Holland bestaat niet

Afbeelding van Mabel Amber, still incognito… via Pixabay

 

Wat zegt u als u in het buitenland bent en iemand vraagt waar u vandaan komt? Zegt u dan ‘I am from Holland’ of ‘I am from The Netherlands’? Volgens de ministeries van Buitenlandse en Economische Zaken worden de twee zo vaak door elkaar gebruikt, dat het voor buitenlanders niet meer te volgen zou zijn. Ze willen orde scheppen in deze chaos, vanaf nu bestaat Holland niet meer en is het alleen nog maar The Netherlands.

Een typisch staaltje bemoeizucht uit Den Haag, zou je denken. De knappe koppen op beide ministeries hopen zo dat de drommen toeristen niet alleen naar de Randstad komen, maar ook de rest van ons land ontdekken. Ze willen ons land ook afhelpen van het imago van kaas, klompen en drugs.

Zouden buitenlandse toeristen niet meer en masse naar Amsterdam komen als we onszelf The Netherlands noemen? Staat Holland synoniem voor tulpen en grachten? William Shakespeare zei het al: ‘What’s in a name’. Hoe we ons land ook noemen als we buiten onze landsgrenzen zijn, het veranderd niets aan het land dat we met z’n allen vormen, aan de verbondenheid die we voelen met onze geboortegrond of de plek waar we ons thuis gemaakt hebben, het veranderd niets aan wie we zijn: mensen die met 17 miljoen op dat kleine stukje aarde wonen, ingeklemd tussen Duitsland, België en de Noordzee.

Het zou wellicht effectiever zijn als de betrokken ministeries meer zouden doen aan de promotie van het toerisme in de rest van Nederland. Als ze beperkingen zouden stellen aan het toerisme in de Randstad, zoals dat ook gebeurt in steden als Rome, waar je geen ijsje of broodje mag eten op de Spaanse trappen, of mag zitten op de rand van de Trevi fontein. Betuttelend? Zeker! Maar als je niets doet, verandert er ook niets.

Het lijkt meer een publiciteitsstunt, met het Songfestival (én de Grand prix van Zandvoort) in aantocht is het natuurlijk hét moment om ons land in de aandacht te brengen, om erop te wijzen dat Nederland meer is dan alleen Amsterdam, Kinderdijk en de Zaanse Schans. Meer dan alleen drugs, bier en voetbal. Meer dan tulpen, kaas en klompen en een ventje met zijn vinger in de dijk. Iets wat wij provincialen allang weten, maar dat terzijde.

Laat ze maar roepen, laat ze maar zeggen: ‘Holland bestaat niet’. Als je op de tribune zit als Oranje speelt, bekt ‘Hup Holland’ toch net even lekkerder.

Autoloze zondag

Afbeelding van Free-Photos via Pixabay

Er was een tijd dat de snelwegen er verlaten bij laten, op de dag des Heren. Het was een tijd van spelende kinderen, die de lege snelwegen in bezit namen. Kinderen op steps of fietsen, kinderen die knikkeren, rolschaatsen of op een skelter reden. Heerlijke tijden waren het, tijden van rust, ook voor de ongelovigen. Niet alleen kinderen maar ook volwassenen grepen hun kans, de kans om snelwegen voor iets anders te gebruiken dan tomeloos geraas.

Het zijn tijden die misschien terugkomen. De stikstofcrisis legt de bouw stil, en zorgt dat de boeren in opstand komen. Eén autovrije zondag per maand zou al twee ‘mol’ per jaar opleveren, mol is de eenheid waarin de hoeveelheid stikstof gemeten wordt. Zo’n vreemd idee is het dus niet, om de autoloze zondag opnieuw te introduceren. Het is de vraag of de autoloze zondag er daadwerkelijk gaat komen. Er schijnt geen meerderheid te zijn binnen de regeringscoalitie. Alleen de gristelijke partijen zijn voor, niet vanwege de gunstige effecten voor het milieu, maar vanwege het herstel van de voor hen heilige zondagsrust.

