Het natuurlijke evenwicht

 

2017 is een topjaar voor eikels. Het stond in De Telegraaf, daar hebben ze verstand van eikels. Blijkbaar.

Ondanks het feit dat de omstandigheden niet perfect waren, produceren eikenbomen extra veel eikels dit jaar. Volgens experts zou dit jaar een zogenoemd ‘mastjaar’ kunnen worden. Voor degenen die geen expert zijn, zoals ik: een mastjaar is een jaar dat eiken 600 tot 1.200 kilo eikels per hectare laten vallen. Ofwel zo’n 50 kilo eikels per boom van 120 jaar oud.

Een mastjaar. Het klinkt meer als iets wat met scheepsbouw te maken heeft. Dat er een half bos moet sneuvelen om masten te maken voor zeilboten. Het Mastbos, het bekende bos ten zuiden van Breda, heet niet zo vanwege de overvloedige eikels die het produceerde.

Wie profiteert er van die eikel-bonanza? Niet de fietser of voetganger, die welhaast struikelt over de hoeveelheid eikels op straat. Niet de automobilist, die ze elke ochtend tussen zijn ruitenwisser uit mag schrapen. Niet de gemeentelijke plantsoenendiensten, die ze op mogen ruimen.

Wie wel profiteren, zijn eekhoorns en wilde zwijnen. Die lusten er wel pap van, van die eikels. Dat is goed nieuws voor een ander dier, dat lang is weggeweest maar steeds vaker te zien is in ons land. In de 19e eeuw verdween de wolf uit Nederland, nu lijkt de wolf weer op de weg terug. Volgens vereniging ‘Wolven in Nederland’ is het een kwestie van tijd voordat de wolf op natuurlijke wijze terugkeert. Natuurmonumenten vindt dat een goede zaak, omdat momenteel een toproofdier ontbreekt. Dan zijn ze zeker nooit een jager tegengekomen.

Wolven in Nederland, zitten we daar wel op te wachten? Het lijkt geen prettige gedachte, dat een natuur- of wandelliefhebber opeens oog in oog komt te staan met een wolf en moet rennen voor zijn of haar leven.

Volgens Natuurmonumenten zal het zo’n vaart niet lopen. Wolven zijn schuwe dieren en zullen mensen uit de weg gaan. Eeuwen van meedogenloze bestrijding heeft de wolf nóg schuwer gemaakt. Bovendien is de mens geen natuurlijke prooi van de wolf. Hopelijk weten de wolven dat zelf óók! Ik vind het mooi om wolven in het wild te zien. Op tv, in een of andere natuurdocumentaire, ergens in Alaska of zo.

Schapenhouders en veetelers hoeven zich geen zorgen te maken, volgens Natuurmonumenten. Honden worden gezien als soortgenoten door de wolf. De natuurlijke prooi van wolven zijn reeën, edelherten en wilde zwijnen. Minder dan 1% van het dieet van de wolf bestaat uit ‘gehouden dieren’, zo is op de website van Natuurmonumenten te lezen. Al zullen schapenhouders en veetelers wel maatregelen moeten nemen, zoals het plaatsen van een goed geplaatst en voldoende hoog schapenraster dat onder stroom staat, eventueel aangevuld met een waakhond.

Oude tijden herleven, de terugkeer van de grote, boze wolf lijkt niet tegen te houden. Goed nieuws voor wie houdt van een gezonde natuur, slecht nieuws voor reeën, edelherten en wilde zwijnen. Maar vanwege de overvloed aan eikels zal de wilde zwijnenstand wel flink stijgen.

Het zal zijn tijd nodig hebben, alvorens natuur en mens weer een evenwicht gevonden hebben. Zolang natuurliefhebbers, wandelaars en schapenhouders en veetelers maar alvast op de hoogte zijn.

Vallende eikels en de terugkeer van de wolf, het is me wat. Heeft iemand Roodkapje al gewaarschuwd?

Ik ben boos! (op de KPN)

Ik ben boos! Piswoest! Gebelgd! Gallisch, zelfs. En nog kwaad ook. Op wie? Op de KPN!

Waarom dan wel? Dat zit zo. Wij waren tevreden klant bij OnsBrabantNet, een kleine provider voor tv, internet en telefonie in, u raadt het al, Brabant. Prettige klantenservice, problemen werden over het algemeen snel en goed opgelost. Er ging ook wel eens wat mis, maar bij elk bedrijf gaat wel iets mis.

Enkele maanden geleden kregen we een brief, OnsBrabantNet is onderdeel van KPN, ze stopten er mee en wij gingen over naar KPN. Tegen wil of dank en of we nu wilden of niet. We konden een afspraak maken met een monteur.

