Hij zei ‘meneer’ tegen mij

Je bent zo jong als je je voelt. Ja, ja, mooie woorden. Iedere keer als ik buk om iets op te rapen en er zo’n oudemannenzucht aan mijn lippen ontglipt, zegt mijn lichaam toch iets anders. ‘Houd een ander voor de gek’!

Je weet dat je niet meer de jongste bent, als je het toenemend aantal kaarsen op je verjaardagstaart ziet. Je weet dat je niet meer de jongste bent, als je op een feestje komt en de muziek als ‘herrie’ bestempelt. Je weet dat je niet meer de jongste bent, als je je de allereerste aflevering van GTST nog kunt herinneren. Of als je weet wat Medisch Centrum West is, of wie J.R. neerschoot.

Ik heb het maar eens ‘wetenschappelijk’ aangepakt. Een zoektocht op Google leert dat naast die oudemannenzuchten genieten van kruiswoordraadsels, haar verliezen, namen vergeten, een paar van de fysieke en gedragsveranderingen zijn die erop wijzen dat je oud wordt. Of bent.

Andere voorbeelden zijn het gebruik van uitdrukkingen als ‘toen ik zo jong was als jij’ of ‘in mijn tijd’. Of standaard een zin beginnen met ‘vroeger’ of ‘ik kan me herinneren’. Het vergeten van namen, verliezen van je bril, het niet begrijpen van jongeren en de nieuwe technologie en de behoefte aan een middagdutje zijn ook signalen. Of je vindt dat dat agenten, het meisje achter de kassa bij de supermarkt en dokter er jong uitzien. Of te lang haar hebben.

Nee, je weet dat je oud aan het worden bent als je je favoriete muziek in de lift hoort, of terwijl in de wacht staat als je aan het bellen bent.

Dat de tijd ook mij in zijn grip heeft, wist ik al. Al vóór mijn dertigste was mijn haar begonnen aan een tactische terugtocht, lijf en leden hebben last van een toenemende stramheid. En ja, ik begin ook al wat rimpels te krijgen, volgens mij. Lachrimpels, dat dan weer wel.

Ik zou het kunnen ontkennen. Ik heb nog geen bril nodig, kan nog steeds zelfstandig lopen én autorijden. Sommige ‘moderne’ muziek die je op de radio hoort vind ik best leuk. Maar is radio nog wel modern? Namen onthoudt ik prima, middagdutjes doe ik niet en ik hoef niet aan de zuurstof na een partijtje badminton. Je zou zeggen, het valt best mee.

Ouder worden, je doet er niets aan. Het verstrijken van de tijd gaat alsmaar door, zonder mededogen. Is dat erg? Welnee. Het hoort erbij. Het is wel een enorme wake-up call als je over straat loopt en er een jongen van een jaar of tien langs fietst die ‘meneer’ tegen je zegt. Dan is er geen ontkomen meer aan, ontkennen heeft geen zin. Ik ben een oude lul. Tja.

 

Een onmogelijke keuze

Soms stelt het leven je voor een onmogelijke keuze, een dilemma, een Salomons oordeel. Het mijne kwam bij het verlaten van de plaatselijke supermarkt, die ik bezocht voor wat ‘last minute’ boodschappen. Ik zag ze al staan toen ik naar binnen ging. Ik wist wat me te wachten zou staan als ik weer naar buiten kwam. Er was geen ontkomen aan.

Ik had onverrichterzake huiswaarts kunnen keren. Mijn vrouw en ik hadden moeten improviseren voor het avondeten, dat is te doen. Ik liet me niet kennen, en ging naar binnen. Dat was nog een eenvoudige keuze.

Het bijeensprokkelen van de benodigdheden voor een overheerlijke, door mijzelf te bereiden maaltijd was snel voor elkaar. Ook het afrekenen bij de kassa ging sneller dan normaal. Tja. Het noodlot laat zich niet ontwijken.

Ik zuchtte eens diep, zette mijn pet stevig op mijn hoofd en waagde me naar buiten, het door de gretige schare felbegeerde kleinood in mijn linkerhand geklemd. Vrijwel meteen stortte de wachtende horde zich op me, smekend om het kostbare kleinood aan één van hen te geven. Maar aan wie?

Ik durfde niet te kijken in die bedelende ogen. Wie ik ook zou kiezen, de anderen zouden hevig teleurgesteld zijn. Dan maar, bij wijze van spreken met de ogen dicht, het kleinood in de gretige handen van de eerste de beste gedrukt, die toevallig de dichtstbijzijnde was. Vrijwel hetzelfde moment brak er een soort kinderoorlog uit. ‘Ik heb nog niets gehad!’ ‘Ik ook niet!‘ ‘Je moest netjes achter het hek blijven staan!’ En zo ging het maar door. Ik maakte me snel uit de voeten.

Soms stelt het leven je voor een onmogelijke keuze.

 

Orkaan Hennie of het verhaal van fipronil

Het is een storm in een glas water. Een storm die rustig begint, maar steeds krachtiger en krachtiger wordt totdat de storm orkaankracht heeft bereikt. Orkaan Hennie, zullen we hem noemen. Orkaan Hennie heeft een ware ravage aangericht in het land van de kippenboeren.

Wat is er nu eigenlijk aan de hand? Een bedrijf uit Barneveld dacht een wondermiddel uitgevonden te hebben tegen bloedluis, dat een ware plaag is voor leghennen. Het middel bevatte onder andere eucalyptus, zodat het lekker rook. De lekkere geur verdoezelde het feit dat er ook fipronil inzat. En dat is een verboden middel.

