Een killerbody in 30 dagen

Bron: Pixabay.com

Het was een advertentie op Gezichtsboek, u weet wel, die altruïstische website die al vele jaren ons aller gegevens verzamelt en beschermt.

Mijn blik viel eerst op de foto. Drie mannen, in sportieve kleding, met wat naar in aanneem afgetrainde lichamen moesten voorstellen. Hun wijsvingers (van beide handen!) wezen enthousiast naar de banner onder de foto, een grote tandpastaglimlach sierde hun lippen. ‘Voor mannen uit Eindhoven e.o.’. Son ligt onder de rook van Eindhoven. Of erboven, beter gezegd.

De eigenlijke boodschap, waarvoor de heren zo wervend op de foto gingen, stond boven: ‘Killerbody in 30 dagen’, geflankeerd door twee losse armen in spierballenpose. Een intrigerende boodschap. Hebben mannen buiten Eindhoven e.o. dan geen behoefte aan een killerbody? Of hebben ze die allemaal al? Klinkt gevaarlijk, zo’n killerbody. Voor je het weet, zit je naast Frank Masmeijer.

Het was een buitenkans. Nog maar zes plaatsen, voor mannen tussen 45-55 jaar die ‘30 dagen de Uitdaging aan willen gaan’. Uitdaging met een hoofdletter nog wel. Ik ben niet vies van een uitdaging, binnen 30 dagen van een uitgezakt, wel doorvoed middelbaar lichaam naar een killerbody, dat is erg snel. Het wekte mijn nieuwsgierigheid. Wat is precies een killerbody, en waarom zou ik er een moeten willen?

Misschien dat een kijkje op de betreffende website uitkomst zou bieden. Aanmelden kon nog 5 dagen, 3 uur, 31 minuten en 33 seconden. Terwijl de seconden verder wegtikken, keek ik wat ik verder te weten kon komen. Het ging om een ‘challenge’, een programma van 30 dagen met een persoonlijk maaltijden plan én een persoonlijke coach. Wauw!

Onderaan stonden twee aanbevelingen, van Marcel (41 jaar) en Pierre (37 jaar). Een andere leeftijdscategorie, een kniesoor die daar op let. Ze waren dankbaar voor het programma, dat de discipline opleverde die ze zelf blijkbaar niet op konden brengen. De kilo’s vlogen eraf! Wat de voordelen (en nadelen) van een killerbody zijn, en hoe je ervoor kunt zorgen dat je dat goddelijke lichaam in stand houdt ná die 30 dagen, dat stond er niet bij. Mijn vragen bleven onbeantwoord, mijn nieuwsgierigheid onbevredigd, mijn twijfel niet weggenomen.

Een weekje later zag ik, óók op Gezichtsboek, een andere, minstens zo intrigerende advertentie. Voor ManShape, een soort korset voor mannen om het buikje te verbergen. Dat lijkt me een makkelijkere oplossing.

Een killerbody in 30 dagen, het klinkt te mooi om waar te zijn. Meestal is het dan ook zo.

Mo in the flow

Bron: Pixabay.com

Wie heeft hem niet zien dansen op het voetbalveld, als ware het een groene dansvloer? Mo Ihattaren, er wordt nu al om hem gevochten, door de bondscoaches van Nederland en Marokko. Een luxe probleem voor een voetballer, die nog geen 18 is. En die net aan het doorbreken is. Twee goals maakte hij de afgelopen week, één in Almelotegen Heracles, op een verdwaalde zondagavond terwijl de aandacht van voetbalfans al op de komende werkweek gericht was. En één tegen Apollon uit Limassol, een wedstrijd van levensbelang om toch nog wat euro’s bij elkaar te kunnen schrapen in de Keukenkampioendivisie van Europa. Je moet toch wat, als club.

Een ster in wording, die in de toekomst nog veel sterker zal gaan schijnen. Daar kunnen we op wachten. Als hij aan de bal komt, gebéúrt er wat. Als hij aanzet voor een dribbel, tussen drie of vier tegenstanders door, hou je je hart vast. Balverlies lijkt onvermijdelijk. Maar nee hoor, hij komt er langs. Als in een flits, als je even met je ogen knippert, is hij al weg.

