Wachttijd

Witte, hoge muren strekken zich langs mij uit, tot grote hoogte. Het is meer een smalle gang dan een wachtkamer. Aan de muur hangen een paar posters, of een kunstwerk. Eerlijk gezegd weet ik het niet zeker, ik heb het niet geregistreerd.

Aan de rechterzijde, vlak naast de stoel waarop ik zit, is een deur. Af en toe hoor ik een stem klinken. ‘Je moet het in je eigen tempo doen’, zegt de stem. Geen slecht advies, lijkt me.

Verderop in de gang zijn nog een paar deuren, ik vermoed van de wc. Het verst van mij vandaan, vlak bij de ingang, is de deur waar ik zo meteen moet zijn. Aan de linkerkant zit ook een deur, met daarvoor een trap, waar ik precies onder zit.

Er gaat een deur open. Het geluid echoot in de hal, zodat ik niet thuis kan brengen waar het vandaan komt. Een stroom woorden komt naar buiten, cirkelt rond mijn hoofd. Een man is iets aan het vertellen, het is een onverstaanbare brei van woorden. ‘Ja. Ja.’, hoor ik zijn gesprekspartner zeggen. Een flard, meer is het niet. Een flard, waar ik niets wijzer van word.

Ineens staat een groep mannen voor de deur, verbaast rukken ze aan de deurknop. Ze worden verwacht, een man komt de trap af en doet de deur open. Een kakafonie van geluid stroomt binnen, met de onvermijdelijkheid en onstuitbaarheid van een lawine. Ook hier kan ik weinig uit opmaken, behalve dan dat de mannen vertrokken met sneeuw. Tja, het zit in de lucht, schijnt het.

Ik verleg mijn aandacht naar het tafeltje naast me. Bovenop liggen wat folders. Op de plank, onder het tafelblad, ligt een dikke stapel tijdschriften. Een ‘Weekend’ en een ‘Party’ zie ik liggen, er ligt vast nog ergens een ‘Story’ in de stapel. Vanwaar die fascinatie met het wel en vooral het wee van bekende Nederlanders?

Even schrik ik op, als er boven een deur open gaat, en er wéér een stortvloed van geluid op me afkomt. Ik kom hier voor mijn rust, wil ik uitschreeuwen. Ik doe het niet. Ze horen me toch niet, maak ik mezelf wijs.

De rust is snel weergekeerd, gelukkig. Het zonnetje schijnt, even maar, door het bovenlicht boven de deur. Ik koester me gretig in het gefilterde zonlicht, zo lang als het duurt. Binnen de kortste keren is het zonnetje verdwenen achter de grijze wolken. Het moment is weer voorbij.

Terug naar de leestafel dan maar. Woon- en lifestyle bladen te over, geen voetbal- of andersoortig mannenblad. Komen er zo weinig mannen hier, of lezen die niet als ze aan het wachten zijn?

Dan gaat opnieuw een deur open, de deur waar ik moet zijn. Er stapt een man naar buiten! Ben ik in elk geval niet de enige.

Mijn wachttijd is voorbij, voor deze keer.

Telefoonboek

Vanaf volgend jaar is het voorbij. Voorbij is dan de tijd dat sterke mannen met bovenarmen als dikke boomtakken en handen als kolenschoppen een telefoonboek doormidden scheuren. Althans, dan komt er geen nieuw oefenmateriaal bij!

De Telefoongids, met in het kielzog de Gouden Gids, verdwijnen. Hele generaties hebben in het telefoonboek gestaan, een icoon verdwijnt. Voor wie nostalgisch wordt bij het idee alleen al, de digitale versie zal wél blijven bestaan.

Het aantal mensen dat gebruik maakt van de digitale versie neemt toe, het aantal mensen dat het lijvige boek op de schoot neemt, om de per stad en regio netjes gealfabetiseerde namen door te pluizen op zoek naar het onbekende telefoonnummer van een bekende, neemt juist af.

