Herfstsymfonie

 

Herfst, het is mijn op een na meest favoriete seizoen. Een seizoen dat veel mensen associëren met gure wind, gelardeerd met regenvlagen. Natte, grijze dagen die steeds korter worden. De duisternis wint aan terrein, om dat ver in het nieuwe jaar pas weer prijs te geven. De winter klopt steeds nadrukkelijker op de deur, het verval is onmiskenbaar. Het leven trekt zich langzaam terug, maakt pas op de plaats, om pas volgend voorjaar weer wakker te worden.

De herfst is ook een symfonie van kleuren, van goudgeel tot dieprood, en van geuren, van een verse regenbui en van rottende bladeren. Het is het seizoen van een laaghangende zon, die een vaalgele gloed legt over alles waar ze op schijnt. Het is het seizoen van de paddenstoelen, die eerst voorzichtig, bijna schuchter, hun kopje boven de grond uitsteken, bijna onzichtbaar. Om vervolgens in volle glorie tevoorschijn te komen, in alle verscheidenheid. Rood met witte stippen, eerst in bolvorm, dan een platte schijf, om te eindigen als een soort kommetje. Een zwembad voor de kabouter die in de paddenstoel woont, zou je kunnen denken.

Er zijn dagen dat de zon volop schijnt, dat het bijna net zo warm is als in de zomer. Dagen waarop de zon de verkleurende bladeren belicht, welhaast streelt, teder en zacht. Een laatste beetje warmte, voordat ze los moeten laten. Dagen dat je zou kunnen denken dat de winter er niet aan zal komen, dat we de winter dit jaar maar overslaan. Ware het niet dat er ook dagen zijn dat de wind de straten geselt, de bladeren die nog niet gevallen zijn van de takken rukt, om die samen met de andere bladeren voor zich uit te jagen.

Zelfs op dit soort dagen, waarop de zon zich niet laat zien, is de lucht niet egaal grijs. Als je goed kijkt, kun je vele tinten grijs zien, misschien wel 50. Het is niet één gesloten, grijze muur. De wolken zijn soms dicht opeengepakt, dan weer zijn de verschillende wolken goed herkenbaar. De regen maakt van de gevallen bladeren een plakkerige, gladde massa, een ware uitdaging voor voetgangers en fietsers. Tot de bezemwagens in actie komen en de bladeren opruimen, als het droog is.

Al worden de dagen korter, dat betekent ook dat de nachten langer worden, zeker in Brabant. Als we Guus mogen geloven, tenminste.

Ik kan er eindeloos van genieten, van de herftsymfonie, vol geuren en kleuren.

Afbeelding van Valiphotos via Pixabay

Jan Burgers

Foto: Familie Jan Burgers

Ik kan niet zeggen dat ik hem goed kende, Jan Burgers. Af en toe kwam ik hem tegen, in de tijd dat ik als correspondent verslag deed van een evenement of bijeenkomst. Zoals de presentatie van de jaarcijfers van de voormalige boerenleenbank. Jan was niet onder de indruk van het mooi-weer praatje van de bankdirectrice, hij wilde het naadje van de kous weten. Eigenzinnig, wars van mooipraterij en recht-door-zee. Dat was mijn indruk. Afgelopen week overleed Jan, na een lang ziekbed.

Je was een fan, of je kon Jan wel schieten. Als ik naar mezelf kijk, is er nog een tussenweg. Een mengeling van respect, bewondering en verwondering. Respect en bewondering voor de vakman, voor de goede schrijver die Jan was. Respect en bewondering voor zijn doorzettingsvermogen, ondanks zijn ziekte ging hij door, tot het echt niet meer kon. Respect en bewondering voor zijn visie, waar hij aan vasthield, wat iedereen er ook van vond. Verwondering was er ook, over de keren dat hij over de schreef ging, bijvoorbeeld met de cartoons die de voorpagina van zijn weekblad sierden. Voor sommigen een bron van vermaak, voor anderen een bron van ergernis.