Hoe lang hij nog bij PSV blijft, is een goede vraag. Wat goed is, komt snel. Een basisplaats ligt voor het grijpen, dan is de vraag hoe lang het duurt voor de topclubs uit Europa op de deur zullen kloppen van John de Jong. Haast lijkt hij niet te hebben, ook niet als het gaat om de keuze voor welk nationaal elftal hij uit wil komen.

Ik hoop dat hij voor Oranje kiest. Ik hoop dat hij ons aan nieuwe successen zal helpen, na een donkere periode vol afwezigheid op grote toernooien zijn we net weer op de goede weg. Hulp is daarbij van harte welkom!

Het valt op dat veel Marokkaanse voetballers liever een leeuw van de Atlas zijn dan een Oranje leeuw. Het zegt iets over hoezeer menig Marrokkaan zich verbonden voelt met het land waar hij vandaan komt, ook al is hij er niet geboren en kent hij het alleen van vakanties. Daarom kun je je nog wel Marrokkaan voelen. Het kan zijn dat Mo niet zelf de keuze kan maken, als er grote druk wordt uitgeoefend op hem vanuit zijn omgeving. Ik hoop dat Mo zijn hart volgt, ook al leidt hem dat naar Marokko.

Het maakt ook niet uit. Het maakt niet uit hoelang Mo nog in de Eredivisie speelt, het maakt niet uit of hij zich in het oranje hijst, of het rood en groen van Marokko. Waar hij ook gaat, in welk shirt hij ook speelt, de liefhebber zal altijd van hem kunnen genieten. Zoals we ook kunnen genieten van Messi of Christiano Ronaldo.

Zolang Mo in the flow blijft, blijf ik met ingehouden adem watertandend kijken. Go Mo!

Reken er maar niet op

Afbeelding van Dean Moriarty via Pixabay

Er is een groot gebrek aan leerkrachten, is mij verteld. Het is een waar probleem, dat nog verergerd wordt doordat wannabe leerkrachten de rekentoets niet halen. Onlangs las ik het verhaal van Charlotte, die haar droom om juf te worden op moest geven nadat ze niet slaagde.

Zo gaan er ongetwijfeld veel meer potentieel goede leerkrachten verloren. De reden dat de rekentoets werd ingevoerd, is omdat men er een jaar of tien geleden achter kwam dat de rekenvaardigheid van Nederlandse achteruitging. Dat kwam doordat de leerkrachten zelf niet goed konden rekenen.

Dat je niet iemand rekenen kunt leren als je het zelf ook niet kan, dat kan ik nog volgen. Of het invoeren van een reken- of andersoortige toets het antwoord is, als falen betekent dat je de opleiding niet mag volgen, is voor mij niet te volgen. Het is zoiets als het kind weggooien met het badwater, wie weet hoeveel goede potentiele leerkrachten afvallen door het falen voor zo’n toets, of niet eens beginnen aan de opleiding? Een aantoonbare verbetering van de kwaliteit van de leerkrachten is in elk geval niet te zien, aldus de experts.

Is het inderdaad een vereiste dat leerkrachten per se goed kunnen rekenen? Of goed zijn in taal, geschiedenis of exacte wetenschappen? Een pluspunt is het sowieso, goed les kunnen geven is een vak apart. De leraren die mij het best zijn bijgebleven, waren boeiende vertellers, niet noodzakelijkerwijs experts op hun vakgebied.

Kinderen die slecht kunnen rekenen, ook al zou de kwaliteit van het onderwijs wel verbeterd zijn, moeten die het zelf maar uitzoeken? We leven in een wegwerpmaatschappij, als de asbakken vol zijn, kopen we al een nieuwe auto, bij wijze van spreken. Misschien niet het beste voorbeeld, gezien het feit dat roken steeds minder geaccepteerd wordt, maar toch.

In plaats van leerlingen die falen voor de rekentoets weg te sturen, zouden we beter kunnen kijken op wat voor manier ze wel als leerkracht ingezet zouden kunnen worden. In plaats van te kijken naar wat iemand niet kan, kunnen we beter kijken naar wat hij of zij wél kan.

