Het heerlijk avondje komt er aan!

Nog zes nachtjes slapen. Dan is het zover! Het heerlijk avondje is weer aangebroken. Het begon een week of anderhalf geleden, toen de goedheiligman aankwam. Sinterklaas, het kinderfeest, is het startsein van de decembermaand, een mooie tijd.

Het waren prachtige beelden, ook in mijn kindertijd op tv te zien, de Sint die aankwam op zijn stoomboot vol pakjes en Pieten. Dan begon de voorpret. Dan begon ook de spanning! Elke avond zette ik mijn schoen, mijn hartje klopte begerig en vol verwachting als ik de volgende ochtend naar beneden liep om te zien wat er in mijn schoen zat.

Ik vond het nog steeds de perfecte ‘deal’: in ruil voor zo’n vieze, gezonde wortel kreeg je een chocoladeletter, schuimsnoepjes of chocolademuntjes. Ook zoiets: ik kreeg natuurlijk de ‘L’. Mijn broer de ‘M’, het leek voor mijn jaloerse kinderoogjes alsof daar meer chocolade in zat. Natuurlijk was dat niet zo, logica had nog niet zo’n vat op mij.

Naarmate het aantal nachtjes slapen afnam, nam de spanning juist toe. Slapeloze nachten had ik ervan. Was ik wel braaf genoeg geweest? Ik wist dondersgoed wat ik wel of niet gedaan had. Ik wist ook dat de Sint een groot boek heeft, waar alles in staat. Alles? Ja, alles!

De kans dat ik er mee weg zou komen, was gering. Ik leefde tussen hoop en vrees, de hoop dat ik veel cadeautjes zou krijgen en de vrees dat ik mee zou moeten naar Spanje. Later zou ik er voor tekenen, lekker in Spanje vertoeven in de koude wintermaanden. Net als menig pensionado!

Op de avond zelf, als het moment naderde dat de Sint langs zou komen, hield ik het niet meer. Ik stond stijf van de spanning, van elk vreemd geluid schrok ik op. Wat was dat? Is dat ‘m al? Wij hadden geen schoorsteen, dus daarlangs kon de Sint niet komen. Ineens was mijn vader verdwenen, al viel mij dat niet op.

Plots werd er op de deur geklopt, hard geklopt, zacht geklopt. Snel rende ik naar de voordeur, waar alleen een wasmand vol cadeaus te zien was. Gretig rukte ik het papier van de cadeaus, om te zien wat erin zat. Kreten van blijdschap werden afgewisseld door nauwelijks verhulde teleurstelling. Dat mijn vader ineens weer terug was, viel mij evenmin op.

Het was een magische, betoverende tijd. De kinderlijke blijdschap, het rotsvaste geloof, het zijn mooie herinneringen die ik koester. De hoop om ooit meegenomen te worden naar zonniger oorden heb ik nooit opgegeven.

Sinterklaas, het blijft een heerlijk avondje!

Reserve-Marokkaan

Ik ben een voetballiefhebber. Zelf heb ik nooit gevoetbald, wel op straat, nooit bij een club.

Kijken naar voetbal doe ik graag. De Eredivisie, onze nationale trots op clubgebied, is steeds meer afgegleden. Voor mij geen reden om niet te kijken, overigens. In andere tijden was er altijd ons nationale elftal nog, als bron van nationale en voetbal gerelateerde trots.

We zijn er niet bij, komende zomer in Rusland, waar het wereldkampioenschap voetbal gespeeld zal gaan worden. Wéér niet, het Europees Kampioenschap misten we ook al. Een eindtoernooi voor Oranje, het lijkt zover weg.

Wat nu te doen, als voetballiefhebber? Niet kijken is een mogelijkheid. Ik zou de gelegenheid te baat kunnen nemen om andere dingen te doen, samen met mijn niet-voetbalminnende vrouw. Naar iets anders kijken op tv, lekker in de zwoele zomeravond buiten een boekje lezen, of een romantische avondwandeling maken.

