, maar elkaars gezin heb je nog nooit ontmoet. Daar gaan we wat aan doen!

Ik hoop dat zijn zoon er naar uit zal kijken om Luke Skywalker te ontmoeten.

Winter wonderland

Zaterdagmorgen, 3 maart. De meteorologische lente is twee dagen tevoren begonnen. Iemand was blijkbaar vergeten het tegen de winter te zeggen, die deed nog een laatste, verwoede poging het land in zijn ijzige greep te krijgen.

Ik kijk uit het raam, tot mijn verrassing ligt er een laagje sneeuw op de grond en op de daken, als fijne poedersuiker. Mijn eerste neiging is om naar buiten te rennen, om als eerste mijn voetafdruk in de maagdelijke sneeuw te zetten. Of een sneeuwpop te maken. Of me middenin een sneeuwballen gevecht te storten.

De sneeuw had haar maagdelijkheid al opgegeven, menig auto- of fietsband had al een diep spoor getrokken. In de verste verte was geen sneeuwballen gevecht te bekennen, een sneeuwpop hadden we de vorige keer dat er sneeuw lag al gemaakt. Om de pop binnen een dag of wat weer te zien smelten. Dat kon ik mijn hart niet nog een keer aandoen!

Toeval of niet, vandaag is er de opening van een natuurpad. Het vooruitzicht te kunnen wandelen in de sneeuw, dat kan ik niet weerstaan. Voorzichtig stap ik op mijn (witte) fiets, perfect gecamoufleerd voor dit weer. Voorzichtig draai ik naar rechts. De straat is nog niet bestrooid, ik neem de bocht ruim en draai langzaam bij naar rechts. Een vrouw met kinderwagen komt me tegemoet, ze kijkt me een beetje meewarig aan. ‘Jij bent gek, om je op de fiets op de weg te wagen!’

Het zou goed kunnen.

De ene weg is de andere niet, op de doorgaande wegen is de sneeuw al weggereden door het drukke verkeer. Zodra ik in de buurt kom van het bos, keert de sneeuw weer terug en gaat het tempo weer omlaag. Bochten zijn een uitdaging, die ik langzaam en bedachtzaam aanga.

Ik slaag erin me staande te houden, zonder glibberen of glijden haal ik het startpunt van de wandeling. De wandeling is een belevenis op zich, met joelende kinderen die voortdurend sneeuwballen naar elkaar gooien. Dat hebben ze in hun jonge leven niet vaak meegemaakt, sneeuw. Ik, die al wat ouder ben, trouwens ook niet. Geniet ervan, zolang het duurt!

Het is een magisch gezicht, in het bos. Bomen bedekt met een dun laagje sneeuw, witte vlaktes waar de sneeuw aan het rulle zand plakt, en dan het ven. Het water bevroren, de schaatsers draaien hun rondjes. Sommigen spelen ijshockey, anderen zitten nog aan de kant en doen hun schaatsen aan. Alsof een tekening van Anton Pieck tot leven is gekomen!

Het was een wonderbaarlijke ervaring, dit winter wonderland. Gelukkig trekt de natuur zich niets aan van de kalender!

Haat-liefde verhouding

Lijdzaam onderga ik mijn lot, meer kan ik niet doen. Ik zie hem van de verte al aan komen sjokken, de dikzak. Denkend dat hij nog steeds het lichaam van een jonge god heeft. Was dat ooit zo? Ik zou het niet weten.

Weken, soms maanden lang mijdt hij me. Ziet hij me niet eens staan. Het liefst laat hij het zo. Hij wil het gewoon niet weten. Af en toe wint de nieuwsgierigheid het van de afkeer.

Voorzichtig neemt hij plaats, eerst de ene voet, dan de andere. De ogen gesloten, alsof hij het nog niet wil zien. Plots opent hij de ogen en kijkt verschrikt. Een kreun, daarna een vloek ontsnapt aan zijn lippen. Weer heb ik hem teleurgesteld, weer kan ik niet aan zijn verwachtingen voldoen.

Rare jongens, die mensen. De een rookt, snuift, drinkt en eet wat hij wil, de ander ontzegt zich juist van alles en sport zich een ongeluk, om aan een onhaalbaar schoonheidsideaal te voldoen. Het maakt niet uit, allemaal slaken ze een zucht voordat ze op me plaatsnemen, en een kreun en een vloek als ze de waarheid zien.

Want het is de waarheid, de naakte, objectieve en onweerlegbare waarheid. Onontkoombaar, rauw en keihard. Geen nepnieuws, gefabriceerd door een Russische internetgeek, geen tweet gebaseerd op onvolledige feiten of een gebrek aan kennis of inzicht. De pure waarheid, niets meer, niets minder. De mens zelf geeft er betekenis aan.