Daarmee zal een einde komen aan een tijdperk, dat 138 jaar geduurd heeft. In 1881 werd het eerste telefoonboek uitgegeven, het jaar dat Nederland de eerste telefoonverbindingen kreeg. Al moest je wel naar het postkantoor om het boek in te zien. Ergens in de loop van het jaar zal overal in het land voor het laatst het telefoonboek met een doffe plof op de deurmat vallen, het stof van de schoongeveegde schoenen opstuivend.

Als ik denk aan het telefoonboek, zie ik het bij ons thuis liggen. Op een tafeltje naast de bank stond de telefoon. Een telefoon met een draaischijf, waar je cijfer voor cijfer de schijf naar rechts draaide. Een lange, trage draai als je de ‘0’ moest hebben, een korte, vinnige draai als het om de ‘9’ ging. 

Onderaan het tafeltje zat een plankje, daarop lagen het telefoonboek en de gouden gids. Ergens verborgen in een stapel tijdschriften, de tv-gids en andere lectuur. Later kregen we een telefoon met druktoetsen, dat had minder romantiek. Met driftige gebaren ramde je de cijfertjes in. De wereld begon sneller te worden.

Tegenwoordig bellen we mobiel, met losse telefoons of mobieltjes. Als we al bellen. We chatten er op los, via WhatsApp, Instagram en wat dies meer zij. Ik doe er ook aan mee, je moet toch met de tijd meegaan.

Leuker wordt het er niet op. Ik kan me voorstellen dat liefhebbers extra exemplaren inslaan, de sterke mannen voorop. Daar heeft de Telefoongids al rekening mee gehouden, ze hebben extra voorraad ingeslagen.

Daar hoeven we ons dus geen zorgen over te maken. Hoe zit het dan met de 2% gebruikers die heeft aangegeven de papieren versie niet te kunnen missen? Het gaat vooral om ouderen, die in de woorden van Erik Wiechers, CEO van DTG (de uitgever van het telefoonboek), niet zo ‘internet-savvy’ zijn. Wiechers heeft toegezegd dat er mensen het land in zullen gaan om daarbij te helpen.

Dat zal voor degenen die de papieren gids zullen missen allicht helpen. Ik maak me ernstig zorgen om de sterke mannen. Als die het laatste telefoonboek met een krachtige kreun doormidden gescheurd hebben, wat moeten ze dan? Wie helpt hen aan een alternatief scheurmiddel?

 

Regen is een zegen

Alle zegen komt van boven, dacht ik toen ik buiten kwam. Binnen was het droog en behaaglijk, pas toen ik buiten kwam zag ik dat het regende.

‘Shit!’ dacht ik. Slecht getimed! Ik had geluncht samen met een oud-collega en inmiddels goede vriend. Het was gezellig, dus ik lette niet op wat er buiten gebeurde. Het kwam dan ook als een verrassing voor mij, niet een van de leuke soort.

Van de nood een deugd maken, is nog zo’n leuk gezegde. Dat viel in deze situatie nog niet mee. Roeien met de riemen die je hebt, dat had meer kans van slagen. Hard regende het niet, hard genoeg om aardig nat te worden. Met mijn feilloze vooruitziende blik had ik mijn regenpak thuis gelaten. Natuurlijk. Eigenlijk niet zo erg, ik heb een hekel aan die dingen. Net als driekwart van de schoolgaande jeugd, geloof ik. Dan vraag je je als ouder af of een regenpak wel een verantwoorde uitgave is, voor mij geldt dat ook!

Ver hoefde ik niet te fietsen, naar huis. Tien minuutjes, meer niet. Lang genoeg om ervoor te zorgen dat mijn broek compleet doorweekt was. Gelukkig had ik wel een jas die me droog hield, eenmaal thuis hoefde ik alleen een droge broek aan te doen. 