Een mooi, maar niet erg realistisch scenario. Avondwandelingen met mijn vrouw zijn zeker romantisch, maar een zwoele zomeravond? We hebben het wel over een Nederlandse zomer!

Ik zal zeker kijken naar het WK. Ergens vind ik het wel prettig om te kijken zonder bang te hoeven zijn dat mijn favorieten verliezen. Puur voor het voetbal! Dan mis ik wel een stukje spanning, een stukje betrokkenheid. Het gaat om meer dan alleen de schoonheid van het spel, het gaat ook om de spanning. Wie gaat er winnen? Zullen ‘ze’ het redden?

Dat roept de vraag op: wie ga ik supporteren? De Duitsers? Zou kunnen. Het is een goed elftal, zeker. Ik ben niet tegen Duitsland, voor Duitsland ben ik evenmin. Engeland dan? No, thank you. Frankrijk misschien? Non, merci! Italië? Die hebben het ook niet gered tegen de Zweden. België? Geen verkeerde keuze! Sowieso een elftal dat barst van het talent, die goed kunnen voetballen.

In een vorig leven, de tijd van de ‘mundial’ in Mexico in 1986, was ik inderdaad voor België. Het was de tijd van Jan Ceulemans, Enzo Scifo en die verschrikkelijke Georges Grün, die hoogstpersoonlijk de Nederlandse WK-droom aan flarden schoot. Het was vooral vanwege het commentaar van Rik de Saedeleer, met zijn legendarische verzuchting ‘Maradona, Má-rá-dona, nee, ‘t is niet eerlijk, dat als ge hem hebt dat ge dan nog tien anderen moogt opstellen.’ Blijf dan maar eens stil op je stoel zitten!

Ik ga het dit keer anders doen. Ik kies voor een land dat ondanks een overvloed aan talent zelden op een WK te zien is. Talent, dat voor een belangrijk deel ook in Nederland te zien is of was. Talent, dat hier geboren en getogen is, maar er voor gekozen heeft om voor het elftal van hun moederland uit te komen. Talent dat we kennen, en dat ook nog een beetje ‘van ons’ is. En dat heel goed kan voetballen.

Ik ben er uit! Ik ben komende zomer voor Marokko, dat zich voor het eerst in 20 jaar wist te plaatsen. Deze zomer ben ik reserve-Marokkaan!

Ode aan het Brabantse landschap

Zo, een nieuwe columnist in de MooiGeldropMierloKrant. Dat is mooi, zult u wellicht denken. Wie is dat dan wel, die Lucky Luc, wat mogen we van hem verwachten?

Wel, mijn naam is Luc, ik ben 51 jaar geleden geboren in Geldrop, aan de Ziggenstraat 51. 51? Toeval bestaat niet, zou ik haast zeggen. Hoe dan ook, het is me een eer in mijn geboortegemeente in de Mooikrant te mogen staan.

Wat kunt u van mij verwachten? Ik schrijf over van alles en nog wat, dingen die me opvallen en die ik bijzonder vind. Ik heb een bijzondere kijk op de wereld, die ik graag met u deel. Mijn columns zijn soms kritisch, soms beschouwend maar altijd vanuit respect en met humor.

 

Hieronder alvast een voorproefje: een ode aan het Brabantse landschap. Specifiek: het landschap rondom Eindhoven, waar wij wonen. Landelijke wegen, dwars door het platteland, langs groene weiden en omgeploegde akkers, waar niet zo lang geleden het maïs groeide, zover je kon kijken.

Wegen omzoomd door hoge, statige bomen. Sommige nog aardig groen, andere variërend in kleur van vuurrood tot goudgeel, of van vaalbruin tot bronsgroen. Soms rijd je dwars door een bos, soms ligt het wat in de verte. Sommige bomen zijn al helemaal kaal, de beuken houden nog vast aan hun blad. Al is dat een kwestie van tijd.

