Haat-liefde verhouding

Lijdzaam onderga ik mijn lot, meer kan ik niet doen. Ik zie hem van de verte al aan komen sjokken, de dikzak. Denkend dat hij nog steeds het lichaam van een jonge god heeft. Was dat ooit zo? Ik zou het niet weten.

Weken, soms maanden lang mijdt hij me. Ziet hij me niet eens staan. Het liefst laat hij het zo. Hij wil het gewoon niet weten. Af en toe wint de nieuwsgierigheid het van de afkeer.

Voorzichtig neemt hij plaats, eerst de ene voet, dan de andere. De ogen gesloten, alsof hij het nog niet wil zien. Plots opent hij de ogen en kijkt verschrikt. Een kreun, daarna een vloek ontsnapt aan zijn lippen. Weer heb ik hem teleurgesteld, weer kan ik niet aan zijn verwachtingen voldoen.

Rare jongens, die mensen. De een rookt, snuift, drinkt en eet wat hij wil, de ander ontzegt zich juist van alles en sport zich een ongeluk, om aan een onhaalbaar schoonheidsideaal te voldoen. Het maakt niet uit, allemaal slaken ze een zucht voordat ze op me plaatsnemen, en een kreun en een vloek als ze de waarheid zien.

Want het is de waarheid, de naakte, objectieve en onweerlegbare waarheid. Onontkoombaar, rauw en keihard. Geen nepnieuws, gefabriceerd door een Russische internetgeek, geen tweet gebaseerd op onvolledige feiten of een gebrek aan kennis of inzicht. De pure waarheid, niets meer, niets minder. De mens zelf geeft er betekenis aan.

Ik zeg het niet graag. Ik weet dat hij het niet wil horen. Maar ik kan niet anders. Wie houd ik dan voor de gek?

Hij kreunt en hij vloekt wel, maar gaat vervolgens op dezelfde voet verder. In het begin let hij wel op wat hij eet, eet minder troep en drinkt minder bier. Lang houdt hij het niet vol. Chips, nootjes, een stukje worst. Een biertje op zijn tijd. Héérlijk vindt-ie het! Hij kan het gewoon niet laten, zolang hij het niet overdrijf hoeft dat ook niet. Maakt hij zichzelf wijs.

Op dieet gaan, hij moet er niet aan denken. Alleen maar worteltjes, selderij sticks, komkommer eten en water drinken, hij wordt er bij voorbaat al gallisch van. Hij wil eten waar hij zin in heeft, wanneer hij zin heeft. Dan moet je het niet gek vinden dat je zwaarder wordt, vriend!

Meer bewegen? Dat is zonder meer een goed idee! Hij sport één keer per week, hij gaat ook elke dag wandelen. En hij loopt naar zijn auto. Poe, wat een inspanning allemaal. Ik krijg het er warm van!

Het is als de koers van een beursgenoteerd bedrijf dat op een faillissement afstevent. Het zijn cijfers waar je niet op zit te wachten. Hoewel, er zit wel een stijgende lijn in!

Het is een haat-liefde verhouding, tussen een man en zijn weegschaal. We kunnen niet met, maar ook niet zonder elkaar.

Wat is dan de oplossing voor zijn dilemma? Hij kan de haat-liefde verhouding op twee manieren beslechten. Ofwel hij gaat meerderen en minderen, meer beweging en minder chips, cola en wat dies meer zij. Ofwel ga ik de deur uit. Dat is ook een manier.

Gemiste kans

Het leven is niet eerlijk. Het voelt als een gemiste kans. Als columnist zit je er op te azen, op de kans eens compleet los te gaan.

Wat is er dan aanlokkelijker dan een gelegenheid eens lekker tekeer te gaan tegen een groot bedrijf? Grote bedrijven hebben geen oog voor de kleine particulier, die hun klanten zijn. Het zijn logge, starre bedrijven die alleen naar winst kijken, vol bureaucratische regeltjes die de medewerkers verstikken. Al zijn ze nog zo van goede wil, ze kunnen ons niet helpen. Dat zou je allicht kunnen denken.

