Code geel

Afbeelding van Wolfgang Vogt via Pixabay

We leven in een in een in georganiseerd land. Van geboorte tot de dood, alles wordt geregistreerd. Van leerplicht tot sollicitatieplicht, van rijbewijs of paspoort tot vis- en kapvergunningen, overal zijn regels voor.

Geen wonder dus dat als er een keer extreem weer is we de KNMI nodig hebben om ons te vertellen wat wel en wat niet kan. De KNMI is, geheel in de traditie van ons land, een supergeorganiseerd geheel. Voor elk weertype hebben de bollebozen een kleurcode bedacht. Te beginnen met groen. Groen, het teken dat we weer mogen gaan rijden bij een stoplicht, dat is de beste kleur. De kleur van niets aan de hand, u kunt gewoon doen als normaal, er zijn geen bijzondere of gevaarlijke weersomstandigheden. Een gevoel van opluchting maakt zich van me meester: ik hoef geen maatregelen te nemen. Dat scheelt!

Dan komt geel. Als code geel geldt, is er mogelijk kans (!) op gevaarlijk weer. Gladheid, flinke sneeuwbuien, extreem warm weer of onweersbuien, al dan niet gepaard gaand met windstoten, het is goed om dat te weten. De tip van de KNMI is een goeie: wees alert! Een goed begin, mijn nieuwsgierigheid is gewekt.

Oranje, de kleur die bij stoplichten voor menigeen reden is het gaspedaal extra in te trappen in plaats van af te remmen, is wel een stapje hoger: er is grote kans op gevaarlijk weer.  Meer gladheid, driftsneeuw, nog warmer weer of nog hardere windstoten. Het gevoel van stijgende ongerustheid wordt niet bepaald getemperd door het advies van de KNMI: wees niet alleen alert, maar tref ook maatregelen. Gossie. Welke maatregelen dan?

Rood is de kleur van gevaar, de kleur die ons vertelt dat we moeten stoppen, in elk geval bij een stoplicht. Je zou verwachten dat alles uit de kast gehaald wordt. Verder dan ‘Je kunt er zeker van zijn dat er problemen ontstaan’ en ‘Je doet er verstandig aan al je activiteiten aan te passen’ komt het KNMI niet. Geen zandzakken voor de deur, geen aanrader om toch vooral voldoende wc-papier in te slaan, niets van dat al. Een beetje een anticlimax.

Prachtig, die kleuren codering van het KNMI. Welke maatregelen ik zou moeten treffen bij code oranje, ik gebruik gewoon mijn fantasie. Bij rood blijf ik gewoon binnen. Code geel, die vond ik nog het mooist. Wie had daar ooit aan gedacht, om alert te zijn onderweg?

Sowieso wel handig, als je je in het verkeer begeeft.

Verjaardagsfeest

Afbeelding van Jeevan Singla via Pixabay

Verjaardagen, ik heb er niets mee. Niet met die van anderen, al helemaal niet met die van mezelf. In de ochtend van de dag dat ik 54 jaar geleden geboren werd, voelde ik me hetzelfde als de dag ervoor. Een jaar ouder, maar niet per se wijzer. Iedere dag dat ik wakker word, ben ik een dag ouder. Niets bijzonders, toch?

Ik werd wakker in een bed dat niet het mijne is, naast een vrouw die dat wel is. Al jaren ontwijk ik de dag die voor mij geen bijzondere is, gevierd heb ik het nooit. Wat vrienden, uit eten met goede vrienden, dat is voor mij feest genoeg. Wakker worden in een vreemde omgeving, om die samen met mijn lief te verkennen, dat is voor mij de ideale manier om mijn verjaardag te beleven. Er zijn mensen die het leuk vinden om jarig te zijn en een feestje te vieren. Mijn ding is het niet, om eerlijk te zijn. Ouder worden, het overkomt je, het is niet per se een verdienste. Meer een kwestie van geluk.

Al snel na het ontwaken begon het. Eerst mijn schoonmoeder, die voor me zong. Later mijn eigen moeder, die anders nooit belt, maar gebeld wil worden. Appjes, van familie en vrienden. Een berg aan felicitaties op Gezichtsboek. Veel mensen, veel meer dan ik gedacht had, namen de moeite even aan mij te denken, even een kort bericht te sturen. Eén woord, meer hoeft ook niet. Ik kreeg zelfs een e-mail, van mijn afdelingshoofd. Voor al deze mensen een kleine moeite misschien, voor mij een groot plezier.

