Merel-kerel

blackbird-3249123_1920
Bron: Pixabay.com

Parmantig hupt hij over het grasveldje, vlak voor onze neus. Zijn gele snavel steekt perfect af tegen zijn zwarte verenkleed. Met een schuin oog kijkt hij ons aan, alsof hij wil vragen: ‘Wat doen jullie hier?’

‘Kijken naar de schuimkoppen op de zee, luisteren naar het geluid van de branding en ons laven aan het zonlicht, dat af en toe dapper door het wolkendek breekt’, antwoord ik hem.

Hij lijkt genoegen te nemen met mijn antwoord, de merel-kerel, hij hupt weer verder. Het is een vreemd idee, dat dit kleine, sierlijke wezen afstamt van de dinosauriërs, waarvan sommigen ook op twee benen liepen (en veren hadden). Ik probeer me voor te stellen hoe dat er uit zou zien, als zo’n groot monster rond zou huppelen, net als een vogel.

De merel is zich niet bewust van deze overpeinzingen, hij steekt zijn snavel in het gras, op zoek naar een worm of insect. Aan de rand van het grasveld rommelt hij wat tussen de gevallen bladeren, op zoek naar iets eetbaars. Een zoektocht, die hij zijn leven lang vol zal moeten houden.

Weer kijkt hij om zich heen, alert op gevaar. Dan ziet hij een rivaal, op een paar meter afstand. De brutaliteit! Hij vliegt erop af, ze dansen om een struik heen, de indringer probeert de eigenaar te ontwijken. Al snel ziet de indringer in dat hij niet met rust gelaten zal worden, hij gaat ervandoor. Zonder fysiek geweld wordt het opgelost.

Verder niets te zien? Hij stijgt op en vliegt naar een olijfboom, die op een paar meter afstand staat. Hij heft een lied aan, ik heb geen idee waar het over gaat. Allicht is het een ‘saudade’, een lied van weemoed en hartstocht, van nostalgie en verlies.

Of het is een lied van verlangen, een oproep aan alle aanwezige merel-meiden. Een aankondiging die wil zeggen: hier ben ik! Ik ben beschikbaar!

Het is de Tinder equivalent van de merels, een contactadvertentie in de trant van: prachtige merel-kerel, goed in de veren, in de kracht van zijn leven, zoekt merelin voor lange, romantische huppeltochten langs het strand en zwoele avonden en – nachten.

De dames horen de liederen aan van op een afstand, en swipen vervolgens naar links of naar rechts, al naar gelang het lied in kwestie hen bevalt of niet.

Na afloop van zijn lied vliegt onze merel-kerel weer weg. Op zoek naar groenere wieden, sappige wormen en lekkere meiden. Succes kerel!

Kinderpardon? Pardon, kinderen…

people-3935983_1920
Bron: Pixabay.com

We leven in een land, waar onschuldige kinderen weggestuurd worden. Weggestuurd van het enige thuis dat ze kennen, naar een land dat vreemd voor ze is en waar ze een vreemde zijn. Een land dat ze zich nauwelijks kunnen herinneren, waar ze niemand kennen en de taal niet spreken. Een land dat ze alleen kennen van verhalen.

We leven in een land, waar politici gekozen kunnen worden ondanks, of dankzij, een programma dat uitgaat van de uitzetting van deze kinderen. Of eerst akkoord gaan met deze uitzettingen, om als er verkiezingen in aantocht zijn zich ineens te herinneren dat ze toch eigenlijk tegen zijn.

Het gaat hier om kinderen. Kinderen, wiens enige misdaad is dat ze niet in Nederland geboren zijn, maar in een ander land. Hen terugsturen naar hun land van herkomst lijkt een wrede straf. Ze worden opnieuw ontworteld, moeten opnieuw de taal en cultuur leren. Ze moeten opnieuw integreren.

De verdraagzaamheid waar ons land zo om geroemd werd, is ver te zoeken. Die verdraagzaamheid was vooral economisch geïnspireerd, vluchtelingen waren van harte welkom in onze Gouden Eeuw. Als ze maar iets te bieden hadden, of als (rijke) handelaren, of als arbeidskrachten. Die kon ons dunbevolkte land goed gebruiken, op de schepen die naar Indië voeren.