Je kan veel zeggen over Jan Burgers, een kleurloze man was hij zeker niet. Geen man van grijstinten, maar van zwart of wit. Een man met een visie, die van zijn weekblad een ‘spraakmakende actiekrant’ maakte, zoals het ED het omschreef. Een man die diep groef in dossiers, om precies te weten te komen hoe iets in elkaar zat, een man die vaak gelijk had. Een man die vanuit zijn sociale betrokkenheid handelde, en die ons dorp kleur gaf.

Mensen met visie, ik kan er met bewondering naar kijken. De zelfovertuiging, de drive die ze hebben, het stelt hen in staat dingen voor elkaar te krijgen. Zoals alle voordelen heeft ook deze een nadeel: iemand met visie heeft blinde vlekken. Wat buiten hun belevingswereld of visie valt, zien of horen ze niet. Als je meer van het compromis bent en van de redelijkheid, zie je dat soort zaken wel. Maar dan heb je niet de visie of drive om zaken voor elkaar te krijgen.

De relatie van Jan met onze burgemeester is daar een goed voorbeeld van. Dat beide heren elkaar niet lagen, moge duidelijk zijn. Dat Jan daardoor niet altijd even objectief was jegens Hans Gaillard evenzeer.

Een kleurrijk mens is niet meer. Son en Breugel zullen nooit meer hetzelfde zijn.

Rust in vrede, Jan.

De kogel door de kerk

Afbeelding van Pexels via Pixabay

Zou het dan eindelijk zover zijn? Zou er dan eindelijk duidelijkheid komen omtrent de toekomst van de Sint-Petrusbandenkerk? Woensdag 23 oktober weten we in elk geval meer, dan mogen een vijftal architectenbureaus hun ontwerp presenteren in het Vestzaktheater. Een stief kwartiertje krijgen ze, geen Brabants, niet meer. Al hebben ze nog wel een kraampje waar bezoekers informatie in kunnen winnen. Komt dat zien!

Het is een zaak die al jaren speelt. De Sint-Petrusbandenkerk was te groot en te duur om als kerk te blijven gebruiken. In goed overleg hadden parochie en het vorige gemeentebestuur een oplossing gevonden: de kerk zou tegen de vlakte gaan, een nieuw ‘dorpshuis’ zou verrijzen en achter de toren kwam een nieuwe kerk, op de plaats van de originele. Het leek een goed plan, het scheelde ook maar een vleermuis, of het was daadwerkelijk zo gegaan.

Er was veel verzet tegen dit plan, veel mensen wilden het gebouw graag behouden zien. Bij de afgelopen gemeenteraadsverkiezingen kreeg de coalitie de rekening gepresenteerd, de nieuwe coalitie riep meteen dat het kerkgebouw gered was. Om het vervolgens maanden leeg te laten staan, afgezet met hekken. Een onderzoek werd nog gepleegd om te kijken of überhaupt iets mee gedaan kon worden met het kerkgebouw. Dat kostte een paar centen, beduidend minder dan de aankoop van de kerk zelf. Tot zover het resultaat van de dadendrang van de nieuwe coalitie.

Nu zit er eindelijk schot in, nu kunnen we zien wat voor schitterende ontwerpen de deelnemende bureaus gemaakt hebben. Iedereen is welkom, iedereen mag zijn mening geven. Maar de gemeenteraad beslist, al zullen de aanwezige raadsleden zeker hun oor te luister leggen bij de bezoekers. De raadsleden zullen de vijf ontwerpen in de volgorde van hun voorkeur leggen, duurzaamheid moet daarbij voor bijna een kwart meetellen. De prijs komt in deze fase niet aan de orde.

Dan zijn we er nog niet. De winnaar van deze aanbestedingsprocedure moet afwachten of de tweede ronde ook overleefd wordt. Daarin wordt wél gekeken naar de prijs, evenals naar hoe het zit met de exploitatie en de duurzaamheid. Pas dan beslist de raad of het plan al dan niet doorgaat.