Ik zeg het niet graag. Ik weet dat hij het niet wil horen. Maar ik kan niet anders. Wie houd ik dan voor de gek?

Hij kreunt en hij vloekt wel, maar gaat vervolgens op dezelfde voet verder. In het begin let hij wel op wat hij eet, eet minder troep en drinkt minder bier. Lang houdt hij het niet vol. Chips, nootjes, een stukje worst. Een biertje op zijn tijd. Héérlijk vindt-ie het! Hij kan het gewoon niet laten, zolang hij het niet overdrijf hoeft dat ook niet. Maakt hij zichzelf wijs.

Op dieet gaan, hij moet er niet aan denken. Alleen maar worteltjes, selderij sticks, komkommer eten en water drinken, hij wordt er bij voorbaat al gallisch van. Hij wil eten waar hij zin in heeft, wanneer hij zin heeft. Dan moet je het niet gek vinden dat je zwaarder wordt, vriend!

Meer bewegen? Dat is zonder meer een goed idee! Hij sport één keer per week, hij gaat ook elke dag wandelen. En hij loopt naar zijn auto. Poe, wat een inspanning allemaal. Ik krijg het er warm van!

Het is als de koers van een beursgenoteerd bedrijf dat op een faillissement afstevent. Het zijn cijfers waar je niet op zit te wachten. Hoewel, er zit wel een stijgende lijn in!

Het is een haat-liefde verhouding, tussen een man en zijn weegschaal. We kunnen niet met, maar ook niet zonder elkaar.

Wat is dan de oplossing voor zijn dilemma? Hij kan de haat-liefde verhouding op twee manieren beslechten. Ofwel hij gaat meerderen en minderen, meer beweging en minder chips, cola en wat dies meer zij. Ofwel ga ik de deur uit. Dat is ook een manier.

Gemiste kans

Het leven is niet eerlijk. Het voelt als een gemiste kans. Als columnist zit je er op te azen, op de kans eens compleet los te gaan.

Wat is er dan aanlokkelijker dan een gelegenheid eens lekker tekeer te gaan tegen een groot bedrijf? Grote bedrijven hebben geen oog voor de kleine particulier, die hun klanten zijn. Het zijn logge, starre bedrijven die alleen naar winst kijken, vol bureaucratische regeltjes die de medewerkers verstikken. Al zijn ze nog zo van goede wil, ze kunnen ons niet helpen. Dat zou je allicht kunnen denken.

Ik rook mijn kans, toen ik van mijn zorgverzekeraar een mail kreeg, met als titel ‘Eerste betalingsherinnering’. ‘Hoezo, eerste betalingsherinnering?’ dacht ik. Ik had een maand eerder een mail gehad over het bedrag dat ik aan eigen risico moest betalen. Een bedrag dat, zoals mijn zorgverzekeraar zelf aangaf, automatisch afgeschreven zou worden. Dan verwacht je geen herinneringsmail met de dreiging dat je wel binnen twee weken moet betalen.

Juist ja, tijd om mijn pen weer eens in gif te dopen. Handen wrijvend sleep ik de messen. Zou het er dan eindelijk van komen? Zo veel onkunde, dat moest een geweldige column opleveren!

Enfin, eerst maar eens bellen. Dat is wel zo netjes. Hoor en wederhoor! De ergernis begon al meteen, ik kwam in een belmenu terecht. Keuze 1, eigen risico. Ik zag al voor me dat ik minstens een half dozijn ‘keuzes’ zou moeten maken voordat ik verbaal los kon gaan. In plaats daarvan kwam ik in de wachtrij. Juist. Wacht eens, dat biedt mogelijkheden! ‘Uren hing ik in de wacht!’ ‘Stoom kwam uit mijn oren!’

Nee hoor, weer niet. Binnen een paar minuten stond ik al vooraan in de wachtrij, een paar minuten later had ik al iemand aan de lijn.

Shit! Het was nog een vriendelijke dame ook. Ik had nog niet gezegd hoe geërgerd ik was dat ik een herinnering gekregen had, of ze maaide het gras voor mijn voeten weg, haalde de angel uit de kwestie en doofde het vuur van mijn verontwaardiging. Sorry. Er was iets fout gegaan bij de automatische incasso, de herinnering was automatisch verstuurd. Excuses voor het ongemak!

Tja, daar zat ik dan. De rekening wilden ze niet verscheuren, dat was jammer. Ik wilde zeker zijn dat de rekening niet dubbel betaald zou worden, dus werd ik doorverbonden met een collega.