Her en der verspreid staan boerderijen, soms moderne(re) huizen met megastallen ernaast, soms ook bijna vervallen. Vlakbij Nuenen is een lieflijk laantje, met de ene na de andere ouderwetse boerderij. Tijdloze gebouwen, soms aangetast door de tijd, maar met een eeuwige schoonheid. Af en toe durfde ik haast te zweren dat ik de Contente mens zag, symbool van Kempische tevredenheid, ‘een rond boertje met een pet op, de handen op de rug, de blik niet fier voorwaarts gericht, maar eerder kalmpjes ondergedompeld in een soort oneindig niets’. Hij keek me aan, en zei dat het goed was.

Het regent lichtjes, her en der kom ik fietsers tegen, weggedoken op hun fiets in een vergeefse poging weer en wind te ontwijken. De regen vertroebelt het beeld, maar doet niets af aan de schoonheid van het landschap.

De Dommel, die zich langzaam een weg kronkelt door het Brabantse land, kalmpjes stromend richting zee, geeft het ritme aan van het land. Geen gehaast, ook geen treuzeling. Onvermijdelijk gaat het leven zijn weg, tevreden genietend van al dat moois. Als ‘ne contente mens ga ik weer op weg naar huis.

Ik hoop dat u zult genieten van mijn schrijfsels!

De dag dat de democratie stierf

Deze brief ontving ik van een Catalaanse vriend:

‘Ik was erbij, de dag dat de democratie stierf. Onder het geweld van de Spaanse politie, die met kletterend geweld de gummiknuppels liet neerkomen op onze hoofden. Die met rubberkogels schoten op een woedende menigte, die hun democratisch recht uit wilden oefenen. Die in heel Catalonië mensen uit stemlokalen sleepten, soms aan hun haar.

1 oktober 2017, de dag van het referendum over onafhankelijkheid. Het referendum, dat volgens het Spaanse Hooggerechtshof en – regering ongrondwettelijk is, en dus ongeldig. Het referendum dat ze met alle geweld wilden voorkomen. Het referendum dat er toch kwam. Omdat wij, Catalanen, dat wilden. En juist omdat de Spanjaarden zich er zo tegen verzetten.

Mijn naam is Jordi, ik ben 31 jaar geleden geboren in Sant Guim de Freixenet, een dorp op ongeveer een uur rijden van Barcelona. Het dorp waar ook Gerard Piqué opgroeide. Net als Gerard Piqué ben ik eerst en vooral Catalaan, daarna pas Spanjaard. Net als vele Catalanen met mij wil ik alleen maar dat wij Catalaans mogen zijn, onze taal mogen spreken en over onze eigen toekomst mogen beslissen. Net als veel Catalanen zou ik tegen onafhankelijkheid hebben gestemd, omdat ik wel meer zelfstandigheid wil, maar niet los van Spanje. Dat wilde ik, totdat Rajoy 10.000 politiemensen op ons afstuurde.

Nu is alles anders. Wie eerst voor onafhankelijkheid was, is dat nu des te meer en des te vastberadener. Zij zeggen: ‘Zie je wel? We worden nog steeds onderdrukt, net als onder Franco.’ Wie tegen onafhankelijkheid was, is gaan twijfelen. Wie al twijfelde, is nu voor onafhankelijkheid. Ik kan me niet voorstellen dat Rajoy dat voor ogen had.

We zijn inmiddels ruim een maand verder. De repressie van Madrid is terug: het regionaal parlement en de deelregering zijn naar huis gestuurd, radio en tv gemuilkorfd. Artikel 155, wie had daar ooit van gehoord? Ik niet! Nu worden wij door dit artikel geketend. Puidgemont, die ons zou moeten leiden, is nu op de vlucht. Hij wil wel terugkomen, als hij een ‘eerlijk proces’ krijgt. Het zal wel.

De onafhankelijkheid is uitgeroepen, maar wordt door niemand erkend. Banken verplaatsen hun hoofdkantoor naar elders, op 21 december mogen we naar de stembus.

