Een verloren dag

Afbeelding van Jan Vašek via Pixabay

Elke dag start bij mij op dezelfde wijze. Als de wekker gaat, kus ik als eerste mijn vrouw. Heerlijk! Na het scheren en aankleden volgt het ontbijt en een digitaal krantje, dan zet ik mijn tas klaar, doe mijn lunch en het fruit erin, doe mijn autosleutels alvast in mijn broekzak, zodat ik ze niet vergeet. Mijn mobiel leg ik op de hoek van de eettafel, klaar om mee te nemen. Op mijn werk haal ik eerst een flesje water, zet dan mijn computer aan en haal ondertussen mijn spullen uit mijn tas. De lunch en het fruit op de hoek van mijn bureau, mijn mobieltje ernaast. Ik ben een gewoontedier.

Tot op een dag ik mijn mobieltje niet kon vinden. Hoe ik ook zocht, vinden deed ik het niet. Waar had ik het toch gelaten? Wacht, misschien in mijn jaszak. Nee, ook al niet. In de auto dan? Nee, in de auto blijft mijn mobiel in de tas. Het zou toch niet? Veel zin om naar de parkeerplaats te lopen en te kijken, had ik niet. Een mailtje naar het thuisfront bracht uitsluitsel: ik had ‘m op de eettafel laten liggen. Ik was ervan overtuigd dat ik hem meegenomen had, niet dus.

Vergeetachtig ben ik niet, toch vergat dit gewoontedier iets. In de volle overtuiging dat dit niet zo was, tot het tegendeel werd bewezen. Een uitzondering, maar toch.

De hele dag voelde ik me onthand. Naar huis bellen om te vragen of mijn mobiel daar lag? Dan zou ik het telefoonnummer moeten weten, dat staat dus in mijn mobiel. Appen? Vergeet het maar! Zelfs ouderwets SMS-en zat er niet in. Het enige telefoonnummer dat ik uit mijn hoofd ken, is dat van mijn moeder. En dat van mijn eigen mobiel, daar had ik dus niets aan.

Ik betrapte me erop regelmatig opzij te kijken, waar normaal gesproken mijn mobiel lag. Soms neem ik ‘m mee, eventjes pauze, om te kijken of er toevallig een berichtje binnen gekomen is, of dat iemand en woordje gelegd heeft. Dan pas merk je hoeveel je met dat ding bezig bent, dan pas merk je hoe verslaaft je bent.

Het was een lange dag, zonder e-mail, WhatsApp, LinkedIn of WordFeud. Het eerste dat ik deed toen ik thuiskwam, na mijn vrouw gekust te hebben, was mijn mobiel erbij te pakken. Heb je me gemist? Even kijken. Nul berichten, nul woordjes, niets!

Het was een verloren dag.

Frenkie & Jacky

Afbeelding van bottomlayercz0 via Pixabay

Ik legde de opbrengst van een ochtendje boodschappen doen bij het filiaal van de Zaanse grootgrutter in het centrum van ons dorp op de kassaband. Op de muur achter de kassa hing een poster met twee bekende voetballers: Frenkie & Jacky. Het was een promotieposter om voetbalplaatjes te slijten, zeer gewild zijn bij het kroost van boodschappen doende ouders. Jongens én meisjes tegenwoordig, de Oranje leeuwinnen halen de mannen aardig in. De leeuwinnen hebben ook een EK op hun naam staan, ze hebben hun eerste WK finale ook al verloren.

Volgens sommige sigaar rokende voetbalcommentatoren kan het vrouwenvoetbal zich niet meten met het mannenvoetbal. Qua commerciële aantrekkingskracht is er nog een lange weg te gaan, qua niveau is het verschil zo groot niet. Ik mag in elk geval graag naar de Oranje leeuwinnen kijken, alsof je bij een gemiddelde wedstrijd op een mannen EK of WK niet in slaap valt, voordat ze met de penalty’s beginnen.

