Kerststukje

Afbeelding van hilde1234 via Pixabay

Of ik een column speciaal in kerstsfeer wilde schrijven. Ik was er nog niet mee bezig, eigenlijk. Ik kan niet zeggen dat bij mij de kerstsfeer er al inzat. Het intrigeerde me wel, en ach, als je dan een kerststukje gaat schrijven, dan komt de sfeer er vanzelf wel, dacht ik. Al moest ik eerst de desillusie van Sinterklaas verwerken. Nee, het gaat niet over roetveeg- of volledig zwarte Pieten. Ik mocht wéér niet mee naar Spanje, verdorie!

Overal waar je komt verschijnt meer en meer kerstverlichting. Soms simpelweg langs de dakgoot, soms sierlijk gedrapeerd over bomen of struiken. Soms willekeurig, soms in duidelijk herkenbare patronen. Steeds meer kerstbomen zie je oplichten, dat brengt me bij het eerste kerstdilemma: kunst of echt? Vroeger was dat geen dilemma, je had alleen maar echte kerstbomen. Ook nu staan hele bossen klaar, met of zonder kluit. Weinig bomen overleven de feestdagen, en je bent een eeuwigheid bezig die verduvelde naalden op te ruimen. Als je het mij vraagt, hoort een boom in uw (achter) tuin of beter nog, in het bos.

Het tweede dilemma: bij wie gaan we de kerst doorbrengen? Als je zoals ik gescheiden ouders hebt, én een schoonfamilie, dan kom je feestdagen te kort. Dan heb ik het niet eens over dilemma nummer drie: wat staat er op het menu? Ook daar zijn twee stromingen: gemak (lees: gourmet, of het chique neefje van kaasfondue: raclette) of super uitgebreid, waarbij het liefst ook nog exclusief én exotisch moet zijn. Zesgangenmenu’s van mensen die normaal niet eens soep of een toetje nemen, het is wat.

Dan is er nog een extra dilemma: mensen die helemaal geen zin hebben in kerst, die staan voor de keuze. Voldoen aan de verwachtingen van familie en/of vrienden en toch maar gaan, of met een bord zuurkoolstamp op de schoot voor de TV gaan zitten. Het lijkt erop dat dit jaar hun wens uit zou kunnen komen, het is de vraag of we überhaupt wel kerst kunnen vieren, zoals we gewend zijn. Negeren we de voorschriften en stromen onze huizen vol, of wordt het lonely this Christmas, zoals Mud in 1974 zong?

Of het aan de kerstfilms ligt die het avondprogramma vullen op TV, of aan het feit dat de radiozenders worden gekaapt door kerstliedjes, ik weet het niet. Hoe dan ook, ook ik begin in de stemming te komen. Daarom kan ik aan het eind van dit kerststukje maar een ding zeggen: maak er een mooi kerstfeest van!

Samen staan we sterk!

Afbeelding van truthseeker08 via Pixabay

Het zijn bijzondere tijden waarin we leven. Een gedeeltelijke lockdown, mondkapjes plicht, anderhalve meter afstand houden, we hebben er allemaal mee te maken. We moeten het samen doen, samen staan we sterk. Dat wordt ons in elk geval voorgehouden door de overheid.

Dan is het mooi als er initiatieven ontplooid worden om juist deze doelgroepen te helpen, zoals onlangs in de gemeenteraad van Son en Breugel gebeurde. Daar werd het idee geopperd om inwoners met een beperkt inkomen, of die zorg nodig hebben, alleenstaand zijn of het extra moeilijk hebben in deze tijd een voucher te schenken van twintig euro. Zorgmedewerkers, mantelzorgers en andere mensen die hard moeten werken om alles enigszins gaande te houden zouden evenmin worden vergeten. Die voucher zou dan besteed moeten worden bij lokale ondernemers, die de klandizie goed kunnen gebruiken.  ‘Samen staan we sterk’, heette de motie. Inderdaad!

Was ik hier maar gestopt met lezen. Ik kreeg er een warm gevoel van, wat mooi dat er juist aan diegenen gedacht wordt die het moeilijk hebben, die hulp hard nodig hebben. Twintig euro, het is niet veel, maar het gaat om het idee. Als het blijkt te werken, kun je het vaker doen, zo vaak als nodig is, zo vaak als de portemonnee het toelaat. Ik zeg: voor! Doen!

Normaal gesproken verwerk ik graag wat humor in mijn column. Graag zou ik ook hier een kwinkslag willen plaatsen, een grappige opmerking, een humoristisch inzicht. Maar helaas, ik heb niets. Te verbijsterd ben ik over wat er gebeurde. Wat deden onze gemeenteraadsleden? Wat ze altijd doen: het grondig met elkaar oneens zijn. Ze zagen alleen beren op de weg, ze konden het niet eens worden, dus deden ze maar niets. Dat de politici het niet met elkaar eens zijn, wekt nauwelijks verbazing. Dat daardoor de motie een zachte dood stierf, dat is jammer. Een gemiste kans. Ik weet niet hoe het met u is, maar ik kan daar niet mee lachen.

Het is mijns inziens een brevet van onvermogen. Dit was de uitgelezen mogelijkheid om te laten zien hoe betrokken onze politici zijn met hun medeburgers, met name met diegenen die het zo moeilijk hebben. Mensen die nu andermaal van hulp verstoken blijven. Ze erkennen dat mensen financiële problemen kunnen hebben, maar hebben geen pasklare oplossing en zullen er verder over nadenken. Joepie!