Al doe je nog zo je best, invloeden van buiten kun je niet buiten sluiten. Al helemaal niet als je het van de handel moet hebben, zoals Nederland. Je kunt ook die elementen overnemen die je aanspreken. Invloeden van buiten zijn een verrijking, als je ze buitensluit leidt dat tot verarming. Vooral van de geest.

Dat inzicht lijken we kwijt te zijn. Elke discussie leidt tot onverkwikkelijke taferelen, met blokkeerfriezen en Zwarte Piet-haters. Het is niet eens een discussie, maar een wedstrijd wie het hardst kan schreeuwen. Een dergelijke wedstrijd kent geen winnaars.

Het kind van de rekening zijn de kinderen van asielzoekers, die voor de tweede keer in hun jonge bestaan huis en haard op moeten geven. Zonder er zelf voor te kunnen kiezen.

Misschien moet ik zelf verhuizen, sommige andersdenkenden zullen me het allicht aanraden. Waar kan ik heen? Niet naar Duitsland, daar doen ze zo streng. Niet naar Amerika, daar bouwen ze hoge muren. Niet naar China, daar is het te druk.

Het Goede Doel kwam er begin jaren ’80 al niet uit. Ook ik heb getwijfeld over België, omdat iedereen daar lacht. Ik stond zelfs in dubio, maar ik nam geen enkel risico.

Bijna thuis

hospice-1821429_1920
Bron: Pixabay.com

De meeste mensen hebben het over een hospice, de letterlijke betekenis van dit woord is ‘verblijfhuis voor terminale patiënten’. Het is een prima benaming, toch heb ik het zelf liever over een ‘Bijna Thuis’ huis. Dat klinkt intiemer, respectvoller, warmer. Het past gewoon beter, het geeft aan dat de reis van de mensen die er verblijven er bijna op zit.

Mijn beste vriend heeft ook de laatste maanden van zijn leven doorgebracht in een hospice, de zorg en warmte waar de vrijwilligers hem mee benaderden hebben die tijd zeker draaglijker gemaakt. Ik heb niets dan respect voor de mensen die dit op kunnen brengen, dag na dag.

Iemand die ook in een hospice beland is, is Fernando Ricksen. Voor mensen die niet van voetbal houden wellicht geen bekende naam, ook al was hij niet de meest begaafde voetballer, zijn werklust en inzet hebben hem een mooie carrière opgeleverd. Een carrière die ontspoorde door drank en drugs, maar die toch veel moois heeft opgeleverd.

Fernando heeft in zijn leven en in zijn carrière veel meegemaakt. Hij kende een moeilijke jeugd, en raakte tijdens zijn tijd in Glasgow verslaafd aan drank, cocaïne en vrouwen. Na zijn omzwervingen in het buitenland kwam hij weer terug in Nederland en leek het geluk gevonden te hebben met Veronika, met wie hij een dochter heeft en in 2014 trouwde.

Leek, want er was in 2013 ALS geconstateerd bij Fernando. Een verwoestende ziekte waar vooralsnog geen remedie tegen bestaat. Fernando is echter niet iemand die opgeeft, zoals hij op zijn website laat weten. ‘Ooit zal er iemand zijn die deze verschrikkelijke ziekte verslaat én overleeft. Laat ik die persoon dan maar zijn. Ik blijf de fighter die ik altijd ben geweest.’

Fernando is niet de enige die lijdt aan ALS, en ALS is niet de enige vreselijke ziekte waar we mee te maken hebben. Hij is wel een inspirerend voorbeeld van hoe je met dergelijke ongelooflijk zware omstandigheden om kunt gaan, blijven vechten ook al zijn de vooruitzichten somber. Je gunt zoiets je ergste vijand niet. Vechten tegen de langzaam voortschrijdende, onstuitbare aftakeling. Vechten tegen een genadeloze ziekte, die je reduceert van een sterke sportman zoals Fernando tot een schim.

Henk Fransen, een arts die 30 streed onderzoek deed naar ‘de zin en onzin van kanker’, zegt dat het beter is te strijden voor iets dan tegen iets. Dus is het volgens hem beter te vechten voor gezondheid dan tegen een ziekte. Het is beter om de oorzaak aan te pakken dan om de symptomen te bestrijden.

