Spring naar toolbar

Een onvervuld verlangen

Afbeelding van 💛 Passt gut auf euch auf und bleibt gesund! 💛 via Pixabay

Het is vreemd, dat je iets kunt missen dat je nooit gekend hebt. Van mensen die hun vader en/of moeder nooit gekend hebben, kan ik het me voorstellen. Je ouders in je leven hebben, voor de meesten onder ons is het de normaalste zaak van de wereld. Vanzelfsprekend is het echter niet. Je hoeft maar een keer te kijken naar een aflevering van ‘Spoorloos’, het medeleven in de ogen van Derk Bolt vertelt je een ander verhaal. Het zijn slopende zoektochten, soms eindigend in een dood spoor als het gemiste familielid overleden is, of niet gevonden wil worden.

Veel mensen hebben soortgelijke verhalen. Zelf heb ik ook vele jaren mijn (biologische) vader moeten missen, gelukkig heb ik hem nog kunnen vinden. Minder geluk heb ik als het gaat om mijn schoonvader. Hem ken ik alleen van foto’s, van verhalen die mijn vrouw en schoonmoeder vertellen.

Het lijkt misschien ideaal, geen schoonouders. Tenminste, als je relatie met een of beide schoonouders te wensen overlaat en je het leed en het gemis van je partner even buiten beschouwing laat. Ik heb niets te klagen in dat opzicht, mijn schoonmoeder is een schat. Mijn schoonvader had ik ook graag gekend, het heeft niet zo mogen zijn.

Heel erg bewust was ik me niet van dit gemis. Tot ik onlangs de rubriek ‘Ik heb geleefd’ van Annemarie Haverkamp las. Het zijn meeslepende verhalen over mensen in de laatste fase van hun leven, in dit geval Rob, die ALS heeft. Robs verhaal is er een van langzame aftakeling, van leven dat langzaam maar zeker wegglipt, als zijn spieren het de een na de ander opgeven. Geen prettig vooruitzicht.

Zoals zovelen wiens verhaal in ‘Ik heb geleefd’ verschijnen laat Rob zich echter niet kisten. Hij haalt uit het leven wat er inzit, zolang het nog kan. Hoe meeslepend zijn verhaal ook is, wat mij raakte was wat Rob tegen zijn vriendin Nanda zei. Rob: ‘Zie ik in de hemel eindelijk je vader’, waarop Nanda antwoordde: ‘Hij zal je een aardige kerel vinden’. Precies wat mijn vrouw en schoonmoeder ook altijd tegen mij zeggen.

Het lijkt zo zinloos, te verlangen naar iets dat je nooit zult hebben, nooit zult kennen. Hoe zinloos het ook is, het onvervuld verlangen laat zich niet onderdrukken.

‘Ik hoef alleen geduld te oefenen’, zei ik tegen mijn vrouw, na het lezen van Robs verhaal. Ik hoop wel nog lange tijd te mogen oefenen, voordat mijn verlangen vervuld wordt.

Liefde in tijden van corona

Bron: Pixabay.com

Het zijn vreemde tijden, deze tijden van corona. Tijden van stilte, van lege straten, lege cafés en restaurants. Tijden van volle supermarkten met lege schappen. Tijden van paniek en hysterie, hoezeer de overheid de gemoederen ook probeert te bedaren. Tijden waarin we leven in angst, tijden waarin er geen ruimte lijkt te zijn voor rede.

Ik zie niet een wereld die tot stilstand is gekomen, maar een die juist tot rust is gekomen. Even geen voetbal op TV, geen files op weg naar het werk. In plaats van verlaten wegen zie ik schone lucht. Al dan niet verplicht thuiswerken maakt meer verschil dan de verlaging van de maximumsnelheid, die toevallig of niet ook in deze tijd ingaat. Ik zie geen wereld van mensen die geïsoleerd van elkaar leven, maar een van mensen die juist dichter tot elkaar komen, ook al mogen ze elkaar niet aanraken. In tijden van crises komt het beste in de mens naar boven. Denk maar aan de beelden van mensen op balkons, ergens in Italië, die samen een lied zingen. Het is prachtig, om stil van te worden. Laten we ook samen zingen, wat, dat maakt niet uit. Zelf kan ik geen instrument bespelen, vals of uit de maat zingen lukt me wel.

Als we het niet zien als een probleem, maar als een kans, dan gaat een wereld van mogelijkheden voor ons open. Twee weken thuiszitten, het kan ook twee weken met meer contact met je partner en/of kinderen betekenen. Twee weken geen sociale interactie kan ook betekenen dat je series in kunt halen op Netflix, of dat je die stapel ongelezen boeken wegwerkt.

Twee weken dat we geen handen mogen schudden of elkaar een knuffel of omhelzing mogen geven, het is niet niks. Ik las het verhaal van een stel dat gescheiden leefde, omdat de een wel en de ander niet besmet was. Zij had de benedenverdieping, hij de bovenverdieping. Het zou voor mij een hel zijn, om gescheiden te moeten leven van mijn lief, ook al duurt het maar even. Volgens Gers Pardoel zouden we juist wel moeten knuffelen, elkaar wel liefde moeten tonen. Ook al is het geen goed idee, behoefte aan liefde hebben we allemaal. We moeten even wachten, Gers. Zoals de Italiaanse premier Conte zei: ‘We houden nu even afstand, om elkaar straks nog steviger te omarmen’.