De wereld is vol van misfits, die op de een of andere manier niet aan opleidingsnormen voldeden, maar toch slaagden. Juist omdat ze ‘out of the box’ denken. Zoals Albert Einstein, geen van zijn leraren had ooit gedacht dat hij een genie zou blijken te zijn.

Reken er maar niet op, dat het spoedig zal veranderen.

Kinderbevrijdingsfront

Bron: Pixabay.com

Misschien heeft u erover gelezen. Bij Pride Amsterdam, het bevrijdingsfestival voor anders georiënteerde medelanders, was er een man die flyers uit wilde delen voor een soort belangenorganisatie voor pedofielen, ‘Kinderbevrijdingsfront’ geheten. Een naam die bij velen weerstand oproept, al helemaal als je hoort waarom ze zo heet. De oprichter en (voor zover ik weet) enig lid, een man die zich Mark Lucius noemt, wil kinderen ‘bevrijden’ van hun ouders. Hij vindt de leeftijd waarop het legaal is seks te hebben (16 jaar) te hoog. “Waarom zouden kinderen onder de 12 jaar niet zelf mogen beslissen of ze seks willen hebben?” aldus Mark.

Als er in een relatie sprake is van evenwicht, zonder dat een van de betrokkenen op basis van leeftijd, ervaring of fysieke kracht een overwicht heeft over de ander, is er ook sprake van de mogelijkheid om te kiezen uit vrije wil. Als er geen sprake is van evenwicht, kan er ook geen sprake zijn van gelijkheid en is het risico van misbruik simpelweg te groot.

Volgens Mark is het niet zo dat hij pedofilie wil vergoelijken, al heeft het er wel verdomd veel van weg. Hij vindt dat een evenement als Pride Amsterdam ook open zou moeten staan voor mensen (vooral mannen) die op jonge kinderen vallen.

Begrip voor pedofilie, het is veel gevraagd, ook voor mij. Jonge kinderen zijn juist extreem kwetsbaar, die moeten beschermd worden. Je kunt niet van jonge kinderen verlangen dat ze al met seksualiteit bezig zijn, die moeten gewoon onbezorgd kunnen spelen en zichzelf ontwikkelen. Seks komt later, als ze er klaar voor zijn. Al verschilt de leeftijd per kind.

Je kunt pedofilie zien als een afwijking, als een ziekte. Hoe je er ook tegenaan kijkt, weggaan doet het niet. Ik vraag me af hoe iemand ertoe komt om op kinderen te vallen, het feit is dat er individuen zijn voor wie dat opgaat, zoals Mark Lucius. Als we met pedofilie omgaan zoals we met ziekte omgaan (gooi er effe een pilletje in, dat gaat het wel over), lossen we het niet op. Hoe dan wel, is de vraag.

Ik vind het dapper dat Mark voor zijn geaardheid uitkomt, juist omdat er geen groep mensen is die meer en dieper veracht worden dat pedofielen. Dat wil niet zeggen dat ik vind dat hij gelijk heeft. Hoe dapper Mark ook moge zijn, hij lijkt niet in te kunnen (of willen) inzien dat kinderen op jonge leeftijd niet kunnen kiezen, dat er sprake is van een te grote ongelijkwaardigheid.

Of mensen als Mark daadwerkelijk genezen kunnen worden, wat dat ook in moge houden, is de vraag. Tot het zover is, zou het goed zijn als pedofielen het effect van hun handelingen met jonge kinderen in zouden zien, en zich niet uitleven in donkere kamertjes ergens achteraf in Bangkok, Manila of in hun eigen slaapkamer.

Kinderen hoeven niet bevrijdt te worden, Mark, ze hoeven alleen de ruimte te krijgen om kind te mogen zijn. Volwassen zijn kunnen ze lang genoeg, kind zijn niet.

Mighty Megan strikes back

Bron: Pixabay.com

Trots stond ze op het podium, in de ene hand de gouden bal, in de andere de trofee voor de topscorer. Mighty Megan, de vrouw die hoogstpersoonlijk het gastland van de Coupe du Monde Féminine de das omdeed. En bij onze leeuwinnen.

