Kabaal

Afbeelding van Neven Divkovic via Pixabay

Ruw werden mijn vrouw en ik gewekt uit onze slaap, midden in de nacht. Een oorverdovend kabaal klonk op vanaf de parkeerplaats achter ons huis, aan de kant van onze slaapkamer. Een hard, monotoon en aanhoudend geluid weerklonk tussen de huizen.

Een autoalarm, dachten we eerst. Nee, dat was het niet. ‘Wanneer doet iemand er eens iets aan?’ dacht ik. ‘Komt het uit onze garage?’ vroeg mijn lief. We besloten te gaan kijken, maar dat was het niet. Verrek, het komt van de parkeerplaats. Van mijn eigen auto, bleek al gauw toen ik de poort opendeed. De claxon, die een paar dagen tevoren was gerepareerd, wist van geen ophouden. Een beetje té goed gerepareerd.

In mijn nachtgoed deed ik de motorklep open en stond met mijn handen in het haar. Waar zit de uitknop? Uit pure wanhoop en vol schaamte kroop ik achter het stuur en drukte de claxon in. Zowaar, het hielp! De buurt baadde weer in rust, tenzij ik te hard of te zacht drukte, en de brulboei weer loeide, op volle toeren. ‘Sorry!’ riep ik, zonder dat iemand het kon horen.

Mijn lief en een buurvrouw, de enige die op het lawaai afkwam, keken onder de motorkap. De ingeschakelde hulplijn van de garage adviseerde de accu los te koppelen, tot een monteur zou komen. Twee vrouwen die het technische deel voor hun rekening nemen, terwijl de enige aanwezige man achter het stuur zit, het is het toppunt van feminisme.

De rust was weergekeerd, het wachten was nu op de monteur. Repareren kon hij het niet, maar wel een relais eruit halen, waardoor de claxon niet meer af kon gaan.

De andere ochtend, na een gebroken nacht, gingen we terug naar de garage. Het euvel was snel gevonden, de oplossing niet. Er was een onderdeel nodig dat ze niet op voorraad hadden, dat werd besteld. Twee dagen later kon ik terecht, twee dagen zonder claxon. Het is opmerkelijk, pas als je iets niet hebt, mis je het.

Die avond stond mijn auto weer op zijn vertrouwde plek, op de parkeerplaats achter ons huis. Het duurde een paar dagen voor ik met vertrouwen weer durfde te gaan slapen, zonder bang te zijn dat de claxon weer af zou gaan.

Eind goed, al goed. De garage heeft het probleem opgelost, met excuses. Geen van mijn buren heeft geklaagd, al hadden ze daar alle reden toe. Sorry buren, voor het kabaal!

Douze points

girl-4212637_1920
Bron: Pixabay.com

Het is niet dat het niet kan, als heteroman, het Eurovisie Songfestival leuk vinden. Ik houd er niet van, van die wanstaltige vertoning die menig inzending op de bühne brengt. Waar het zou moeten gaan om de muziek, gaat het om de show, die blik in de camera, het opzichtig vertoon van al dan niet oprechte emotie. Om de vertoning, dus.

Om de muziek gaat het allang niet meer. Ooit, in den beginne, was dat misschien zo. Verstand heb ik er niet van. Geef mij maar voetbal!

Mijn lief houdt wel van het songfestival, tenminste als Nederland de finale haalt. Enig chauvinisme is haar niet vreemd. ‘Onze’ Duncan haalde de finale, dus zaten we gezamenlijk voor de TV zaterdag 18 mei. Mijn lief geëngageerd kijkend, ik met mijn laptop op schoot. Terwijl de optredens elkaar opvolgen, verdiepte ik me in vakantieopties voor eind september, als we mijn verjaardag weer ontvluchten.

Of ik wilde of niet, ik kreeg het een en ander mee. Op zijn best waren het aardige liefjes, met muziek die je in beweging brengt, hoe houterig het ook moge zijn (in mijn geval). Met refreinen die lekker meezingen, zoals ‘soldi, soldi’ van de Italiaanse inzending, zo waren er wel meer.

Nee dan de SM show van IJsland, of de Russische inzending, die dacht te winnen met een vreemde vertoning in een soort douchecel (Was dat het wel? Ik keek maar met een half oog, niet eens mijn goede oog). Voor mij was het een voorbeeld van Russische wansmaak, wat ik ook opmerkte. Het ontlokte zowaar een glimlach op het gezicht van mijn lief.

Het enige spannende is de puntentelling, wie krijgt de ‘douze point’? Het begon goed voor Duncan.  Daarna bleven de punten een beetje achter bij de favorietenrol die hij van tevoren kreeg toebedeelt. Tot de ‘publieke’ stemmen aan bod kwamen.

