Lichtjesroute

Afbeelding van Ben Kerckx via Pixabay

Eens per jaar heb je de lichtjesroute in Eindhoven, rond Bevrijdingsdag, rond de tijd ook dat Glow losbarst. Ik kan me de eerste keer dat ik de lichtjesroute reed goed herinneren, ik had zoiets nog nooit gezien. Allemaal lichtjes, nog in het kerstthema ook, het is en blijft een wonderlijk gezicht.

Als Sinterklaas met roetveegpieten en alweer terug is in Spanje, zie je meer en meer lichtjes verschijnen. Sommige mensen maken er veel werk van en hangen de voor- en/of zijgevel van hun huis vol met lichtjes, ter ere van Kerstmis. Soms in een duidelijk patroon, een kerstboom bijvoorbeeld, soms min of meer willekeurig, als een tros lichtjes over de takken van bomen gedrapeerd. Het is een prachtig gezicht, een zee van licht, waarbij de een in bewondering toekijkt, de ander in verwondering. Een zee van licht, die in die het duister verdrijft, al is het maar voor even.

Waarom maakt de een er zo’n werk van, met een torenhoge elektriciteitsrekening als gevolg, waar een ander het liefst er helemaal niets aan doet? Voor sommigen is het een traditie, die ze met hun familie delen, en die ze voortzetten als hun vader of moeder, broer of zus er niet meer zijn, als eerbetoon. Een ander versiert zijn huis niet, haalt zelfs geen boom in huis, omdat hij of zij dat niet heeft meegekregen, of er juist een hekel aan gekregen heeft. Kerstmis heeft voor iedereen een andere betekenis, of het nu een religieus feest is, of een familiefeest.

Hoe kijken onze medelanders ernaar, die vanuit verre oorden naar ons land toegekomen zijn? Zo’n zee van licht, verdrijft dat bij hun de duisternis uit hun hoofd, de duisternis van de reden waarom ze hier naartoe gekomen zijn, of van de familie en vrienden die ze daar achter gelaten hebben? Wat vinden zij van tradities als Sinterklaas, Zwarte Piet en vuurwerk met Nieuwjaar? Ons land lijkt te veranderen in een oorlogsgebied, als je kijkt naar het geknal. Het kan leiden tot nieuwe inzichten, als je wat je als vanzelfsprekend ervaart beziet door de ogen van een ‘buitenstaander’.

In landen die wel Kerstmis kennen, zijn veel verschillende tradities, licht in de vorm van (vreugde)vuren is een terugkerend thema. De dagen rond kerst zijn vaak donker en guur. Dan is het fijn als je een lichtjesroute kunt volgen, hoe die er uit moge zien. Het licht, dat wordt door iedereen omarmd en verwelkomd.

Fijne feestdagen allemaal!

Bel-me-wel-register

Bron: Pixabay.com

Het vreemde, doordringende geluid drong maar langzaam tot me door. Het was mijn mobiel dat rinkelde. Gek, ik gebruik hem nauwelijks nog om te bellen. Een onbekend nummer, zag ik op de display. Na een eerste ergernis voelde ik blijdschap, dat iemand de moeite nam om mij te bellen. Mij! Nieuwsgierig nam ik op.  Of het uitkwam dat hij belde, vroeg de onbekende. ‘Natuurlijk!’ antwoordde ik. Het bleek een verkooppraatje, dat al snel ten einde kwam, toen bleek dat ik niet ging kopen.

Ik moet bekennen: stiekem vind ik het wel fijn dat ze me bellen. Gewoon, omdat ik dan weet dat ze even aan me denken. Dat ze het fijn vinden dat ik klant ben, bij hun bedrijf! Het gaat echt niet om het geld, ze missen me écht! Dat voel je gewoon, dat hoor ik in de stem van de jongen of het meisje aan de andere kant van de lijn. Ze zeggen het niet, ze houden het zakelijk. Dat het doel zo goed is, dat mijn bijdrage zo belangrijk is. Of dat het product wat ze verkopen zo goed is, dat het bijna onmisbaar is. Een hoorbare snik, even een trilling in de stem, het is duidelijk. Het gaat om mij! Daarom is het zo jammer, dat aan het eind van een fijn gesprek je doorverwezen wordt naar het Bel-me-niet register. Dat lijkt me volkomen overbodig, het is juist hinderlijk. Was het net gezellig!