Een verlaging van de maximumsnelheid maakt meer kans, ook bij ‘vroempartij’ VVD, wiens lijsttrekker zich voor de verkiezingen nog liet fotograferen met een namaak verkeersbord met ‘130’ erop, om aan te geven dat de partij er voor de automobilisten is. De meeste automobilisten willen echter niet 100 rijden, die willen harder. Véél harder. Op elk moment van de dag, niet alleen op bepaalde tijden of op bepaalde trajecten. Op elke dag van de week, óók zondag. Zij stellen snelheid gelijk aan vrijheid, een vrijheid die ingeperkt wordt als de maximumsnelheid verlaagd zou worden. De auto één dag per maand laten staan, niet vrijwillig, dat kan voor hen echt niet!

Dat een verlaging van de maximumsnelheid minder files oplevert, doordat het verkeer beter doorstroomt bij lagere snelheden (naar het schijnt doordat auto’s dichter op elkaar kunnen rijden, en er dus meer auto’s per kilometer kunnen rijden), dat realiseren deze snelle rakkers zich wellicht niet. Of het telt niet voor hen, evenmin als de verminderde uitstoot van andere schadelijke stoffen.

Het zijn zeker belangrijke argumenten, of de autoloze zondag er nu komt of niet. Wat voor mij het zwaarst weegt, is de rust. Ik geniet van de rust, als ik met 100, 110 over de snelweg tuf, terwijl iedereen me voorbijraast.

Laat maar komen, die autoloze zondag. Of nee, wacht nog even. Ik moet eerst nog een cursus rolschaatsen regelen.

Romeins roulette

Bron:Pixabay.com

Je kunt maar beter niet al te gehecht zijn aan je auto, als in Rome rijdt. Verkeersregels zijn meer richtlijnen, vluchtstroken zijn een extra rijbaan c.q. uiterste uitwijkmogelijkheid en verdrijvingsvakken zijn gewoon voorsorteervakken. Als je wilt invoegen, maneuvreer je gewoon je auto op de gewenste rijbaan, ervan uitgaande dat je er wel tussen gelaten zult worden. Niet dat de auto op de andere rijbaan veel keuze heeft, maar ze doen het zonder veel ophef te maken, in de wetenshap dat ze zelf ook in moeten voegen, vroeg of laat.

Het waren niet eens allemaal Fiats, Ferrari’s of Lamborghini’s die we zagen, op weg van het vliegveld naar ons appartement. Wel veel voorgedeukte auto’s, vol met krassen en/of stof. Claxonneren doen ze niet, dat is ook niet nodig. De ruimtes zijn klein, maar groot genoeg. Anders is er altijd nog de vluchtstrook, of het verdrijvingsvlak. Asbakken worden niet gebruikt, menig gebruinde arm steekt uit het raam, een brandende sigaret in de hand.

Voor fabrikanten van navigatieapparatuur is Italië een verloren markt. Iedereen heeft zijn mobiel in een standaard op het dashboard geklemd, navigeren gaat met een app. Niet dat er handsfree gebeld wordt. Als zijn telefoon ging, pakte onze chauffeur doodleuk zijn mobiel op, om tijdens het bellen de auto links of rechtsom door het drukke verkeer te loodsen. Appen ging gewoon door onder het rijden, niet alleen als we even stil stonden.

Met ware doodsverachting laveren ze langs alle obstakels in het verkeer, stoppen doen ze alleen als het écht moet, op het allerlaatste moment. Als ze er niet tussengelaten worden, gesticuleren ze heftig, zoals alleen Italianen dat kunnen. Met zichtbare tegenzin laat onze chauffeur andere weggebruikers voorgaan, soms zonder tegenzin, er heerst een zekere gelatenheid en acceptatie. Het is nu eenmaal niet anders.

Alle wegen leiden naar Rome, luidt het gezegde. Rome zelf is omgeven door een wirwar aan wegen, waar je zonder navigatieapparaat hopeloos verdwaalt. Feilloos loodst onze chauffeur ons door de chaos op de wegen, door de Romeinse roulette. Waar je nooit weet wie wat gaat doen, wie zich ertussen wringt, wie linksom of rechtsom, via de reguliere weg of via de vluchtstrook zich een weg baant.

