Spring naar toolbar

Piraterij

Afbeelding van Felix Lichtenfeld via Pixabay

Denkt u bij het woord ‘piraterij’ ook aan mannen met woeste baarden, oorringen en hoeden met een veer? Ze landen met een zwierige zwaai op het dek, een sabel in de hand en een mes tussen de tanden. Dit romantische beeld past bij de piraten die in de 16e en 17e eeuw de Caribische Zee onveilig maakten, piraten zijn echter van alle tijden. In de oudheid hadden ze er al last van, in sommige gebieden maken nog steeds piraten de zeeën onveilig. Al bedienen ze zich van moderne schepen en automatische wapens, in plaats van pistolen en sabels.

Hun werkterrein beperkt zich allang niet meer tot zeeën en oceanen. Op het internet zijn ze ook te vinden, ze kapen pc’s, mobiele telefoons of computersystemen, in plaats van schepen. Langs slinkse wegen achterhalen ze onze wachtwoorden en/of pincodes, kraken de zwaarst beveiligde systemen en gaan er vandoor met hun buit. Nog steeds laten ze rokende puinhopen achter, een spoor van gezonken digitale schepen.

Er is een vorm van piraterij die begaan wordt door wezens die zo klein zijn, dat we ze met het blote oog niet kunnen zien. Ze zijn bezeten door de drang om hun genen door te geven aan volgende generaties, ze dringen de cellen van een gastheer binnen en dwingen de cel om hun eigen DNA te reproduceren. Met als gevolg dat hun gastheer ziek wordt. Het lijkt niet in het belang van het virus, maar hoe succesvoller een virus is in het vermenigvuldigen, hoe desastreuzer de gevolgen voor de gastheer.

Piraterij, je komt er nooit vanaf. Als veel oplevert, zijn er altijd wel opportunisten die hun kans wagen, hoe groot ook het risico. Sommigen eindigen aan de galg of in het gevang, anderen worden schathemeltje rijk. Als helden worden ze ingehaald, in mijn jeugd zongen we nog over Piet Hein en menig kind had een zilvervlootrekening. Standbeelden werden opgericht, mooie huizen werden neergezet van de opbrengsten.

Steden als Amsterdam, Londen en Parijs staan vol met prachtige gebouwen, gebouwd met de inkomsten van schatten, geroofd uit voormalige koloniën, dat kun je ook als een vorm van piraterij zien. Er zit dus ook een mooie kant aan piraterij, al is die niet voor iedereen zichtbaar en niet voor iedereen mooi. Zoals in het geval van het coronavirus, al stelt dat ons wellicht in staat onze maatschappij en onze manier van leven opnieuw in te richten.

Piraterij, is het een zegen of een vloek? Misschien wel allebei.

Kleur bekennen

Afbeelding van Gerd Altmann via Pixabay

Alle kleuren hebben iets, een geheel eigen schoonheid en uitstraling, toch is het soms nodig om kleur te bekennen. Mijn favoriet? Blauw. Blauw is de kleur van een stralende, onbewolkte dag. De kleur van de hemel, van onbezorgd genieten, van de zon op je gezicht. Blauw is de kleur van veel van mijn kleding, blauw is ook de kleur van mijn auto, al is dat meer toeval. Hoewel blauw favoriet is, is het niet de enige kleur die ik mooi vind. Het dieppaars van een aubergine, het purper van de Romeinse keizers, dat heeft ook wel wat.

Rood, in combinatie met wit, dat zijn de kleuren van mijn favoriete voetbalclub. Nee, niet die van boven de rivieren. Rood is ook de kleur van rozen, van de liefde, van bloed. Een kleur die kracht uitstraalt, of boosheid, in ieder geval passie. Wit is de kleur van zuiverheid, van puurheid en ongereptheid, de kleur die alle andere in zich verenigd.

Zwart is de kleur van somberheid, van dood en het donker. Zwart is de kleur van het licht dat niet kan ontsnappen.

Oranje vind ik niet heel bijzonder. Het is de kleur van sinaasappels, van mandarijnen en, niet te vergeten, van ons nationaal elftal. Het vervult me van vaderlandsliefde, als ik elf mannen of vrouwen op een rijtje zie staan, luisterend of meezingend met het Wilhelmus.

Roze is de kleur van (veel) bloesems, de kleur soms ook van de hemel bij een zonsondergang. Soms is het een palet aan kleuren, vegen roze, oranje en geel. Je zou willen dat het eeuwig zou duren, veel te snel is het weer voorbij.

