Onbeschoft

Afbeelding van Robin Higgins via Pixabay

Ik was in opperste concentratie verzonken, de denkrimpels trokken diepe groeven in mijn voorhoofd. In de verte hoorde ik een geluid: mijn mobiel. Eigenlijk vond ik het een beetje onbeschoft, wie waagde het mij te storen?

Een blik op de display maakte me niet veel wijzer: een onbekend nummer. Onbekend maakt onbemind, als het gaat om onbekende bellers. 076 zag ik als kengetal in het scherm. Dat is het kengetal van mijn voormalige thuisstad, de parel van het zuiden. Mijn moeder was het niet, wie zou me willen bellen? Willen ze me terug?

‘Met Luc’, ze ik. ‘Spreek ik met de heer Van de Wiel?’ klonk het terug. Het is nooit goed nieuws, als iemand me bij mijn achternaam noemt. ‘Daar spreekt u mee’, antwoordde ik, al wetend welke kant het op zou gaan. En ja hoor: ‘Met het Energie Loket’ zei de man. Of was het Energie Label? Om eerlijk te zijn, na het woord ‘energie’ was ik al afgehaakt. ‘Daar gáán we weer’ dacht ik, met een zucht. ‘Sorry dat ik u onderbreek’, zei ik, ‘Ik heb geen belangstelling en zou nu graag het gesprek willen beëindigen’. De man, duidelijk verbouwereerd, sputterde tegen. ‘Maar meneer, wilt u niet even horen wat ik te zeggen heb?’ Nogmaals herhaalde ik dat ik het gesprek wilde stoppen. ‘Maar meneer’ probeerde hij nog eens. Vasthoudend was hij zeker, een goed luisteraar niet. Na de derde keer hing ik op, kokend van woede. Wie niet horen wil, moet maar voelen. En wie zijn billen brandt, zit behoorlijk ongemakkelijk.

Ik zie het al voor me, een callcenter gevuld met puistige jonge mannen en -vrouwen, angstig kijken naar het prikbord met daarop de target die ze moeten halen. Als ze zien hoe ver ze er nog vanaf zijn, breek het angstzweet hen uit. De banen liggen bepaald niet voor het oprapen, in deze barre tijden. Met dat beeld voor ogen schaamde ik me.  Was ik onbeschoft geweest? Zo ben ik helemaal niet! Altijd beleefd, altijd aardig, ook al de situatie er niet om vraagt. Zoals wanneer iemand me iets aan wil smeren, ongevraagd, en dan ook nog met een contract waar alleen hun baas beter van wordt, en waar je niet zomaar onderuit komt.

Mijn schuldgevoel smolt als sneeuw voor de zon. Bovendien, ik had hem gewaarschuwd, tot drie keer toe. De maat is vol, no more Mr. Nice Guy!

Mij lastigvallen als ik druk bezig ben, dát is pas onbeschoft!

Klavertje tienduizend

Afbeelding van martaposemuckel via Pixabay

Als ik weer achttien jaar oud zou mogen zijn! Een gezicht vol puistjes, een volle kop met haar, de wereld ligt aan mijn voeten. En dan krijg je nog tienduizend euro van ome Jesse, ons klavertje tienduizend.

Een ordinaire verkiezingsstunt, vinden velen. Jesse zal het ongetwijfeld niet doen omdat hij zo aardig is. Het is ook wel makkelijk, geld weggeven dat van een ander is. Het is de bedoeling dat iedereen in Nederland tienduizend euro krijgt op de 18e verjaardag. Dat is overigens ook de dag dat ze pas stemrecht krijgen, dus hoe kan dat stemmen opleveren? Afgezien daarvan, als je de stortvloed aan negatieve reacties ziet (voor het merendeel van veertigplussers) geloven de meesten dat de jongeren het zo ongeveer aan alles uitgeven behalve hun studie. We hebben in ieder geval veel vertrouwen in onze jeugd.

Opvallend is dat de criticasters in hun haast om Jesse te ‘bashen’ voorbij lijken te gaan aan de onderliggende gedachte van het plan, om de ongelijkheid tussen jongeren wiens ouders hun studie niet kunnen bekostigen en jongeren wiens ouders dat wel kunnen te bestrijden.  Jan Latten, emeritus-hoogleraar demografie, spreekt van een ‘storende obsessie’ van Groen Links voor ongelijkheid, die voorbij zou gaan aan het feit dat alle 18-jarigen niet hetzelfde zijn. Dat klopt, de bedoeling van het plan is niet om ze gelijk te maken, maar om ze gelijke kansen te geven. Stel dat je drugsverslaafd bent, dan weet je waar dat geld naartoe gaat, volgens Jan. Hoeveel procent van de jeugd van achttien of jonger is eigenlijk verslaafd?

Wat ik me afvraag, als al die oudere jongere van veertig en ouder tienduizend euro zouden krijgen, ter aanvulling op hun pensioen, zouden die het allemaal netjes opzijzetten voor na hun 67e? Welnee, velen zouden het opmaken aan extra luxe vakanties, een nieuwe auto en/of een nieuwe keuken. Waarom zou de jeugd anders zijn?

Feit is dat er ongelijkheid is. Feit is dat het niet redelijk is om van onze jeugd te verwachten dat ze hun volwassen leven beginnen met een schuld. Feit is ook dat het plan alleen afgezeken wordt, zonder dat er een discussie op gang komt hoe we het probleem anders op kunnen lossen. Door bijvoorbeeld de rekening voor het collegegeld (en boeken) naar de overheid te sturen, voor een periode van vier jaar.