We zijn blij en opgelucht, als we zijn aangekomen bij ons appartement. Ondanks alle halsbrekende toeren is het goed gegaan, we zijn razendsnel op onze bestemming aangekomen. Nu kan het grote genieten beginnen. Over een week gaan we weer terug, de Romeinse roulette in.

Een killerbody in 30 dagen

Bron: Pixabay.com

Het was een advertentie op Gezichtsboek, u weet wel, die altruïstische website die al vele jaren ons aller gegevens verzamelt en beschermt.

Mijn blik viel eerst op de foto. Drie mannen, in sportieve kleding, met wat naar in aanneem afgetrainde lichamen moesten voorstellen. Hun wijsvingers (van beide handen!) wezen enthousiast naar de banner onder de foto, een grote tandpastaglimlach sierde hun lippen. ‘Voor mannen uit Eindhoven e.o.’. Son ligt onder de rook van Eindhoven. Of erboven, beter gezegd.

De eigenlijke boodschap, waarvoor de heren zo wervend op de foto gingen, stond boven: ‘Killerbody in 30 dagen’, geflankeerd door twee losse armen in spierballenpose. Een intrigerende boodschap. Hebben mannen buiten Eindhoven e.o. dan geen behoefte aan een killerbody? Of hebben ze die allemaal al? Klinkt gevaarlijk, zo’n killerbody. Voor je het weet, zit je naast Frank Masmeijer.

Het was een buitenkans. Nog maar zes plaatsen, voor mannen tussen 45-55 jaar die ‘30 dagen de Uitdaging aan willen gaan’. Uitdaging met een hoofdletter nog wel. Ik ben niet vies van een uitdaging, binnen 30 dagen van een uitgezakt, wel doorvoed middelbaar lichaam naar een killerbody, dat is erg snel. Het wekte mijn nieuwsgierigheid. Wat is precies een killerbody, en waarom zou ik er een moeten willen?

Misschien dat een kijkje op de betreffende website uitkomst zou bieden. Aanmelden kon nog 5 dagen, 3 uur, 31 minuten en 33 seconden. Terwijl de seconden verder wegtikken, keek ik wat ik verder te weten kon komen. Het ging om een ‘challenge’, een programma van 30 dagen met een persoonlijk maaltijden plan én een persoonlijke coach. Wauw!

Onderaan stonden twee aanbevelingen, van Marcel (41 jaar) en Pierre (37 jaar). Een andere leeftijdscategorie, een kniesoor die daar op let. Ze waren dankbaar voor het programma, dat de discipline opleverde die ze zelf blijkbaar niet op konden brengen. De kilo’s vlogen eraf! Wat de voordelen (en nadelen) van een killerbody zijn, en hoe je ervoor kunt zorgen dat je dat goddelijke lichaam in stand houdt ná die 30 dagen, dat stond er niet bij. Mijn vragen bleven onbeantwoord, mijn nieuwsgierigheid onbevredigd, mijn twijfel niet weggenomen.

Een weekje later zag ik, óók op Gezichtsboek, een andere, minstens zo intrigerende advertentie. Voor ManShape, een soort korset voor mannen om het buikje te verbergen. Dat lijkt me een makkelijkere oplossing.

Een killerbody in 30 dagen, het klinkt te mooi om waar te zijn. Meestal is het dan ook zo.

Mo in the flow

Bron: Pixabay.com

Wie heeft hem niet zien dansen op het voetbalveld, als ware het een groene dansvloer? Mo Ihattaren, er wordt nu al om hem gevochten, door de bondscoaches van Nederland en Marokko. Een luxe probleem voor een voetballer, die nog geen 18 is. En die net aan het doorbreken is. Twee goals maakte hij de afgelopen week, één in Almelotegen Heracles, op een verdwaalde zondagavond terwijl de aandacht van voetbalfans al op de komende werkweek gericht was. En één tegen Apollon uit Limassol, een wedstrijd van levensbelang om toch nog wat euro’s bij elkaar te kunnen schrapen in de Keukenkampioendivisie van Europa. Je moet toch wat, als club.