Het zal dus nog wel even duren voordat de kogel echt door de kerk is. In figuurlijke zin dan, al zou de oppositie er geen bezwaar tegen hebben als er echt een (sloop)kogel door de kerk zou gaan.

Obstakels

Afbeelding van Valiphotos via Pixabay

Het is een kleine oversteekplaats voor fietsers, op een plek waar de Boslaan haar naam eer aan doet. De oversteekplaats is bijna niet te zien, zeker niet voor de langs snellende auto’s, die verrast kunnen worden door plots overstekende fietsers. Daarom zijn obstakels geplaatst zijn, in de vorm van geschakeerde hekjes, felgeel gekleurd.

Ik weet niet of er in het verleden ongelukken gebeurd zijn, voordat de hekken geplaatst werden. Het zou zomaar kunnen, zo onoverzichtelijk is het. Zeker als je even afgeleid bent, als fietser of als automobilist. Met alle prikkels om ons heen is dat bepaald niet ondenkbaar. Eén moment van onoplettendheid kan zomaar grote gevolgen hebben. Elk leven dat zo verloren gaat, of onherstelbaar verwoest wordt, is er één te veel.

Hoe vervelend ik het ook vind om tussen de hekken door te moeten laveren, ik begrijp hun functie wel. Liever dat dan een ongeluk. Dat ik niet de enige ben die de hekken vervelend vindt, is wel duidelijk. Er loopt nog steeds een breed spoor, uitgesleten in het groene strookje tussen de hekken en het bos. Langs deze weg ontweek menigeen het obstakel, dat daarmee zijn veiligheidsfunctie verloor. Daarom werd een slagboom geplaatst om de groenstrook de blokkeren, wat niet afdoende bleek te zijn. Regelmatig zag ik dat de slagboom openstond zo konden de gemakzoekers er weer langs.

Zo ontstond een soort kat-en-muisspel, met aan de ene kant de gemakzoekers, die telkens de boom openzetten, en aan de andere kant de gemeente, die de boom weer terugplaatste. Met een dik slot erop, dat niet echt hielp. Open, dicht, open, dicht, weer open en weer dicht. Een spel zonder einde, een spel ook zonder winnaar. Totdat de gemeente dezelfde felgeel gekeurde hekken plaatste over de groenstrook, parallel aan de originele hekken. Nu kan niemand meer om dit obstakel heen.

Het is menselijk om de kortste weg te willen kiezen, de weg van de minste weerstand. Overal zie je nieuwe paden ontstaan, waar groen bedoeld is. Omdat het korter is, men geen zin heeft om te lopen, omdat men obstakels liever omzeilt. Als je obstakels omzeilt, blijven ze gewoon bestaan. Pas als je ze overwint, verdwijnen ze. Dat geldt niet voor alle obstakels, die aan de Boslaan blijft gewoon waar hij is. Felgeel gekleurd, om ons te waarschuwen voor dreigend gevaar.

Op een gegeven moment kun je de obstakels niet meer vermijden. Dan moet je er wel overheen, of er tussendoor.

Rocketman

Afbeelding van Ponciano via Pixabay

‘If you believe they put a man on the moon’ zingt Michael Stipe, als wij het openluchttheater in Mariahout betreden. Even later klinkt ‘Rocketman’ door de luidsprekers. Het theater is nog leeg, het is nog vroeg. De voorstelling begint pas over ruim een half uur, een man kijkt vanachter de coulissen of het al een beetje volloopt. Nog niet. ‘Blue Moon’ klinkt toepasselijk op de achtergrond, ik begin een thema te bespeuren.

Op zelf meegebrachte kussentjes vleien de mensen zich neer, sommigen slaan al een dekentje om zich heen. Het koelt snel af op een prachtige nazomeravond als deze, de avond dat André ‘Rocketman’ Kuipers een lezing geeft over de landing op de maan. De ruimte fascineert ons mensen. Misschien wel omdat we zo aan de aarde gebonden zijn, slechts luttele uren zweven we boven de aarde, om blij en enigszins opgelucht uit het vliegtuig te stappen.