Kanker is niet hetzelfde als ALS. De oorzaken zien niet hetzelfde. Vechten tegen deze ziektes komt op mij over als vechten tegen je eigen lichaam, tegen jezelf. Vechten voor je gezondheid verbind ik dan weer met vechten samen met je lichaam. Het resultaat zal misschien niet veel verschillen, de intentie des te meer. Daar begint het mee.

Niemand weet waarom ziektes als deze bestaan, maar ze bestaan. Niemand weet waarom er de meest verschrikkelijke dingen gebeuren, maar ze gebeuren. Het enige dat wij kunnen doen is de mensen die dit overkomt steunen, in woord en gebaar. We hebben niet in de hand wat er in ons leven gebeurd, waarom sommigen zoveel leed mee moeten maken. We kunnen wel kiezen hoe we er mee omgaan. En ook met welke intentie we ons leven leiden,

Tijdens een bezoek aan Glasgow voor een ‘meet and greet’ met fans van zijn oude club Glasgow Rangers in oktober vorig jaar krijgt hij last van pijn op zijn borst. Het blijkt goed mis te zijn, zodanig dat hij niet meer terug kon naar Valencia, zijn thuisbasis.

Nu ligt Fernando dus in een hospice, waar zijn vrouw en dochter hem regelmatig bezoeken. Nooit meer zal hij terugkeren naar huis. Lopen ging al niet meer, het is dus de zoveelste in een reeks van ‘nooit meers’.

Dapper heeft hij gestreden, lang heeft hij het volgehouden, maar nu is het eind in zicht. De race is gelopen, het zit er bijna op. Nog even volhouden, Fernando, je bent bijna thuis.

Uitverkoop

discount-3078217_1920
Bron: Pixabay.com

Vroeger was het maar een paar keer per jaar uitverkoop. Op de grens van de seizoenen, als de winter met tegenzin plaats maakte voor de zomer, als bomen en struiken weer in blad schoten en de rokjes weer kort werden, maakte de wintercollectie plaats voor de zomercollectie. Om aan het eind van het jaar de omgekeerde weg te bewandelen, als de dagen korter, guurder en natter werden.

Nu lijkt het of het hele jaar door uitverkoop gehouden wordt. Elke week sneuvelen talloze bomen om als folders vol onweerstaanbare aanbiedingen van supermarkten, drogisterijen of een andere winkelketen in onze brievenbussen te belanden.

Veel van die ‘drie voor de prijs van twee’ aanbiedingen zijn alleen aantrekkelijk als je grootverbruiker bent. Als je alleen of met zijn tweeën, is het voordeel beperkt. Tenzij je je vol wil proppen met chips, kroketten of varkenslapjes die in de aanbieding zijn. Of het iets is dat lang houdbaar is.

De prijzen vliegen je om de oren in die folders, kortingen van 30, 40% of zelfs meer worden als heerlijk ruikende worstjes onder je neus gewreven. De worst kan ook vegetarisch zijn, als u dat liever heeft. Zijn die kortingen wel echt kortingen?

Je zou denken van wel, die winkeliers hebben toch geen prijzensjoemelsoftware? De Consumentenbond is duidelijk: de ‘van’-prijs mag geen willekeurig bedrag zijn, het moet een bedrag zijn waarmee in de voorafgaande drie maanden al eens is geadverteerd, aldus een woordvoerder (De Telegraaf 21 november 2018).

Het wordt nog erger. Geheel in Amerikaanse traditie wordt van zo ongeveer elke feestdag een commerciële happening gemaakt, zoals Valentijnsdag, Moeder- en Vaderdag en natuurlijk Sinterklaas en Kerstmis. Om vooral nog meer spullen te kunnen slijten die u en ik niet echt nodig hebben, importeren onze commerciële vrienden nu ook typisch Amerikaanse fenomenen als ‘Black Friday’, Singles Day’ en ‘Cyber Monday’.

Volgens Pablo Druijts van Black Friday Nederland, een organisatie die sinds 2015 alle aanbiedingen bijhoudt (waarvoor dank!), valt er zeker wel voordeel te halen, al gaat het niet zover als aan de overkant van de Grote Plas (De Telegraaf 21 november 2018).

