Een verloren dag

Afbeelding van Jan Vašek via Pixabay

Elke dag start bij mij op dezelfde wijze. Als de wekker gaat, kus ik als eerste mijn vrouw. Heerlijk! Na het scheren en aankleden volgt het ontbijt en een digitaal krantje, dan zet ik mijn tas klaar, doe mijn lunch en het fruit erin, doe mijn autosleutels alvast in mijn broekzak, zodat ik ze niet vergeet. Mijn mobiel leg ik op de hoek van de eettafel, klaar om mee te nemen. Op mijn werk haal ik eerst een flesje water, zet dan mijn computer aan en haal ondertussen mijn spullen uit mijn tas. De lunch en het fruit op de hoek van mijn bureau, mijn mobieltje ernaast. Ik ben een gewoontedier.

Tot op een dag ik mijn mobieltje niet kon vinden. Hoe ik ook zocht, vinden deed ik het niet. Waar had ik het toch gelaten? Wacht, misschien in mijn jaszak. Nee, ook al niet. In de auto dan? Nee, in de auto blijft mijn mobiel in de tas. Het zou toch niet? Veel zin om naar de parkeerplaats te lopen en te kijken, had ik niet. Een mailtje naar het thuisfront bracht uitsluitsel: ik had ‘m op de eettafel laten liggen. Ik was ervan overtuigd dat ik hem meegenomen had, niet dus.

Vergeetachtig ben ik niet, toch vergat dit gewoontedier iets. In de volle overtuiging dat dit niet zo was, tot het tegendeel werd bewezen. Een uitzondering, maar toch.

De hele dag voelde ik me onthand. Naar huis bellen om te vragen of mijn mobiel daar lag? Dan zou ik het telefoonnummer moeten weten, dat staat dus in mijn mobiel. Appen? Vergeet het maar! Zelfs ouderwets SMS-en zat er niet in. Het enige telefoonnummer dat ik uit mijn hoofd ken, is dat van mijn moeder. En dat van mijn eigen mobiel, daar had ik dus niets aan.

Ik betrapte me erop regelmatig opzij te kijken, waar normaal gesproken mijn mobiel lag. Soms neem ik ‘m mee, eventjes pauze, om te kijken of er toevallig een berichtje binnen gekomen is, of dat iemand en woordje gelegd heeft. Dan pas merk je hoeveel je met dat ding bezig bent, dan pas merk je hoe verslaaft je bent.

Het was een lange dag, zonder e-mail, WhatsApp, LinkedIn of WordFeud. Het eerste dat ik deed toen ik thuiskwam, na mijn vrouw gekust te hebben, was mijn mobiel erbij te pakken. Heb je me gemist? Even kijken. Nul berichten, nul woordjes, niets!

Het was een verloren dag.

Frenkie & Jacky

Afbeelding van bottomlayercz0 via Pixabay

Ik legde de opbrengst van een ochtendje boodschappen doen bij het filiaal van de Zaanse grootgrutter in het centrum van ons dorp op de kassaband. Op de muur achter de kassa hing een poster met twee bekende voetballers: Frenkie & Jacky. Het was een promotieposter om voetbalplaatjes te slijten, zeer gewild zijn bij het kroost van boodschappen doende ouders. Jongens én meisjes tegenwoordig, de Oranje leeuwinnen halen de mannen aardig in. De leeuwinnen hebben ook een EK op hun naam staan, ze hebben hun eerste WK finale ook al verloren.

Volgens sommige sigaar rokende voetbalcommentatoren kan het vrouwenvoetbal zich niet meten met het mannenvoetbal. Qua commerciële aantrekkingskracht is er nog een lange weg te gaan, qua niveau is het verschil zo groot niet. Ik mag in elk geval graag naar de Oranje leeuwinnen kijken, alsof je bij een gemiddelde wedstrijd op een mannen EK of WK niet in slaap valt, voordat ze met de penalty’s beginnen.