Een ster in wording, die in de toekomst nog veel sterker zal gaan schijnen. Daar kunnen we op wachten. Als hij aan de bal komt, gebéúrt er wat. Als hij aanzet voor een dribbel, tussen drie of vier tegenstanders door, hou je je hart vast. Balverlies lijkt onvermijdelijk. Maar nee hoor, hij komt er langs. Als in een flits, als je even met je ogen knippert, is hij al weg.

Hoe lang hij nog bij PSV blijft, is een goede vraag. Wat goed is, komt snel. Een basisplaats ligt voor het grijpen, dan is de vraag hoe lang het duurt voor de topclubs uit Europa op de deur zullen kloppen van John de Jong. Haast lijkt hij niet te hebben, ook niet als het gaat om de keuze voor welk nationaal elftal hij uit wil komen.

Ik hoop dat hij voor Oranje kiest. Ik hoop dat hij ons aan nieuwe successen zal helpen, na een donkere periode vol afwezigheid op grote toernooien zijn we net weer op de goede weg. Hulp is daarbij van harte welkom!

Het valt op dat veel Marokkaanse voetballers liever een leeuw van de Atlas zijn dan een Oranje leeuw. Het zegt iets over hoezeer menig Marrokkaan zich verbonden voelt met het land waar hij vandaan komt, ook al is hij er niet geboren en kent hij het alleen van vakanties. Daarom kun je je nog wel Marrokkaan voelen. Het kan zijn dat Mo niet zelf de keuze kan maken, als er grote druk wordt uitgeoefend op hem vanuit zijn omgeving. Ik hoop dat Mo zijn hart volgt, ook al leidt hem dat naar Marokko.

Het maakt ook niet uit. Het maakt niet uit hoelang Mo nog in de Eredivisie speelt, het maakt niet uit of hij zich in het oranje hijst, of het rood en groen van Marokko. Waar hij ook gaat, in welk shirt hij ook speelt, de liefhebber zal altijd van hem kunnen genieten. Zoals we ook kunnen genieten van Messi of Christiano Ronaldo.

Zolang Mo in the flow blijft, blijf ik met ingehouden adem watertandend kijken. Go Mo!

Reken er maar niet op

Afbeelding van Dean Moriarty via Pixabay

Er is een groot gebrek aan leerkrachten, is mij verteld. Het is een waar probleem, dat nog verergerd wordt doordat wannabe leerkrachten de rekentoets niet halen. Onlangs las ik het verhaal van Charlotte, die haar droom om juf te worden op moest geven nadat ze niet slaagde.

Zo gaan er ongetwijfeld veel meer potentieel goede leerkrachten verloren. De reden dat de rekentoets werd ingevoerd, is omdat men er een jaar of tien geleden achter kwam dat de rekenvaardigheid van Nederlandse achteruitging. Dat kwam doordat de leerkrachten zelf niet goed konden rekenen.

Dat je niet iemand rekenen kunt leren als je het zelf ook niet kan, dat kan ik nog volgen. Of het invoeren van een reken- of andersoortige toets het antwoord is, als falen betekent dat je de opleiding niet mag volgen, is voor mij niet te volgen. Het is zoiets als het kind weggooien met het badwater, wie weet hoeveel goede potentiele leerkrachten afvallen door het falen voor zo’n toets, of niet eens beginnen aan de opleiding? Een aantoonbare verbetering van de kwaliteit van de leerkrachten is in elk geval niet te zien, aldus de experts.

Is het inderdaad een vereiste dat leerkrachten per se goed kunnen rekenen? Of goed zijn in taal, geschiedenis of exacte wetenschappen? Een pluspunt is het sowieso, goed les kunnen geven is een vak apart. De leraren die mij het best zijn bijgebleven, waren boeiende vertellers, niet noodzakelijkerwijs experts op hun vakgebied.

Kinderen die slecht kunnen rekenen, ook al zou de kwaliteit van het onderwijs wel verbeterd zijn, moeten die het zelf maar uitzoeken? We leven in een wegwerpmaatschappij, als de asbakken vol zijn, kopen we al een nieuwe auto, bij wijze van spreken. Misschien niet het beste voorbeeld, gezien het feit dat roken steeds minder geaccepteerd wordt, maar toch.