Ze liet Sari van Veenendaal, toch geen verkeerde keeper, eruitzien als een beginneling bij de penalty, die het Nederlandse verzet brak. Sari maakte een begin om naar rechts te duiken, Megan schoof de bal in de andere hoek. Sari brak haar beweging af, duiken had geen zin meer.

Megan Rapinoe, het toonbeeld van een Amerikaanse sportvrouw. Boegbeeld van de lesbische gemeenschap in het soms niet zo heel erg vrije of verdraagzame Amerika. Ze is niet bepaald de enige lesbienne in het vrouwenvoetbal, waar anders geaarde mensen meer geaccepteerd lijken te worden dan in de macho-wereld die het mannenvoetbal pretendeert te zijn.

Megan is een vrouw van principes, die familie of vrienden niet in de steek laat. Ook niet haar broer Brian, die de lokroep van drugs en criminaliteit niet kon weerstaan. Daardoor bracht hij het grootste deel van Megans carrière door achter tralies, zonder een wedstrijd van haar te kunnen zien. Tot de finale van het WK, 2 juli 2019. Brian, het zwarte schaap van de familie, kon desondanks altijd rekenen op de steun en onvoorwaardelijke liefde van zijn zus.

Megan vocht een twitterruzie uit met de man die het tegenovergestelde is van verdraagzaamheid en gelijkwaardigheid: president Trump. Een vrouw met een uitgesproken mening en nog lesbisch ook, die scoort geen punten bij Trump. Trump, die Megan uitdaagde om het maar eens te laten zien en te winnen. En dat deed ze!

Het verzet van onze dappere leeuwinnen was tevergeefs, Mighty Megan was onweerstaanbaar. Het onvermijdelijke gebeurde. Als je dan moet verliezen, dan maar van een boegbeeld van vastberadenheid en standvastigheid, dat verzacht de pijn. Een beetje.

Megan weigerde om naar het Witte Huis te gaan voor een huldiging. Ze weigert ook om mee te zingen met het volkslied, of om haar hand op haar hart te leggen. Vanwege de ongelijkheid, die nog welig tiert in haar land, en niet alleen daar. Het is een dappere daad, in een land dat zo ongeveer stijf staat van het patriottisme. America first, weet u wel.

Megan staat voor waar ze in gelooft, voor wie ze is. Ze gaat niet opzij, buigt niet inde wind, ze geeft niet toe en ze geeft niet op. Daar kan ik alleen bewondering voor hebben.

Wie haar onrecht aan wil doen, zal het weten. Mighty Megan strikes back!

Bitterzoet

Afbeelding van Pexels via Pixabay

Bitterzoet zijn de herinneringen aan jou. Zoet, omdat er zoveel zijn. Zoet, omdat ze zo mooi zijn. Zoet, omdat ik ze altijd zal koesteren. Bitter, omdat er geen nieuwe herinneringen meer bij zullen komen. Nooit meer.

Overal zie ik dingen die me aan je herinneren. Het rookhoekje, ergens verstopt aan de zijkant of achterin, bij de sauna waar ik voorheen samen met jou kwam. En altijd even bij je ging zitten, als je weer even moest roken.

Of de rokerij op de luchthaven van Schiphol, een soort cilindervormige ruimte waar alle tabak junkies zich verzamelden, om nog gauw even een extra laagje teer aan te leggen voordat ze urenlang af moeten kicken, in het vliegtuig. Ook daar ging ik bij je staan, in de ruimte die blauw zag van de rook. Een stoomcabine is er niets bij.

Sloffen sigaretten gingen er in je reistas, het scheelde flink als je in bulk inkocht. Erg lang gingen ze niet mee. In de auto, ’s avonds op het balkon of op het terras, om de haverklap stak je er eentje op.

Had ik er iets van moeten zeggen? Een volwassen vent, die kan het toch wel voor zichzelf bepalen. Bovendien, als de smeekbedes om te stoppen van je moeder al niet hielpen, waarom dan wel van mij? Veranderen kan alleen als je dat zelf wil, niet omdat iemand anders het je oplegt of aanpraat.

Stoppen wilde je helemaal niet. Dat je verslaafd was, dat het beter was om te stoppen, wist je wel. Je probeerde het niet eens, je vond het wel prima zo. Je dacht het lot van de roker wel te kunnen ontlopen.