‘Weet goed wat de originele prijs is’, geeft Pablo ons mee. Zoals al gezegd mogen volgens de regels niet willekeurige ‘van’-prijzen genoemd worden, al blijkt uit een steekproef onder 40 webshops die dit najaar gehouden werd: ruim de helft houdt zich niet aan deze regel. Juist ja.

Oftewel: we moeten zelf controleren of de korting wel echt een korting is, door op websites van concurrerende aanbieders te kijken. Verkopers laten eerst de prijs oplopen, om in november of december de prijs te laten zakken, zodat het lijkt alsof we gigantische korting kunnen ‘verdienen’. Of ze vergelijken een tweetal laptops met verschillende specificaties, zodat je niet even of een andere website kunt vergelijken. De rakkers!

Als ik Mark Rutte bezig zie, lijkt het alsof ook Nederland in de uitverkoop gaat. De afschaffing van de dividendbelasting, volgens de premier ‘goed voor de werkgelegenheid’, blijkt ingefluisterd te zijn door Paul Polman, CEO van Unilever. Die wilde het hoofdkantoor naar Rotterdam verhuizen, maar dat vreesde hij er niet door te kunnen krijgen als de dividendbelasting niet afgeschaft zou worden. De afloop kent u.

Mij bekruipt het gevoel dat als het bedrijfsleven naar Rutte roept: ‘Spring!’ hij alleen vraagt: ‘Hoe hoog?’ Als je zo makkelijk 1,9 miljard weggeeft, zonder te weten wat er tegenover staat, dan doe je ons land in de uitverkoop.

Als het zo moet, laat dan maar zitten, die uitverkoop. Als iets te mooi is om waar te kunnen zijn, dan is het dat naar alle waarschijnlijkheid ook niet.

Op jacht

nature-3093366_1920
Bron: Pixabay.com

Zachtjes sluipt hij door het gras, op zoek naar zijn prooi. Een lekker hapje, om zijn eeuwigdurende honger te stillen. Een honger, die niet te stillen is.

Al zijn zintuigen zijn gescherpt, niets ontgaat hem. Ieder geluid, iedere beweging valt hem op. Ieder geurtje snuift hij op, in de hoop die zoete, bedwelmende geur van zijn prooi te proeven. Een geur, die hem vertelt dat zijn prooi er is. En waar zij is.

Het is niet een honger die eenvoudig te stillen is. Niet alles is geschikt, niet alles kan zijn honger stillen. Hij is uiterst kieskeurig, wat dat aangaat.

Dat was niet altijd zo. Vroeger, toen de honger veel erger was, toen er sprake was van hongersnood, toen greep hij alles aan wat hij maar kon.

Vreemd genoeg maakte dat de honger alleen maar erger. Hoeveel hij het ook probeerde, wat hij ook probeerde, het vulde niet. Het bleef niet kleven, het vervloog, als pure alcohol.

Steeds leger voelde hij zich, steeds hongeriger. Steeds wanhopiger werd hij ervan. Uiteindelijk was hij het niet die zijn prooi vond, zij vond hem. En liet niet meer los. Gelukkig maar! Het zoeken, de honger, ze waren voorbij. Voorgoed verleden tijd.

Dus sluipt hij weer op kousenvoeten door het huis, in zijn fantasie is hij omgeven door manshoog olifantsgras. Op zijn hoede, want er zijn meer jagers op pad. Je weet maar nooit waar die naar op zoek zijn.

Dan ziet hij zijn prooi, een stukje verderop. Ze heeft hem niet in de gaten. Zachtjes sluipt hij naderbij. Als hij dichtbij genoeg is, slaat hij toe. Hij neemt een grote sprong, even is er de spanning. Heeft hij wel goed getimed, en goed gemikt?

Ja! Hij heeft haar te pakken. Zachtjes en teder neemt hij haar in zijn armen en knuffelt haar overal. Hij kust haar teder, een kus die een eeuwigheid lijkt te duren.

Deze jager heeft zijn prooi gevonden, hij zal haar nooit meer loslaten.

Tsjakka!

Bron: Pixabay.com

Ik stel me zo voor dat Emile Ratelband elke ochtend als hij voor de spiegel staat denkt: ‘Tsjakka!’ ‘Ik heb er zin in!’ Je bent positiviteitsgoeroe, of je bent het niet. Zou hij bij het kijken in de spiegel denken: ‘Ik zie er uit als een jonge vent, ik voel me echt geen zestiger!’ Hij voelt zich jonger dan zijn kalenderleeftijd, dat moge duidelijk zijn.