Geel is een beetje een twijfelgeval. Het dorre geel, tegen het bruin aan, van verdord gras in een schroeiend hete zomer spreekt mij niet zo aan. Het geel van het Sahara-zand evenmin, daar doet de kleur nog het meest aan denken. De Sahara aan de Noordzee, zeg maar. Het geel van een rijpe banaan, of van een kool- c.q. pimpelmees in de kracht van zijn leven, dat heeft daarentegen wel iets. Geel is ook de kleur van de zon.

Hoe mooi al die kleuren ook moge zijn, hoezeer ik gehecht ben aan blauw, er is één kleur die ze allemaal overtreft. Het is de kleur van leven, van bladeren en van gras, het is ook de kleur van mijn liefjes ogen.

Ik moet toch kleur bekennen. Wat is er mooier dan het jonge, frisse groen van nieuwe lenteblaadjes?

Brave new world

AFBEELDING VAN MANFRED ANTRANIAS ZIMMER VIA PIXABAY

Er is iets veranderd, je ziet het, je proeft het, je ruikt het, zodra je buiten komt. De weinige mensen die je op straat ziet, houden netjes afstand. Schichtig kijken ze om zich heen, of er niet iemand te dicht in de buurt komt. Je ziet de schrik in de ogen als je iemand bijna tegen het lijf loopt, op straat of in de supermarkt. Snel schieten de ogen een andere kant op, op zoek naar een ontsnappingsroute. Het grootste deel van de dag brengen we binnen door, weer of geen weer. Tuinen zijn een uitweg, waar we even kunnen luchten, even van de zon genieten, zonder iemand te hoeven ontwijken. Er is een nieuwe wereld ontstaan, een brave new world.

Er hangt een serene rust in de lucht. Je hoort vogels fluiten, in plaats van auto’s die langs razen. Er zijn nauwelijks of geen vliegtuigen die overvliegen. De lucht is ook schoon, je kunt nog ‘maar’ 25 minuten in het zonnetje zitten zonder te verbranden. De wereld lijkt klein geworden, niet groter dan het scherm van je pc of laptop.  Via internet houden we verbinding met collega’s, familie en vrienden. De agenda’s zijn leeg, de snelwegen ook. We geven elkaar meer ruimte in de anderhalve meter maatschappij van nu. Even niet met z’n allen tegelijk in de stad, of in de natuur. We reizen minder, ook al is het geen bewuste keuze, het is effectiever tegen de uitstoot van fijnstof of CO2 dan welke andere maatregel ook.

Het ritme van het leven is langzamer, bedachtzamer. Voor introverte mensen zoals ik is het een verademing. Wij hebben rust nodig, en ruimte om ons heen. Lege bossen, zodat je de vogels kunt horen fluiten. Lege straten, zodat we niet overprikkeld worden door langskomend verkeer. En lege agenda’s, zodat we veel tijd hebben voor onszelf, om bij te komen. Voor anderen is het een beproeving, die hebben juist overvolle staten, overvolle agenda’s nodig. Zij verlangen terug naar hoe het was.

Bevinden we ons op een kantelpunt, of keren we inderdaad terug naar de wereld zoals we die kenden? De roep om verandering klinkt al langer, altijd was er wel een reden om het vooral niet te doen. Te moeilijk, te duur, het gaat toch goed zo?

Ook al is deze brave new world maar tijdelijk, ze heeft ons wel iets geleerd. Zoals Pieter Derks het zegt: we kunnen niet meer zeggen dat het niet anders kan.

Trendsetter

Afbeelding van Ben Kerckx via Pixabay

Ik ben een trendsetter! Nooit heb ik het geweten, nooit heb ik ook maar kunnen vermoeden dat ik een trendsetter zou kunnen zijn. Ziet u, ik ben het type muurbloempje. Zo iemand die niet opvalt, totdat hij in beweging komt. Iemand die liever op de achtergrond blijft, zelden of beter gezegd nooit het voortouw neemt of haantje de voorste is. Een afwachtende persoonlijkheid, die achter de meute aanloopt, eens kijkt of het wat is waar iedereen zo vol van is, om dan schouderophalend en wenkbrauwen fronsend zijn eigen gang te gaan. Zonder dat de rest dat in de gaten heeft.

