Grijze wolken

gray-clouds-718177_1920
Bron: pixabay.com

Er zijn van die dagen dat als je niet zo weten welk seizoen het is, je gemakkelijk zou kunnen denken dat het herfst is. Of zelfs winter. In de herfst kan het ook zonnig zijn, zelfs (relatief) warm. Maar niet vandaag.

Grijze wolken hangen als een zware deken over ons heen. De hele dag valt de regen, zachtjes maar gestaag. Onophoudelijk en niet te stuiten daalt de regen op ons neer. Niet met bakken tegelijk, de hemelsluizen staan slechts op een kiertje. Als je maar lang genoeg in deze regen loopt wordt je toch wel nat. En koud!

Een paraplu biedt enig soelaas, zolang de wind er geen vat op krijgt. Als die wind nou maar de grijze wolken zou verdrijven, een smal, dun zonnestraaltje dat door de wolken heen prikt en zachtjes het landschap kust zou wel erg welkom zijn.

Helaas, de wind voert alleen maar nieuwe wolken aan, de een nog grijzer en dikker dan de ander. Soms kun je nog enige vorm herkennen in de wolken, maar nu is het één dikke, grijze en ondoordringbare massa. De bomen zijn al aardig kaal, ze strekken hun takken uit naar de hemel. Net als wij verlangen zij naar de zon, naar een beetje warmte. En droogte.

Mensen schuilen onder hun paraplu’s. Ze wagen zich alleen buiten op een dag als deze als het echt moet, boodschappen doen, naar het werk of de hond uitlaten. Die arme beestjes hebben het zwaar, geen paraplu om hun droog te houden en met al die regen valt er weinig te snuffelen. In de auto zit je tenminste nog droog, maar op de fiets zijn de mensen onherkenbaar, weggedoken in regenpakken. Dan moet je wel echt een bikkel zijn, om toch door wind en regen op de fiets te gaan.

Op perrons en bij bushaltes zie je de mensen wegduiken, hopend een plekje te vinden waar het droog blijft. Zolang er geen wind is, of die de andere kant opwaait, lukt dat wel. Maar dan komt er een natte vlaag, die je nog onder het dak van het perron of de bushalte weet te vinden. Met een feilloze doeltreffendheid waar menig bloedhond jaloers op zou kunnen worden.

Alles in ons schreeuwt om een eind aan die eindeloze regen, een beetje zon. Hopend dat de zon spoedig weer terugkeert, vrezend dat ze dat niet zal doen.

Klagen over het weer doen we allemaal, hoe weinig het ook uitmaakt. Het lucht in elk geval op!

Enfin, morgen beter hopen we dan maar. Ik durf even niet naar de weersvoorspelling te kijken.

 

Foute opmerking

Het is een gênant moment. Een compleet foute opmerking, bijna #MeToo waardig. Het is eruit voor ik er erg in had. De dame tegen wie ik het zeg, doet gelukkig alsof haar neus bloedt. Het lijkt alsof ik er mee wegkom!

Het gekke is, ik ben helemaal niet zo van ‘grab ‘m by the pussy’. Integendeel! Ik heb groot respect voor vrouwen, al voor dat het mode werd.

Ik ben ook weer niet vies van dubbelzinnige opmerkingen, a dirty mind is tenslotte a joy forever. Al geldt hetzelfde als voor alcohol: met mate.

Nietsvermoedend loop ik de Blokker binnen, op zoek naar kersverlichting die in de aanbieding is. Twee schappen met een identieke omschrijving, de ene leeg, de andere niet. Ik kijk om me heen, op zoek naar een personeelslid dat me uit de brand kan helpen. Welke is de goede?

Niemand te zien, natuurlijk. Achter de kassa staat een leuke jongedame, niet dat ik daar op let. Ahem. Enfin, dan maar naar de kassa. Ik neem twee dozen kerstverlichting mee, in de hoop dat dit de goede zijn. Ondanks de duidelijke instructies die ik van thuis heb meegekregen, heerst er nog enige twijfel. Vooral gevoed door het gegeven dat ik niet nóg eens naar de Blokker wil.