Mijn favoriete leeuwin is zonder meer Jacky Groenen. Onvermoeibaar, overal op het veld te vinden en strooiend met prachtige steekpassjes. Net als Frenkie de Jong. Samen prijkten ze op de poster bij de grootgrutter. Dat bracht me op een idee. Wat de burgerlijke staat van Jacky is, weet ik niet. Frenkie is met vriendin en al neergestreken in Barcelona. Het zal dus wel een fantasie blijven, maar wat als Frenkie en Jacky een kind zouden krijgen? Een heel elftal, voor mijn part. Jongens of meisjes, dat maakt me niet uit.

Wat een geweldig voetbaltalent zou hun kind zijn. Twee keer zoveel techniek en tactisch inzicht, twee keer zoveel kappen en draaien en steekpassjes. En twee keer zo vaak een sporadisch, maar wel fantastisch mooi doelpunt, in het geval van Jacky op een cruciaal moment, met een finale plaats als resultaat. Op welke positie de zoon of dochter van Frenkie & Jacky zou spelen, maakt niet zoveel uit. Het zou zo maar kunnen dat hij of zij doelman/vrouw wordt, zoals de zoon van Ronald Koeman.

Het zal wel nooit meer zijn dan een droom, wel een mooie. De zoon of dochter van Frenkie & Jacky, die vlak voor tijd de winnende maakt in de WK finale, liefst tegen Duitsland. Dat zou voor mij de ultieme voetbaldroom zijn. Ik hoor wijlen Hugo Walker al: ‘Komt dat schot!’, gevolgd door Jack van Gelder: ‘Ja! Jaa! Jaaaaa!’

Dromen zijn bedrog, aldus Marco Borsato. Waar zouden we zijn, als we niet meer zouden durven dromen?

Zoendag

Afbeelding van Bessi via Pixabay

Ik vind het altijd spannend, de eerste werkdag van het nieuwe jaar. Mijn collega’s heb ik vorig jaar voor het laatst gezien, twee dagen geleden dus. Dat is niet wat het spannend maakt. Wel het feit dat er verwacht wordt dat je elkaar een gelukkig nieuw jaar wenst, en vooral wat daarbij komt kijken. De eerste werkdag in het nieuwe jaar: het is een echte zoendag!

Begrijp me niet verkeerd: ik heb niets tegen zoenen, integendeel. Ik heb wel een sterke voorkeur: ik kus het liefst mijn eigen vrouw. Ook al is een vrouw niet de mijne, ik kus haar met plezier. Op de wangen, drie keer, zoals een rechtgeaard Brabander betaamd, dat dan weer wel. Ik ben blij dat we niet zoals in oostelijke landen de gewoonte hebben dat mannen elkaar kussen, op de wang. Die prikbaarden van tegenwoordig, ik moet er niet aan denken! Nee, geef me dan maar een gladde, zachte wang.

Wat het spannend maakt, is meer de vraag wat te doen. Ga je alleen de afdeling af waar je werkt, of ga je het hele gebouw door om iedereen de beste wensen te geven? Als je bij een groot bedrijf werkt, met duizenden werknemers, ben je wel even bezig. Bij het bedrijf waar ik werk, gaat het om zo’n 100 personen. Dat is nog te doen, al houd ik het voor het gemak bij de verdieping waar ik werk, met zo’n 20-30 mensen, die niet eens allemaal aanwezig waren. De rust in de kerstvakantie, op weg naar werk of huis, de overvloed aan beschikbare parkeerplaatsen op het werk (normaal gesproken is dat best een probleem, als je niet vroeg begint), ik kan er best aan wennen.

Of het de gouden regel is, weet ik niet, als ik op het werk kom, nadat de champagne en oliebollen gezakt en de kruitdampen opgetrokken zijn, is de collega’s die aanwezig zijn begroeten. De mannen krijgen een hartelijke, stevige handdruk, de vrouwen drie ferme, welgemeende zoenen op hun wangen. Allen krijgen van mij de beste wensen voor het nieuwe jaar, wat zeg ik: het nieuwe decennium. De roaring twenty-twenties, het zal me benieuwen wat het komende jaar op ons pad gaat komen. De collega’s die na mij op het werk verschijnen doen hetzelfde. Het is even onrustig, tot alle nieuwjaarswensen gedeeld zijn, dan gaan we weer aan de slag.