Heb ik ook wel eens, als ik goed uitgeslapen ben. Totdat ik een krachtsinspanning moet leveren, steevast gepaard gaand met een oudemannenzucht. Ontkennen heeft geen zin, de tijd gaat maar in één richting.

Dat weet Emile ongetwijfeld ook. Desondanks heeft hij een rechtszaak aangespannen om zijn geboortedatum 20 jaar op te schuiven, van 11 maart 1949 naar 11 maart 1969. Is-ie in één klap jonger dan ik!

Het is mogelijk je naam te veranderen tegenwoordig, of je geslacht. Hoogste tijd volgens onze zelfbenoemde entertrainer dat je ook je geboortedatum moet kunnen veranderen. Logisch, dat is toch helemaal hetzelfde?

Emile voelt zich gediscrimineerd. Hij ziet zich als pionier, hij is ervan overtuigd dat duizenden mensen zijn voorbeeld zullen volgen. Dat Emile de eerste is, althans in de gemeente Arnhem, doet niet ter zake.

Emile voelt zich, nee IS een jonge god. Het feit dat hij AOW ontvangt is daarmee in tegenspraak, maar die AOW wil hij helemaal niet ontvangen. ‘Dat geeft me het gevoel dat ik heb afgedaan’. Daar kan ik me wel iets bij voorstellen. Als zijn geboortedatum wordt aangepast, is de overheid goedkoper uit, én Emile’s pensioenfonds. Een steekhoudend argument, zou je zeggen.

Een argument waar de rechter het juist niet mee eens was. Dat leeftijd deel uitmaakt van iemands identiteit, daar wilde de rechter nog wel in meegaan. Maar er kleven ook rechten en plichten aan, zoals het recht op AOW, en de verplichte keuring voor ouderen om auto te mogen rijden. Het argument van Emile dat het leeftijdsdiscriminatie zou voorkomen vond de rechter onvoldoende onderbouwd. Emile was blij met de uitspraak: ‘Er zijn genoeg gaten om in hoger beroep te gaan, want we hebben het over de Zeitgeist, over emotie en gevoel. Dus ik denk dat ik nog eens heel goed met mijn advocaat moet overleggen en dan gaan we heel snel in hoger beroep.’ NOS 3 december 2018

Je zou geneigd zijn te denken dat hij helemaal gek is geworden. Dat hij alle besef van de realiteit uit het oog is verloren. Wie wil er niet 20 jaar jonger zijn? Als je boven de 40 bent, tenminste. Maar helaas, we mogen de klok maar één uur terugdraaien eind oktober, niet 20 jaar.

Je zou kunnen denken dat het een publiciteitsstunt is van een mediageile oude bok, Als ik de foto van Emile bekijk, zie ik een oude man van bijna 70, geen jonge god van bijna 50. Dan zie ik een opa, geen vitale oudere jongere. Misschien moet ik eens naar Eyewish, of is het Eyelove?

Dat is het niet. Natuurlijk meent Emile het niet serieus. Natuurlijk wil hij die 20 jaar niet uitwissen. Natuurlijk weet hij dat het niets zal veranderen, zelfs al zou het lukken. Daar gaat het ook niet om.

Emile is een komiek, een komediant. De grootste grapjas aller tijden, de leukste man van Nederland. Leuker dan Paul de Leeuw of André van Duin, leuker zelfs dan Youp van ’t Hek. Bijna.

Iedere keer als iemand om hem lacht, als iemand zegt of schrijft hoe belachelijk het is, hoe idioot of van de pot gerukt, lacht Emile in zijn vuistje. Zijn doel is bereikt: hij heeft ons aan het lachen gekregen.

Het is gewoon een goede grap. Emile bedacht het op een ochtend in de spiegel keek, en de spiegel zei: ‘Tsjakka!’

Sinterklaas, wie kent hem niet?

saint-nicholas-2965161_1280
Bron: Pixabay.com

“Sinterklaas, wie kent hem niet? Sinterklaas, Sinterklaas en natuurlijk Zwarte Piet’ zong Het Goede Doel begin jaren ’80. Sinterklaas, ooit een kinderfeest waar jong én oud van kon genieten, nu ieder jaar het mikpunt van controverse. Nog vóór de pepernoten in de winkel liggen.

