Terreur in de trein

Het gebeurde eind mei, in een trein naar Portland in de VS. Een 35-jarige man, naar het schijnt een ‘white supremacist’, viel uit tegen twee vrouwelijke passagiers. Een van de vrouwen droeg een hijab of hoofddoek. Een ‘white supremacist’ is iemand die overtuigd is van de superioriteit van het blanke ras.

Een drietal passagiers probeerde tussenbeide te komen om de situatie te sussen, waarop de 35-jarige man gewelddadig werd en de drie mannen met een mes aanviel. Twee van de drie mannen kwamen daarbij om het leven, de derde belandde zwaargewond in het ziekenhuis. Naar alle waarschijnlijkheid zal hij het wel overleven.

Het is geen terroristische aanslag in de zin dat deze man met opzet de trein nam om vrouwen met een hoofddoek verbaal lastig te vallen. Of dat hij de intentie had om elke man of vrouw die de euvele moed zou hebben tussenbeide te komen te grazen te nemen. Het lijkt toevallig zo te zijn gelopen, met fatale gevolgen. Het is naar mijn mening wel een vorm van terreur.

Hij moet vol haat zitten, deze 35-jarige man. Een haat die verstikt en het denken onmogelijk maakt. Een haat die je van binnen opvreet, tot je alleen nog maar een holle schim bent. Wie weet was hij ooit een lief jongetje, dat zo leuk speelde met de (gekeurde) kinderen in de buurt. Het is moeilijk voor te stellen.

Des te groter is het contrast met de drie mannen die te hulp schoten. De ene was een 53-jarige veteraan die in Afghanistan en Irak gediend heeft en als technicus werkte voor de gemeente Portland. Een man met sterke overtuigingen, die bereid was daarvoor op te komen. De andere was een 23-jarige student met een veelbelovende toekomst. Hij wordt door mensen van zijn universiteit omschreven als een buitengewoon persoon, geliefd en intelligent. De derde man, die nog in het ziekenhuis verblijft, is een 21-jarige dichter die gedichten schreef tegen vooroordelen.

Het is een contrast dat we steeds meer zien in onze maatschappij, niet alleen in Amerika. Er is veel woede en boosheid, soms zelfs blinde haat. Veel mensen voelen zich achtergesteld, voelen zich bedreigd. Het is niet een gevoel dat eenvoudig onder worden te brengen is. Juist omdat het een gevoel is, wat niet per se waar hoeft te zijn, zijn deze mensen ook niet makkelijk te overtuigen van het tegendeel. Het is ook niet nodig dat we het allemaal eens zijn met elkaar, wel dat we naar elkaar luisteren en elkaars mening, geloof, etniciteit, seksuele voorkeur en cultuur respecteren. Zoals we ook willen dat anderen onze mening etc. respecteren.

Wat mij het meest bij zal blijven zijn de laatste woorden van de 23-jarige student. Een vrouwelijke medepassagier zag dat hij stervende was en wilde hem niet alleen laten. Ze kenden elkaar niet voor dat fatale moment. Ze zei tegen de student: ‘Je bent een mooie persoon. Het spijt me dat de wereld zo wreed is.’ De student sprak niet over angst, paniek of kwaadheid. Zijn laatste woorden waren woorden van liefde. Hij zei: ‘Zeg tegen iedereen, ik wil dat iedereen het weet, dat iedereen in deze trein weet, ik hou van jullie.’

Woorden van liefde en vergeving, van iemand die slachtoffer werd van blinde haat en zinloos geweld. Het toont aan hoe sterk liefde kan zijn, het toont aan dat het licht het donker kan overwinnen. Zolang wij niet toegeven aan terreur.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Spring naar toolbar