Ook al delen u en ik geen zoendag, ik wens iedereen een mooi, gezond en gelukkig 2020!

Lichtjesroute

Afbeelding van Ben Kerckx via Pixabay

Eens per jaar heb je de lichtjesroute in Eindhoven, rond Bevrijdingsdag, rond de tijd ook dat Glow losbarst. Ik kan me de eerste keer dat ik de lichtjesroute reed goed herinneren, ik had zoiets nog nooit gezien. Allemaal lichtjes, nog in het kerstthema ook, het is en blijft een wonderlijk gezicht.

Als Sinterklaas met roetveegpieten en alweer terug is in Spanje, zie je meer en meer lichtjes verschijnen. Sommige mensen maken er veel werk van en hangen de voor- en/of zijgevel van hun huis vol met lichtjes, ter ere van Kerstmis. Soms in een duidelijk patroon, een kerstboom bijvoorbeeld, soms min of meer willekeurig, als een tros lichtjes over de takken van bomen gedrapeerd. Het is een prachtig gezicht, een zee van licht, waarbij de een in bewondering toekijkt, de ander in verwondering. Een zee van licht, die in die het duister verdrijft, al is het maar voor even.

Waarom maakt de een er zo’n werk van, met een torenhoge elektriciteitsrekening als gevolg, waar een ander het liefst er helemaal niets aan doet? Voor sommigen is het een traditie, die ze met hun familie delen, en die ze voortzetten als hun vader of moeder, broer of zus er niet meer zijn, als eerbetoon. Een ander versiert zijn huis niet, haalt zelfs geen boom in huis, omdat hij of zij dat niet heeft meegekregen, of er juist een hekel aan gekregen heeft. Kerstmis heeft voor iedereen een andere betekenis, of het nu een religieus feest is, of een familiefeest.

Hoe kijken onze medelanders ernaar, die vanuit verre oorden naar ons land toegekomen zijn? Zo’n zee van licht, verdrijft dat bij hun de duisternis uit hun hoofd, de duisternis van de reden waarom ze hier naartoe gekomen zijn, of van de familie en vrienden die ze daar achter gelaten hebben? Wat vinden zij van tradities als Sinterklaas, Zwarte Piet en vuurwerk met Nieuwjaar? Ons land lijkt te veranderen in een oorlogsgebied, als je kijkt naar het geknal. Het kan leiden tot nieuwe inzichten, als je wat je als vanzelfsprekend ervaart beziet door de ogen van een ‘buitenstaander’.

In landen die wel Kerstmis kennen, zijn veel verschillende tradities, licht in de vorm van (vreugde)vuren is een terugkerend thema. De dagen rond kerst zijn vaak donker en guur. Dan is het fijn als je een lichtjesroute kunt volgen, hoe die er uit moge zien. Het licht, dat wordt door iedereen omarmd en verwelkomd.

Fijne feestdagen allemaal!

Bel-me-wel-register

Bron: Pixabay.com

Het vreemde, doordringende geluid drong maar langzaam tot me door. Het was mijn mobiel dat rinkelde. Gek, ik gebruik hem nauwelijks nog om te bellen. Een onbekend nummer, zag ik op de display. Na een eerste ergernis voelde ik blijdschap, dat iemand de moeite nam om mij te bellen. Mij! Nieuwsgierig nam ik op.  Of het uitkwam dat hij belde, vroeg de onbekende. ‘Natuurlijk!’ antwoordde ik. Het bleek een verkooppraatje, dat al snel ten einde kwam, toen bleek dat ik niet ging kopen.

