Spring naar toolbar

Herfstsymfonie

 

Herfst, het is mijn op een na meest favoriete seizoen. Een seizoen dat veel mensen associëren met gure wind, gelardeerd met regenvlagen. Natte, grijze dagen die steeds korter worden. De duisternis wint aan terrein, om dat ver in het nieuwe jaar pas weer prijs te geven. De winter klopt steeds nadrukkelijker op de deur, het verval is onmiskenbaar. Het leven trekt zich langzaam terug, maakt pas op de plaats, om pas volgend voorjaar weer wakker te worden.

De herfst is ook een symfonie van kleuren, van goudgeel tot dieprood, en van geuren, van een verse regenbui en van rottende bladeren. Het is het seizoen van een laaghangende zon, die een vaalgele gloed legt over alles waar ze op schijnt. Het is het seizoen van de paddenstoelen, die eerst voorzichtig, bijna schuchter, hun kopje boven de grond uitsteken, bijna onzichtbaar. Om vervolgens in volle glorie tevoorschijn te komen, in alle verscheidenheid. Rood met witte stippen, eerst in bolvorm, dan een platte schijf, om te eindigen als een soort kommetje. Een zwembad voor de kabouter die in de paddenstoel woont, zou je kunnen denken.

Er zijn dagen dat de zon volop schijnt, dat het bijna net zo warm is als in de zomer. Dagen waarop de zon de verkleurende bladeren belicht, welhaast streelt, teder en zacht. Een laatste beetje warmte, voordat ze los moeten laten. Dagen dat je zou kunnen denken dat de winter er niet aan zal komen, dat we de winter dit jaar maar overslaan. Ware het niet dat er ook dagen zijn dat de wind de straten geselt, de bladeren die nog niet gevallen zijn van de takken rukt, om die samen met de andere bladeren voor zich uit te jagen.

Zelfs op dit soort dagen, waarop de zon zich niet laat zien, is de lucht niet egaal grijs. Als je goed kijkt, kun je vele tinten grijs zien, misschien wel 50. Het is niet één gesloten, grijze muur. De wolken zijn soms dicht opeengepakt, dan weer zijn de verschillende wolken goed herkenbaar. De regen maakt van de gevallen bladeren een plakkerige, gladde massa, een ware uitdaging voor voetgangers en fietsers. Tot de bezemwagens in actie komen en de bladeren opruimen, als het droog is.

Al worden de dagen korter, dat betekent ook dat de nachten langer worden, zeker in Brabant. Als we Guus mogen geloven, tenminste.

Ik kan er eindeloos van genieten, van de herftsymfonie, vol geuren en kleuren.

Afbeelding van Valiphotos via Pixabay

Jan Burgers

Foto: Familie Jan Burgers

Ik kan niet zeggen dat ik hem goed kende, Jan Burgers. Af en toe kwam ik hem tegen, in de tijd dat ik als correspondent verslag deed van een evenement of bijeenkomst. Zoals de presentatie van de jaarcijfers van de voormalige boerenleenbank. Jan was niet onder de indruk van het mooi-weer praatje van de bankdirectrice, hij wilde het naadje van de kous weten. Eigenzinnig, wars van mooipraterij en recht-door-zee. Dat was mijn indruk. Afgelopen week overleed Jan, na een lang ziekbed.

Je was een fan, of je kon Jan wel schieten. Als ik naar mezelf kijk, is er nog een tussenweg. Een mengeling van respect, bewondering en verwondering. Respect en bewondering voor de vakman, voor de goede schrijver die Jan was. Respect en bewondering voor zijn doorzettingsvermogen, ondanks zijn ziekte ging hij door, tot het echt niet meer kon. Respect en bewondering voor zijn visie, waar hij aan vasthield, wat iedereen er ook van vond. Verwondering was er ook, over de keren dat hij over de schreef ging, bijvoorbeeld met de cartoons die de voorpagina van zijn weekblad sierden. Voor sommigen een bron van vermaak, voor anderen een bron van ergernis.

Je kan veel zeggen over Jan Burgers, een kleurloze man was hij zeker niet. Geen man van grijstinten, maar van zwart of wit. Een man met een visie, die van zijn weekblad een ‘spraakmakende actiekrant’ maakte, zoals het ED het omschreef. Een man die diep groef in dossiers, om precies te weten te komen hoe iets in elkaar zat, een man die vaak gelijk had. Een man die vanuit zijn sociale betrokkenheid handelde, en die ons dorp kleur gaf.

Mensen met visie, ik kan er met bewondering naar kijken. De zelfovertuiging, de drive die ze hebben, het stelt hen in staat dingen voor elkaar te krijgen. Zoals alle voordelen heeft ook deze een nadeel: iemand met visie heeft blinde vlekken. Wat buiten hun belevingswereld of visie valt, zien of horen ze niet. Als je meer van het compromis bent en van de redelijkheid, zie je dat soort zaken wel. Maar dan heb je niet de visie of drive om zaken voor elkaar te krijgen.

De relatie van Jan met onze burgemeester is daar een goed voorbeeld van. Dat beide heren elkaar niet lagen, moge duidelijk zijn. Dat Jan daardoor niet altijd even objectief was jegens Hans Gaillard evenzeer.

Een kleurrijk mens is niet meer. Son en Breugel zullen nooit meer hetzelfde zijn.

Rust in vrede, Jan.