Samen staan we sterk, waar een wil is, is een weg. Gemeenteraad, laat deze mensen niet in de steek!

Kap ermee

Afbeelding van Pixaline via Pixabay

Bomen, ze zijn mooi in elk jaargetijde. In de lente, als de eerste prille blaadjes verschijnen en de boom langzaam groen kleurt. In de zomer, als de volgroeide bladeren zachtjes ruisen in een zomerbries terwijl ze ons schaduw verschaffen. In de herfst, vooral in de herfst, als ze verkleuren tot dieprood en goudgeel, en tenslotte bruin. Her en der liggen hoopjes bladeren, als getuigen van vergane glorie, tekenen van de naderende winter. Zelfs in de winter, als de bomen oplichtten in de vale winterzon, de kale takken wanhopig uitgestrekt naar de kille hemel, zelfs dan zijn ze mooi.

Bomen zouden dan ook nooit gekapt mogen worden, tenzij ze oud en ziek zijn, en op huizen of nietsvermoedende voorbijgangers dreigen te vallen. Mijn hart huilt, als ik een boom zie die geveld is, ook al is het door een storm. Ze zijn de longen van de aarde.

Ik heb het geluk te wonen in het mooie Son en Breugel, een groen dorp. Als je van ons huis naar het centrum loopt, waan je je bij vlagen in het bos. Ook langs de goudsloot, bij ons achter, staat een prachtige rij bomen. Ik vind het een prachtig gezicht, als ik tussen het thuiswerken door even een wandeling maak, gaat de route vaak eerst daarlangs. Dan geniet ik van de prachtige bomen, van het ruisen van de bladeren, het geritsel in de struiken langs de sloot, het gekwetter en gefladder van de vele vogels in de bomen. Het is telkens weer genieten!

Onlangs zag ik plots een groot oranje kruis op een van de bomen. Verrek, die daarnaast heeft er óók een! En die daarnaast ook! De een na de ander, gemarkeerd met een kruis, het leek een teken dat ze ten dode opgeschreven zijn. Dat ze moeten wijken voor de vooruitgang, voor de nieuwe, verfraaide goudsloot.

In eerste instantie was ik best enthousiast over de vernieuwingsplannen, ik zag mijn mooie laantje al voor me, de statige bomen met daaronder prachtige, groen geverfde gietijzeren lantaarns met krullen, de maan die schijnt op de opgeknapte sloot. Geen moment kwam het in me op dat mijn mooie bomen daarvoor zouden moeten wijken.

Zouden de bomen ziek zijn? Ik hoop van niet, ik hoop dat het een vergissing is. Ik hoop dat de gemeente Son en Breugel mijn mooie laantje intact laat, dat ze zoveel mogelijk bomen laten staan, waar dan ook.

Kap ermee, met het kappen van bomen.

Door het lint

Afbeelding van Carola68 Die Welt ist bunt…… via Pixabay 

Het is een hele opgave, uit eten gaan in tijden van corona. Anderhalve meter afstand houden, desinfecteren, mondkapje af, hoesten en niesen in je ellenboog, het is me wat. Zeker als het druk is op het vakantiepark, waar we verbleven. Even eruit, even vakantie, zo aan het eind van de zomer, toen het kon en mocht. Wel in eigen land, gelukkig was het mooi weer. Er was nog plek op het terras, zagen toen we aankwamen bij het restaurant. Het terras was afgeschermd met een lint, rechtstreeks uit een aflevering van CSI.

Het lint was overduidelijk bedoelt om ervoor te zorgen dat gasten netjes via de hoofdingang naar binnen zouden gaan. Het is een beetje gewaagd in een land van eigenwijze betweters, de kans dat iemand door het lint gaat, is bepaald niet denkbeeldig. Mijn lief en ik hielden ons netjes aan de regels, we namen buiten plaats, vlak bij het lint. Een meter of tien verderop stond een springkussen, dat als een magneet werkte op de in groten getale aanwezige kinderen, voor wie het lint geen enkel obstakel vormde.

Een klein meisje liep met opgeheven handen op het lint af, in de veronderstelling dat ze het op zou moeten tillen. Ze schoof er zó onder door, haar handjes raakten het lint niet eens aan. Haar broertje, iets groter, had er evenmin moeite mee. In één vloeiende beweging duwde hij het lint omhoog en ging eronderdoor, zonder ook maar af te remmen. Op het springkussen was een jongen aan het oefenen, dat had hij zichtbaar vaker gedaan. Een salto achterover, mét koprol, het was een waar kunststuk, ook al landde hij op zijn achterwerk. Ik zou bij voorbaat op mijn achterste landen, of erger nog, op mijn gezicht, als ik het al zou durven proberen.

Bij de ingang stonden twee pompjes met desinfecterend middel. Eén gast smeerde het spul eerst uitgebreid in zijn handen, om vervolgens met zijn handen door zijn haar te gaan. Moest dat ook ontsmet worden?

Het was een komen en gaan, van en naar het springkussen. Even eten, of wat drinken, even de aandacht van pappa of mamma vragen, en dan weer terug. Op het terras was het ook een drukte van belang, het was af en toe even wachten op je bestelling. Ook al is het vakantie, ook al heb je geen haast, ook al kost het moeite, we moesten allemaal geduld oefenen.

Gelukkig ging niemand door het lint.