In de ochtend gingen mijn vrouw en ik een potje minigolf spelen, op het vakantiepark in Zuid-Limburg waar we verbleven. In de regen, een traditie die een paar jaar geleden ontstond. Tja, als je met alle geweld eind september jarig wil zijn, heb je kans op minder weer. Dat hoeft de pret niet te drukken! Het golfen was lastiger dan je zou denken, met steile hellingen en allerlei barrières. Met geduld en af en toe een klein beetje valsspelen (‘Vooruit dan, het is dat je jarig bent’, zei mijn schat) heb ik het volbracht. ’s Middags gingen we op zoek naar een lekker stukje Limburgse vlaai, geen makkelijke opgave op een maandag. Een dag later hebben we de schade dan maar ingehaald. Een heerlijke maaltijd in een gezellig restaurant lukte wel, gelukkig.

Zo werd de verjaardag die ik liever niet vierde toch nog een feestje.

Voor de spiegel

Aarzelend stond ik voor de spiegel. In die spiegel zag ik een man, die onzeker en enigszins gespannen afwachtte wat er ging komen.

‘Hoe ben ik hier terecht gekomen?’ vroeg ik me af. Ik wist het wel: het was het verjaardagsfeestje van mijn vrouw. Die heeft een nieuwe passie: buikdansen. Een passie die ze graag deelde met haar familie, en met mij. Een deel van me deed graag mee, een ander deel maakte zich zorgen, grote zorgen. Ziet u, ik heb de beweeglijkheid van een hark, een stijve wel te verstaan. Op de dansvloer, welke dansvloer dan ook, kom ik het best tot mijn recht als muurbloem. In gedachten dans ik mee op de muziek, zelfs in de maat. Mijn lichaam weigert elke vorm van medewerking, met een onwennig geschuifel als resultaat. En dat is bij ‘normaal’ dansen. Buikdansen is een graadje ingewikkelder, het is hogeschooldansen.

Zo vond ik mezelf terug voor te spiegel, op een dansvloer ergens in Eindhoven-Noord. Ik was niet alleen, een tiental familieleden en vrienden had zich verzameld. Ik was zelfs niet eens de enige man! In het Midden-Oosten, waar deze dansvorm vandaan komt, wordt ook door mannen gebuikdanst. Dat vertelde Ana, onze lerares, ik geloofde haar graag. Afgezien van de sierlijkheid van de bewegingen van geoefende beoefenaars, is het ook de beste manier om buikspieren te trainen en (buik)vet te verbranden.

Ana deed eerst de pasjes en bewegingen voor. ‘Dat ziet er eenvoudig uit’, dacht ik overmoedig. Om er op het moment dat het erop aankwam erachter te komen dat het allesbehalve eenvoudig was. Mijn voeten waren de pasjes vergeten, mijn armen zwaaiden maar wat en mijn ogen konden niet volgen wat Ana of de anderen ervan maakten. Tot overmaat van ramp zakte mijn heupsjaal af, dat kostte een groot deel van de dansroutine. Het moeilijkst van alles: de shimmy. Voor de leken onder u: bij de shimmy beweeg je vanuit je knieën, heupen of schouders, zonder dat de rest meebeweegt. Mijn shimmy was meer een Sjors.

Hoe leuk het ook was, een zucht van verlichting kon ik ternauwernood onderdrukken, toen het afgelopen was. Voordat we van een heerlijke Libanees/Turkse lunch konden genieten, gaf mijn lief nog een galavoorstelling. Het was adembenemend mooi, hoe ze eruitzag, hoe ze danste, hoe ze genoot, ondanks een lichte nervositeit.

Nog één keer keek ik in de spiegel, voordat we weggingen. De onzekerheid en spanning waren verdwenen. De twijfel ook: een danser ben ik niet.

Monster in schaapskleren

Afbeelding van Nicky ⭐🕯️⭐ MERRY CHRISTMAS ⭐🕯️⭐ • 👉 PLEASE STAY SAFE 👈 via Pixabay

Met een blik vol afschuw keek ze naar hem, een blik vol boosheid. Onzekerheid, over wat precies gebeurd is die nacht. Een verdriet, onmetelijk veel verdriet. ‘Voor mij ben jij geen mens, je bent een monster’, zei Femke Verstappen, de zus van Nicky. Het verdriet van Nicky’s familie is niet te bevatten. Als je zoiets hebt meegemaakt, kun je het je misschien een beetje inbeelden. Een beetje. Jos B., het doelwit van deze hartenkreet, hoorde schijnbaar onbewogen toe.

Was Jos B. maar een monster. Was hij maar drie meter hoog, met monsterlijke klauwen en tanden. Kon hij alleen maar vervaarlijk brullen of huilen, in plaats van spreken met zilveren tong. Had hij maar hoorns op zijn hoofd, als een echte duivel. Dan konden kinderen als Nicky tenminste ontsnappen aan roofdieren als Jos of Marc Dutroux. De werkelijkheid is anders. Deze roofdieren dragen schaapskleren, ze zien eruit als een onschuldige, zij het excentrieke buurman. Als een wereldvreemde, enigszins schuwe man. Als een brave huisvader, zoals zo vele beulen uit de vernietigingskampen van de Nazi’s. Monsters, met menselijke trekjes, al zie die die niet, als je kijkt naar hun daden.