U begrijpt mijn verbazing dat het ineens anders bleek te zijn. In deze tijden van lockdown-light, of intelligente lockdown, waar mensen zich nauwelijks buiten wanen en cafés, restaurants en winkels gesloten zijn, maken mensen zich grote zorgen. Want ook kappers moesten hun nering sluiten. Sommigen proberen er nog iets van te maken, door filmpjes online te zetten waarin ze mensen leren hoe ze zelf hun haar kunnen verven. God moge verhinderen dat anderen onze ware haarkleur zouden zien! De verf zelf wordt door de kapper of kapster bij u thuis afgeleverd, op gepaste afstand uiteraard. Zo hoeven ze niet bang te zijn om hun klandizie helemaal te verliezen.

Het bijkleuren van ons haar is maar een deel van het verhaal, de lengte is een ander. Waar de ene kapper ons ten strengste afraadt zelf het haar te knippen, laat een andere zien hoe het moet. Met een tondeuse in de ene hand en een spiegel in de andere, puntte de kapper in kwestie zijn haar bij. Menigeen neemt zelf het haar van hun kroost of partner onder handen. Voorbeelden van bloempotkapsels zijn op social media in overvloed te vinden, oude tijden herleven! Niet uit armoede, maar uit bittere noodzaak.

Sinds mijn haar enige decennia geleden aan een terugtrekkende beweging is begonnen, waar geen einde aan lijkt te komen, zit ik met een dilemma. Kaal of kammen, om het maar in de woorden van Extince te zeggen. Het werd kaal, eerst liet ik het tondeuse werk over aan de kapper. Sinds ik mijn lief ken, neemt zij de honneurs waar. Zodra ik me een hippie begin te voelen, kortwiekt ze me, met plezier!

Steeds meer mannen meten zich een ‘coupe de Luc’ aan, glimmende schedels schijnen ons tegemoet. Iets wat ik dus al jaren heb. Zo bezien, ben ik een echte trendsetter!

Een moetje

Bron: Pixabay.com

Het zou mij niet verbazen als het woord ‘moeten’ een van de meest gebruikte woorden is in de Nederlandse taal. U zou er voor de gein eens op moeten letten hoe vaak u dit woord gebruikt. Ik dus ook weer, daarnet. Ik moet dit, ik moet dat. We moeten werken voor ons geld, we moeten studeren, carrière maken, we moeten een nieuwe auto, een nieuw huis én een nieuw mobieltje. We moeten van alles en nog wat, maar is er sprake van echte noodzaak?

Volgens Van Dale (u weet wel, die dikke) heeft ‘moeten’ verschillende betekenissen, u mag ze zelf opzoeken. Er zit vooral een component van dwang in, van verplichting, van noodzakelijkheid en onvermijdelijkheid. Er wordt gesuggereerd dat er geen keuze is, het móét wel. Een keuze is er altijd, al is het soms een keuze uit twee kwaden. Ik moet naar mijn werk? Welnee. Niet gaan betekent uiteindelijk ontslag en dus geen inkomen. Ik moet studeren? Welnee. Een opleiding is wel verrekte handig als je een leuke baan wilt, met een bijbehorend leuk inkomen. Ik moet carrière maken? Het is net alsof ik mijn moeder hoor praten. Dan heb je meer inkomen, meer aanzien? Ik vind het belangrijker dat een baan leuk is en me voldoende uitdaagt. We moeten belasting betalen? Ja, als u de Fiscus niet achter u aan wilt hebben, is dat wel raadzaam. Veel genade kennen die jongens niet, afgaande op de toeslagenaffaire. Zonder belastinginkomsten kan de overheid het wegenonderhoud ook niet betalen, om maar iets te noemen.

Wat zou er gebeuren als we het woord ‘moeten’ los zouden laten, als we het niet zouden gebruiken? Beter nog, als we ook het woord ‘niet’ los zouden laten? Makkelijker gezegd dan gedaan, gezien het veelvuldig gebruik van beide woorden. Het is soms makkelijker te weten wat je niet wilt, dan wat je wel wilt. Als we die dwang, die verplichting loslaten, als we uitgaan van wat we vooral wel willen, wat zou er dan veranderen?

Volgens mij zouden we veel vrijer zijn, zonder de dwang van het moeten. We zouden veel meer gericht zijn op wat we wel willen, op wat goed en positief is in ons leven en in de wereld. Wat je aandacht geeft, groeit. Daarom wil af van het moeten, van wat ik niet wil. Ik schrap het woord ‘moeten’ uit mijn woordenboek.

Het zal lastig zijn, ik zal regelmatig struikelen, maar ik heb geen keuze. Het is een moetje!