Er zitten zeker haken en ogen aan, het plan van klavertje tienduizend verdient een discussie, in plaats van alleen maar bagger.

Never ending story

De kogel is door de kerk, schreef ik nu bijna een jaar geleden. Na jaren van bakkeleien was er een ontwerp gepresenteerd, waarbij het zo vurig (door de politiek) gewenste dorpshuis er eindelijk zou komen. Nou ja, we zouden weten hoe het eruit zou komen te zien, in de nieuwe oude Sint-Petrus Bandenkerk. Nog maar een jaar daarvoor was het plan van de toenmalige coalitie om de kogel door de kerk te jagen, maar dan een sloopkogel. Eén enkele vleermuis gooide roet in het eten, anders was de kerk al verleden tijd geweest.

Enfin, de kerk was gered. Daar ging het ons om, afgaande op de uitslag van de gemeenteraadsverkiezingen. Nu zou het dan eindelijk gaan gebeuren, de gemoederen zouden kunnen bedaren. Het vervolg is bekend: pas na twee jaar werd onlangs het definitieve ontwerp met bijbehorende begroting aangenomen. Het bedrag is fors (maar liefst 9 miljoen), daar krijgen we ook wat voor terug. Een dorpshuis, dat niet iedereen wil. Zou dat anders niet ook het geval zijn geweest? Immers, het futuristische ontwerp van Dorpsbelang kreeg ook niet bij iedereen de handen op elkaar. Ook in dat geval zouden er vragen zijn over kosten en exploitatie.

Dat is precies waar het om lijkt te gaan: onze politici moeten iets hebben om ruzie over te kunnen maken. Het gesteggel over het dorpshuis is voor mijn gevoel al een eeuwigheid aan de gang. Discussiëren kun je het niet nomen, daarvoor is het een vereiste dat je naar elkaar luistert en elkaars standpunt respecteert, ook al ben je het niet met elkaar eens. Zelfs als het dorpshuis er eenmaal staat, blijft het geruzie aan de gang. Al is het maar over de lege gemeentekas. Want van de beoogde 9 miljoen is ‘slechts’ 7 miljoen gereserveerd, de overige 2 miljoen moeten nog gevonden worden. Nog afgezien van de vraag of het goedgekeurde budget toereikend zal zijn.

Eén ding is zeker: met onder andere het bespeelbaar maken van De Landing en de verbouwing van de Goudsloot nog voor de boeg, worden het dure jaren. Want wie mag het allemaal uiteindelijk gaan betalen? Niet zoete lieve Gerritje, die is naar Den Bosch. U en ik, dus.

Al met al bekruipt mij het gevoel dat het nog lang niet gedaan is, zelfs nu het er echt van lijkt te komen. De kogel moge dan andermaal door de kerk zijn, het begint meer en meer te lijken op een Never ending story.

Foto in de krant

Met een blij gevoel fietste naar het dorp, een weg die ik al zo vaak heb afgelegd, sinds ik in ons mooie dorp woon. Ook vaak op weg naar het kantoor van de Mooi krant, die tijd ligt inmiddels achter me, een tijd met mooie herinneringen. Nu was ik op weg naar datzelfde kantoor, ditmaal voor een foto.

Ziet u, het is vijf jaar geleden dit jaar, dat Adrie Neervoort een krant begon, die moest gaan concurreren met het Forum. Een krant die het dorpsnieuws op een andere manier bracht, met meer aandacht voor klein, positief nieuws. Gewoon een andere benadering, die mij in elk geval aansprak. Een krant ook waarin mijn columns al drie jaar verschijnen, elke weer één, vakanties daargelaten. Daarom gaf ik met plezier gehoor aan de oproep om een foto te maken van alle mensen die betrokken zijn bij de krant. Veel gezichten waren nieuw voor mij, dat maakte het een klein beetje spannend.

Het regende flink, vlak voordat ik op weg ging. De zomer begon meer te lijken op de herfst, met wind én regen. Op het moment dat ik op weg moest, werd het net een beetje droog. Droog genoeg om met de fiets te kunnen, wat mijn voorkeur had. Ver is het niet, van mijn huis naar het centrum van Son, na een dag thuiswerken kon ik wel wat beweging gebruiken. We verzamelden eerst in het kantoor van de krant, dat niet bepaald berekend was op de stroom aan mensen die bij de krant betrokken zijn. Al gauw vertrokken we richting het Vestzaktheater, waar fotograaf Wil Feijen ons op een corona-bestendige én fotogenieke wijze probeerde te plaatsen. Dat had enige voeten in de aarde, braaf gingen we in rijen staan, op anderhalve meter. Dat was ook weer niet de bedoeling.

Lange mensen achterin, iets meer kriskras door elkaar, het kostte enig geschuif. Eerst even testen op de zelf meegenomen trap (voor een beter perspectief), dan mocht vrouwlief de honneurs waarnemen. Na ongeveer twintig pogingen was het kritisch oog van de fotograaf tevreden, nu moesten er nog portretfoto’s gemaakt worden. Waar eerst nog een geschikte plek (met witte achtergrond) gevonden moest worden. Een voor een mochten we mee, het resultaat kunt u in deze krant zien.

Het is niet mijn jongensdroom, toch is het leuk, mijn foto in de krant. Gefeliciteerd Adrie en alle medewerkers van de Mooi krant, met ons eerste lustrum!