Maar Jos B. is een mens, niet zoals u en ik, gelukkig niet. Ergens in zijn leven is het misgegaan, ergens is er een vreselijke kronkel in zijn hersenen ontstaan. Een kronkel waardoor hij deed wat hij gedaan heeft, waardoor hij zijn lusten ten koste van onschuldige kinderen moet bevredigen, wat dat ook voor die kinderen moge betekenen. Een kronkel waardoor hij geen verantwoordelijkheid wil nemen voor zijn daden.

Had Nicky er mee kunnen leven? Het zou een vreselijk zware last zijn geweest. Of hij de kracht gehad had om ermee om te gaan, zoals Elizabeth Smart, is de vraag. Elizabeth werd op 14-jarige leeftijd ontvoerd werd met een mes op haar keel, terwijl haar zusje naast haar lag. Na negen lange maanden werd ze herenigd met haar familie. Wat haar op de been hield, wat ervoor zorgde dat ze weer verder kon? Het inzicht dat haar familie onvoorwaardelijk van haar hield, ongeacht wat er gebeurd was. Dat ze wel waardevol is, dat ze geen controle heeft over wat haar overkomen is, maar wel over hoe ze daarmee omgaat. Prachtige, inspirerende woorden, waar de familie van Nicky misschien ook wat aan heeft.

Kunnen we ooit de monsters in schaapskleren herkennen? Ik hoop het, van ganser harte. De monsters die ontmaskerd zijn, mogen niet vrijkomen. Zodat er geen nieuwe Nicky’s bijkomen.

Paniekvoetbal

Afbeelding van Ben Kerckx via Pixabay

We moeten er toch aan geloven. Mondkapjes, persoonlijk verafschuw ik ze. Als je iemands gezichtsuitdrukking niet kunt zien, mis je de lichaamstaal, het belemmert de communicatie. Je bent gedwongen mensen te geloven op hun ogen, blauw of niet. De regering, die maandenlang stug volhield dat mondkapjes niet helpen, adviseert ineens het dragen ervan. Baat het niet, dan schaadt het niet, is de uitleg. Dat klinkt niet alsof ze zelf niet overtuigd zijn, hoe willen ze ons dan overtuigen? In voetbaltermen: het is paniekvoetbal.

Het coronavirus is langzamerhand niet meer weg te denken uit ons leven. Totdat er een geneesmiddel en vaccin zijn, is het raadzaam het virus onder controle te houden, voor zover mogelijk. Veel is er niet dat we kunnen doen, afstand houden is met afstand het effectiefst, voor sociale wezens als ons is het wel erg lastig. Als je iemand hebt, is het nog wel vol te houden. Als je alleen bent, mis je toch (fysiek) contact. Een knuffel, een korte aanraking, we hebben het nodig. Ik wel, tenminste. Anders sta je buitenspel.

Als het dragen van een mondkapje verplicht wordt, dan zal ik me daartegen niet verzetten. Zelfs al geloof je dat het allemaal wel meevalt met corona, zelfs al ben je tegen alle maatregelen, de snelste manier om ervan af te komen, is eraan mee te werken. Nog afgezien van het feit dat je niemand wil besmetten. Protesteren bij de scheidsrechter heeft weinig zin, die veranderd zelden van mening.

Dus heb ik ook maar mondkapjes aangeschaft.  Al maakt het je niet immuun en werkt het alleen als je het mondkapje goed om- en afdoet, en telkens een nieuw gebruikt. Is het idee dat mondkapjes mensen eraan herinneren dat ze afstand moeten houden? Dat lijkt me een illusie, zoals wel gebleken is in Spanje. In het land waar iedereen een mondkapje draagt maar niemand afstand houdt, zijn de meeste besmettingen in de EU. In Duitsland werkt het wel, maar daar houden ze netjes afstand.

Als mensen geen afstand houden, moet je iets. Alleen een advies geven, dringend of niet, dat voelt twijfelachtig, alsof de regering geen keuze wil maken. Niet kiezen is ook kiezen. Misschien een idee voor Mark en Hugo: je krijgt een gele kaart als je het mondkapje aan de buitenzijde aanraakt en je krijgt een rode kaart als je het mondkapje na gebruik opvouwt en in je broekzak stopt. Zou dat werken?

Ik ben blij dat Mark Rutte geen bondcoach geworden is, met paniekvoetbal win je maar zelden een wedstrijd.