Een enkeling is verder gegaan, zoals André. Vol vuur vertelt André over de race naar de maan, waar de Sovjetunie aanvankelijk voorlag, met de eerste satelliet (Spoetnik), het eerste levende wezen (het hondje Laika) én de eerste mens in de ruimte (Joeri Gagarin). John F. Kennedy, toenmalig president van de VS, kon dat niet over zijn kant laten gaan. En dus zette op 20 juli 1969 Neil Armstrong als eerste mens voet op de maan.

Het is een fascinerend verhaal, op boeiende wijze verteld door André, begeleid door prachtige opnames en de klassieke tonen van het orkest Kamerata Zuid. Het is een wonderlijke combinatie, klassieke muziek en beelden van de ruimtevaart. Het is een schijnbare tegenstelling tussen oud en nieuw, al is klassieke muziek nog steeds actueel en zijn de beelden van de maanlanding vijftig jaar oud.

Het is een verhaal van gruwelen, zoals over de bemanning van Apollo I die levend verbrandden, en wonderen, zoals de gigantische installatie die de raket van de productiehal naar het lanceringsplatform vervoerde. 400.000 mensen werkten acht jaar lang, om drie mensen naar de maan te brengen, waarvan één niet eens op de maan mocht lopen. Na tweeëneenhalf uur waren ze alweer weg, terug naar de aarde.

Begin jaren ’70 stopte het ruimteproject, vanwege de Vietnamoorlog, die ook veel geld kostte. En nog veel meer mensenlevens. André hoopt dat er binnenkort weer mensen lopen op de maan. Wie weet wat de droom van Rocketman Kuipers ons nog op zal leveren.

Spel van licht en water

Afbeelding van wuny via Pixabay

Het is heerlijk wakker worden, zonder wekker. Zo af en toe word ik even wakker, zonder mijn ogen te openen. Ik bevind me op de grens van slaap en wakker, ik kan nog terug. Als ik mijn ogen open ben ik écht wakker, dan kan ik niet zomaar terug. Het voelt nog vroeg, ik durf niet op de klok te kijken. Dan moet ik mijn ogen dus openen, met alle risico’s van dien. Loom draai ik me nog eens om, al snel ben ik weer in dromenland. Tot het moment dat ik genoeg geslapen heb, althans wat deze nacht betreft.

’s Zomers laten we graag de gordijnen open, om naar buiten te kunnen kijken. Als het donker is, zien we misschien de sterren, voor zover de lichtvervuiling het toelaat. Als het regent, zien we de regen tegen het raam kletteren terwijl wij nog eens extra onder de dekens kruipen. Mijn favoriet zijn zonnige zomerse zondagochtenden, met  een zon die vrolijk schijnt tegen een hemelsblauwe achtergrond, versierd met veegjes wit.

Achter ons huizenblok staan garages, als het geregend heeft, ligt er vaak een laag water op het dak. Als de zon erop schijnt, zien we een spel van licht en water op het plafond van onze slaapkamer, ’s ochtends vroeg. Als we ervan willen genieten, moeten we snel zijn, voordat de zon alweer zo gedraaid is, dat het spel voorbij is.

Gefascineerd sla ik het schouwspel gade. Schaduwen kringelen zich in speelse patronen op het plafond. De wind duwt de schaduwen zachtjes de andere kant op. Als de wind even gaat liggen, ontstaan er telkens kringen, die steeds groter worden, tot ze opgaan in grotere kringen. Het is alsof een onzichtbaar steentje midden in de poel gegooid wordt, telkens weer, in een oneindige patroon.

De schaduwen dansen over het plafond. Ze beginnen aan de andere kant, tegen de naastgelegen kamer aan, het verst van het raam vandaan. Naarmate de zon draait, komen ze dichter en dichter bij het raam, tot ze compleet verdwijnen. Het spel is uit, de dansende schaduwen zijn weer verdwenen, tot de volgende keer.