Ik moet bekennen: stiekem vind ik het wel fijn dat ze me bellen. Gewoon, omdat ik dan weet dat ze even aan me denken. Dat ze het fijn vinden dat ik klant ben, bij hun bedrijf! Het gaat echt niet om het geld, ze missen me écht! Dat voel je gewoon, dat hoor ik in de stem van de jongen of het meisje aan de andere kant van de lijn. Ze zeggen het niet, ze houden het zakelijk. Dat het doel zo goed is, dat mijn bijdrage zo belangrijk is. Of dat het product wat ze verkopen zo goed is, dat het bijna onmisbaar is. Een hoorbare snik, even een trilling in de stem, het is duidelijk. Het gaat om mij! Daarom is het zo jammer, dat aan het eind van een fijn gesprek je doorverwezen wordt naar het Bel-me-niet register. Dat lijkt me volkomen overbodig, het is juist hinderlijk. Was het net gezellig!

Op zich is het geen ingewikkelde opgave om je te registreren in het Bel-me-niet register. Je hoeft alleen maar je (mobiele) telefoonnummer in te voeren, daarna mag je niet meer benaderd worden. Hoewel, het mag wel als je klant bent of bent geweest van het desbetreffende bedrijf of ooit donateur geweest bent. Het is de omgekeerde wereld. In plaats van een Bel-me-niet register zou er een Bel-me-wel register moeten komen. Bedrijven, ideële of charitatieve instellingen mogen alleen iemand bellen als de betreffende persoon expliciet toestemming gegeven heeft. Ook eenzame mensen kunnen zich aanmelden, die om een praatje verlegen zitten. Mensen die een einde willen maken aan de voortdurende telefoonterreur van niet aflatende verkopers hoeven niets te doen, het houdt vanzelf op.

Ik zie het wel zitten. Als het gemis te erg wordt, als ik weer eens gebeld wil worden, meld ik me aan. En ga zitten wachten bij de telefoon, tot die weer eens rinkelt.

Ik ben benieuwd hoe lang ik moet wachten.

Holland bestaat niet

Afbeelding van Mabel Amber, still incognito… via Pixabay

 

Wat zegt u als u in het buitenland bent en iemand vraagt waar u vandaan komt? Zegt u dan ‘I am from Holland’ of ‘I am from The Netherlands’? Volgens de ministeries van Buitenlandse en Economische Zaken worden de twee zo vaak door elkaar gebruikt, dat het voor buitenlanders niet meer te volgen zou zijn. Ze willen orde scheppen in deze chaos, vanaf nu bestaat Holland niet meer en is het alleen nog maar The Netherlands.

Een typisch staaltje bemoeizucht uit Den Haag, zou je denken. De knappe koppen op beide ministeries hopen zo dat de drommen toeristen niet alleen naar de Randstad komen, maar ook de rest van ons land ontdekken. Ze willen ons land ook afhelpen van het imago van kaas, klompen en drugs.

Zouden buitenlandse toeristen niet meer en masse naar Amsterdam komen als we onszelf The Netherlands noemen? Staat Holland synoniem voor tulpen en grachten? William Shakespeare zei het al: ‘What’s in a name’. Hoe we ons land ook noemen als we buiten onze landsgrenzen zijn, het veranderd niets aan het land dat we met z’n allen vormen, aan de verbondenheid die we voelen met onze geboortegrond of de plek waar we ons thuis gemaakt hebben, het veranderd niets aan wie we zijn: mensen die met 17 miljoen op dat kleine stukje aarde wonen, ingeklemd tussen Duitsland, België en de Noordzee.

Het zou wellicht effectiever zijn als de betrokken ministeries meer zouden doen aan de promotie van het toerisme in de rest van Nederland. Als ze beperkingen zouden stellen aan het toerisme in de Randstad, zoals dat ook gebeurt in steden als Rome, waar je geen ijsje of broodje mag eten op de Spaanse trappen, of mag zitten op de rand van de Trevi fontein. Betuttelend? Zeker! Maar als je niets doet, verandert er ook niets.