Er staan twee wachtenden voor me. Ik bereid me mentaal voor op een lange wachttijd, als ik in een winkel in de rij ga staan, is het steevast de verkeerde. Als het gaat om de rij die het snelst gaat, moet je niet in de rij gaan staan waar ik sta.

Voor ik het weet, is de dame die vooraan staat al klaar, de spullen in haar tas gepakt. De dame achter haar zegt quasi-verontschuldigend: ‘Ik hoor bij haar!’ Alsof ik dat erg zou vinden. Ik schuif naar voren en vraag wat het verschil is tussen de twee producten met dezelfde omschrijving, waarvan het ene schap dus leeg is. ‘Ik weet niet’, zegt de kassajuffrouw, ‘Misschien dat de ene met kleurtjes is? Deze zijn wit’. Opgelucht haal ik adem, ik heb de goede lichtjes uitgekozen.

Nu komt het. Mijn moment van schaamte. Ik had het hierbij kunnen laten. Ik had kunnen zeggen: ‘Dank je wel’, daarna afrekenen en wegwezen. Maar nee, wat bedenkt mijn Neanderthalerbrein? Welke briljante opmerking komt er over mijn lippen? ‘Ik zal hem even te voorschijn halen’, doelend op mijn bankpasje.

Ik hoor het mezelf zeggen, realiseer me meteen hoe fout het is. Enigszins bevreesd kijk ik naar de kassajuffrouw, die doet alsof ze niets gehoord heeft. Geen loeiende sirenes, geen politie die me meteen in de boeien sluit. Geen #MeToo schandaal.

Voortaan zal ik twee keer nadenken, voordat ik mijn mond open doe. Voorkomen is beter dan een foute opmerking!

Vreemdgaan

Foto: Pixabay.com
Foto: Pixabay.com

Ik ben er niet trots op. Schamen doe ik me evenmin. Ik durf het gewoon te schrijven: ik ben vreemd gegaan!

De gelegenheid kondigde zich ruim van te voren aan. Een tijd lang stond ik in dubio. Zal ik het doen, of toch maar niet? Heen en weer werd ik geslingerd, tussen verleiding en verstand. Stemmetjes in mijn hoofd, die zeiden: ‘Doe het! Ga er voor! Dit is je kans!’ andere stemmetjes die het tegenovergestelde zeiden: ‘Het is het niet waard! Waarom zou je?’

Op het laatste moment hakte ik de knoop door. Met gemengde gevoelens stap ik in de auto. Ver rijden is het niet, gelukkig. Er is te weinig tijd om van gedachten te veranderen.

Dat blijkt een illusie: met klamme handen pak ik de deurklink vast. Bijna glijdt die uit mijn handen! Met de nodige moeite en doorzettingsvermogen lukt het.

Een beetje bedeesd stap ik naar binnen, het is altijd even de weg vinden als je ergens voor het eerst komt. Al gauw zie ik degene zie ik zoek, die me wijst waar ik moet zijn.

Vóór ik het in de gaten heb, ben ik flink bezig, met een wildvreemde nog wel. We zijn niet alleen, niemand slaat acht op ons. Niemand kijkt zelfs maar op, daarvoor zijn ze zelf ook te druk bezig. De ruimte vult zich met kreten van enthousiasme, of teleurstelling. En zelfs een enkele kreun.

We doen zelfs verschillende rondjes, iedere keer stel ik me netjes voor. Ik ben goed opgevoed, tenslotte. Eerst kijk ik de kat uit de boom, al snel laat ik me gelden. Het is wonderlijk, al heb ik jarenlange ervaring en ben ik bepaald geen beginneling, ik zie veel nieuwe ‘moves’. Zo zie je maar, je bent nooit te oud om te leren!