De presentatoren hielden op kunstmatige wijze de spanning erin. Tot vervelens toe herhaalden ze hoeveel punten Zweden nodig had voor de overwinning. 254, meen ik. Het werden er 93. Terwijl ongeloof en vertwijfeling om voorrang vochten op het gezicht van de Zweedse deelnemer, ontlaadden de emoties van Duncan en zijn gevolg zich op orgastische wijze.

Volgend jaar mogen ‘wij’ dus het songfestival organiseren, een dure grap. Of we daar zo blij mee moeten zijn, is nu niet belangrijk. Nu zijn we blij, voor Duncan. 44 jaar hebben we moeten wachten, nu kunnen we er weer even tegen.

Wanneer wordt Nederland eindelijk wereldkampioen?

Moederdag

teddy-1338930_1920
Bron:Pixabay.com

Met bezwete gezichtjes stonden mijn broer en ik te zwoegen boven het gasfornuis. Hoe doet mamma dat toch, iedere dag weer? Het leek zo simpel, als zij het deed. Onze vader keek bezorgd over onze schoudertjes mee, het brandblusapparaat in de aanslag. De zelfgemaakte kunstwerkjes lagen al klaar, mooie tekeningen met moeder als stralend middelpunt.

Een eitje koken, een paar boterhammen toasten, zo moeilijk was het niet. Het eitje moet drie minuten in kokend water, had mamma tegen pappa gezegd. ‘Dat weet ik ook wel!’, had pappa een beetje geprikkeld geantwoord. Om het vervolgens even gauw op te schrijven, toen mamma even niet keek.

Mamma hoorde het gerommel beneden in de keuken aan, en zuchtte nog maar eens. Voor haar hoefde het niet zo nodig, ik ben toch elke dag moeder, dacht ze bij zichzelf. Onze verwachtingsvolle gezichtjes toen we met het resultaat van onze noeste arbeid boven kwamen, dat was onbetaalbaar.

Ze nam het eitje dat net te zacht gekookt was en de toast die enigszins geblakerd en dik besmeerd was met liefde en jam graag voor lief.

Het ontbijtje zit er niet meer in, op Moederdag zijn we present. Het eitje en de kunstwerken hebben plaatsgemaakt voor een bloemetje of een mooie tuinplant, die we vroeger samen gingen halen. Sinds ik verder weg woon, en mijn moeder al wat ouder is, haal ik het alleen.

‘De zorgen worden niet minder, ook nu jullie volwassen zijn’, zegt mijn moeder wel eens. Mijn moeder en ik, we waren en zijn het niet altijd met elkaar eens. De band is en blijft, ze was er altijd voor me, als ik vroeger uit school thuiskwam. Een koekje bij de thee, ’s avonds wat lekkers en ze kan nog steeds heerlijk koken. De liefde van de zoon gaat ook door de maag!

Ze heeft andere ideeën als ik, als het gaat om mijn carrière. Zij heeft meer ambitie dan ik, gevoed door het feit dat ze haar ambities niet heeft kunnen realiseren. Als oudste van zes kinderen moest ze gaan werken, waar haar broers en zussen wel een opleiding mochten volgen.

‘Je had binnenhuisarchitecte moeten worden’, zeg ik wel eens tegen haar. Gevoel voor gezelligheid en sfeer heeft ze, als het gaat om het inrichten van een huis.

Ze is uniek, mijn moeder. Ik ben zuinig op haar, geniet van de momenten samen. Straks, als die momenten slechts herinneringen zijn, zal ik ze koesteren.

Twee minuten stilte – de vrijheid schreeuwt niet

wreath-3377472_1920
bron: Pixabay.com

Ik zou het uit willen schreeuwen, op de Dam, tijdens de Dodenherdenking. Een oerschreeuw, uit het diepst van mijn hart. Niet uit disrespect, noch uit wanhoop of om de aandacht te trekken. Nee, uit pure vreugde!

Vreugde om het feit dat ik de vrijheid heb om te schreeuwen, of liever: om te zeggen wat ik denk. Dat wij in vrijheid kunnen leven, ongeacht afkomst, geloof of geaardheid. Die vrijheid hebben we te danken aan de mannen en vrouwen die hun leven gegeven hebben, in de Tweede Wereldoorlog en daarna.

Deze mensen streden tegen racisme, tegen de verderfelijke, misdadige ideeën van de Nazi’s. Ideeën die het slechtste in de mens naar boven brachten, zoals Jodenjagers, die 7,50 Gulden kregen voor iedere Jood die ze aanbrachten. Joden, die vervolgens onder onmenselijke omstandigheden afgevoerd werden naar vernietigingskampen. Opeen gepropt in treinwagons als beesten, in afwachting van hun trieste lot.