Liefde in tijden van corona, het valt niet mee. De liefde helpt ons er wel doorheen.

Waterkoud

Afbeelding van Free-Photos via Pixabay

Het was een grijze, grauwe winterdag. Een zaterdag, een verdwaalde ‘Blue Monday’. Het was intens koud, waterkoud, zou mijn moeder zeggen. Het voelde alsof kille, klamme vingers zich maar mij uitstrekten. Niet om me liefdevol te strelen, maar om me te omarmen in een ijskoude omhelzing.

Snel fietste ik verder, in een poging de kille vingers te snel af te zijn en misschien een beetje op te warmen. De kou drong door tot in mijn botten, bleef hangen in mijn kleren. Als ik al te lang zou dralen, alvorens huiswaarts te gaan, zou het alleen maar erger worden. Zaterdagochtend is mijn moment om boodschappen te doen, vlees, vis en groenten, zo vers mogelijk. Dan moet je vroeg uit te veren, ook op zaterdag. Dat is niet erg, dan houd je ook meer over van je dag. Het is lekker om je dag actief te beginnen door een stukje te fietsen, al is het niet ver. Mits het niet regent, of het waterkoud is.

Dikke handschoenen doe ik liever niet aan, dan heb je helemaal geen gevoel in je vingers. De dunne handschoentjes die ik altijd in mijn jaszakken heb zitten (dan weet ik zeker dat ik ze bij heb!) voldeden niet helemaal, enigszins verkleumd en met koude handen stapte ik van mijn fiets, in het centrum van ons mooie dorp. Het was niet druk bij de visboer, ook niet bij de slager, dus voor ik het wist zat ik weer op de fiets. De verkleumende vingers strekten zich wederom naar mij uit, vasthoudender dan op de heenweg. De kou trok meer en meer in mijn kleren, tot in me nauwelijks voor kon stellen het ooit weer warm te krijgen.

De zon liet zich niet zien, verschool zich achter dikke wolken. Zo midden in de winter komt ze simpelweg kracht te kort om de wolken te doen smelten. Van de zon had ik weinig te verwachten, deze dag. Hard fietsen was de enige oplossing, wel een met een vervelende consequentie: een koude wind, die steeds sneller langs mijn gezicht streek, als een kille streling, koud en liefdeloos. Mijn oren en mijn kale knikker zaten verscholen onder een dikke muts, geen overbodige luxe.

Met elke trap kwam mijn bestemming dichterbij, mijn thuis waar mijn lief op me wachtte. Blij deed ik de poort open, zette mijn fiets weg en snelde naar binnen. Naar de warme omhelzing van mijn lief, en weg uit die waterkou.

Een beetje verliefd

Afbeelding van Michal Jarmoluk via Pixabay

Ik kan het niet langer voor me houden: ik ben een beetje verliefd! Het is eigenlijk niets voor mij, over het algemeen ben ik tevreden. Tevreden met wat ik heb, ik hoef niet om de haverklap een ander. Ik ben van nature trouw, ik houd niet zo van verandering. Daarom kwam het als een volslagen verrassing, ook voor mijzelf. Toen ik die ander zag, ging mijn hart sneller kloppen. Mijn mond werd droog, mijn handen klam. Het was maar goed dat ik al zat!

Natuurlijk kijk ik regelmatig om me heen, ik ben tenslotte een man. Al het schoons om ons heen, het is er om bewonderd te worden. Kijken mag, als je er maar afblijft, toch? Het oog wil per slot van rekening ook wat. Wat maakt het uit als je buiten de deur trek krijgt, zolang je thuis komt voor het eten? Het is vreselijk, dit soort clichés schieten ineens door mijn hoofd, om mijn gedrag te rechtvaardigen.

Ik probeer het te onderdrukken. Ik heb het toch goed, zoals het nu is? Ik heb geen enkele reden jou ontrouw te zijn, je doet alles wat ik vraag. Alles! Niets is te veel, zolang ik ook maar goed voor jou zorg. Dat is niet meer dan normaal, dat geef ik toe. Je vraagt nooit wat terug, je klaagt nooit, je stelt geen eisen. Je bent alles wat ik me zou kunnen wensen, alles. Ik heb niets te wensen over. Je bent in één woord perfect! Je bent niet meer de jongste. Dat waardeer ik juist aan je, we zijn zo goed op elkaar ingespeeld. We weten precies wat we aan elkaar hebben, wat we van elkaar kunnen verwachten. Een beetje aandacht, een paar lieve woordjes, dat is niet te veel gevraagd. Ook dat was vergeten, toe ik die ander zag.

En toch. En toch, toen ik die ander zag, was ik dit alles op slag vergeten. Vergeten waren al die jaren samen, vergeten is alles dat we meegemaakt hebben, de vele kilometers die we samen afgelegd hebben. Ik zag alleen die ander, hoe mooi ze is, hoe jong.

Het is niet dat ik toe ben aan iets anders, iets nieuws, om mijn leven op te fleuren. De gedachte kwam in me op en is niet meer weg te krijgen. Of ik er echt iets mee ga doen, weet ik nog niet.

Misschien ga ik toch eens informeren wat je inruilwaarde is.