Het is tijd om op te staan en te gaan ontbijten. De dag begint, een heerlijke rustige zondag, met ’s middags nog een wandeling, misschien wel langs een ‘echte’ poel. Het spel van licht en schaduw speelt zich nog steeds af in mijn hoofd.

Ik kan niet wachten tot de volgende keer. Misschien morgen weer.

Remember September

Afbeelding van Michael Gaida via Pixabay

Als je bij Son op de A50 rijdt, kan je hem bijna niet missen. Boven de weg toornt hij uit, een replica van een Dakota DC-3, ontworpen door Martien Leenders. Een bedankje namens de inwoners van Son en Breugel aan de bevrijders. Dit jaar is het 75 jaar geleden dat ze uit de lucht kwamen dwarrelen, een onzeker lot tegemoet. De overwinning, of een bitter einde, uit de loop van een Duits geweer.

Al vele jaren stonden er kunstwerken in de vorm van parachutes langs het Dutmellapad, aan de kant van Sonniuswijk. Nu staan ze overal in de Nieuwstraat, ter nagedachtenis. Het is lang geleden, mensen die de oorlog van nabij hebben meegemaakt zijn er steeds minder. De herinnering mogen we niet laten vervagen, wie de geschiedenis vergeet is gedoemd haar te herhalen.

Oorlog is een vreselijk fenomeen, veelal om onzinnige redenen worden conflicten met geweld beslecht. Om grondgebied, grondstoffen, andere rijkdommen of voor de ‘eer’, een goede reden voor het gebruik van geweld is er niet. De Tweede Wereldoorlog, die werd gevochten tegen de rassenwaanzin en megalomanie van de Nazi’s (en de Japanners), is zeker een uitzondering. Een oorlog die de geallieerden niet wilden, een oorlog die niet te voorkomen was.

Hoe moet het geweest zijn voor de helden die in het donker uit de Dakota’s sprongen, om de vrijheid voor ons te bevechten? In de hoop de brug bij Arnhem te bereiken, in het kader van ‘Operation market Garden’, het ambitieuze plan van maarschalk Montgomery om de oorlog met enkele maanden te bekorten. Dat lukte niet, al werd het zuiden van ons land wel bevrijd. De rest volgde in de maanden daarna, tot op 5 mei heel Nederland bevrijd was en de Duitsers zich overgaven.

75 jaar vrijheid, het is iets om dankbaar voor te zijn. 75 jaar mogen we onze leiders kiezen, mogen we zeggen wat we willen en gaan en staan waar we willen. Dankzij de helden die uit de lucht kwamen vallen, of over de weg naar ons toekwamen. Vele helden hebben hun leven geofferd voor onze vrijheid, hun namen kunnen we lezen op herdenkingsmonumenten die her en der langs de route naar Arnhem staan.

Het is een mooie aanleiding voor een feest. De beste manier om deze helden te herdenken is dankbaar gebruik te maken van de vrijheid die zij ons schonken. Door niet alleen zelf vrijheid te nemen, door anderen óók die vrijheid te gunnen.

Een killerbody in 30 dagen

Bron: Pixabay.com

Het was een advertentie op Gezichtsboek, u weet wel, die altruïstische website die al vele jaren ons aller gegevens verzamelt en beschermt.

Mijn blik viel eerst op de foto. Drie mannen, in sportieve kleding, met wat naar in aanneem afgetrainde lichamen moesten voorstellen. Hun wijsvingers (van beide handen!) wezen enthousiast naar de banner onder de foto, een grote tandpastaglimlach sierde hun lippen. ‘Voor mannen uit Eindhoven e.o.’. Son ligt onder de rook van Eindhoven. Of erboven, beter gezegd.

