Genieten

Het zijn de donkere dagen voor de kerst. Sinterklaas is weer terug naar Spanje, zonder mij helaas. De dagen worden steeds korter, het weer kouder. Juist nu wordt her en der steeds meer licht ontstoken. De een heeft eind november de kerstversieringen al van zolder gehaald en uitgestald, de ander begint daar pas aan als de Sint zijn hielen gelicht heeft. Als je over straat loopt, zie je in menig huis de kerstboom en/of andere ornamenten de boel sfeervol verlichten. Zeker als het donker is!

Ook bij mij thuis is het huis al in kerstsfeer, op bescheiden wijze. Geen boom, wel een paar ornamenten en wat kerstlichtjes. Wel de sfeer, zonder overdaad.

Winkelstraten (voor)tuinen worden door lichtjes opgefleurd, het geeft een mooie sfeer. Je komt vanzelf in de kerstsfeer, of je wil of niet. Op tv zie je de komende weken vooral kerstfilms, vaak films die elk jaar terugkomen. Dat is ook een traditie, zullen we maar denken. Op sommige radiozenders is het een en al kerst(muziek).

Wat kerst voor iemand betekent, verschilt nogal. Voor sommige is het nog altijd verbonden met de geboorte van Jezus. In heidense tijden was het de tijd van het midwinterfeest, waarbij gevierd werd dat het langer licht bleef en de lente in aantocht was.

Voor anderen is het gewoon een traditie, een tijd om samen te zijn met familie en/of vrienden, of alleen met het eigen gezin, en samen te eten. Vooral veel eten!

Ik herinner me kerstmissen van vroeger, mijn moeder was al weken van te voren bezig om het menu samen te stellen, de boodschappen te halen en op de dag zelf was ze meer in de keuken dan wat anders. De tafel was prachtig gedekt, het zilver gepoetst en het speciale servies uit de kast gehaald. Dat servies mocht natuurlijk na afloop niet in de vaatwasser, wat ouderwets afwassen betekende. Je moet er wat voor over hebben!

Het ideaal van een witte kerst heb ik maar zelden mee mogen maken. In mijn beleving sneeuwde het in januari of februari, ná de kerst dus. Als het al sneeuwde. Menige kerst keken we vanuit het raam naar een grijze, druilerige wereld. Dan moet je zelf voor warmte zorgen!

Het blijft een mooie tijd, zo in de aanloop naar kerst en in het verlengde daarvan, oud en nieuw. Een moment om even stil te staan bij het afgelopen jaar, een jaar dat voor mij in het teken stond van schrijven. En van mijn debuut in de MooiKrant! Zo heeft ieder zijn herinneringen.

Het is een prachtige tijd, een tijd van genieten.

Het is feest bij de tandarts

Vandaag is de dag. Ik moet naar de tandarts. Het is tijd voor de halfjaarlijkse controle, een routineklus normaal gesproken. Normaal gesproken, dus reden genoeg voor twijfel.

Als kind was ik doodsbang voor de tandarts. Zeker als het niet om de halfjaarlijkse controle ging. In die tijd kreeg je eerst een spuitje ter verdoving, vervolgens mocht je een half uur of langer in de wachtkamer gaan zitten totdat het spuitje werkte. In de tussentijd nam de tandarts iemand anders onder handen. Snerpend ging het boortje te keer, mij toebijtend: ‘dadelijk ben JIJ aan de beurt!’

Tergend langzaam kroop de tijd vooruit, ik zag elke seconde passeren op de klok. Dan werd ik binnen geroepen. Het voordeel was dan weer wel dat het spuitje ondertussen zijn werk gedaan had, het boortje kon tekeer gaan wat het wilde, ik voelde niets! Ik keek wezenloos naar het plafond, bang de tandarts in de ogen te kijken. Bang dat hij de angst in mijn ogen zou zien. 

Gelukkig sta ik er nu anders in. Dat mijn huidige tandarts een sympathieke vent is, helpt zeker. Vol goede moed ga ik dan ook op weg, twee mensen zitten al te wachten. Mijn korte ‘Hallo!’ wordt al even kort beantwoord. Meteen duiken de twee in hun mobieltjes. Na een paar tellen pak ik mijn schrijfboekje.

Even wordt ik opgeschrikt, als een vrouw naar buiten komt, met twee jonge dochters. Zo, die hebben het achter de rug! ‘Ik wil een ijsje!’ zegt de oudste. ‘Ik ook!’ echoot haar zusje. Goed idee, als je net bij de tandarts vandaan komt. Ach, ze hebben het verdiend.