De kogel door de kerk

Afbeelding van Pexels via Pixabay

Zou het dan eindelijk zover zijn? Zou er dan eindelijk duidelijkheid komen omtrent de toekomst van de Sint-Petrusbandenkerk? Woensdag 23 oktober weten we in elk geval meer, dan mogen een vijftal architectenbureaus hun ontwerp presenteren in het Vestzaktheater. Een stief kwartiertje krijgen ze, geen Brabants, niet meer. Al hebben ze nog wel een kraampje waar bezoekers informatie in kunnen winnen. Komt dat zien!

Het is een zaak die al jaren speelt. De Sint-Petrusbandenkerk was te groot en te duur om als kerk te blijven gebruiken. In goed overleg hadden parochie en het vorige gemeentebestuur een oplossing gevonden: de kerk zou tegen de vlakte gaan, een nieuw ‘dorpshuis’ zou verrijzen en achter de toren kwam een nieuwe kerk, op de plaats van de originele. Het leek een goed plan, het scheelde ook maar een vleermuis, of het was daadwerkelijk zo gegaan.

Er was veel verzet tegen dit plan, veel mensen wilden het gebouw graag behouden zien. Bij de afgelopen gemeenteraadsverkiezingen kreeg de coalitie de rekening gepresenteerd, de nieuwe coalitie riep meteen dat het kerkgebouw gered was. Om het vervolgens maanden leeg te laten staan, afgezet met hekken. Een onderzoek werd nog gepleegd om te kijken of überhaupt iets mee gedaan kon worden met het kerkgebouw. Dat kostte een paar centen, beduidend minder dan de aankoop van de kerk zelf. Tot zover het resultaat van de dadendrang van de nieuwe coalitie.

Nu zit er eindelijk schot in, nu kunnen we zien wat voor schitterende ontwerpen de deelnemende bureaus gemaakt hebben. Iedereen is welkom, iedereen mag zijn mening geven. Maar de gemeenteraad beslist, al zullen de aanwezige raadsleden zeker hun oor te luister leggen bij de bezoekers. De raadsleden zullen de vijf ontwerpen in de volgorde van hun voorkeur leggen, duurzaamheid moet daarbij voor bijna een kwart meetellen. De prijs komt in deze fase niet aan de orde.

Dan zijn we er nog niet. De winnaar van deze aanbestedingsprocedure moet afwachten of de tweede ronde ook overleefd wordt. Daarin wordt wél gekeken naar de prijs, evenals naar hoe het zit met de exploitatie en de duurzaamheid. Pas dan beslist de raad of het plan al dan niet doorgaat.

Het zal dus nog wel even duren voordat de kogel echt door de kerk is. In figuurlijke zin dan, al zou de oppositie er geen bezwaar tegen hebben als er echt een (sloop)kogel door de kerk zou gaan.

Obstakels

Afbeelding van Valiphotos via Pixabay

Het is een kleine oversteekplaats voor fietsers, op een plek waar de Boslaan haar naam eer aan doet. De oversteekplaats is bijna niet te zien, zeker niet voor de langs snellende auto’s, die verrast kunnen worden door plots overstekende fietsers. Daarom zijn obstakels geplaatst zijn, in de vorm van geschakeerde hekjes, felgeel gekleurd.

Ik weet niet of er in het verleden ongelukken gebeurd zijn, voordat de hekken geplaatst werden. Het zou zomaar kunnen, zo onoverzichtelijk is het. Zeker als je even afgeleid bent, als fietser of als automobilist. Met alle prikkels om ons heen is dat bepaald niet ondenkbaar. Eén moment van onoplettendheid kan zomaar grote gevolgen hebben. Elk leven dat zo verloren gaat, of onherstelbaar verwoest wordt, is er één te veel.

Hoe vervelend ik het ook vind om tussen de hekken door te moeten laveren, ik begrijp hun functie wel. Liever dat dan een ongeluk. Dat ik niet de enige ben die de hekken vervelend vindt, is wel duidelijk. Er loopt nog steeds een breed spoor, uitgesleten in het groene strookje tussen de hekken en het bos. Langs deze weg ontweek menigeen het obstakel, dat daarmee zijn veiligheidsfunctie verloor. Daarom werd een slagboom geplaatst om de groenstrook de blokkeren, wat niet afdoende bleek te zijn. Regelmatig zag ik dat de slagboom openstond zo konden de gemakzoekers er weer langs.

Zo ontstond een soort kat-en-muisspel, met aan de ene kant de gemakzoekers, die telkens de boom openzetten, en aan de andere kant de gemeente, die de boom weer terugplaatste. Met een dik slot erop, dat niet echt hielp. Open, dicht, open, dicht, weer open en weer dicht. Een spel zonder einde, een spel ook zonder winnaar. Totdat de gemeente dezelfde felgeel gekeurde hekken plaatste over de groenstrook, parallel aan de originele hekken. Nu kan niemand meer om dit obstakel heen.

Het is menselijk om de kortste weg te willen kiezen, de weg van de minste weerstand. Overal zie je nieuwe paden ontstaan, waar groen bedoeld is. Omdat het korter is, men geen zin heeft om te lopen, omdat men obstakels liever omzeilt. Als je obstakels omzeilt, blijven ze gewoon bestaan. Pas als je ze overwint, verdwijnen ze. Dat geldt niet voor alle obstakels, die aan de Boslaan blijft gewoon waar hij is. Felgeel gekleurd, om ons te waarschuwen voor dreigend gevaar.

Op een gegeven moment kun je de obstakels niet meer vermijden. Dan moet je er wel overheen, of er tussendoor.