In plaats van leerlingen die falen voor de rekentoets weg te sturen, zouden we beter kunnen kijken op wat voor manier ze wel als leerkracht ingezet zouden kunnen worden. In plaats van te kijken naar wat iemand niet kan, kunnen we beter kijken naar wat hij of zij wél kan.

De wereld is vol van misfits, die op de een of andere manier niet aan opleidingsnormen voldeden, maar toch slaagden. Juist omdat ze ‘out of the box’ denken. Zoals Albert Einstein, geen van zijn leraren had ooit gedacht dat hij een genie zou blijken te zijn.

Reken er maar niet op, dat het spoedig zal veranderen.

Kinderbevrijdingsfront

Bron: Pixabay.com

Misschien heeft u erover gelezen. Bij Pride Amsterdam, het bevrijdingsfestival voor anders georiënteerde medelanders, was er een man die flyers uit wilde delen voor een soort belangenorganisatie voor pedofielen, ‘Kinderbevrijdingsfront’ geheten. Een naam die bij velen weerstand oproept, al helemaal als je hoort waarom ze zo heet. De oprichter en (voor zover ik weet) enig lid, een man die zich Mark Lucius noemt, wil kinderen ‘bevrijden’ van hun ouders. Hij vindt de leeftijd waarop het legaal is seks te hebben (16 jaar) te hoog. “Waarom zouden kinderen onder de 12 jaar niet zelf mogen beslissen of ze seks willen hebben?” aldus Mark.

Als er in een relatie sprake is van evenwicht, zonder dat een van de betrokkenen op basis van leeftijd, ervaring of fysieke kracht een overwicht heeft over de ander, is er ook sprake van de mogelijkheid om te kiezen uit vrije wil. Als er geen sprake is van evenwicht, kan er ook geen sprake zijn van gelijkheid en is het risico van misbruik simpelweg te groot.

Volgens Mark is het niet zo dat hij pedofilie wil vergoelijken, al heeft het er wel verdomd veel van weg. Hij vindt dat een evenement als Pride Amsterdam ook open zou moeten staan voor mensen (vooral mannen) die op jonge kinderen vallen.

Begrip voor pedofilie, het is veel gevraagd, ook voor mij. Jonge kinderen zijn juist extreem kwetsbaar, die moeten beschermd worden. Je kunt niet van jonge kinderen verlangen dat ze al met seksualiteit bezig zijn, die moeten gewoon onbezorgd kunnen spelen en zichzelf ontwikkelen. Seks komt later, als ze er klaar voor zijn. Al verschilt de leeftijd per kind.

Je kunt pedofilie zien als een afwijking, als een ziekte. Hoe je er ook tegenaan kijkt, weggaan doet het niet. Ik vraag me af hoe iemand ertoe komt om op kinderen te vallen, het feit is dat er individuen zijn voor wie dat opgaat, zoals Mark Lucius. Als we met pedofilie omgaan zoals we met ziekte omgaan (gooi er effe een pilletje in, dat gaat het wel over), lossen we het niet op. Hoe dan wel, is de vraag.

Ik vind het dapper dat Mark voor zijn geaardheid uitkomt, juist omdat er geen groep mensen is die meer en dieper veracht worden dat pedofielen. Dat wil niet zeggen dat ik vind dat hij gelijk heeft. Hoe dapper Mark ook moge zijn, hij lijkt niet in te kunnen (of willen) inzien dat kinderen op jonge leeftijd niet kunnen kiezen, dat er sprake is van een te grote ongelijkwaardigheid.

Of mensen als Mark daadwerkelijk genezen kunnen worden, wat dat ook in moge houden, is de vraag. Tot het zover is, zou het goed zijn als pedofielen het effect van hun handelingen met jonge kinderen in zouden zien, en zich niet uitleven in donkere kamertjes ergens achteraf in Bangkok, Manila of in hun eigen slaapkamer.

Kinderen hoeven niet bevrijdt te worden, Mark, ze hoeven alleen de ruimte te krijgen om kind te mogen zijn. Volwassen zijn kunnen ze lang genoeg, kind zijn niet.