De eigenlijke boodschap, waarvoor de heren zo wervend op de foto gingen, stond boven: ‘Killerbody in 30 dagen’, geflankeerd door twee losse armen in spierballenpose. Een intrigerende boodschap. Hebben mannen buiten Eindhoven e.o. dan geen behoefte aan een killerbody? Of hebben ze die allemaal al? Klinkt gevaarlijk, zo’n killerbody. Voor je het weet, zit je naast Frank Masmeijer.

Het was een buitenkans. Nog maar zes plaatsen, voor mannen tussen 45-55 jaar die ‘30 dagen de Uitdaging aan willen gaan’. Uitdaging met een hoofdletter nog wel. Ik ben niet vies van een uitdaging, binnen 30 dagen van een uitgezakt, wel doorvoed middelbaar lichaam naar een killerbody, dat is erg snel. Het wekte mijn nieuwsgierigheid. Wat is precies een killerbody, en waarom zou ik er een moeten willen?

Misschien dat een kijkje op de betreffende website uitkomst zou bieden. Aanmelden kon nog 5 dagen, 3 uur, 31 minuten en 33 seconden. Terwijl de seconden verder wegtikken, keek ik wat ik verder te weten kon komen. Het ging om een ‘challenge’, een programma van 30 dagen met een persoonlijk maaltijden plan én een persoonlijke coach. Wauw!

Onderaan stonden twee aanbevelingen, van Marcel (41 jaar) en Pierre (37 jaar). Een andere leeftijdscategorie, een kniesoor die daar op let. Ze waren dankbaar voor het programma, dat de discipline opleverde die ze zelf blijkbaar niet op konden brengen. De kilo’s vlogen eraf! Wat de voordelen (en nadelen) van een killerbody zijn, en hoe je ervoor kunt zorgen dat je dat goddelijke lichaam in stand houdt ná die 30 dagen, dat stond er niet bij. Mijn vragen bleven onbeantwoord, mijn nieuwsgierigheid onbevredigd, mijn twijfel niet weggenomen.

Een weekje later zag ik, óók op Gezichtsboek, een andere, minstens zo intrigerende advertentie. Voor ManShape, een soort korset voor mannen om het buikje te verbergen. Dat lijkt me een makkelijkere oplossing.

Een killerbody in 30 dagen, het klinkt te mooi om waar te zijn. Meestal is het dan ook zo.

Mo in the flow

Bron: Pixabay.com

Wie heeft hem niet zien dansen op het voetbalveld, als ware het een groene dansvloer? Mo Ihattaren, er wordt nu al om hem gevochten, door de bondscoaches van Nederland en Marokko. Een luxe probleem voor een voetballer, die nog geen 18 is. En die net aan het doorbreken is. Twee goals maakte hij de afgelopen week, één in Almelotegen Heracles, op een verdwaalde zondagavond terwijl de aandacht van voetbalfans al op de komende werkweek gericht was. En één tegen Apollon uit Limassol, een wedstrijd van levensbelang om toch nog wat euro’s bij elkaar te kunnen schrapen in de Keukenkampioendivisie van Europa. Je moet toch wat, als club.

Een ster in wording, die in de toekomst nog veel sterker zal gaan schijnen. Daar kunnen we op wachten. Als hij aan de bal komt, gebéúrt er wat. Als hij aanzet voor een dribbel, tussen drie of vier tegenstanders door, hou je je hart vast. Balverlies lijkt onvermijdelijk. Maar nee hoor, hij komt er langs. Als in een flits, als je even met je ogen knippert, is hij al weg.

Hoe lang hij nog bij PSV blijft, is een goede vraag. Wat goed is, komt snel. Een basisplaats ligt voor het grijpen, dan is de vraag hoe lang het duurt voor de topclubs uit Europa op de deur zullen kloppen van John de Jong. Haast lijkt hij niet te hebben, ook niet als het gaat om de keuze voor welk nationaal elftal hij uit wil komen.

Ik hoop dat hij voor Oranje kiest. Ik hoop dat hij ons aan nieuwe successen zal helpen, na een donkere periode vol afwezigheid op grote toernooien zijn we net weer op de goede weg. Hulp is daarbij van harte welkom!