Mijn favoriete leeuwin is zonder meer Jacky Groenen. Onvermoeibaar, overal op het veld te vinden en strooiend met prachtige steekpassjes. Net als Frenkie de Jong. Samen prijkten ze op de poster bij de grootgrutter. Dat bracht me op een idee. Wat de burgerlijke staat van Jacky is, weet ik niet. Frenkie is met vriendin en al neergestreken in Barcelona. Het zal dus wel een fantasie blijven, maar wat als Frenkie en Jacky een kind zouden krijgen? Een heel elftal, voor mijn part. Jongens of meisjes, dat maakt me niet uit.

Wat een geweldig voetbaltalent zou hun kind zijn. Twee keer zoveel techniek en tactisch inzicht, twee keer zoveel kappen en draaien en steekpassjes. En twee keer zo vaak een sporadisch, maar wel fantastisch mooi doelpunt, in het geval van Jacky op een cruciaal moment, met een finale plaats als resultaat. Op welke positie de zoon of dochter van Frenkie & Jacky zou spelen, maakt niet zoveel uit. Het zou zo maar kunnen dat hij of zij doelman/vrouw wordt, zoals de zoon van Ronald Koeman.

Het zal wel nooit meer zijn dan een droom, wel een mooie. De zoon of dochter van Frenkie & Jacky, die vlak voor tijd de winnende maakt in de WK finale, liefst tegen Duitsland. Dat zou voor mij de ultieme voetbaldroom zijn. Ik hoor wijlen Hugo Walker al: ‘Komt dat schot!’, gevolgd door Jack van Gelder: ‘Ja! Jaa! Jaaaaa!’

Dromen zijn bedrog, aldus Marco Borsato. Waar zouden we zijn, als we niet meer zouden durven dromen?

Zoendag

Afbeelding van Bessi via Pixabay

Ik vind het altijd spannend, de eerste werkdag van het nieuwe jaar. Mijn collega’s heb ik vorig jaar voor het laatst gezien, twee dagen geleden dus. Dat is niet wat het spannend maakt. Wel het feit dat er verwacht wordt dat je elkaar een gelukkig nieuw jaar wenst, en vooral wat daarbij komt kijken. De eerste werkdag in het nieuwe jaar: het is een echte zoendag!

Begrijp me niet verkeerd: ik heb niets tegen zoenen, integendeel. Ik heb wel een sterke voorkeur: ik kus het liefst mijn eigen vrouw. Ook al is een vrouw niet de mijne, ik kus haar met plezier. Op de wangen, drie keer, zoals een rechtgeaard Brabander betaamd, dat dan weer wel. Ik ben blij dat we niet zoals in oostelijke landen de gewoonte hebben dat mannen elkaar kussen, op de wang. Die prikbaarden van tegenwoordig, ik moet er niet aan denken! Nee, geef me dan maar een gladde, zachte wang.

Wat het spannend maakt, is meer de vraag wat te doen. Ga je alleen de afdeling af waar je werkt, of ga je het hele gebouw door om iedereen de beste wensen te geven? Als je bij een groot bedrijf werkt, met duizenden werknemers, ben je wel even bezig. Bij het bedrijf waar ik werk, gaat het om zo’n 100 personen. Dat is nog te doen, al houd ik het voor het gemak bij de verdieping waar ik werk, met zo’n 20-30 mensen, die niet eens allemaal aanwezig waren. De rust in de kerstvakantie, op weg naar werk of huis, de overvloed aan beschikbare parkeerplaatsen op het werk (normaal gesproken is dat best een probleem, als je niet vroeg begint), ik kan er best aan wennen.

Of het de gouden regel is, weet ik niet, als ik op het werk kom, nadat de champagne en oliebollen gezakt en de kruitdampen opgetrokken zijn, is de collega’s die aanwezig zijn begroeten. De mannen krijgen een hartelijke, stevige handdruk, de vrouwen drie ferme, welgemeende zoenen op hun wangen. Allen krijgen van mij de beste wensen voor het nieuwe jaar, wat zeg ik: het nieuwe decennium. De roaring twenty-twenties, het zal me benieuwen wat het komende jaar op ons pad gaat komen. De collega’s die na mij op het werk verschijnen doen hetzelfde. Het is even onrustig, tot alle nieuwjaarswensen gedeeld zijn, dan gaan we weer aan de slag.

Ook al delen u en ik geen zoendag, ik wens iedereen een mooi, gezond en gelukkig 2020!

Spring naar toolbar