Dat bedrijf heet ChickFriend, een naam die meer doet denken aan een bedenkelijk escortbureau. Onze kippenvrienden uit Barneveld hadden niet aan hun klanten verteld dat ze fipronil gebruikten. Of er kwade opzet in het spel is of niet, de (voormalige) klanten van ChickFriend zitten in de problemen, eigenlijk de hele eiersector.

Volgens de WHO, de Wereldgezondheidsorganisatie, is fipronil ‘matig giftig’. Dat wil zeggen, het is niet gezond, maar als je het in lage doses binnen krijgt ga je er niet dood aan. In verschillende landen wordt er verschillend over gedacht. In België mag 140 keer zoveel fipronil in de eieren zitten als in Nederland.

Hoe komt dat? In Nederland gaat met uit van de ‘acceptable daily intake’ of ADI, de hoeveelheid die je elke dag voor de rest van je leven binnen zou mogen krijgen zonder gevaar voor je gezondheid. Alsof we de rest van ons leven fipronil eieren zouden eten.
België gaat uit van de acute veiligheidsnorm, dus wat je op incidentele basis maximaal aankunt.

Het lijkt er op dat we, zoals hoogleraar diergeneeskunde Frans van Knapen zegt, last hebben van chemofobie. Als er ook maar de suggestie is dat er iets mis is met een bepaald product laten we het massaal staan. In 2011 was er een uitbraak van de E-coli bacterie die op Nederlandse komkommers zou zitten. Dit leidde tot een totale ineenstorting van de verkoop van komkommers, terwijl de bacterie afkomstig bleek van taugé. Het bleek dus een andere schuldige te zijn, taugé in plaats van komkommer. Het idee alleen al is genoeg, als er eenmaal een negatief beeld is blijft dat hangen.

We staan er niet bij stil, zegt professor Van Knapen, elke stof is potentieel schadelijk. Als je er teveel van binnen krijgt, tenminste. Als je een kopje keukenzout naar binnen werkt, kan je lichaam die hoeveelheid zout niet verwerken, wat leidt tot uitdroging. Keukenzout is echter nog steeds gewoon verkrijgbaar.

Alle ophef heeft de eiersector een enorme schade opgeleverd. De LTO, de Land- en Tuinbouw Organisatie Nederland, verwacht dat de schade ‘honderden miljoenen’ zal bedragen. De imagoschade is niet te becijferen.

Wie gaat die rekening betalen? De rekening zal gepresenteerd worden aan ChickFriend, daar zal weinig te halen zijn. Er wordt onderhandeld met de overheid over compensatie voor de getroffen boeren. Oftewel, uiteindelijk zijn de consumenten, u en ik, het kind van de rekening.

En dat alles voor een storm in een glas water.

Er is leven na FC Barcelona

‘Allemaal denken ze te weten waarom ik wegging, de media, de fans, zogenaamde voetbalkenners. Ik zou het beu zijn te spelen in de schaduw van Messi. Ik zou het verval van FC Barcelona voorzien hebben. Ik zou de grote man willen zijn bij PSG. Ik zou een geldbeluste mediageile hoer zijn die zich aan de hoogste bieder verkocht heeft.

Weet u wat? Het is allemaal waar. Allemaal. En niet zo’n klein beetje ook! Wat zou u doen als een stel oliesjeiks uit de woestijn komt aan gehobbeld op kamelen, om u een grote zak met oliedollars voor te houden? Zou u nee zeggen?

OK, het was een limousine, geen kameel. Wel een joekel van een limousine, wow! En het was geen zak met geld, maar een cheque. Een cheque met ontzettend veel nullen, ik werd er duizelig van!

Wat had ik te verliezen? Bij FC Barcelona zou ik nooit meer zijn dan de secondant van Messi. Een geweldig kereltje, en voetballen dat-ie kan! Ik kan er ook wat van hoor, maar toch. Zo groot als Messi is bij FC Barcelona, figuurlijk dan, zo groot zou ik niet kunnen worden. Niet in Barcelona. Wèl in Parijs!

Liever een grote vis in de Parijse vijver dan een kleintje in Barcelona!

Ja maar wat als het niet lukt, zult u zeggen. Wat als ik faliekant misluk, PSG géén kampioen wordt en na de groepsfase van de Champions League is uitgeschakeld? Geen club zal nog 222 miljoen voor me betalen, zult u zeggen. Misschien niet. Voor het geld zal ik het niet meer hoeven doen, dus wat kan mij dat nou schelen?

Wat is voor mij dan de belangrijkste reden? Er zijn er zoveel. Geld, zeker is dat belangrijk. De uitdaging ook. Het is uitdagender om de dragende speler van PSG te zijn en daar net zoveel prijzen te winnen als bij FC Barcelona, dan bij FC Barcelona in de schaduw van Messi te blijven.

Iedereen dacht dat ik voor het leven met FC Barcelona verbonden was. Dat er geen leven is na FC Barcelona, geen grotere club. Als je dan toch weggaat, ben je een verrader, een geldwolf, een gek. Het tegenovergestelde is waar. Ik ben springlevend. Het voetbal is hetzelfde, ik speel en ben gelukkig. Alleen het land, de stad en het team zijn veranderd, het spel is hetzelfde.

Er is leven na FC Barcelona, sterker nog, mijn leven begint pas!

Was getekend: Neymar da Silva Santos Júnior

 

Spring naar werkbalk