Het lijkt meer een publiciteitsstunt, met het Songfestival (én de Grand prix van Zandvoort) in aantocht is het natuurlijk hét moment om ons land in de aandacht te brengen, om erop te wijzen dat Nederland meer is dan alleen Amsterdam, Kinderdijk en de Zaanse Schans. Meer dan alleen drugs, bier en voetbal. Meer dan tulpen, kaas en klompen en een ventje met zijn vinger in de dijk. Iets wat wij provincialen allang weten, maar dat terzijde.

Laat ze maar roepen, laat ze maar zeggen: ‘Holland bestaat niet’. Als je op de tribune zit als Oranje speelt, bekt ‘Hup Holland’ toch net even lekkerder.

Autoloze zondag

Afbeelding van Free-Photos via Pixabay

Er was een tijd dat de snelwegen er verlaten bij laten, op de dag des Heren. Het was een tijd van spelende kinderen, die de lege snelwegen in bezit namen. Kinderen op steps of fietsen, kinderen die knikkeren, rolschaatsen of op een skelter reden. Heerlijke tijden waren het, tijden van rust, ook voor de ongelovigen. Niet alleen kinderen maar ook volwassenen grepen hun kans, de kans om snelwegen voor iets anders te gebruiken dan tomeloos geraas.

Het zijn tijden die misschien terugkomen. De stikstofcrisis legt de bouw stil, en zorgt dat de boeren in opstand komen. Eén autovrije zondag per maand zou al twee ‘mol’ per jaar opleveren, mol is de eenheid waarin de hoeveelheid stikstof gemeten wordt. Zo’n vreemd idee is het dus niet, om de autoloze zondag opnieuw te introduceren. Het is de vraag of de autoloze zondag er daadwerkelijk gaat komen. Er schijnt geen meerderheid te zijn binnen de regeringscoalitie. Alleen de gristelijke partijen zijn voor, niet vanwege de gunstige effecten voor het milieu, maar vanwege het herstel van de voor hen heilige zondagsrust.

Een verlaging van de maximumsnelheid maakt meer kans, ook bij ‘vroempartij’ VVD, wiens lijsttrekker zich voor de verkiezingen nog liet fotograferen met een namaak verkeersbord met ‘130’ erop, om aan te geven dat de partij er voor de automobilisten is. De meeste automobilisten willen echter niet 100 rijden, die willen harder. Véél harder. Op elk moment van de dag, niet alleen op bepaalde tijden of op bepaalde trajecten. Op elke dag van de week, óók zondag. Zij stellen snelheid gelijk aan vrijheid, een vrijheid die ingeperkt wordt als de maximumsnelheid verlaagd zou worden. De auto één dag per maand laten staan, niet vrijwillig, dat kan voor hen echt niet!

Dat een verlaging van de maximumsnelheid minder files oplevert, doordat het verkeer beter doorstroomt bij lagere snelheden (naar het schijnt doordat auto’s dichter op elkaar kunnen rijden, en er dus meer auto’s per kilometer kunnen rijden), dat realiseren deze snelle rakkers zich wellicht niet. Of het telt niet voor hen, evenmin als de verminderde uitstoot van andere schadelijke stoffen.

Het zijn zeker belangrijke argumenten, of de autoloze zondag er nu komt of niet. Wat voor mij het zwaarst weegt, is de rust. Ik geniet van de rust, als ik met 100, 110 over de snelweg tuf, terwijl iedereen me voorbijraast.

Laat maar komen, die autoloze zondag. Of nee, wacht nog even. Ik moet eerst nog een cursus rolschaatsen regelen.

De goudsloot

Foto: Adrie Neervoort

Ik woon in De Gentiaan, een mooie, rustige wijk in ons mooie, rustige Son en Breugel. In die wijk loopt een sloot, vlak bij ons huis. Een leuk slootje, een slootje dat betere tijden gekend heeft. Die betere tijden liggen in een ver verleden, naar verluid heeft er dertig (30!) jaar lang geen onderhoud plaatsgevonden. Een verwaarloosde sloot, met bruggen die op instorten stonden, en daarom maar weggehaald zijn. Waar het water verdween onder de koperen ploert, onder achterlating van een dikke laag slib. En blikjes, fietsen en zelfs een koelkast, die hier een laatste rustplaats vonden.