Mighty Megan strikes back

Bron: Pixabay.com

Trots stond ze op het podium, in de ene hand de gouden bal, in de andere de trofee voor de topscorer. Mighty Megan, de vrouw die hoogstpersoonlijk het gastland van de Coupe du Monde Féminine de das omdeed. En bij onze leeuwinnen.

Ze liet Sari van Veenendaal, toch geen verkeerde keeper, eruitzien als een beginneling bij de penalty, die het Nederlandse verzet brak. Sari maakte een begin om naar rechts te duiken, Megan schoof de bal in de andere hoek. Sari brak haar beweging af, duiken had geen zin meer.

Megan Rapinoe, het toonbeeld van een Amerikaanse sportvrouw. Boegbeeld van de lesbische gemeenschap in het soms niet zo heel erg vrije of verdraagzame Amerika. Ze is niet bepaald de enige lesbienne in het vrouwenvoetbal, waar anders geaarde mensen meer geaccepteerd lijken te worden dan in de macho-wereld die het mannenvoetbal pretendeert te zijn.

Megan is een vrouw van principes, die familie of vrienden niet in de steek laat. Ook niet haar broer Brian, die de lokroep van drugs en criminaliteit niet kon weerstaan. Daardoor bracht hij het grootste deel van Megans carrière door achter tralies, zonder een wedstrijd van haar te kunnen zien. Tot de finale van het WK, 2 juli 2019. Brian, het zwarte schaap van de familie, kon desondanks altijd rekenen op de steun en onvoorwaardelijke liefde van zijn zus.

Megan vocht een twitterruzie uit met de man die het tegenovergestelde is van verdraagzaamheid en gelijkwaardigheid: president Trump. Een vrouw met een uitgesproken mening en nog lesbisch ook, die scoort geen punten bij Trump. Trump, die Megan uitdaagde om het maar eens te laten zien en te winnen. En dat deed ze!

Het verzet van onze dappere leeuwinnen was tevergeefs, Mighty Megan was onweerstaanbaar. Het onvermijdelijke gebeurde. Als je dan moet verliezen, dan maar van een boegbeeld van vastberadenheid en standvastigheid, dat verzacht de pijn. Een beetje.

Megan weigerde om naar het Witte Huis te gaan voor een huldiging. Ze weigert ook om mee te zingen met het volkslied, of om haar hand op haar hart te leggen. Vanwege de ongelijkheid, die nog welig tiert in haar land, en niet alleen daar. Het is een dappere daad, in een land dat zo ongeveer stijf staat van het patriottisme. America first, weet u wel.

Megan staat voor waar ze in gelooft, voor wie ze is. Ze gaat niet opzij, buigt niet inde wind, ze geeft niet toe en ze geeft niet op. Daar kan ik alleen bewondering voor hebben.

Wie haar onrecht aan wil doen, zal het weten. Mighty Megan strikes back!

Bitterzoet

Afbeelding van Pexels via Pixabay

Bitterzoet zijn de herinneringen aan jou. Zoet, omdat er zoveel zijn. Zoet, omdat ze zo mooi zijn. Zoet, omdat ik ze altijd zal koesteren. Bitter, omdat er geen nieuwe herinneringen meer bij zullen komen. Nooit meer.

Overal zie ik dingen die me aan je herinneren. Het rookhoekje, ergens verstopt aan de zijkant of achterin, bij de sauna waar ik voorheen samen met jou kwam. En altijd even bij je ging zitten, als je weer even moest roken.

Of de rokerij op de luchthaven van Schiphol, een soort cilindervormige ruimte waar alle tabak junkies zich verzamelden, om nog gauw even een extra laagje teer aan te leggen voordat ze urenlang af moeten kicken, in het vliegtuig. Ook daar ging ik bij je staan, in de ruimte die blauw zag van de rook. Een stoomcabine is er niets bij.

Sloffen sigaretten gingen er in je reistas, het scheelde flink als je in bulk inkocht. Erg lang gingen ze niet mee. In de auto, ’s avonds op het balkon of op het terras, om de haverklap stak je er eentje op.