Aan de ene kant staan de tegenstanders van Zwarte Piet, die Zwarte Piet racistisch vinden.  Zwarte Piet ziet er uit als een personage uit het vroege werk van striptekenaars als Hergé of Van der Steen. Lees: ‘Kuifje in Afrika’ of ‘De vliegende aap’ maar eens.

Door onze 21ste -eeuwse bril ziet Zwarte Piet er inderdaad uit als een fout stereotype, als een symbool van slavernij en racisme. Zwarte Piet is een samenraapsel van allerlei uiteenlopende tradities, die soms eeuwen terug gaan, tot heidense tijden. Het was toen de gewoonte om gezichten zwart te maken rond de jaarwisseling, aldus Arnold-Jan Scheer in de Volkskrant van 15 oktober 2018.

Traditie, dat is ook waar de voorstanders van Zwarte Piet zich op beroepen. Het is traditie dat Zwarte Piet zwart is, dat is altijd zo geweest. Dus moet het ook zo blijven, vinden ze.

Het is niet altijd zo geweest, het is zo gegroeid. Ook al is iets traditie, dat wil niet per se zeggen dat het zo moet blijven. Ooit waren zogenoemde kwelspelen als ganstrekken, palingtrekken en katknuppelen een populaire traditie. Zonder verdere uitleg zult u wel een idee hebben wat deze spellen inhielden, en waarom ze niet voorgezet zouden moeten worden, of nieuw leven ingeblazen.

Of Zwarte Piet zwart is, met of zonder roetveeg of pimpelpaars met witte stippen, het maakt niet uit. Iedereen heeft een mening, en mag die ook uiten. Hoe onzinnig die mening ook mag zijn, we leven immers in een vrij land.

Let’s agree to disagree. Ieder zijn mening, met respect voor de ander. Zo luid mogelijk jóúw mening uitschreeuwen, zonder te luisteren naar de ander, dat is geen discussie. Het begint meer op een burgeroorlog te lijken, zoals Saskia Noort constateert.

Als ik terug denk aan mijn jeugd, herinner ik me vooral mijn vol verwachting kloppende hartje. Wat mij bezig hield, is wat voor cadeaus en met name hoeveel de Sint mee zou brengen.

Wat mij niet bezighield, was hoe Sint en Piet het voor elkaar kregen onze schoenen te vullen, bij gebrek aan een schoorsteen. Het viel niet op dat mijn vader ineens verdwenen was, vlak voordat er hard geklopt, zacht geklopt werd op de voordeur, waar als bij magie een wasmand vol met cadeaus stond. Dat mijn vader even daarna weer verscheen, viel evenmin op.

Laat staan dat ik me interesseerde welke kleur Piet had. Of waarom hij zwart was, of waarom de Goedheiligman per (stoom)boot kwam, hoewel er ook toen al een goede vliegverbinding was tussen Nederland en Spanje.

De gretigheid om cadeaus te krijgen, de glunderende kindergezichtjes als ze de cadeaus uitpakken, dat is waar het nog steeds om gaat. Hebzucht, inhaligheid, onbegrensd consumerisme. Zo was het toen, zo is het nu nog.

Sinterklaas, wie kent hem niet? De grote kindervriend, beschermheilige van kinderen, kooplieden en gevangenen (onder meer). De grote verleider, die ons aanspoort om vooral méér te consumeren, meer en duurdere cadeaus te kopen. En natuurlijk Zwarte Piet.

Grijze wolken

gray-clouds-718177_1920
Bron: pixabay.com

Er zijn van die dagen dat als je niet zo weten welk seizoen het is, je gemakkelijk zou kunnen denken dat het herfst is. Of zelfs winter. In de herfst kan het ook zonnig zijn, zelfs (relatief) warm. Maar niet vandaag.

Grijze wolken hangen als een zware deken over ons heen. De hele dag valt de regen, zachtjes maar gestaag. Onophoudelijk en niet te stuiten daalt de regen op ons neer. Niet met bakken tegelijk, de hemelsluizen staan slechts op een kiertje. Als je maar lang genoeg in deze regen loopt wordt je toch wel nat. En koud!

