Merel-kerel

blackbird-3249123_1920
Bron: Pixabay.com

Parmantig hupt hij over het grasveldje, vlak voor onze neus. Zijn gele snavel steekt perfect af tegen zijn zwarte verenkleed. Met een schuin oog kijkt hij ons aan, alsof hij wil vragen: ‘Wat doen jullie hier?’

‘Kijken naar de schuimkoppen op de zee, luisteren naar het geluid van de branding en ons laven aan het zonlicht, dat af en toe dapper door het wolkendek breekt’, antwoord ik hem.

Hij lijkt genoegen te nemen met mijn antwoord, de merel-kerel, hij hupt weer verder. Het is een vreemd idee, dat dit kleine, sierlijke wezen afstamt van de dinosauriërs, waarvan sommigen ook op twee benen liepen (en veren hadden). Ik probeer me voor te stellen hoe dat er uit zou zien, als zo’n groot monster rond zou huppelen, net als een vogel.

De merel is zich niet bewust van deze overpeinzingen, hij steekt zijn snavel in het gras, op zoek naar een worm of insect. Aan de rand van het grasveld rommelt hij wat tussen de gevallen bladeren, op zoek naar iets eetbaars. Een zoektocht, die hij zijn leven lang vol zal moeten houden.

Weer kijkt hij om zich heen, alert op gevaar. Dan ziet hij een rivaal, op een paar meter afstand. De brutaliteit! Hij vliegt erop af, ze dansen om een struik heen, de indringer probeert de eigenaar te ontwijken. Al snel ziet de indringer in dat hij niet met rust gelaten zal worden, hij gaat ervandoor. Zonder fysiek geweld wordt het opgelost.

Verder niets te zien? Hij stijgt op en vliegt naar een olijfboom, die op een paar meter afstand staat. Hij heft een lied aan, ik heb geen idee waar het over gaat. Allicht is het een ‘saudade’, een lied van weemoed en hartstocht, van nostalgie en verlies.

Of het is een lied van verlangen, een oproep aan alle aanwezige merel-meiden. Een aankondiging die wil zeggen: hier ben ik! Ik ben beschikbaar!

Het is de Tinder equivalent van de merels, een contactadvertentie in de trant van: prachtige merel-kerel, goed in de veren, in de kracht van zijn leven, zoekt merelin voor lange, romantische huppeltochten langs het strand en zwoele avonden en – nachten.

De dames horen de liederen aan van op een afstand, en swipen vervolgens naar links of naar rechts, al naar gelang het lied in kwestie hen bevalt of niet.

Na afloop van zijn lied vliegt onze merel-kerel weer weg. Op zoek naar groenere wieden, sappige wormen en lekkere meiden. Succes kerel!

Kinderpardon? Pardon, kinderen…

people-3935983_1920
Bron: Pixabay.com

We leven in een land, waar onschuldige kinderen weggestuurd worden. Weggestuurd van het enige thuis dat ze kennen, naar een land dat vreemd voor ze is en waar ze een vreemde zijn. Een land dat ze zich nauwelijks kunnen herinneren, waar ze niemand kennen en de taal niet spreken. Een land dat ze alleen kennen van verhalen.

We leven in een land, waar politici gekozen kunnen worden ondanks, of dankzij, een programma dat uitgaat van de uitzetting van deze kinderen. Of eerst akkoord gaan met deze uitzettingen, om als er verkiezingen in aantocht zijn zich ineens te herinneren dat ze toch eigenlijk tegen zijn.

Het gaat hier om kinderen. Kinderen, wiens enige misdaad is dat ze niet in Nederland geboren zijn, maar in een ander land. Hen terugsturen naar hun land van herkomst lijkt een wrede straf. Ze worden opnieuw ontworteld, moeten opnieuw de taal en cultuur leren. Ze moeten opnieuw integreren.

De verdraagzaamheid waar ons land zo om geroemd werd, is ver te zoeken. Die verdraagzaamheid was vooral economisch geïnspireerd, vluchtelingen waren van harte welkom in onze Gouden Eeuw. Als ze maar iets te bieden hadden, of als (rijke) handelaren, of als arbeidskrachten. Die kon ons dunbevolkte land goed gebruiken, op de schepen die naar Indië voeren.

Al doe je nog zo je best, invloeden van buiten kun je niet buiten sluiten. Al helemaal niet als je het van de handel moet hebben, zoals Nederland. Je kunt ook die elementen overnemen die je aanspreken. Invloeden van buiten zijn een verrijking, als je ze buitensluit leidt dat tot verarming. Vooral van de geest.

Dat inzicht lijken we kwijt te zijn. Elke discussie leidt tot onverkwikkelijke taferelen, met blokkeerfriezen en Zwarte Piet-haters. Het is niet eens een discussie, maar een wedstrijd wie het hardst kan schreeuwen. Een dergelijke wedstrijd kent geen winnaars.

Het kind van de rekening zijn de kinderen van asielzoekers, die voor de tweede keer in hun jonge bestaan huis en haard op moeten geven. Zonder er zelf voor te kunnen kiezen.