Deze situatie gaat veranderen. Er vindt een inhaalslag plaats, een inhaalslag van bijna één miljoen euro (999.000 euro, om precies te zijn). Dat is veel geld, maar daar krijgen wij inwoners van De Gentiaan dan ook wat voor. De sloot zal worden gebruikt voor de afwatering van de omgeving en voor de opvang van stortbuien. Geen gek idee, met de opwarming van de aarde, waardoor het weer rare dingen kan gaan doen. Ook is het de bedoeling dat de sloot meer op gaat vallen, nu is hij vanaf de weg niet te zien. Een zwaarwegend argument, automobilisten hebben wel wat beters te doen dan op het verkeer letten.

Het is de bedoeling dat de sloot een recreatieve functie krijgt, zo komt er een wandelpad. Ik maar denken dat de bestaande stoep die evenwijdig aan de sloot loopt daar al voor zorgt. Het wandelpad zal langs de gehele zuidkant van de sloot te bewandelen zijn, nu houdt het op bij de Elbelaan. Het zal ongetwijfeld een mooi wandelpad worden, dat lijkt me een vooruitgang. Evenals de opknapbeurt van de twee speeltuintjes. Voor de oudere kinderen zullen er boomstammen komen om op te klauteren en stapstenen om de sloot over te steken, als alternatief voor de nieuwe bruggen.

Mijn eerste reactie, en wellicht ook die van u, was dat een miljoen euro wel erg veel geld is. Voor dat geld zou je een nieuwe Sonse Haven verwachten, midden in onze mooie wijk. Een wandelboulevard à la Paris, met ouderwetse, gietijzeren lantaarns en dito bankjes.  Wat we krijgen klinkt ook mooi, het klinkt niet alsof het een miljoen zou moeten kosten. Ze kunnen de naam beter aanpassen naar de Goudsloot.

Wat zou u doen met een miljoen, vroeg ik een tijdje geleden. Dat je voor dat bedrag een hele sloot op zou kunnen knappen, dáár had ik nou nooit aan gedacht.

Romeins roulette

Bron:Pixabay.com

Je kunt maar beter niet al te gehecht zijn aan je auto, als in Rome rijdt. Verkeersregels zijn meer richtlijnen, vluchtstroken zijn een extra rijbaan c.q. uiterste uitwijkmogelijkheid en verdrijvingsvakken zijn gewoon voorsorteervakken. Als je wilt invoegen, maneuvreer je gewoon je auto op de gewenste rijbaan, ervan uitgaande dat je er wel tussen gelaten zult worden. Niet dat de auto op de andere rijbaan veel keuze heeft, maar ze doen het zonder veel ophef te maken, in de wetenshap dat ze zelf ook in moeten voegen, vroeg of laat.

Het waren niet eens allemaal Fiats, Ferrari’s of Lamborghini’s die we zagen, op weg van het vliegveld naar ons appartement. Wel veel voorgedeukte auto’s, vol met krassen en/of stof. Claxonneren doen ze niet, dat is ook niet nodig. De ruimtes zijn klein, maar groot genoeg. Anders is er altijd nog de vluchtstrook, of het verdrijvingsvlak. Asbakken worden niet gebruikt, menig gebruinde arm steekt uit het raam, een brandende sigaret in de hand.

Voor fabrikanten van navigatieapparatuur is Italië een verloren markt. Iedereen heeft zijn mobiel in een standaard op het dashboard geklemd, navigeren gaat met een app. Niet dat er handsfree gebeld wordt. Als zijn telefoon ging, pakte onze chauffeur doodleuk zijn mobiel op, om tijdens het bellen de auto links of rechtsom door het drukke verkeer te loodsen. Appen ging gewoon door onder het rijden, niet alleen als we even stil stonden.