Pas toen het te laat was, lukte het om te stoppen. Makkelijk was het niet, om een gewoonte die je al decennia had af te leren. Maar het lukte.

Wat was je geschrokken, tot in elke vezel. Het vonnis was zwaar: kanker, in de longen. Een zwaar regime van chemo en bestraling onderging je, plus een operatie. Het leek te werken, je werd schoon verklaard.

Tot de dag dat je intense hoofdpijn kreeg, zomaar uit het niets. De kanker was terug, in je hoofd. Niets meer aan te doen, einde oefening.

De aftakeling ging langzaam, het einde kwam onverwacht. Maar niet voordat ik je kon zeggen wat je voor mij betekende, en altijd zult betekenen.

Bitterzoet zijn de herinneringen. Pijn doet het gemis nog altijd. Ik zal de herinneringen blijven koesteren, zo lang ik leef.

Douze points

girl-4212637_1920
Bron: Pixabay.com

Het is niet dat het niet kan, als heteroman, het Eurovisie Songfestival leuk vinden. Ik houd er niet van, van die wanstaltige vertoning die menig inzending op de bühne brengt. Waar het zou moeten gaan om de muziek, gaat het om de show, die blik in de camera, het opzichtig vertoon van al dan niet oprechte emotie. Om de vertoning, dus.

Om de muziek gaat het allang niet meer. Ooit, in den beginne, was dat misschien zo. Verstand heb ik er niet van. Geef mij maar voetbal!

Mijn lief houdt wel van het songfestival, tenminste als Nederland de finale haalt. Enig chauvinisme is haar niet vreemd. ‘Onze’ Duncan haalde de finale, dus zaten we gezamenlijk voor de TV zaterdag 18 mei. Mijn lief geëngageerd kijkend, ik met mijn laptop op schoot. Terwijl de optredens elkaar opvolgen, verdiepte ik me in vakantieopties voor eind september, als we mijn verjaardag weer ontvluchten.

Of ik wilde of niet, ik kreeg het een en ander mee. Op zijn best waren het aardige liefjes, met muziek die je in beweging brengt, hoe houterig het ook moge zijn (in mijn geval). Met refreinen die lekker meezingen, zoals ‘soldi, soldi’ van de Italiaanse inzending, zo waren er wel meer.

Nee dan de SM show van IJsland, of de Russische inzending, die dacht te winnen met een vreemde vertoning in een soort douchecel (Was dat het wel? Ik keek maar met een half oog, niet eens mijn goede oog). Voor mij was het een voorbeeld van Russische wansmaak, wat ik ook opmerkte. Het ontlokte zowaar een glimlach op het gezicht van mijn lief.

Het enige spannende is de puntentelling, wie krijgt de ‘douze point’? Het begon goed voor Duncan.  Daarna bleven de punten een beetje achter bij de favorietenrol die hij van tevoren kreeg toebedeelt. Tot de ‘publieke’ stemmen aan bod kwamen.

De presentatoren hielden op kunstmatige wijze de spanning erin. Tot vervelens toe herhaalden ze hoeveel punten Zweden nodig had voor de overwinning. 254, meen ik. Het werden er 93. Terwijl ongeloof en vertwijfeling om voorrang vochten op het gezicht van de Zweedse deelnemer, ontlaadden de emoties van Duncan en zijn gevolg zich op orgastische wijze.

Volgend jaar mogen ‘wij’ dus het songfestival organiseren, een dure grap. Of we daar zo blij mee moeten zijn, is nu niet belangrijk. Nu zijn we blij, voor Duncan. 44 jaar hebben we moeten wachten, nu kunnen we er weer even tegen.

Wanneer wordt Nederland eindelijk wereldkampioen?

Moederdag

teddy-1338930_1920
Bron:Pixabay.com

Met bezwete gezichtjes stonden mijn broer en ik te zwoegen boven het gasfornuis. Hoe doet mamma dat toch, iedere dag weer? Het leek zo simpel, als zij het deed. Onze vader keek bezorgd over onze schoudertjes mee, het brandblusapparaat in de aanslag. De zelfgemaakte kunstwerkjes lagen al klaar, mooie tekeningen met moeder als stralend middelpunt.