Zo gezegd, zo gedaan. De afspraak was snel gemaakt. De columnist in mij werd wakker, het zou nog even duren, hier móést toch wel een leuk stukje inzitten. Ik zag het al helemaal voor me: de monteur zou op de afgesproken dag niet op komen dagen, of te laat. Het installatiepretpakket zou niet of te laat bezorgd worden. De monteur had niet alle benodigdheden bij of er moest nog iets omgezet worden. De benodigde codes c.q. wachtwoorden zouden niet beschikbaar zijn. Weken zouden we verstoken zijn van tv, internet en (vaste) telefoon.

Ik was op het ergste voorbereid. Mijn pen was al in gif gedoopt en mijn handen jeukten. Helemaal toen een paar dagen voor dat wij aan de beurt waren vrienden van ons die ook overgingen naar KPN meldden dat het bij hen inderdaad was misgegaan. Ze zaten enkele dagen zonder, geen weken. Maar toch. Mijn handen jeukten nog meer, ik doopte mijn pen nog eens extra in het gif. De tekst was al half geschreven, de titel had ik nog niet. Kon ik iets met de afkorting KPN? Kolossaal Prutsers Netwerk? Dat kan beter, het zou allemaal goed komen.

12 oktober was het zover. Tussen 9.00 en 11.00 uur zou de monteur komen. Over die monteur kreeg ik ook al visioenen. Een gezette man, achter in de 40, ongeschoren en zwetend. Met een bouwvakkersdécolleté, als hij gebukt zat. Dat wij vanaf 9.00 uur braaf zaten te wachten, om 10.00 uur: niks. 11.00 uur: nog niks. 12.00 uur: maar gebeld, waar blijven jullie nou?

Wat denkt u? Om 9.30 uur gaat de bel. Ik denk: daar zul je hem hebben! Hem? Nee, haar! Er stond een vrouw voor de deur, ik schat achter in de 20. Hoezo vooroordeel? In ruim een uur was ze klaar. Nog efficiënt ook! Alles werkte naar behoren, we hadden weer internet, tv én telefoon. Geen problemen, geen gedoe, NIETS.

Ik was teleurgesteld. Daarna boos. Ik werd steeds bozer en bozer! Waar was nou mijn mooie stukje? Waarin ik in geuren en kleuren uit de doeken zou doen hoe na uren ploeteren de monteur, stamelend en rood aangelopen, moest bekennen dat hij het niet voor elkaar kreeg? Om vervolgens uitgebreid verslag te doen over hoe wij weken, of vooruit dagen, zouden moeten wachten in primitieve, mensonterende omstandigheden tot dat ene ontbrekende onderdeel of wachtwoord er zou zijn?

U begrijpt mijn onbeschrijfelijke frustratie, mijn wanhoop. Dit zou een prachtige column worden, misschien wel mijn beste ooit! Eindelijk kon ik helemaal los gaan, alle remmen los, Volle vaart vooruit, op ramkoers! Dit zou mijn ‘Buckler’ worden.

Niets van dat al. Mijn droom is mij ontnomen. Wie had verwacht dat zo’n groot bedrijf efficiënt zou werken? Ik niet. Ik ben boos!

Dennenappelgoochelaar

Ineens zag ik ze, de dennenappels. Eerst vielen ze niet op, struikelde ik er bij wijze van spreken over. Toen werd de kleine jongen in me wakker, die altijd op de loer ligt. Ik vind het niet erg, het is altijd genieten met hem. Hij fluisterde me een idee in het oor: ‘geef eens een schop tegen zo’n dennenappel!’

Ik vond het wel een goed idee. Ergens in me leeft de droom profvoetballer te worden nog steeds, hoewel ik daar veel te oud voor ben. Ja, Stanley Matthews voetbalde tot zijn 50e. Dat was dan ook een grootheid, dat was in een andere tijd.

Dromen zijn hardnekkig, ook al spreken de feiten hen tegen. Ik besloot te proberen de dennenappel à la Maradonna hoog te houden. Op de tonen van ‘Live is Life’, met een denkbeeldig vol stadion, een paar keer op de voet, eerst links en dan rechts. Dan op de schouder, op mijn heup, opvangen in de nek, de hele rataplan. Dat wil zeggen, dat was het plan.

Hoe ik het ook probeerde, hoezeer ik me concentreerde, of de dennenappel in kwestie nou groot was of klein, binnen twee tellen lag-ie op de grond, verdween tussen de struiken of onder een auto. Met een plagend tik-tak-tok schoten ze stuk voor stuk buiten mijn bereik. ‘Shit!’