Met ware doodsverachting laveren ze langs alle obstakels in het verkeer, stoppen doen ze alleen als het écht moet, op het allerlaatste moment. Als ze er niet tussengelaten worden, gesticuleren ze heftig, zoals alleen Italianen dat kunnen. Met zichtbare tegenzin laat onze chauffeur andere weggebruikers voorgaan, soms zonder tegenzin, er heerst een zekere gelatenheid en acceptatie. Het is nu eenmaal niet anders.

Alle wegen leiden naar Rome, luidt het gezegde. Rome zelf is omgeven door een wirwar aan wegen, waar je zonder navigatieapparaat hopeloos verdwaalt. Feilloos loodst onze chauffeur ons door de chaos op de wegen, door de Romeinse roulette. Waar je nooit weet wie wat gaat doen, wie zich ertussen wringt, wie linksom of rechtsom, via de reguliere weg of via de vluchtstrook zich een weg baant.

We zijn blij en opgelucht, als we zijn aangekomen bij ons appartement. Ondanks alle halsbrekende toeren is het goed gegaan, we zijn razendsnel op onze bestemming aangekomen. Nu kan het grote genieten beginnen. Over een week gaan we weer terug, de Romeinse roulette in.

Handige handen

Afbeelding van WikiImages via Pixabay

Handen, ze zijn zo handig om te hebben. Soms zitten we ermee in ons haar, als je dat tenminste hebt. Soms zitten ze los, heeft iemand moeite om ze thuis te houden. Soms zijn ze leeg, soms juist vol, te vol. De een laat ze wapperen, de ander steekt ze juist liever in de zak. We geven elkaar de hand, wanneer we elkaar zien, of slaan elkaar met de hand op de schouder als we elkaar wat beter kennen. Een hand kan troost bieden, als ze op je schouder gelegd wordt, of je zachtjes streelt, op je wang. Een kinderhand is gauw gevuld, sommige volwassenen hebben er een gat in. Zo kan ik nog wel even doorgaan.

Ik kijk met enige jaloezie naar mensen met handige handen. Zelfs al heb je er twee, als beide exemplaren linksgeoriënteerd zijn, komt er minder uit. Met je handen iets creëren, uit hout, steen of een ander materiaal, ik vind het machtig mooi. Mensen die iets kunnen repareren, waarvan ik niet eens zie dat het niet optimaal werkt, ik bewonder ze mateloos. Zoals mijn broer vroeger uren aan zijn brommer kon sleutelen, het ding opvoerde zodat het nog sneller ging, mooi was dat. Iemand die een deur bijschaaft, zodat die niet meer klemt. Of een relais uit een auto haalt, zodat de claxon eindelijk het zwijgen wordt opgelegd.

Het is niet alsof ik compleet hulpeloos ben. Een schilderij ophangen, eerst een gaatje te boren, liefst op de juiste plek, dan een plug erin en vervolgens de schroef, dat lukt me wel. De motorkap van mijn auto openen en de koelvloeistof aanvullen, of water/sop voor de voor- of achterruitsproeier, dat lukt wel. Veel technischer dan dat moet het in mijn geval niet worden. Hoewel, een computer of tv aansluiten lukt ook nog wel, na zorgvuldig en uitgebreid de handleiding bestudeerd te hebben. Alhoewel dat volgens mij tegenwoordig makkelijker verloopt dan vroeger. Misschien is dat ook zo, of zou ik wat technisch vaardiger geworden zijn? Ik denk het niet!

Hoe graag zou ik willen dat ook ik naar mijn uitpuilende gereedschapskist kon lopen, voorzien van gereedschap voor alle mogelijke situaties, en er nog mee om kon gaan ook. Zelf een stoel in elkaar zetten, een plank om maat zagen én plaatsen, mijn huis schilderen of een schilderij maken, et cetera.

Helaas, hoe graag ik zou willen dat het anders is, uit mijn handen komen alleen woorden.

Spring naar toolbar