Een eitje koken, een paar boterhammen toasten, zo moeilijk was het niet. Het eitje moet drie minuten in kokend water, had mamma tegen pappa gezegd. ‘Dat weet ik ook wel!’, had pappa een beetje geprikkeld geantwoord. Om het vervolgens even gauw op te schrijven, toen mamma even niet keek.

Mamma hoorde het gerommel beneden in de keuken aan, en zuchtte nog maar eens. Voor haar hoefde het niet zo nodig, ik ben toch elke dag moeder, dacht ze bij zichzelf. Onze verwachtingsvolle gezichtjes toen we met het resultaat van onze noeste arbeid boven kwamen, dat was onbetaalbaar.

Ze nam het eitje dat net te zacht gekookt was en de toast die enigszins geblakerd en dik besmeerd was met liefde en jam graag voor lief.

Het ontbijtje zit er niet meer in, op Moederdag zijn we present. Het eitje en de kunstwerken hebben plaatsgemaakt voor een bloemetje of een mooie tuinplant, die we vroeger samen gingen halen. Sinds ik verder weg woon, en mijn moeder al wat ouder is, haal ik het alleen.

‘De zorgen worden niet minder, ook nu jullie volwassen zijn’, zegt mijn moeder wel eens. Mijn moeder en ik, we waren en zijn het niet altijd met elkaar eens. De band is en blijft, ze was er altijd voor me, als ik vroeger uit school thuiskwam. Een koekje bij de thee, ’s avonds wat lekkers en ze kan nog steeds heerlijk koken. De liefde van de zoon gaat ook door de maag!

Ze heeft andere ideeën als ik, als het gaat om mijn carrière. Zij heeft meer ambitie dan ik, gevoed door het feit dat ze haar ambities niet heeft kunnen realiseren. Als oudste van zes kinderen moest ze gaan werken, waar haar broers en zussen wel een opleiding mochten volgen.

‘Je had binnenhuisarchitecte moeten worden’, zeg ik wel eens tegen haar. Gevoel voor gezelligheid en sfeer heeft ze, als het gaat om het inrichten van een huis.

Ze is uniek, mijn moeder. Ik ben zuinig op haar, geniet van de momenten samen. Straks, als die momenten slechts herinneringen zijn, zal ik ze koesteren.

Twee minuten stilte – de vrijheid schreeuwt niet

wreath-3377472_1920
bron: Pixabay.com

Ik zou het uit willen schreeuwen, op de Dam, tijdens de Dodenherdenking. Een oerschreeuw, uit het diepst van mijn hart. Niet uit disrespect, noch uit wanhoop of om de aandacht te trekken. Nee, uit pure vreugde!

Vreugde om het feit dat ik de vrijheid heb om te schreeuwen, of liever: om te zeggen wat ik denk. Dat wij in vrijheid kunnen leven, ongeacht afkomst, geloof of geaardheid. Die vrijheid hebben we te danken aan de mannen en vrouwen die hun leven gegeven hebben, in de Tweede Wereldoorlog en daarna.

Deze mensen streden tegen racisme, tegen de verderfelijke, misdadige ideeën van de Nazi’s. Ideeën die het slechtste in de mens naar boven brachten, zoals Jodenjagers, die 7,50 Gulden kregen voor iedere Jood die ze aanbrachten. Joden, die vervolgens onder onmenselijke omstandigheden afgevoerd werden naar vernietigingskampen. Opeen gepropt in treinwagons als beesten, in afwachting van hun trieste lot.

In die kampen werden ze ofwel meteen vermoord, ofwel uiterst langzaam. Door uitputting, ondervoeding en mishandeling.

Dat alles omdat ze anders waren, en blijkbaar een bedreiging. Ook andere mensen die om de een of andere reden afwijken van de norm krijgen in toenemende mate te maken met agressie. Discriminatie is van alle tijden, het zal wellicht nooit verdwijnen.