Wat hoopte Rajoy te bereiken? Het referendum kwam er toch, en gematigde Catalanen zoals ik werden in de armen van de separatisten gedreven. En Puidgemont? Eerst het vuur aanstoken, als het moment daar is durft hij niet. Het parlement riep de onafhankelijkheid uit, die meteen onderdrukt werd door Madrid. Dat ook nieuwe verkiezingen uitriep.

Wat zijn wij Catalanen met dit alles opgeschoten? Niets, helemaal niets.

Zijn we onafhankelijk? Nee!

Hebben we ons daar in alle vrijheid over uit kunnen spreken? Nee, ook niet.

We zijn genaaid, en niet zo’n beetje ook. Genaaid door Rajoy en Puidgemont. Beiden hebben hun eigen agenda, denken alleen aan hun eigen hachje. Het volk, de gewone man, in Madrid én in Barcelona, daar geven ze niet om.

Laat Puidgemont maar in Brussel blijven, ze mogen hem houden! Rajoy? Laat die maar in Madrid blijven.

1 oktober 2017, voor mij is het de dag dat de democratie stierf. Een langzame, pijnlijke dood.’

Een nacht om nooit te vergeten

Daar stond ik dan. Midden in het bos. Het was donker, en koud. De wind huilde door de takken, ik zag geen hand voor ogen. Mijn enige houvast: een touw, gespannen tussen de bomen die ik probeerde te ontwijken. Stapje voor stapje kwam ik vooruit, voorzichtig de grond voor me aftastend met mijn voeten. Zou ik hier ooit nog uitkomen?

Ik had het aan mezelf te wijten. Het was slecht weer, thuis was het lekker warm en knus, naast mijn vrouw op de bank. Ik had thuis kunnen blijven. Maar nee, ik moest zo nodig op pad. Je bent schrijver, of je bent het niet. Een wandeling in het bos, in het donker, wie verzint er zoiets?

Een lichte paniek maakte zich van mij meester. Het besef midden in het bos te staan drong nu echt tot me door. Zou ik in mijn eentje de weg terug nog wel kunnen vinden? Even er van uitgaande dat ik überhaupt uit dit duistere deel van het bos zou kunnen ontsnappen?

Een touw, een dun levenslijntje, was mijn enige houvast. Ik hoefde alleen maar het touw te volgen om de weg terug te vinden, zeiden ze tegen me, alvorens me het bos in te sturen. Het was aardedonker, totale duisternis heerste. Als ik het touw los zou laten, was ik reddeloos verloren.

Ineens drong het beeld van een gapende afgrond zich op, brandde zich op mijn netvlies. Wat als bij de volgende stap plots de grond onder mijn voeten verdween? Wat als ik mijn evenwicht verloor? Zou het touw me nog kunnen redden?

Nog voorzichtiger zette ik mijn voeten neer, aftastend of ik wel ondergrond kon bespeuren. Krampachtig hield ik me aan het touw vast, mijn knokkels trokken wit weg. Het zweet brak me uit, ondanks de kou.

Ik zag de krantenkoppen al voor me: ‘Man gevonden in bos’. ’Mysterieuze verdwijning eindelijk opgelost’. ‘Hij lag op enkele meters van het pad’. Ik ben het ultieme product van mijn tijd, niet meer in staat de weg te vinden zonder TomTom of Google Maps.

Even dacht ik wolvengehuil te horen. Vast het product van mijn overijverige fantasie!

Verder gaat het, stap voor stap en hand over hand. Even dreigt er weer paniek, als ik het touw even kwijt ben. Ah, het touw maakt een hoek van 90 graden. Juist ja.

Weer op weg, zigzaggend door het bos. Mijn ogen begonnen te wennen aan het donker, ik kon vage vormen herkennen. Bomen en struiken verworden al gauw tot enge monsters, het kraken van de takken maakt een onheilspellend geluid. Toch is het op de een of andere manier geruststellend, ik kan in elk geval weer iets zien.