Ik rook mijn kans, toen ik van mijn zorgverzekeraar een mail kreeg, met als titel ‘Eerste betalingsherinnering’. ‘Hoezo, eerste betalingsherinnering?’ dacht ik. Ik had een maand eerder een mail gehad over het bedrag dat ik aan eigen risico moest betalen. Een bedrag dat, zoals mijn zorgverzekeraar zelf aangaf, automatisch afgeschreven zou worden. Dan verwacht je geen herinneringsmail met de dreiging dat je wel binnen twee weken moet betalen.

Juist ja, tijd om mijn pen weer eens in gif te dopen. Handen wrijvend sleep ik de messen. Zou het er dan eindelijk van komen? Zo veel onkunde, dat moest een geweldige column opleveren!

Enfin, eerst maar eens bellen. Dat is wel zo netjes. Hoor en wederhoor! De ergernis begon al meteen, ik kwam in een belmenu terecht. Keuze 1, eigen risico. Ik zag al voor me dat ik minstens een half dozijn ‘keuzes’ zou moeten maken voordat ik verbaal los kon gaan. In plaats daarvan kwam ik in de wachtrij. Juist. Wacht eens, dat biedt mogelijkheden! ‘Uren hing ik in de wacht!’ ‘Stoom kwam uit mijn oren!’

Nee hoor, weer niet. Binnen een paar minuten stond ik al vooraan in de wachtrij, een paar minuten later had ik al iemand aan de lijn.

Shit! Het was nog een vriendelijke dame ook. Ik had nog niet gezegd hoe geërgerd ik was dat ik een herinnering gekregen had, of ze maaide het gras voor mijn voeten weg, haalde de angel uit de kwestie en doofde het vuur van mijn verontwaardiging. Sorry. Er was iets fout gegaan bij de automatische incasso, de herinnering was automatisch verstuurd. Excuses voor het ongemak!

Tja, daar zat ik dan. De rekening wilden ze niet verscheuren, dat was jammer. Ik wilde zeker zijn dat de rekening niet dubbel betaald zou worden, dus werd ik doorverbonden met een collega.

Weer even in de wacht, de collega had het druk. Ik was bepaald niet de enige bij wie het fout gegaan was. Als klap op de vuurpijl had de collega ‘koud doorverbonden’, dus niet even uitgelegd waar ik voor belde.

Er was iets fout gegaan bij de verwerking van de automatische incasso’s, kan gebeuren. Nogmaals werden excuses gemaakt, binnen een week zou het in orde gemaakt zijn. Ik kreeg een beetje medeleven met de mensen van de klantenservice, die een situatie die ze zelf niet veroorzaakt hebben moeten rechtbreien. Zie dan maar eens iedereen positief en opgewekt te woord te staan, iedere keer weer.

Tevreden gesteld hing ik op. Als klant ben ik tevreden. Als columnist treur ik om een gemiste kans.

Volgende keer beter!

Herman en Hermien

Herman. Aan wie denkt u bij deze naam? Aan een familielid, vader, oom, broer of neef? Of aan Herman den Blijker, de bekende tv-kok die nog steeds hotels of restaurants onder handen neemt, als hij niet bezig is in zijn eigen restaurants of ingeblikte groenten probeert te slijten aan tv-minnend Nederland. Of denkt u aan Herman Brood, Herman van Veen, Herman Finkers of Herman Koch?

Herman was ook de naam van een stier. Stier Herman overleed op 2 april 2004, hij was een bijzonder dier. Hij leek op een gewone stier, maar was dat bepaald niet. Herman was genetisch gemanipuleerd! Bij Herman was een stukje menselijk DNA ingebouwd, met de bedoeling dat zijn dochters melk zouden produceren met het ontstekingsremmende eiwit lactoferrine.

Hoewel Herman 55 nakomelingen produceerde (niet slecht!), werd deze doelstelling niet gehaald. De melk van Hermans dochters bevatte minimale hoeveelheden lactoferrine, Herman was meer een theoretisch dan een praktisch succes. Later is dat bij andere runderen wel goed gekomen overigens. Herman ontsnapte aan het slagersmes en mocht zijn pensioen doorbrengen in een stal bij Naturalis in Leiden.