Weer even in de wacht, de collega had het druk. Ik was bepaald niet de enige bij wie het fout gegaan was. Als klap op de vuurpijl had de collega ‘koud doorverbonden’, dus niet even uitgelegd waar ik voor belde.

Er was iets fout gegaan bij de verwerking van de automatische incasso’s, kan gebeuren. Nogmaals werden excuses gemaakt, binnen een week zou het in orde gemaakt zijn. Ik kreeg een beetje medeleven met de mensen van de klantenservice, die een situatie die ze zelf niet veroorzaakt hebben moeten rechtbreien. Zie dan maar eens iedereen positief en opgewekt te woord te staan, iedere keer weer.

Tevreden gesteld hing ik op. Als klant ben ik tevreden. Als columnist treur ik om een gemiste kans.

Volgende keer beter!

Herman en Hermien

Herman. Aan wie denkt u bij deze naam? Aan een familielid, vader, oom, broer of neef? Of aan Herman den Blijker, de bekende tv-kok die nog steeds hotels of restaurants onder handen neemt, als hij niet bezig is in zijn eigen restaurants of ingeblikte groenten probeert te slijten aan tv-minnend Nederland. Of denkt u aan Herman Brood, Herman van Veen, Herman Finkers of Herman Koch?

Herman was ook de naam van een stier. Stier Herman overleed op 2 april 2004, hij was een bijzonder dier. Hij leek op een gewone stier, maar was dat bepaald niet. Herman was genetisch gemanipuleerd! Bij Herman was een stukje menselijk DNA ingebouwd, met de bedoeling dat zijn dochters melk zouden produceren met het ontstekingsremmende eiwit lactoferrine.

Hoewel Herman 55 nakomelingen produceerde (niet slecht!), werd deze doelstelling niet gehaald. De melk van Hermans dochters bevatte minimale hoeveelheden lactoferrine, Herman was meer een theoretisch dan een praktisch succes. Later is dat bij andere runderen wel goed gekomen overigens. Herman ontsnapte aan het slagersmes en mocht zijn pensioen doorbrengen in een stal bij Naturalis in Leiden.

Hermien zal u welbekend zijn, ze is een koe die op weg naar het slachthuis samen met haar zus wist te ontsnappen. Haar zus werd al snel weer gevangen, Hermien is al weken alles en iedereen te slim af en houdt zich schuil in de bossen bij het Overijsselse Lettele.

Het is hartverwarmend, het verhaal van Hermien. Het is het verhaal van de underdog, het verhaal van een onwaarschijnlijke en miraculeuze ontsnapping. Het is als een spannende film, waarbij iedereen hoopt dat het goed afloopt met de held(in), al weten we dat de kans klein is.

De eigenaar en naamgever van Hermien, Herman Jansen, heeft aangegeven dat Hermien niet alsnog naar de slager hoeft. Als iemand de (financiële) verantwoordelijkheid op zich wil nemen, mag hij of zij Hermien gratis overnemen.

Over beide dieren was een hoop te doen, al moest Herman het doen zonder hashtags. Beide hebben het lot dat hun soortgenoten wel ten deel valt (vooralsnog) weten te ontlopen. Voor de gemiddelde koe of stier geen hashtag, geen bos waar ze kunnen verschuilen, geen reddingsactie. Niemand die zich om hen bekommert, niemand die er een biefstuk minder om eet. Ikzelf ook niet.

Wij mensen zijn van nature omnivoren, vlees is een onderdeel van ons menu. Niet per se het belangrijkste onderdeel, niet voor iedereen. Vlees heeft nog steeds iets van luxe, we vinden het belangrijk om het ons te kunnen veroorloven. Waar supermarkten dan weer gretig op in spelen met hun kiloknallers.

Het kan geen kwaad ons eens te bezinnen op wat we eten, wat er in zit en waarom we het eten. Minder vlees eten kan evenmin kwaad, ik ga het in elk geval proberen. Of het lukt is een ander verhaal, ik vind vlees wel errug lekker!

Herman en Hermien, het klinkt als een liefdespaar uit een sprookje. Hen is het wel gelukt te ontkomen aan hun noodlot, zouden wij ook niet liever ontsnappen dan opgegeten te worden? Het is een gelegenheid om stil te staan bij hoe we omgaan met ons eten, met de levende wezens om ons heen. Het is een gelegenheid de vraag te stellen of dat ook is wat we willen, nu en in de toekomst.

Dromen zijn bedrog, lekker slapen niet!