Op zich is het geen ingewikkelde opgave om je te registreren in het Bel-me-niet register. Je hoeft alleen maar je (mobiele) telefoonnummer in te voeren, daarna mag je niet meer benaderd worden. Hoewel, het mag wel als je klant bent of bent geweest van het desbetreffende bedrijf of ooit donateur geweest bent. Het is de omgekeerde wereld. In plaats van een Bel-me-niet register zou er een Bel-me-wel register moeten komen. Bedrijven, ideële of charitatieve instellingen mogen alleen iemand bellen als de betreffende persoon expliciet toestemming gegeven heeft. Ook eenzame mensen kunnen zich aanmelden, die om een praatje verlegen zitten. Mensen die een einde willen maken aan de voortdurende telefoonterreur van niet aflatende verkopers hoeven niets te doen, het houdt vanzelf op.

Ik zie het wel zitten. Als het gemis te erg wordt, als ik weer eens gebeld wil worden, meld ik me aan. En ga zitten wachten bij de telefoon, tot die weer eens rinkelt.

Ik ben benieuwd hoe lang ik moet wachten.

Holland bestaat niet

Afbeelding van Mabel Amber, still incognito… via Pixabay

 

Wat zegt u als u in het buitenland bent en iemand vraagt waar u vandaan komt? Zegt u dan ‘I am from Holland’ of ‘I am from The Netherlands’? Volgens de ministeries van Buitenlandse en Economische Zaken worden de twee zo vaak door elkaar gebruikt, dat het voor buitenlanders niet meer te volgen zou zijn. Ze willen orde scheppen in deze chaos, vanaf nu bestaat Holland niet meer en is het alleen nog maar The Netherlands.

Een typisch staaltje bemoeizucht uit Den Haag, zou je denken. De knappe koppen op beide ministeries hopen zo dat de drommen toeristen niet alleen naar de Randstad komen, maar ook de rest van ons land ontdekken. Ze willen ons land ook afhelpen van het imago van kaas, klompen en drugs.

Zouden buitenlandse toeristen niet meer en masse naar Amsterdam komen als we onszelf The Netherlands noemen? Staat Holland synoniem voor tulpen en grachten? William Shakespeare zei het al: ‘What’s in a name’. Hoe we ons land ook noemen als we buiten onze landsgrenzen zijn, het veranderd niets aan het land dat we met z’n allen vormen, aan de verbondenheid die we voelen met onze geboortegrond of de plek waar we ons thuis gemaakt hebben, het veranderd niets aan wie we zijn: mensen die met 17 miljoen op dat kleine stukje aarde wonen, ingeklemd tussen Duitsland, België en de Noordzee.

Het zou wellicht effectiever zijn als de betrokken ministeries meer zouden doen aan de promotie van het toerisme in de rest van Nederland. Als ze beperkingen zouden stellen aan het toerisme in de Randstad, zoals dat ook gebeurt in steden als Rome, waar je geen ijsje of broodje mag eten op de Spaanse trappen, of mag zitten op de rand van de Trevi fontein. Betuttelend? Zeker! Maar als je niets doet, verandert er ook niets.

Het lijkt meer een publiciteitsstunt, met het Songfestival (én de Grand prix van Zandvoort) in aantocht is het natuurlijk hét moment om ons land in de aandacht te brengen, om erop te wijzen dat Nederland meer is dan alleen Amsterdam, Kinderdijk en de Zaanse Schans. Meer dan alleen drugs, bier en voetbal. Meer dan tulpen, kaas en klompen en een ventje met zijn vinger in de dijk. Iets wat wij provincialen allang weten, maar dat terzijde.

Laat ze maar roepen, laat ze maar zeggen: ‘Holland bestaat niet’. Als je op de tribune zit als Oranje speelt, bekt ‘Hup Holland’ toch net even lekkerder.

Spring naar toolbar