Een paraplu biedt enig soelaas, zolang de wind er geen vat op krijgt. Als die wind nou maar de grijze wolken zou verdrijven, een smal, dun zonnestraaltje dat door de wolken heen prikt en zachtjes het landschap kust zou wel erg welkom zijn.

Helaas, de wind voert alleen maar nieuwe wolken aan, de een nog grijzer en dikker dan de ander. Soms kun je nog enige vorm herkennen in de wolken, maar nu is het één dikke, grijze en ondoordringbare massa. De bomen zijn al aardig kaal, ze strekken hun takken uit naar de hemel. Net als wij verlangen zij naar de zon, naar een beetje warmte. En droogte.

Mensen schuilen onder hun paraplu’s. Ze wagen zich alleen buiten op een dag als deze als het echt moet, boodschappen doen, naar het werk of de hond uitlaten. Die arme beestjes hebben het zwaar, geen paraplu om hun droog te houden en met al die regen valt er weinig te snuffelen. In de auto zit je tenminste nog droog, maar op de fiets zijn de mensen onherkenbaar, weggedoken in regenpakken. Dan moet je wel echt een bikkel zijn, om toch door wind en regen op de fiets te gaan.

Op perrons en bij bushaltes zie je de mensen wegduiken, hopend een plekje te vinden waar het droog blijft. Zolang er geen wind is, of die de andere kant opwaait, lukt dat wel. Maar dan komt er een natte vlaag, die je nog onder het dak van het perron of de bushalte weet te vinden. Met een feilloze doeltreffendheid waar menig bloedhond jaloers op zou kunnen worden.

Alles in ons schreeuwt om een eind aan die eindeloze regen, een beetje zon. Hopend dat de zon spoedig weer terugkeert, vrezend dat ze dat niet zal doen.

Klagen over het weer doen we allemaal, hoe weinig het ook uitmaakt. Het lucht in elk geval op!

Enfin, morgen beter hopen we dan maar. Ik durf even niet naar de weersvoorspelling te kijken.

 

Foute opmerking

Het is een gênant moment. Een compleet foute opmerking, bijna #MeToo waardig. Het is eruit voor ik er erg in had. De dame tegen wie ik het zeg, doet gelukkig alsof haar neus bloedt. Het lijkt alsof ik er mee wegkom!

Het gekke is, ik ben helemaal niet zo van ‘grab ‘m by the pussy’. Integendeel! Ik heb groot respect voor vrouwen, al voor dat het mode werd.

Ik ben ook weer niet vies van dubbelzinnige opmerkingen, a dirty mind is tenslotte a joy forever. Al geldt hetzelfde als voor alcohol: met mate.

Nietsvermoedend loop ik de Blokker binnen, op zoek naar kersverlichting die in de aanbieding is. Twee schappen met een identieke omschrijving, de ene leeg, de andere niet. Ik kijk om me heen, op zoek naar een personeelslid dat me uit de brand kan helpen. Welke is de goede?

Niemand te zien, natuurlijk. Achter de kassa staat een leuke jongedame, niet dat ik daar op let. Ahem. Enfin, dan maar naar de kassa. Ik neem twee dozen kerstverlichting mee, in de hoop dat dit de goede zijn. Ondanks de duidelijke instructies die ik van thuis heb meegekregen, heerst er nog enige twijfel. Vooral gevoed door het gegeven dat ik niet nóg eens naar de Blokker wil.

Er staan twee wachtenden voor me. Ik bereid me mentaal voor op een lange wachttijd, als ik in een winkel in de rij ga staan, is het steevast de verkeerde. Als het gaat om de rij die het snelst gaat, moet je niet in de rij gaan staan waar ik sta.

Voor ik het weet, is de dame die vooraan staat al klaar, de spullen in haar tas gepakt. De dame achter haar zegt quasi-verontschuldigend: ‘Ik hoor bij haar!’ Alsof ik dat erg zou vinden. Ik schuif naar voren en vraag wat het verschil is tussen de twee producten met dezelfde omschrijving, waarvan het ene schap dus leeg is. ‘Ik weet niet’, zegt de kassajuffrouw, ‘Misschien dat de ene met kleurtjes is? Deze zijn wit’. Opgelucht haal ik adem, ik heb de goede lichtjes uitgekozen.