Ik gooi alle schroom van me af, ik ga he-le-maal los! Ik ken mezelf niet meer terug, zo gereserveerd en bedeesd als ik normaal gesproken ben, zo losjes en soepel ben ik nu.

Tussen de rondjes door blazen we even uit, drinken wat. Tot mijn verbazing meng ik me in de gesprekken, ook iets wat ik niet snel doe.

Als het even niet lukt, wordt dat met de mantel der liefde bedekt. Iedereen maakt fouten. Het is een heerlijke avond, die veel te snel tot een eind komt.

Hoe vreemd het ook voelde voor het begon, zo goed voelt het nu. Als ik onder de douche sta, spoel ik alleen het onvermijdelijke zweet af, geen schaamte of teleurstelling.

Blij rij ik naar huis. ‘Hoe was het?’ vraagt mijn vrouw als ik binnenkom. Ik had het haar verteld, ze had geen bezwaar. ‘Leuk, gezellig!’ zeg ik, een ware spraakwaterval als altijd. ‘Voor herhaling vatbaar!’ voeg ik er aan toe.

Het voelde een beetje als vreemdgaan, vooraf. Achteraf ben ik blij dat ik gegaan ben! Het is best leuk, zo’n uitwisselingsavond met de badmintonclub.

Foto: Pixabay.com
Foto: Pixabay.com

Rijlessen: droom of nachtmerrie?

Autorijden, voor de een is het een droom waar hij of zij van jongs af aan van droomde. Voor de ander is het niets minder dan een nachtmerrie.

Zelf hield ik me er in mijn jonge jaren niet zo mee bezig, tot mijn schoonzus op de 50e verjaardag van mijn moeder vroeg wanneer ik met rijlessen ging beginnen? Zo gezegd, zo gedaan. Een rij instructeur was gauw gevonden, de schoonvader van haar oudste zus had een rijschool.

Menig peentje heb ik gezweet, met klamme handen nam ik plaats achter het stuur. Hoe ik het voor elkaar kreeg, weet ik niet, maar ik worstelde me door de rijlessen. Het scheelt wel als er iemand naast je zit die in geval van nood letterlijk op de rem kan trappen.

De rijlessen alleen al waren een marteling, ik kon me niet voorstellen dat ik ooit wijs zou kunnen uit alle prikkels die je in het verkeer krijgt, en er heelhuids doorheen te komen. Invoegen op de snelweg, met al die auto’s die in volle vaart langs je heen scheren.

Dan praat ik over begin jaren ’90. Toen was het verkeer toch minder en reed men netter dan nu. Of beeld ik me dat in?

Op een gegeven moment was het zover: ik mocht op voor het rijexamen. Stijf van de zenuwen stond ik, dankzij kalmerende middelen (lees: valeriaan) heb ik het examen doorstaan. En niet één keer, maar drie. Dat ik niet echt denderend reed, met of zonder de valeriaan, wist ik ook wel. Echt grote fouten maakte ik niet, voor zover ik me kan herinneren, maar slagen deed ik niet. De derde keer, echt scheepsrecht in mijn geval, slaagde ik wèl. Hoewel ik niet anders reed, laat staan beter. Het verschil? Een vrouw als examinator? Ik weet het niet. Blij was ik in elk geval wel!

De eerste keer dat ik autoreed na het behalen van mijn rijbewijs was niet bepaald een succes. In de auto Fiat Panda van mijn moeder, met een versnellingspook die moeizaam schakelde, het was een ervaring. De koppeling werkt ook anders in een benzinemotor, als je een dieselmotor gewend bent. Maar, we bereikten onze bestemming en keerden heelhuids terug!