De strijd die we op 4 en 5 mei herdenken, is nooit echt voorbij. Ook nu staat de vrijheid voortdurend onder druk. Iedere roep om ‘minder, minder’ is niets minder dan een aanslag op de vrijheid van ons allemaal. Een vrijheid waar zo hard voor gevochten is, een vrijheid die we niet zomaar op mogen geven.

De vrijheid schreeuwt niet. Ze fluistert zachtjes in je oor, bijna onhoorbaar. ‘Zie mij, hoor mij, beleef mij’. Een smeekbede bijna, een vraag om aandacht.

Schreeuwlelijken zijn er genoeg. Mannen of vrouwen die schreeuwen om aandacht, die zo maar wat roepen. Of juist doelbewust roepen wat mensen willen horen, mensen die denken vanuit hun onderbuik. Ze zaaien haat en onverdraagzaamheid, omdat ze zo kunnen scoren. Hun ideeën, als ze die al hebben, werken volgens mij niet. De wereld zou aardig leeg zijn, als ze hun zin zouden krijgen.

Twee minuten stilte, dat is niet te veel gevraagd. Het offer van de strijders voor de vrijheid verdient respect. Twee minuten denken aan de vrijheid, wat die voor ons betekent.

Als we onze geschiedenis vergeten, zijn we gedoemd haar te herhalen. Dus ben ook ik twee minuten stil. Om 20.03 uur schreeuw ik het uit, van pure blijdschap.

Chef!

kitchen-731351_1920
Bron: Pixabay.com

‘Chef!’ riep de serveerster schuin over haar schouder, in de richting van de keuken. Terwijl ze het zei, blies ze een blonde lok uit haar ogen. Haar ogen spraken boekdelen: ‘Wéér zo een!’

Ik zat meteen gespannen overeind, wetende wat ging komen. De aangesprokene stormde naar buiten, zijn mond zei: ‘Wat is er aan de hand?’, zijn lichaamstaal sprak andere woorden: ‘Wat nou weer?’

‘Ehm’, zei ik, toen de serveerster naar mij wees. ‘Ahem’, voegde ik er welbespraakt aan toe. ‘Meneer heeft een klacht over de soep’, zei de serveerster, wiens geduld duidelijk op was.

Zo vaak gaan we niet uit eten, mijn lief en ik. Als we dan een keer gaan, wil ik graag iets bijzonders eten, dat ik thuis niet zelf zou maken.

Dus bestelde ik vol goede moed champignonsoep, hopende op verse, overheerlijke champignons. En flink veel, als het even kan. Dat was niet te veel gevraagd, als je de prijzen op de menukaart zag.

Het was druk in het restaurant, de serveerster en haar collega’s moesten hard werken. Het duurde even voordat we het voorafje kregen, voor mij dus een dampend bord champignonsoep.

Dampend deed het, tot zover voldeed het aan mijn verwachtingen. Hoe zeer ik ook mijn best deed, champignons waren niet te vinden. Een flardje hier en daar, die wellicht ooit tot een champignon behoord kon hebben.

Misschien dat de champignons even in de soep gezwommen hadden, op weg naar een ander gerecht. Ik besloot bij de bovenvermelde serveerster te informeren, die meteen de schuldige erbij riep, zonder dat ik daarom vroeg.

‘O, is dat zo?’ vroeg de chef, zijn ogen vuurspuwend in mijn richting. ‘Ehm, er zitten geen champignons in mijn soep’, deed ik een nieuwe poging. ‘Ah’, zei de chef. Zonder verder iets te zeggen, pakte hij mijn bord en liep naar de keuken.

Even later kwam hij weer terug, in het midden ontwaarde ik nu een hoopje grijze, glazige klompjes die in de verte iets weg hadden van de gewenste champignons. Er is maar één ding erger dan géén champignons, en dat is champignons uit blik.

‘Dank u wel’, stamelde ik. Snel nam ik een hap. ‘Hmmm’, voegde ik eraan toe. Tevreden draaiden de chef en de serveerster zich om. Het was al een hele overwinning dat ik überhaupt er iets van zei, de volgende stap was er een te ver.

Schielijk wierp ik een blik naar de keuken, waar de chef moest verblijven. Ik raapte mijn moed bijeen, en riep: ‘Chef!’

Spring naar toolbar