Eenzame kerst

Afbeelding van Emilian Robert Vicol via Pixabay

Eerst ging er één cherrytomaatje vandoor, daarna nog een. En nog een. En nóg een! We kwamen handen te kort, de kassière en ik, om alle tomaatjes weer in het gareel en in het doosje te krijgen. Vervolgens ging de citroen ervantussen, een enkele wortel en de avocado waagden ook een ontsnappingspoging. Tevergeefs, uiteindelijk belandden ze stuk voor stuk in mijn boodschappentas, met als bestemming de koelkast. Tot het moment daar is, en ze veranderen in een culinair hoogstandje. Althans, dat is de bedoeling.

‘Het lijkt wel alsof ze voelen dat Kerst eraan komt’, zei ik tegen de kassière. Een beetje spanning, met Kerst in aantocht, dat geeft al genoeg spanning. Normaal is het al een heel gedoe, bedenken wat er op het menu komt te staan, wie er wanneer op bezoek komt of waar we naartoe gaan (twee kerstdagen zijn véél te weinig!) en dan moet het mooie servies en tafelzilver ook weer tevoorschijn gehaald worden, én gepoetst. Dit jaar vallen de kerstdagen niet bepaald gunstig, als je even bij wil komen van alle (in)spanning, moet je een vrije dag opnemen. Om het verhaal helemaal af te maken, is er de dreiging van een totale lockdown, die als u dit leest al realiteit is geworden.

Ook dit jaar werpt corona een zware schaduw over alles, niet alleen Kerstmis. Ook dit jaar is de vraag of we de voorschriften negeren en onze huizen vol stromen. Ook dit jaar is het wellicht lonely this Christmas, zoals Mud in 1974 zong. Dat het niet is zoals voorheen, dat moge duidelijk zijn. Of dat een beletsel is om er iets van te maken, is een ander verhaal. Met een bord boerenkoolstamp kijken naar één van de vele zoetsappige kerstfilms die op TV zijn, kan ook gezellig zijn. Het maakt niet uit wat je eet, maar wel met wie. Al maak je mij bepaald niet blij met boerenkoolstamp.

Kerst in je eigen gezinsbubbel kan ook heel gezellig zijn, ik maak me alleen zorgen over degenen die alleen in bubbel zitten, of (groot) ouders die hun (klein)kinderen niet mogen zien of knuffelen. Als corona ons iets geleerd heeft, is dat je op verschillende manieren op afstand ook samen kunt zijn. Ook al is dat geen alternatief voor elkaar ‘live’ te zien, horen en aanraken. Wie weet kan het volgend jaar allemaal wel.

Wat een gedoe, Kerst in coronatijd. We zouden allemaal wel willen ontsnappen, net zoals mijn cherrytomaatjes.

De beloning

Er staan best veel auto’s, zie ik als ik aan kom rijden bij de bloedbank. Meer als ik verwacht had, meer als ik gehoopt had. Beducht voor een flinke mensenmassa ga ik naar binnen, het lijkt zowaar mee te vallen. Eerst mijn handen ontsmetten, dan meld ik me aan. De dame achter de balie kijkt terloops naar mijn pas vernieuwde rijbewijs, de meegebrachte oproep is al identificatie genoeg. De bevestigingsmail dat ik de (online) coronatest met goed gevolg afgelegd heb, vindt ze interessanter. ‘Ik zie graag die groene vinkjes’, zegt ze.

Uit mijn ooghoek zie ik ze al liggen, glimmend en roze. Nu nog niet, het is nog te vroeg. Straks pas, achteraf, als beloning. Eerst de formaliteiten afhandelen. Zoals het gebruikelijke formulier invullen, in rap tempo zet ik de vinkjes. Nee, ik heb geen transfusie gehad, heb geen tattoo laten verwijderen, ik blijf zo ver mogelijk weg bij naalden (behalve als ik hier kom), ik ben niet in het buitenland geweest, etc. Na een aantal keren weet je de vragen wel, de antwoorden zijn altijd hetzelfde. Gelukkig maar.

Dan de keuring, de arts vraagt mijn geboortedatum, ter controle. Gelukkig, ik weet ‘m nog. Dan een prikje in mijn vinger, om het ijzergehalte te meten. Wéér een tien! Mijn bloeddruk is ook prima, ik ben er klaar voor. Een bed is gauw gevonden, voor ik het weet, lig ik al te wachten op wat komen gaat. Eén van de medewerkers komt op me af.  ‘Welke arm wilt u?’, vraagt ze. Rechts, links zijn de aders moeilijk te vinden, op de een of andere manier. Eventjes inwrijven met een beetje alcohol, vervolgens frutselt ze aan het een en ander, nog een keer inwrijven, als alles is klaargelegd wrijft ze nog een keer in, vóór de naald erin gaat. In mijn ader glijdt, als het ware, meestal gaat het moeizamer.

In no-time is het zakje vol, een halve liter ben je zó kwijt. Eventjes het watje op het wondje houden, dan gaat het verband erom. Het klinkt misschien gek, voor mij voelt het altijd een beetje stoer. Dan sta ik weer op, op weg naar mijn beloning. Natuurlijk, ik doe dit omdat het een goed doel is, bloed geven. Daar ben ik bepaald niet de enige in. Hoe goed het doel ook is, als ik eerlijk ben, is dat niet waar het mij om gaat.

Ik kom voor die heerlijke, glimmende, roze glacé koek. Dat is mijn beloning!

Foto: Luc van de Wiel