Ik hoorde stemmen! Nee, niet in mijn hoofd. Het waren andere stemmen, van andere mensen. Het was de groep waarmee ik het bos ingegaan was, die mij ook weer terug zou leiden naar de bewoonde wereld. Ik was gered!

Het was een nacht om nooit te vergeten.

Waarom ik nooit meer zal daten

Ik ga nooit meer daten! Ik ben er he-le-maal klaar mee. Voor mij hoeft het niet meer. Waarom dan niet, zult u vragen.

Ik heb de nodige ‘first dates’ gehad. Het is altijd spannend om elkaar voor het eerst te zien, ook al heb je al gemaild of gebeld. Op een foto ziet iedereen er net anders uit dan in het echt, de vraag is sowieso of de ander in het echt net zo leuk en aantrekkelijk is als per mail of aan de telefoon.

De zenuwen beginnen al ver van te voren. Wat zal ik aan doen? Een bloes of een trui? Ik wil er niet uitzien als een degelijk mannetje. Als ik me maar niet snijdt met het scheren, dat is geen gezicht! Waar moet ik zijn? Ik moet vooral de TomTom niet vergeten!

Nog een keertje extra tanden poetsen, kijken of mijn haar wel recht zit, dan op pad. Liever te vroeg dan te laat, je weet nooit hoe druk het zal zijn onderweg!

Dan staat ze ineens voor je. Zonder het te willen, misschien zonder je er van bewust te zijn, maak je al een eerste afweging. Hmmm, die ziet er leuk uit! Of juist niet. Haar stem voor het eerst te horen, dat is ook een ‘moment’. Door de telefoon klinkt een stem toch anders, wordt die min of meer vervormd.

Haar voor het eerst te ruiken, wat voor parfum heeft ze? Misschien wel geen, is het ‘puur natuur’ wat ik ruik. De eerste aanraking, als je haar een zoen geeft ter begroeting. Op de wang uiteraard, drie stuks. Je bent Brabander, of je bent het niet!

Mijn laatste eerste afspraak is ook degene die me het meest bij zal blijven. Het verliep zo mooi, zo harmonieus. Alsof het in de sterren geschreven stond, dat het zo zou gaan. En dat we voor elkaar bestemd waren! We wilden niet zo snel al afscheid nemen. Ik bleef de eerste nacht bij haar slapen, in hetzelfde bed. Wel met de duidelijke boodschap dat ik mijn handen boven de dekens moest houden, wat ik netjes gedaan heb. Dat vond ik niet meer dan normaal.

Mijn laatste eerste afspraak bleek mijn Ware Liefde. Tot ik haar ontmoette, een vrouw die mijn unieke mix van respect en verlegenheid op waarde wist te schatten, twijfelde ik of ik het wel in me had. Om een vrouw voor me te laten vallen, haar hart te veroveren. Had ik überhaupt een vrouw wel iets te bieden? Was ik niet te lief, te respectvol en vooral te afwachtend? Misschien wel, maar het voelde voor mij niet goed om de eerste stap te zetten.

Gek genoeg deed ik dat wel toen ik mijn Ware Liefde had ontmoet. Terwijl we even gingen zitten op een bankje, vlakbij een meertje midden in het bos, kuste ik haar. Zo maar, geheel spontaan. Een beetje tegen mijn gewoonte in, maar niet tegen mijn gevoel. De kus werd overigens beantwoord! 

Was ik voorheen daadwerkelijk te lief? Was ik niet doortastend genoeg? Ach, daar zijn er al genoeg van. Als ik de geluiden zo hoor, in de krant en op de social media, zijn er genoeg mensen die denken dat als de ander nee zegt, ze (of hij) eigenlijk ja bedoelt. Of nog veel verder gaan.

Hoe leuk het ook is, die fase van aftasten, kijken, observeren en proeven, ik ben blij dat het er opzit. Ik heb de liefde gevonden, voor mij hoeft het niet meer, daten. Ik ben er klaar mee!

 

Spring naar toolbar