Echt autorijden leer je pas als je zelfstandig en regelmatig deelneemt aan het verkeer. Een aantal jaren later, in het bezit van mijn eerste eigen auto, leerde ik pas echt autorijden. Nu zonder gierende zenuwen, zonder klamme handen. En gelukkig, een enkel incident daar gelaten, ook zonder brokken.

Misschien was het allemaal anders verlopen, was het veel minder traumatisch geweest, als ik rijles Tiel had kunnen kiezen. Een goede rijschool, met goede begeleiding, dat maakt alle verschil. Leren autorijden is al lastig genoeg, ook al ben je een natuurtalent.

Uiteindelijk is het allemaal goed gekomen.

Schuifelende voeten

Eerst heb ik het niet in de gaten. Ineens vallen ze op, schuifelende voeten die achter de mijne aan schuifelen. Geen staccato van hakkelende hoge hakken, geen zacht swaffelende schoenen, scharrelend op een onhoorbaar ritme. Het geluid was hard, snerpend, een beetje dreigend. Het is een vreemd geluid, dat zich krassend in mijn geheugen kerft.

Een golf van lichte paranoia gaat door me heen. Word ik achtervolgd? Loopt iemand achter me aan. Automatisch gaat mijn hand naar mijn portemonnee. Die zit veilig in mijn achterzak!

Waar komen die schuifelende voeten ineens vandaan? Waren ze er de hele tijd al? Gaan ze toevallig dezelfde kant op? Ik zet er eens flink de sokken in, kijken of ze me bij kunnen houden.

Ik sla linksaf, de bocht om. Even hoor ik ze niet, net als ik opgelucht adem wil halen, zijn ze er weer. Ik sla weer linksaf. De voeten volgen me. Ik sla rechtsaf. Nog steeds word ik gevolgd. Of ik harder ga lopen, of zachter, niets helpt.

Ik durf niet om te kijken. Mijn geestesoog maakt zich de meest verschrikkelijke voorstellingen van mijn achtervolger. Minstens twee meter hoog, met lang en vettig haar en lange, scherpe tanden en lange nagels, als klauwen.

Onder de genadeloos schijnende zon stijgt met de temperatuur ook mijn onrust. Nergens kan ik schuilen, nergens ben ik veilig. Links zie ik een doodlopende straat, zal ik die inslaan? Nee zeg, dan zit ik helemaal klem. Vluchten kan niet meer.

Verder gaat het, straat in, straat uit. Een bocht naar links, een bocht naar rechts. Een dame komt me tegemoet, ik wil haar waarschuwen. Slechts onverstaanbare klanken komen uit mijn keel, verschrikt loopt de dame snel verder, het onheil tegemoet.

Snel loop ik verder, ik durf niet te kijken. Ik hoor verder geen geluid, zou de dame veilig zijn? Vertwijfeld en vervuld van schaamte en schuld loop ik verder. Ik zie een supermarkt opdoemen, mijn bestemming. Zal ik verder lopen, of gewoon naar binnen gaan?

Opgaan in de massa lijkt me wel wat. Ik loop naar binnen, pak een mandje en loop verder de winkel in.

De schuifelende voeten lijken van de aardbodem verdwenen. Voeten en schoenen volop, in alle soorten en maten. Van hoge hakken tot piepende gympies, van elegant tot afgetrapt.

Ik kijk regelmatig om, zie ik mijn achtervolger nog ergens? Wie zou het kunnen zijn? Niemand wekt de indruk me te volgen, of ook maar in de verste verte in me geïnteresseerd te zijn.

Vlak voordat ik de supermarkt verlaat, zie ik hem zitten. Een zwerver, of moet ik zeggen iemand zonder vaste woon- of verblijfplaats, zit aan een tafeltje koffie te drinken. Inderdaad, vettig haar en een slonzige, versleten jas, trui en dito broek. Blote voeten met lange nagels, maar geen klauwen.

Op de terugweg is het stil, achter me. Op de een of ander manier mis ik ze, die schuifelende voeten.

Spring naar toolbar