Allemaal geen schokkende dingen. Zeker. Het zette me wel aan het denken. We hebben de neiging de regen te vervloeken, als we er doorheen moeten. Dat is begrijpelijk. Het liefst hebben we dat het alleen ’s nachts regent, als we in bed liggen. Al zijn er nog steeds mensen die er last van hebben. Het is moeilijk een moment te vinden dat iedereen uitkomt. Misschien maar goed dat het ook niet mogelijk is om te bepalen of en wanneer het regent.

Stel je eens voor dat het nooit zou regenen. Elke dag een stralende zon, dat gaat op een gegeven moment ook vervelen. Erger nog, ons mooie, groene kikkerlandje zou veranderen in een woestijn. Zónder kikkers.

Als je op vakantie gaat, en het is overal mooi groen, dan weet je het al. Hier regent het vaak, en veel! Heb je geluk, dan regent het niet (veel) tijdens jouw vakantie. Heb je pech, dan kun je twee weken je sokken uitwringen. Wil je zon garantie, dan moet je wel rekening houden met een dorre, droge omgeving.

Regen, of beter gezegd water, is een eerste levensbehoefte. Zonder water geen leven, althans niet voor ons mensen. We hebben het nodig, we kunnen niet zonder.

Regen kan ook leuk zijn. Niet alleen als je binnen zit en niet naar buiten hoeft. Mits je voorzien bent van een grote, stevige paraplu of waterbestendige kleding, kan het ook ‘fun’ zijn. Lekker stampen in de plassen, of ‘singing in the rain’. Je kunt er iets moois van maken!

Vroeger, toen ik nog een kleine jongen was, vond ik dat prachtig. Wel met regenlaarzen aan, ook toen hield ik niet van natte voeten. Wild stampen in de plassen, zodat het water hoog opspatte! Op mijn wat gevorderde leeftijd hou ik het bij door de plassen fietsen, met mijn benen zo hoog mogelijk opgetrokken. Wat het zingen betreft, ach dat bespaar ik u maar. Onder de douche kan niemand mij horen.

Regen is een zegen. We hebben er geen invloed op, kunnen ook niet zonder. Dan kun je beter het beste ervan maken.

 

Schaamrood

Ik liep te dralen voor de ingang. Telkens als ik dacht voldoende moed verzameld te hebben, kwam er iemand aanlopen. Telkens deed ik alsof er niets aan de hand was, en liep door.

Het moest er toch een keer van komen. Ik raapte al mijn moed bijeen, en liep naar binnen. Langs smalle gangen zocht ik mijn weg, displays vol aanlokkelijke aanbiedingen versperden de weg. Het was slalommen langs winkelende mensen, op hun gemak kijkend op etiketten, tegelijkertijd zwaaiende winkelmanden ontwijkend.

Eindelijk had ik me een weg gebaand tot achterin de winkel, waar ik het product kon vinden waar ik naar op zoek was. Ik had een voorbeeld verpakking bij me, hoe ik ook zocht, ik kon het niet vinden. Er was natuurlijk geen winkelbediende in de buurt. Zucht. Maar eens kijken of de omschrijving op de verpakking in de buurt kwam. Op goed geluk koos ik er een, die het dichtst in de buurt kwam.

Met mijn ‘buit’ onder de arm baande ik me een weg naar de kassa. Schichtig ontweek ik de blikken van andere mensen. ‘Opzij, opzij, opzij! Maak plaats, maak plaats, maak plaats!’, dacht ik, iedere keer als iemand in de weg liep. Het scheelde niet veel, of ik had het uitgeschreeuwd! Maar ja, dan vestig je helemaal de aandacht op je. Dan maar op mijn lip bijten!

Ik had zowaar de moed om aan de kassajuffrouw te vragen of ik inderdaad het juiste product te pakken had. Op haar bevestigende knik volgde een vast hoorbare zucht van verlichting. Ik hoefde tenminste niet nóg eens… althans, niet op korte termijn.