Het valt op dat veel Marokkaanse voetballers liever een leeuw van de Atlas zijn dan een Oranje leeuw. Het zegt iets over hoezeer menig Marrokkaan zich verbonden voelt met het land waar hij vandaan komt, ook al is hij er niet geboren en kent hij het alleen van vakanties. Daarom kun je je nog wel Marrokkaan voelen. Het kan zijn dat Mo niet zelf de keuze kan maken, als er grote druk wordt uitgeoefend op hem vanuit zijn omgeving. Ik hoop dat Mo zijn hart volgt, ook al leidt hem dat naar Marokko.

Het maakt ook niet uit. Het maakt niet uit hoelang Mo nog in de Eredivisie speelt, het maakt niet uit of hij zich in het oranje hijst, of het rood en groen van Marokko. Waar hij ook gaat, in welk shirt hij ook speelt, de liefhebber zal altijd van hem kunnen genieten. Zoals we ook kunnen genieten van Messi of Christiano Ronaldo.

Zolang Mo in the flow blijft, blijf ik met ingehouden adem watertandend kijken. Go Mo!

Reken er maar niet op

Afbeelding van Dean Moriarty via Pixabay

Er is een groot gebrek aan leerkrachten, is mij verteld. Het is een waar probleem, dat nog verergerd wordt doordat wannabe leerkrachten de rekentoets niet halen. Onlangs las ik het verhaal van Charlotte, die haar droom om juf te worden op moest geven nadat ze niet slaagde.

Zo gaan er ongetwijfeld veel meer potentieel goede leerkrachten verloren. De reden dat de rekentoets werd ingevoerd, is omdat men er een jaar of tien geleden achter kwam dat de rekenvaardigheid van Nederlandse achteruitging. Dat kwam doordat de leerkrachten zelf niet goed konden rekenen.

Dat je niet iemand rekenen kunt leren als je het zelf ook niet kan, dat kan ik nog volgen. Of het invoeren van een reken- of andersoortige toets het antwoord is, als falen betekent dat je de opleiding niet mag volgen, is voor mij niet te volgen. Het is zoiets als het kind weggooien met het badwater, wie weet hoeveel goede potentiele leerkrachten afvallen door het falen voor zo’n toets, of niet eens beginnen aan de opleiding? Een aantoonbare verbetering van de kwaliteit van de leerkrachten is in elk geval niet te zien, aldus de experts.

Is het inderdaad een vereiste dat leerkrachten per se goed kunnen rekenen? Of goed zijn in taal, geschiedenis of exacte wetenschappen? Een pluspunt is het sowieso, goed les kunnen geven is een vak apart. De leraren die mij het best zijn bijgebleven, waren boeiende vertellers, niet noodzakelijkerwijs experts op hun vakgebied.

Kinderen die slecht kunnen rekenen, ook al zou de kwaliteit van het onderwijs wel verbeterd zijn, moeten die het zelf maar uitzoeken? We leven in een wegwerpmaatschappij, als de asbakken vol zijn, kopen we al een nieuwe auto, bij wijze van spreken. Misschien niet het beste voorbeeld, gezien het feit dat roken steeds minder geaccepteerd wordt, maar toch.

In plaats van leerlingen die falen voor de rekentoets weg te sturen, zouden we beter kunnen kijken op wat voor manier ze wel als leerkracht ingezet zouden kunnen worden. In plaats van te kijken naar wat iemand niet kan, kunnen we beter kijken naar wat hij of zij wél kan.

De wereld is vol van misfits, die op de een of andere manier niet aan opleidingsnormen voldeden, maar toch slaagden. Juist omdat ze ‘out of the box’ denken. Zoals Albert Einstein, geen van zijn leraren had ooit gedacht dat hij een genie zou blijken te zijn.

Reken er maar niet op, dat het spoedig zal veranderen.

Spring naar toolbar