Nu komt het. Mijn moment van schaamte. Ik had het hierbij kunnen laten. Ik had kunnen zeggen: ‘Dank je wel’, daarna afrekenen en wegwezen. Maar nee, wat bedenkt mijn Neanderthalerbrein? Welke briljante opmerking komt er over mijn lippen? ‘Ik zal hem even te voorschijn halen’, doelend op mijn bankpasje.

Ik hoor het mezelf zeggen, realiseer me meteen hoe fout het is. Enigszins bevreesd kijk ik naar de kassajuffrouw, die doet alsof ze niets gehoord heeft. Geen loeiende sirenes, geen politie die me meteen in de boeien sluit. Geen #MeToo schandaal.

Voortaan zal ik twee keer nadenken, voordat ik mijn mond open doe. Voorkomen is beter dan een foute opmerking!

Vreemdgaan

Foto: Pixabay.com
Foto: Pixabay.com

Ik ben er niet trots op. Schamen doe ik me evenmin. Ik durf het gewoon te schrijven: ik ben vreemd gegaan!

De gelegenheid kondigde zich ruim van te voren aan. Een tijd lang stond ik in dubio. Zal ik het doen, of toch maar niet? Heen en weer werd ik geslingerd, tussen verleiding en verstand. Stemmetjes in mijn hoofd, die zeiden: ‘Doe het! Ga er voor! Dit is je kans!’ andere stemmetjes die het tegenovergestelde zeiden: ‘Het is het niet waard! Waarom zou je?’

Op het laatste moment hakte ik de knoop door. Met gemengde gevoelens stap ik in de auto. Ver rijden is het niet, gelukkig. Er is te weinig tijd om van gedachten te veranderen.

Dat blijkt een illusie: met klamme handen pak ik de deurklink vast. Bijna glijdt die uit mijn handen! Met de nodige moeite en doorzettingsvermogen lukt het.

Een beetje bedeesd stap ik naar binnen, het is altijd even de weg vinden als je ergens voor het eerst komt. Al gauw zie ik degene zie ik zoek, die me wijst waar ik moet zijn.

Vóór ik het in de gaten heb, ben ik flink bezig, met een wildvreemde nog wel. We zijn niet alleen, niemand slaat acht op ons. Niemand kijkt zelfs maar op, daarvoor zijn ze zelf ook te druk bezig. De ruimte vult zich met kreten van enthousiasme, of teleurstelling. En zelfs een enkele kreun.

We doen zelfs verschillende rondjes, iedere keer stel ik me netjes voor. Ik ben goed opgevoed, tenslotte. Eerst kijk ik de kat uit de boom, al snel laat ik me gelden. Het is wonderlijk, al heb ik jarenlange ervaring en ben ik bepaald geen beginneling, ik zie veel nieuwe ‘moves’. Zo zie je maar, je bent nooit te oud om te leren!

Ik gooi alle schroom van me af, ik ga he-le-maal los! Ik ken mezelf niet meer terug, zo gereserveerd en bedeesd als ik normaal gesproken ben, zo losjes en soepel ben ik nu.

Tussen de rondjes door blazen we even uit, drinken wat. Tot mijn verbazing meng ik me in de gesprekken, ook iets wat ik niet snel doe.

Als het even niet lukt, wordt dat met de mantel der liefde bedekt. Iedereen maakt fouten. Het is een heerlijke avond, die veel te snel tot een eind komt.

Hoe vreemd het ook voelde voor het begon, zo goed voelt het nu. Als ik onder de douche sta, spoel ik alleen het onvermijdelijke zweet af, geen schaamte of teleurstelling.

Blij rij ik naar huis. ‘Hoe was het?’ vraagt mijn vrouw als ik binnenkom. Ik had het haar verteld, ze had geen bezwaar. ‘Leuk, gezellig!’ zeg ik, een ware spraakwaterval als altijd. ‘Voor herhaling vatbaar!’ voeg ik er aan toe.

Het voelde een beetje als vreemdgaan, vooraf. Achteraf ben ik blij dat ik gegaan ben! Het is best leuk, zo’n uitwisselingsavond met de badmintonclub.

Foto: Pixabay.com
Foto: Pixabay.com
Spring naar toolbar