In die kampen werden ze ofwel meteen vermoord, ofwel uiterst langzaam. Door uitputting, ondervoeding en mishandeling.

Dat alles omdat ze anders waren, en blijkbaar een bedreiging. Ook andere mensen die om de een of andere reden afwijken van de norm krijgen in toenemende mate te maken met agressie. Discriminatie is van alle tijden, het zal wellicht nooit verdwijnen.

De strijd die we op 4 en 5 mei herdenken, is nooit echt voorbij. Ook nu staat de vrijheid voortdurend onder druk. Iedere roep om ‘minder, minder’ is niets minder dan een aanslag op de vrijheid van ons allemaal. Een vrijheid waar zo hard voor gevochten is, een vrijheid die we niet zomaar op mogen geven.

De vrijheid schreeuwt niet. Ze fluistert zachtjes in je oor, bijna onhoorbaar. ‘Zie mij, hoor mij, beleef mij’. Een smeekbede bijna, een vraag om aandacht.

Schreeuwlelijken zijn er genoeg. Mannen of vrouwen die schreeuwen om aandacht, die zo maar wat roepen. Of juist doelbewust roepen wat mensen willen horen, mensen die denken vanuit hun onderbuik. Ze zaaien haat en onverdraagzaamheid, omdat ze zo kunnen scoren. Hun ideeën, als ze die al hebben, werken volgens mij niet. De wereld zou aardig leeg zijn, als ze hun zin zouden krijgen.

Twee minuten stilte, dat is niet te veel gevraagd. Het offer van de strijders voor de vrijheid verdient respect. Twee minuten denken aan de vrijheid, wat die voor ons betekent.

Als we onze geschiedenis vergeten, zijn we gedoemd haar te herhalen. Dus ben ook ik twee minuten stil. Om 20.03 uur schreeuw ik het uit, van pure blijdschap.

Wankel evenwicht

rollator-3480878_1920
Afbeelding van Jasmin Sessler via Pixabay

Aarzelend kwam ze de winkel binnen, alsof ze niet zeker wist of ze hier wilde zijn. Een stevige kin stak vooruit, een kin waar tante Sidonia jaloers op zou zijn. Haar hoofd stak naar achteren, het leek te zwaar voor haar nek. Een dun, breekbaar lichaam, met twee benige handen die zich vastklemden aan de handvatten van haar rollator. Alsof ze bang was dat die er zonder haar vandoor zou gaan.

Net over de drempel aarzelde ze weer. Ga ik naar links, of ga ik naar rechts? Zo groot was de winkel niet, al was er voldoende te kiezen. Het werd rechts, voor de kijkers thuis links.

Wankel was haar evenwicht, ze had zichtbaar de rollator nodig om overeind te blijven. Ze oogde frêle, breekbaar, iel. Een schim van de kranige vrouw die ze ooit geweest moet zijn, toen ze met ferme tred door het leven ging.

Die tijd lag ver achter haar, een ver vervlogen tijd, nog net zichtbaar in de achteruitkijkspiegel. Het is een teken van vastberadenheid dat iemand zich hierdoor niet laat ontmoedigen. Dat je je wereld niet laat beperken tot je slaapkamer, huiskamer, keuken, toilet en badkamer. Dat je je toch buiten waagt, hoeveel moeite het ook kost. Hoe wankel ook het evenwicht.

Langzaam struinde ze door de winkel, dan weer hier kijkend naar een bloesje, dan weer daar kijkend naar een trui. Even snel als ze gekomen was, verliet ze weer de winkel.

Ineens zag ik haar man, die al die tijd buiten op een bankje zat te wachten. Hij moest zich haasten om zijn vrouw bij te halen, die al op snelheid lag. In de ene hand had hij een riem met daaraan een (jonge) hond, die als een gek aan de riem trok, de man met zich meesleurend. In de andere hand had hij een wandelstok.

Twee mensen, bij wie het evenwicht wankel was geworden. Twee mensen, die zich niet meer op hun evenwichtsgevoel konden verlaten, wat voor de meeste mensen een vanzelfsprekendheid is. Tot je het kwijt bent.

Een teken van een wereld, die aan het afbrokkelen is en steeds kleiner dreigt te worden. Waarbij elke stap je uit je evenwicht kan brengen, alsof je langs een afgrond loopt. Dan is het zaak je niet uit het veld te laten slaan.

Dan moet je alle hulpmiddelen inzetten die je maar kunt, om toch naar buiten te kunnen gaan. Zodat je je horizon, en daarmee je wereld, breed kunt houden.

Spring naar toolbar