Slapend rijk worden, wie droomt daar niet van? Totdat je wakker wordt, en je portemonnee nog net zo leeg is als toen je ging slapen.

Misschien droom je wel van heel andere dingen. Een medaille op de Olympische Spelen. Het winnende doelpunt maken in de finale van het WK voetbal. Of wil je een bekend muzikant of dj worden. Het kan allemaal, in je dromen.

Dromen zijn bedrog, zingt Marco Borsato, een goede nachtrust is echter een droom die wèl kan uitkomen. Een goede nachtrust is ook een rijkdom, een die niet uit te drukken is in geld, net als (en niet los te zien van) een goede gezondheid. Een essentieel onderdeel van een goede nachtrust is het matras. Dat is de basis, daar hangt alles vanaf.

Een perfect matras, een dat volledige steun van top tot teen geeft, waardoor je makkelijker in slaap valt en dieper slaapt. Zodat je na een verkwikkende nachtrust wakker wordt zonder klachten. Met een afritsbare en wasbare hoes die een beschermingslaag heeft tegen bacteriën, voor de allergische slapers. Het lijkt een droom die uitkomt!

Als het dan ook nog eens gaat om betaalbare matrassen van topkwaliteit, dat perfect past bij jou. Dat aangepast is, niet alleen naar jouw wensen maar ook naar je behoefte qua levensstijl en comfort. Een perfect matras voor relatief weinig geld, zo komt de droom van financiële rijkdom in elk geval een stuk dichterbij!

Het is een droom, waar je naar op zoek kunt op het internet. Bijvoorbeeld bij PerfectMatras. Met een ruime, betaalbare keuze die ook nog eens gratis thuisbezorgd wordt. Op je gemak thuis een keuze maken en dan achterover leunen tot je droom thuisbezorgd wordt, wat wil een mens nog meer?

Neem bijvoorbeeld het Pocketvering Matras Life. Een matras waarop je haast niet anders kan dan heerlijk in Morpheus armen liggen, een matras dat je in de armen neemt en naar Dromenland voert. Een matras met liefst zeven zones, voor optimaal comfort en ondersteuning. Een matras dat zo flexibel is, dat het zich aanpast ook als je alleen maar even anders gaat liggen. Met als extra bescherming tegen de huismijt, dankzij de afritsbare en wasbare hoes.

Zo hebben ze nog meer matrassen bij Perfect Matras, voor elk wat wils en voor iedere portemonnee!

Dan kan het gebeuren dat je na een goede, verkwikkende nachtrust nog steeds niet slapend rijk geworden bent. Je voelt je wel de koning te rijk, goed uitgeslapen en vol energie. En je portemonnee is ook een stuk voller gebleven!

Trip down memory lane

‘Ben jij een Bredanaar?’ vroeg Rinus. Dat was een gewetensvraag. Ik woon sinds 3 jaar in Son, dus technisch gezien niet. ‘Als je er ruim 30 jaar gewoond hebt, mag je jezelf wel Bredanaar noemen’, antwoordde ik. Een ere-Bredanaar dan, soort van. ‘Ik voel me erg thuis in Son en Breugel, ik ben meer een Son en Breugelnaar’, voegde ik er aan toe.

We maakten een wandeling in het Mastbos bij Breda. Rinus is een oud-collega, hij was een tijdje afdelingshoofd bij de bank waar ik in een ver verleden mijn opmars in de financiële wereld begon. Later zijn onze paden een andere weg opgegaan, nu kruisten ze elkaar weer even. 

Eens per week gaan een twaalftal oud-collega’s wandelen en bijkletsen, al zo’n zeven jaar. Ik was al eens eerder mee geweest, jaren geleden. Ofwel door werk, ofwel door de afstand na mijn verhuizing was het er sindsdien niet meer van gekomen. Een tijdje terug stuurde ik een mail naar de oud-collega’s, om ze op de hoogte te stellen van mijn schrijfcarrière. Dat leidde tot leuke reacties, uitmondend in deze wandeling.

Ik dacht het Mastbos goed te kennen. De route die mijn oud-collega’s kozen, was net anders dan mijn favoriete routes uit het verleden. Talloze keren heb ik door dit bos gebanjerd, in weekenden en op vrije dagen. Nu ging de route langs voor mij onbekende paden, om uiteindelijk weer op bekend terrein uit te komen. Gelukkig!