Hermien zal u welbekend zijn, ze is een koe die op weg naar het slachthuis samen met haar zus wist te ontsnappen. Haar zus werd al snel weer gevangen, Hermien is al weken alles en iedereen te slim af en houdt zich schuil in de bossen bij het Overijsselse Lettele.

Het is hartverwarmend, het verhaal van Hermien. Het is het verhaal van de underdog, het verhaal van een onwaarschijnlijke en miraculeuze ontsnapping. Het is als een spannende film, waarbij iedereen hoopt dat het goed afloopt met de held(in), al weten we dat de kans klein is.

De eigenaar en naamgever van Hermien, Herman Jansen, heeft aangegeven dat Hermien niet alsnog naar de slager hoeft. Als iemand de (financiële) verantwoordelijkheid op zich wil nemen, mag hij of zij Hermien gratis overnemen.

Over beide dieren was een hoop te doen, al moest Herman het doen zonder hashtags. Beide hebben het lot dat hun soortgenoten wel ten deel valt (vooralsnog) weten te ontlopen. Voor de gemiddelde koe of stier geen hashtag, geen bos waar ze kunnen verschuilen, geen reddingsactie. Niemand die zich om hen bekommert, niemand die er een biefstuk minder om eet. Ikzelf ook niet.

Wij mensen zijn van nature omnivoren, vlees is een onderdeel van ons menu. Niet per se het belangrijkste onderdeel, niet voor iedereen. Vlees heeft nog steeds iets van luxe, we vinden het belangrijk om het ons te kunnen veroorloven. Waar supermarkten dan weer gretig op in spelen met hun kiloknallers.

Het kan geen kwaad ons eens te bezinnen op wat we eten, wat er in zit en waarom we het eten. Minder vlees eten kan evenmin kwaad, ik ga het in elk geval proberen. Of het lukt is een ander verhaal, ik vind vlees wel errug lekker!

Herman en Hermien, het klinkt als een liefdespaar uit een sprookje. Hen is het wel gelukt te ontkomen aan hun noodlot, zouden wij ook niet liever ontsnappen dan opgegeten te worden? Het is een gelegenheid om stil te staan bij hoe we omgaan met ons eten, met de levende wezens om ons heen. Het is een gelegenheid de vraag te stellen of dat ook is wat we willen, nu en in de toekomst.

Dromen zijn bedrog, lekker slapen niet!

Slapend rijk worden, wie droomt daar niet van? Totdat je wakker wordt, en je portemonnee nog net zo leeg is als toen je ging slapen.

Misschien droom je wel van heel andere dingen. Een medaille op de Olympische Spelen. Het winnende doelpunt maken in de finale van het WK voetbal. Of wil je een bekend muzikant of dj worden. Het kan allemaal, in je dromen.

Dromen zijn bedrog, zingt Marco Borsato, een goede nachtrust is echter een droom die wèl kan uitkomen. Een goede nachtrust is ook een rijkdom, een die niet uit te drukken is in geld, net als (en niet los te zien van) een goede gezondheid. Een essentieel onderdeel van een goede nachtrust is het matras. Dat is de basis, daar hangt alles vanaf.

Een perfect matras, een dat volledige steun van top tot teen geeft, waardoor je makkelijker in slaap valt en dieper slaapt. Zodat je na een verkwikkende nachtrust wakker wordt zonder klachten. Met een afritsbare en wasbare hoes die een beschermingslaag heeft tegen bacteriën, voor de allergische slapers. Het lijkt een droom die uitkomt!

Als het dan ook nog eens gaat om betaalbare matrassen van topkwaliteit, dat perfect past bij jou. Dat aangepast is, niet alleen naar jouw wensen maar ook naar je behoefte qua levensstijl en comfort. Een perfect matras voor relatief weinig geld, zo komt de droom van financiële rijkdom in elk geval een stuk dichterbij!

Het is een droom, waar je naar op zoek kunt op het internet. Bijvoorbeeld bij PerfectMatras. Met een ruime, betaalbare keuze die ook nog eens gratis thuisbezorgd wordt. Op je gemak thuis een keuze maken en dan achterover leunen tot je droom thuisbezorgd wordt, wat wil een mens nog meer?