Al gauw lag ook deze illusie aan diggelen, met elke droge plof op het trottoir brak een klein stukje van de droom af. Menige hartgrondige vloek ontsnapte aan mijn anders zo keurige lippen. Vloeken is niet netjes, het lucht wel op.

Misschien een andere tactiek proberen? Als hooghouden niet lukt, kun je ze ook gewoon wegschieten. Dat ging al beter, ik heb best een aardige traptechniek. Al zeg ik het zelf. Een paar keer achter het standbeen langs, dat kwam meer in de buurt. Het publiek werd wild, schreeuwde het uit van enthousiasme!

Toen werd ik wakker. Stond ik weer met beide benen op de grond, opende mijn ogen en zag ook deze dennenappel in de struiken verdwijnen.

Het is nooit echt een droom geweest om profvoetballer te worden, meer een fantasie. Fantasie kent geen leeftijd, is niet gebonden aan de realiteit. In mijn fantasie maak ik nog steeds het winnende doelpunt, vlak voor tijd. Met buitenkantje rechts stuur ik de bal naar de linkerbovenhoek, buiten bereik van de wanhopig graaiende handen van de keeper. In de finale van de Champions League natuurlijk, of van het WK. En blijf ik bescheiden in de interviews, achteraf. Uiteraard.

Fantasie overschrijdt alle grenzen, vormt de realiteit om naar je wensen. Of het nu een bal is, of een dennenappel, je kan er alles mee!

In werkelijkheid ben ik alleen in mijn fantasie een dennenappelgoochelaar

Toevallige ontmoeting

Thuis zat ik mezelf in de weg. Dat kun je zo wel eens hebben, er zit wat tegen en soms zeggen dierbaren vervelende dingen die goed bedoeld zijn, maar nog steeds hard aankomen. Er kwam niets uit mijn vingers, het lamballen was ik op een gegeven moment zat.

Dus naar buiten! Ik mag graag wandelen, het is fijn buiten te zijn en het helpt je zinnen te verzetten. Het weer was er eigenlijk niet naar, het was regenachtig. Grijze wolken hingen als een zware deken over me heen. Er stond een stevige wind, die de bladeren kietelde. Uitwaaien is fijn, laat die frisse wind maar door mijn hoofd waaien!

Het heeft iets rustgevends, als je luistert naar de wind die door de bladeren ruist. Het bleef malen in mijn hoofd, ik liep met mijn ziel onder mijn arm. Ik besloot mijn gebruikelijke route in omgekeerde volgorde te lopen, voor de afwisseling. Iets verderop zag ik een man lopen, hij kwam van rechts. Kalend hoofd, heel herkenbaar. Oordopjes in zijn oren. Ik wilde dezelfde kant op, en besloot achter hem aan te lopen. Iets verderop stopte hij, vlak voor een fietspad.

Normaal gesproken houd ik er niet van om mensen spontaan aan te spreken, ik loop liever een straatje om. In dit geval dacht ik, ik loop er gewoon langs. Op het moment dat ik hem passeerde, zei de man ‘hallo’. Ik dacht dat hij het daarbij zou laten, maar dat was niet zo.

Voor ik het wist, was ik in een fijn gesprek beland. ‘Ik zit sinds drie jaar thuis’, zei hij. ‘Ik ben bij een bedrijfsongeluk mijn wijsvinger en het topje van mijn middelvinger kwijtgeraakt’. Hij zei het met een glimlach, terwijl hij me zijn hand liet zien. Als je elektromonteur bent en het van de fijne motoriek moet hebben, en het is je dominante hand, dan kun je niet veel meer. Ik zou er mistroostig van worden, hij niet.

Hij had wel geprobeerd iets anders te vinden, bij de busmaatschappij wilden ze niet iemand met een handicap. Hij liet zich niet uit het veld slaan, en staat monter in het leven! ‘Ik heb genoeg om me bezig te houden’, zegt hij. ‘Een mens moet werken, bezig zijn. Anders gaan je hersenen kapot!’ En zo is het, het gaat er om je leven zinvol in te vullen.

We liepen samen een stukje verder, richting zijn huis. We namen afscheid, in de hoop elkaar nog eens tegen te komen. Wie weet gebeurt dat ook, ik zou het wel leuk vinden.

Ik vervolgde mijn route, merkbaar opgelucht. Het had mij goed gedaan, deze toevallige ontmoeting. Die toevallig tot stand kwam, doordat ik toevallig mijn route omgedraaid had. Toevallig? Toeval bestaat niet.

Spring naar werkbalk