Het was bewolkt, waardoor het bos een klammige, sombere sfeer kreeg. Dan nog blijft het bos een mooie, wonderlijke plek. Al heb je er nog zo vaak gewandeld, dan nog kun je nieuwe plekken ontdekken. Het bos verandert, niet radicaal, niet zomaar ineens, maar geleidelijk. Al ziet het bos er ook anders uit als het zonnig weer is, in plaats van somber

Het was een ware survivaltocht. Langs afgewaaide takken en een enkele omgewaaide boom, om de haverklap moesten we ons langs of zelfs door modderpoelen en waterplassen een weg banen. Een kapmes was soms geen overbodige luxe geweest.

Sommigen hadden na ons gezamenlijke verleden nog een eigen werkverleden opgebouwd, anderen niet. Maar die zaten evenmin stil! Sociale betrokkenheid, coachen van kinderen met een achterstand, vrijwilligerswerk bij ouderen en/of eenzame mensen, het is een mooi stel mensen, die oud-collega’s van mij. Het is eigenlijk een soort tweede familie.

‘Vroeger had je meer haar’, zeiden ze nog tegen me bij de begroeting. Tja, van je familie moet je het hebben! ‘Ik heb me aangepast aan jullie kapsels’, antwoordde ik gevat. Inderdaad, de meeste mannen hadden al net zo’n aerodynamisch kapsel als ik.

Dan weer met de een, dan weer met de ander, onderweg of eenmaal terug in café de Kogelvanger, het verzamelpunt, het was heerlijk mijn oude werkfamilieleden weer te zien en met hen bij te praten. Het voelde als thuiskomen.

Ja, het voelde als thuiskomen, als een trip down memory lane. Het smaakt naar meer! Dat komt goed uit, ik weet nu waar memory lane ligt.

Wachttijd

Witte, hoge muren strekken zich langs mij uit, tot grote hoogte. Het is meer een smalle gang dan een wachtkamer. Aan de muur hangen een paar posters, of een kunstwerk. Eerlijk gezegd weet ik het niet zeker, ik heb het niet geregistreerd.

Aan de rechterzijde, vlak naast de stoel waarop ik zit, is een deur. Af en toe hoor ik een stem klinken. ‘Je moet het in je eigen tempo doen’, zegt de stem. Geen slecht advies, lijkt me.

Verderop in de gang zijn nog een paar deuren, ik vermoed van de wc. Het verst van mij vandaan, vlak bij de ingang, is de deur waar ik zo meteen moet zijn. Aan de linkerkant zit ook een deur, met daarvoor een trap, waar ik precies onder zit.

Er gaat een deur open. Het geluid echoot in de hal, zodat ik niet thuis kan brengen waar het vandaan komt. Een stroom woorden komt naar buiten, cirkelt rond mijn hoofd. Een man is iets aan het vertellen, het is een onverstaanbare brei van woorden. ‘Ja. Ja.’, hoor ik zijn gesprekspartner zeggen. Een flard, meer is het niet. Een flard, waar ik niets wijzer van word.

Ineens staat een groep mannen voor de deur, verbaast rukken ze aan de deurknop. Ze worden verwacht, een man komt de trap af en doet de deur open. Een kakafonie van geluid stroomt binnen, met de onvermijdelijkheid en onstuitbaarheid van een lawine. Ook hier kan ik weinig uit opmaken, behalve dan dat de mannen vertrokken met sneeuw. Tja, het zit in de lucht, schijnt het.

Ik verleg mijn aandacht naar het tafeltje naast me. Bovenop liggen wat folders. Op de plank, onder het tafelblad, ligt een dikke stapel tijdschriften. Een ‘Weekend’ en een ‘Party’ zie ik liggen, er ligt vast nog ergens een ‘Story’ in de stapel. Vanwaar die fascinatie met het wel en vooral het wee van bekende Nederlanders?

Even schrik ik op, als er boven een deur open gaat, en er wéér een stortvloed van geluid op me afkomt. Ik kom hier voor mijn rust, wil ik uitschreeuwen. Ik doe het niet. Ze horen me toch niet, maak ik mezelf wijs.

De rust is snel weergekeerd, gelukkig. Het zonnetje schijnt, even maar, door het bovenlicht boven de deur. Ik koester me gretig in het gefilterde zonlicht, zo lang als het duurt. Binnen de kortste keren is het zonnetje verdwenen achter de grijze wolken. Het moment is weer voorbij.

Terug naar de leestafel dan maar. Woon- en lifestyle bladen te over, geen voetbal- of andersoortig mannenblad. Komen er zo weinig mannen hier, of lezen die niet als ze aan het wachten zijn?

Dan gaat opnieuw een deur open, de deur waar ik moet zijn. Er stapt een man naar buiten! Ben ik in elk geval niet de enige.

Mijn wachttijd is voorbij, voor deze keer.

Spring naar toolbar