Neem bijvoorbeeld het Pocketvering Matras Life. Een matras waarop je haast niet anders kan dan heerlijk in Morpheus armen liggen, een matras dat je in de armen neemt en naar Dromenland voert. Een matras met liefst zeven zones, voor optimaal comfort en ondersteuning. Een matras dat zo flexibel is, dat het zich aanpast ook als je alleen maar even anders gaat liggen. Met als extra bescherming tegen de huismijt, dankzij de afritsbare en wasbare hoes.

Zo hebben ze nog meer matrassen bij Perfect Matras, voor elk wat wils en voor iedere portemonnee!

Dan kan het gebeuren dat je na een goede, verkwikkende nachtrust nog steeds niet slapend rijk geworden bent. Je voelt je wel de koning te rijk, goed uitgeslapen en vol energie. En je portemonnee is ook een stuk voller gebleven!

Trip down memory lane

‘Ben jij een Bredanaar?’ vroeg Rinus. Dat was een gewetensvraag. Ik woon sinds 3 jaar in Son, dus technisch gezien niet. ‘Als je er ruim 30 jaar gewoond hebt, mag je jezelf wel Bredanaar noemen’, antwoordde ik. Een ere-Bredanaar dan, soort van. ‘Ik voel me erg thuis in Son en Breugel, ik ben meer een Son en Breugelnaar’, voegde ik er aan toe.

We maakten een wandeling in het Mastbos bij Breda. Rinus is een oud-collega, hij was een tijdje afdelingshoofd bij de bank waar ik in een ver verleden mijn opmars in de financiële wereld begon. Later zijn onze paden een andere weg opgegaan, nu kruisten ze elkaar weer even. 

Eens per week gaan een twaalftal oud-collega’s wandelen en bijkletsen, al zo’n zeven jaar. Ik was al eens eerder mee geweest, jaren geleden. Ofwel door werk, ofwel door de afstand na mijn verhuizing was het er sindsdien niet meer van gekomen. Een tijdje terug stuurde ik een mail naar de oud-collega’s, om ze op de hoogte te stellen van mijn schrijfcarrière. Dat leidde tot leuke reacties, uitmondend in deze wandeling.

Ik dacht het Mastbos goed te kennen. De route die mijn oud-collega’s kozen, was net anders dan mijn favoriete routes uit het verleden. Talloze keren heb ik door dit bos gebanjerd, in weekenden en op vrije dagen. Nu ging de route langs voor mij onbekende paden, om uiteindelijk weer op bekend terrein uit te komen. Gelukkig!

Het was bewolkt, waardoor het bos een klammige, sombere sfeer kreeg. Dan nog blijft het bos een mooie, wonderlijke plek. Al heb je er nog zo vaak gewandeld, dan nog kun je nieuwe plekken ontdekken. Het bos verandert, niet radicaal, niet zomaar ineens, maar geleidelijk. Al ziet het bos er ook anders uit als het zonnig weer is, in plaats van somber

Het was een ware survivaltocht. Langs afgewaaide takken en een enkele omgewaaide boom, om de haverklap moesten we ons langs of zelfs door modderpoelen en waterplassen een weg banen. Een kapmes was soms geen overbodige luxe geweest.

Sommigen hadden na ons gezamenlijke verleden nog een eigen werkverleden opgebouwd, anderen niet. Maar die zaten evenmin stil! Sociale betrokkenheid, coachen van kinderen met een achterstand, vrijwilligerswerk bij ouderen en/of eenzame mensen, het is een mooi stel mensen, die oud-collega’s van mij. Het is eigenlijk een soort tweede familie.

‘Vroeger had je meer haar’, zeiden ze nog tegen me bij de begroeting. Tja, van je familie moet je het hebben! ‘Ik heb me aangepast aan jullie kapsels’, antwoordde ik gevat. Inderdaad, de meeste mannen hadden al net zo’n aerodynamisch kapsel als ik.

Dan weer met de een, dan weer met de ander, onderweg of eenmaal terug in café de Kogelvanger, het verzamelpunt, het was heerlijk mijn oude werkfamilieleden weer te zien en met hen bij te praten. Het voelde als thuiskomen.

Ja, het voelde als thuiskomen, als een trip down memory lane. Het smaakt naar meer! Dat komt goed uit, ik weet nu waar memory lane ligt.

Spring naar werkbalk