Misschien moet ik zelf verhuizen, sommige andersdenkenden zullen me het allicht aanraden. Waar kan ik heen? Niet naar Duitsland, daar doen ze zo streng. Niet naar Amerika, daar bouwen ze hoge muren. Niet naar China, daar is het te druk.

Het Goede Doel kwam er begin jaren ’80 al niet uit. Ook ik heb getwijfeld over België, omdat iedereen daar lacht. Ik stond zelfs in dubio, maar ik nam geen enkel risico.

Bijna thuis

hospice-1821429_1920
Bron: Pixabay.com

De meeste mensen hebben het over een hospice, de letterlijke betekenis van dit woord is ‘verblijfhuis voor terminale patiënten’. Het is een prima benaming, toch heb ik het zelf liever over een ‘Bijna Thuis’ huis. Dat klinkt intiemer, respectvoller, warmer. Het past gewoon beter, het geeft aan dat de reis van de mensen die er verblijven er bijna op zit.

Mijn beste vriend heeft ook de laatste maanden van zijn leven doorgebracht in een hospice, de zorg en warmte waar de vrijwilligers hem mee benaderden hebben die tijd zeker draaglijker gemaakt. Ik heb niets dan respect voor de mensen die dit op kunnen brengen, dag na dag.

Iemand die ook in een hospice beland is, is Fernando Ricksen. Voor mensen die niet van voetbal houden wellicht geen bekende naam, ook al was hij niet de meest begaafde voetballer, zijn werklust en inzet hebben hem een mooie carrière opgeleverd. Een carrière die ontspoorde door drank en drugs, maar die toch veel moois heeft opgeleverd.

Fernando heeft in zijn leven en in zijn carrière veel meegemaakt. Hij kende een moeilijke jeugd, en raakte tijdens zijn tijd in Glasgow verslaafd aan drank, cocaïne en vrouwen. Na zijn omzwervingen in het buitenland kwam hij weer terug in Nederland en leek het geluk gevonden te hebben met Veronika, met wie hij een dochter heeft en in 2014 trouwde.

Leek, want er was in 2013 ALS geconstateerd bij Fernando. Een verwoestende ziekte waar vooralsnog geen remedie tegen bestaat. Fernando is echter niet iemand die opgeeft, zoals hij op zijn website laat weten. ‘Ooit zal er iemand zijn die deze verschrikkelijke ziekte verslaat én overleeft. Laat ik die persoon dan maar zijn. Ik blijf de fighter die ik altijd ben geweest.’

Fernando is niet de enige die lijdt aan ALS, en ALS is niet de enige vreselijke ziekte waar we mee te maken hebben. Hij is wel een inspirerend voorbeeld van hoe je met dergelijke ongelooflijk zware omstandigheden om kunt gaan, blijven vechten ook al zijn de vooruitzichten somber. Je gunt zoiets je ergste vijand niet. Vechten tegen de langzaam voortschrijdende, onstuitbare aftakeling. Vechten tegen een genadeloze ziekte, die je reduceert van een sterke sportman zoals Fernando tot een schim.

Henk Fransen, een arts die 30 streed onderzoek deed naar ‘de zin en onzin van kanker’, zegt dat het beter is te strijden voor iets dan tegen iets. Dus is het volgens hem beter te vechten voor gezondheid dan tegen een ziekte. Het is beter om de oorzaak aan te pakken dan om de symptomen te bestrijden.

Kanker is niet hetzelfde als ALS. De oorzaken zien niet hetzelfde. Vechten tegen deze ziektes komt op mij over als vechten tegen je eigen lichaam, tegen jezelf. Vechten voor je gezondheid verbind ik dan weer met vechten samen met je lichaam. Het resultaat zal misschien niet veel verschillen, de intentie des te meer. Daar begint het mee.

Niemand weet waarom ziektes als deze bestaan, maar ze bestaan. Niemand weet waarom er de meest verschrikkelijke dingen gebeuren, maar ze gebeuren. Het enige dat wij kunnen doen is de mensen die dit overkomt steunen, in woord en gebaar. We hebben niet in de hand wat er in ons leven gebeurd, waarom sommigen zoveel leed mee moeten maken. We kunnen wel kiezen hoe we er mee omgaan. En ook met welke intentie we ons leven leiden,

Tijdens een bezoek aan Glasgow voor een ‘meet and greet’ met fans van zijn oude club Glasgow Rangers in oktober vorig jaar krijgt hij last van pijn op zijn borst. Het blijkt goed mis te zijn, zodanig dat hij niet meer terug kon naar Valencia, zijn thuisbasis.

Nu ligt Fernando dus in een hospice, waar zijn vrouw en dochter hem regelmatig bezoeken. Nooit meer zal hij terugkeren naar huis. Lopen ging al niet meer, het is dus de zoveelste in een reeks van ‘nooit meers’.

Dapper heeft hij gestreden, lang heeft hij het volgehouden, maar nu is het eind in zicht. De race is gelopen, het zit er bijna op. Nog even volhouden, Fernando, je bent bijna thuis.

Spring naar toolbar