Vervolgens komen twee andere mensen binnen, plus een oudere dame met haar kleinzoon. De jongen duikt meteen op de aanwezige lego en begint enthousiast te bouwen. De volwassenen duiken in hun mobiel. Wat zijn dat voor magische apparaten, die mobieltjes, dat ze onze aandacht zo op weten te eisen! Ik kijk gefascineerd naar het bouwwerk dat de jongen fabriceert, zijn oma kijkt al even gefascineerd naar haar mobiel.

Dan is het zover: ik ben aan de beurt! Na een hartelijke begroeting neem ik plaats in de stoel. Al gauw betrap ik me er op dat ik naar het plafond aan het staren ben. Niet omdat ik angst heb, je moet ergens naar kijken. Ik zou in de ogen van mijn tandarts kunnen kijken. Niets persoonlijks, dan kijk ik toch liever in de ogen van de tandartsassistente. Even checken of de lente al zichtbaar is…

Het is even wat ongemak, die vervelende haken die in mijn tandvlees porren, de mini-hogedrukspuit met water om het tandsteen te verwijderen. Mijn tong is voortdurend in gevecht met de afzuiger waarmee de assistente – ik heb nog steeds niet kunnen zien of de lente al zichtbaar is in haar ogen – probeert te voorkomen dat ik verdrink. Het gevecht eindigt onbeslist.

Een van vroegere tandartsen zei ooit tegen me dat ik een kleine mond had. Goed om te weten, mocht ik er ooit van beschuldigd worden een grote mond te hebben. Hoe dan ook, het was een feestje in mijn mond.

Nu moet ik weer een halfjaar wachten, tot het volgende feest bij de tandarts. Hoe ga ik dat volhouden?

Oranje hesjes

Het was een invasie. Overal waar ik keek, zag ik mannen in oranje, fluorescerende hesjes. Waar ze vandaan kwamen? Geen idee. Zomaar ineens waren ze er.

Ze hoorden duidelijk bij elkaar. Dat zag je niet alleen aan die oranje hesjes. Ze praatten ook met elkaar, veel en luidruchtig. Of ze overlegden of ruzie aan het maken waren, werd niet duidelijk.

Het waren werkmannetjes. De een liep rond met een schop, of die alleen maar bedoeld was om op te kunnen leunen, of dat de schop ook nog ergens anders voor gebruikt zou kunnen worden, wist ik niet. Ik heb hem niet zien graven. Op een gegeven moment stonden drie hesjes bij elkaar, die ene leunde op zijn schop. Waar ze het over hadden? Geen idee. Voor ik kon vragen of ze soms koffie wilden, waren ze alweer weg.

Herrie maakten ze. Ze vervingen de lantarenpalen achter ons huis. De oude palen werden er eerst uitgehaald, met veel getakel en geronk van de hijskraan lukte dat.

Soms wilde een lantarenpaal niet meewerken. Was de lantarenpaal stond stevig verankerd, of had-ie wortel geschoten? Ik zag een van de hesjes flink wrikken aan de lantarenpaal, af en toe pakte hij een hamer en gaf de paal een paar flinke klappen. 

Het was een marteling.

Eindelijk. Met veel duw- en trekwerk en het nodige bloed, zweet en tranen was het gelukt. De oude paal werd op een vrachtwagen geplaatst, de paal krijgt nog een paar flinke klappen. Totdat de kap eraf lag. Alsof de paal onthoofd werd. Paal en ‘hoofd’ lagen naast elkaar op de vrachtwagen, wachtend om afgevoerd te worden.

De hesjes werken stug door. De ene na de andere lantarenpaal wordt vervangen. De nieuwe palen staan de glimmen, nog niet aangetast door de groene schaduw die vroeg of laat alles bedekt wat in de buurt staat van bomen.

Na vandaag zal het nooit meer hetzelfde zijn. Dankzij de invasie van de hesjes zal het ledlicht de duisternis verdrijven. Voortaan is het ook ’s nachts licht.

Later die dag kwam ik terug van boodschappen doen, een van de hesjes was bezig de draden van de lantarenpaal aan te sluiten. ‘Doet-ie het vanavond?’ vroeg ik haar. ‘Als-ie het voorheen deed, dan vanavond ook’, was haar antwoord. Fijn om te weten dat het uitgebreid getest wordt! Ik zag dat een van de oude lantarenpalen verderop niet vervangen was. ‘Die staat niet op de lijst. Het kan goed zijn dat we daarvoor nog terug moeten komen’, zei het hesje. Blijkbaar was niemand op het idee gekomen dit aan de gemeente te melden. Tja.

Nog een dag verder. De (nieuwe) lantarenpaal achter ons huis doet het niet meer, evenals de oude die nog niet vervangen was. Morgen maar eens bellen.

Hmmm… misschien komen de hesjes weer terug!

Spring naar toolbar