Had ik er iets van moeten zeggen? Een volwassen vent, die kan het toch wel voor zichzelf bepalen. Bovendien, als de smeekbedes om te stoppen van je moeder al niet hielpen, waarom dan wel van mij? Veranderen kan alleen als je dat zelf wil, niet omdat iemand anders het je oplegt of aanpraat.

Stoppen wilde je helemaal niet. Dat je verslaafd was, dat het beter was om te stoppen, wist je wel. Je probeerde het niet eens, je vond het wel prima zo. Je dacht het lot van de roker wel te kunnen ontlopen.

Pas toen het te laat was, lukte het om te stoppen. Makkelijk was het niet, om een gewoonte die je al decennia had af te leren. Maar het lukte.

Wat was je geschrokken, tot in elke vezel. Het vonnis was zwaar: kanker, in de longen. Een zwaar regime van chemo en bestraling onderging je, plus een operatie. Het leek te werken, je werd schoon verklaard.

Tot de dag dat je intense hoofdpijn kreeg, zomaar uit het niets. De kanker was terug, in je hoofd. Niets meer aan te doen, einde oefening.

De aftakeling ging langzaam, het einde kwam onverwacht. Maar niet voordat ik je kon zeggen wat je voor mij betekende, en altijd zult betekenen.

Bitterzoet zijn de herinneringen. Pijn doet het gemis nog altijd. Ik zal de herinneringen blijven koesteren, zo lang ik leef.

Douze points

girl-4212637_1920
Bron: Pixabay.com

Het is niet dat het niet kan, als heteroman, het Eurovisie Songfestival leuk vinden. Ik houd er niet van, van die wanstaltige vertoning die menig inzending op de bühne brengt. Waar het zou moeten gaan om de muziek, gaat het om de show, die blik in de camera, het opzichtig vertoon van al dan niet oprechte emotie. Om de vertoning, dus.

Om de muziek gaat het allang niet meer. Ooit, in den beginne, was dat misschien zo. Verstand heb ik er niet van. Geef mij maar voetbal!

Mijn lief houdt wel van het songfestival, tenminste als Nederland de finale haalt. Enig chauvinisme is haar niet vreemd. ‘Onze’ Duncan haalde de finale, dus zaten we gezamenlijk voor de TV zaterdag 18 mei. Mijn lief geëngageerd kijkend, ik met mijn laptop op schoot. Terwijl de optredens elkaar opvolgen, verdiepte ik me in vakantieopties voor eind september, als we mijn verjaardag weer ontvluchten.

Of ik wilde of niet, ik kreeg het een en ander mee. Op zijn best waren het aardige liefjes, met muziek die je in beweging brengt, hoe houterig het ook moge zijn (in mijn geval). Met refreinen die lekker meezingen, zoals ‘soldi, soldi’ van de Italiaanse inzending, zo waren er wel meer.

Nee dan de SM show van IJsland, of de Russische inzending, die dacht te winnen met een vreemde vertoning in een soort douchecel (Was dat het wel? Ik keek maar met een half oog, niet eens mijn goede oog). Voor mij was het een voorbeeld van Russische wansmaak, wat ik ook opmerkte. Het ontlokte zowaar een glimlach op het gezicht van mijn lief.

Het enige spannende is de puntentelling, wie krijgt de ‘douze point’? Het begon goed voor Duncan.  Daarna bleven de punten een beetje achter bij de favorietenrol die hij van tevoren kreeg toebedeelt. Tot de ‘publieke’ stemmen aan bod kwamen.

De presentatoren hielden op kunstmatige wijze de spanning erin. Tot vervelens toe herhaalden ze hoeveel punten Zweden nodig had voor de overwinning. 254, meen ik. Het werden er 93. Terwijl ongeloof en vertwijfeling om voorrang vochten op het gezicht van de Zweedse deelnemer, ontlaadden de emoties van Duncan en zijn gevolg zich op orgastische wijze.

Volgend jaar mogen ‘wij’ dus het songfestival organiseren, een dure grap. Of we daar zo blij mee moeten zijn, is nu niet belangrijk. Nu zijn we blij, voor Duncan. 44 jaar hebben we moeten wachten, nu kunnen we er weer even tegen.

Wanneer wordt Nederland eindelijk wereldkampioen?

Spring naar toolbar