Nu volgde pas echt een test van mijn moed en doorzettingsvermogen. Mijn auto stond ongeveer 500 meter verderop. Een lange mars begon, een ‘walk of shame’, mijn aankoop angstvallig onder de arm geklemd, zichtbaar voor alles en iedereen. Ik was zo slim geweest om geen (plastic) tas mee te nemen. Vanzelfsprekend.

De nieuwsgierige blikken waren onvermijdelijk en onontkoombaar, hoe ik ook probeerde mijn aankoop te verbergen. Mannen keken me meewarig aan, met een blik van ‘Je vrouw heeft je zeker op pad gestuurd? Stakker!’, of met een blik van herkenning. Vrouwen keken juist vertederd, met een blik van ‘Wat een schat, dat hij dat voor zijn vrouw doet!’

500 meter hadden nog nooit zo lang geleken, na wat een eeuwigheid leek, kwam ik eindelijk bij de auto. Snel deed ik mijn aankoop in de kofferbak. Het zat er op!

Met het schaamrood op de kaken liep ik over straat. De volgende keer haalt die lieve schat van mij lekker zelf maandverband!

Nieuwjaar

Ben je net gewend aan het feit dat het 2017 is, is het alweer voorbij. Weer een jaar erbij, weer een jaar verder. Het is niet alleen een tijd van champagne en vuurwerk, gourmet en oliebollen, of van familiebezoek en de beste wensen wensen. Het is ook het moment van een terugblik, van evalueren, van vaststellen wat je dit jaar bereikt hebt. 

Een jaar geleden was voor mij duidelijk dat ik een ommekeer wilde maken. Tot eind 2016 was ik werkzaam in de financiële sector. Leuk werk, met leuke collega’s, maar het was niet mijn passie. Het was niet waar ik echt voor wilde gaan. Op dat moment had ik nog niet een duidelijk idee wat het dan wél zou moeten worden.

Een paar maanden later, zo eind februari, begin maart, wist ik al iets meer. Ik wilde gaan schrijven! In de jaren daarvoor fantaseerde ik wel eens in een verloren moment hoe het zou zijn om een (bekend) schrijver te zijn, maar had ik er nooit echt iets mee gedaan. Waar moest ik beginnen?

‘If you build it, they will come’, zegt een stem tegen Ray Kinsella (gespeeld door Kevin Costner) in de film ‘Field Of Dreams’. Ray moet een honkbalveld aanleggen, dan zullen honkbalspelers die ooit uitgesloten werden vanwege een omkoopschandaal komen spelen. En zo geschiede. Ik hoorde geen stemmen die me vertelden ergens te beginnen, ik deed het gewoon. Zonder er bij na te denken, kwam ik uit op columns.

Geen bewuste keuze dus, wel een gelukkige. Ik heb mijn passie gevonden! Een passie die ik graag met iedereen deel, die mijn columns wil lezen. Mijn eigen website, mijn columns in de Mooikrant, ik mag zeker niet ontevreden zijn. Al blijf ik wel bezig met mezelf te verbeteren, in beweging te blijven, te blijven groeien. Stilstand is achteruitgang, als je al te lang stil blijft staan.

Ik denk niet dat ik de enige ben die tussen oliebollen en champagne het afgelopen jaar overziet. Dan denk ik niet aan het nieuwsoverzicht van 2017, daar hebben ze het hoofdzakelijk over alle nare dingen die er gebeurd zijn. Natuurlijk ook belangrijk, ze hebben het alleen niet over de leuke dingen die er dit jaar gebeurd zijn. Zoals mijn verhaal, ik zal vast niet de enige zijn die een ommekeer heeft gemaakt. Als u ook een mooi verhaal heeft over een ommekeer, laat het me weten!

Ik wens iedereen een gelukkig Nieuwjaar, veel geluk, gezondheid en succes in 2018.

Spring naar toolbar