Bel-me-wel-register

Bron: Pixabay.com

Het vreemde, doordringende geluid drong maar langzaam tot me door. Het was mijn mobiel dat rinkelde. Gek, ik gebruik hem nauwelijks nog om te bellen. Een onbekend nummer, zag ik op de display. Na een eerste ergernis voelde ik blijdschap, dat iemand de moeite nam om mij te bellen. Mij! Nieuwsgierig nam ik op.  Of het uitkwam dat hij belde, vroeg de onbekende. ‘Natuurlijk!’ antwoordde ik. Het bleek een verkooppraatje, dat al snel ten einde kwam, toen bleek dat ik niet ging kopen.

Ik moet bekennen: stiekem vind ik het wel fijn dat ze me bellen. Gewoon, omdat ik dan weet dat ze even aan me denken. Dat ze het fijn vinden dat ik klant ben, bij hun bedrijf! Het gaat echt niet om het geld, ze missen me écht! Dat voel je gewoon, dat hoor ik in de stem van de jongen of het meisje aan de andere kant van de lijn. Ze zeggen het niet, ze houden het zakelijk. Dat het doel zo goed is, dat mijn bijdrage zo belangrijk is. Of dat het product wat ze verkopen zo goed is, dat het bijna onmisbaar is. Een hoorbare snik, even een trilling in de stem, het is duidelijk. Het gaat om mij! Daarom is het zo jammer, dat aan het eind van een fijn gesprek je doorverwezen wordt naar het Bel-me-niet register. Dat lijkt me volkomen overbodig, het is juist hinderlijk. Was het net gezellig!

Op zich is het geen ingewikkelde opgave om je te registreren in het Bel-me-niet register. Je hoeft alleen maar je (mobiele) telefoonnummer in te voeren, daarna mag je niet meer benaderd worden. Hoewel, het mag wel als je klant bent of bent geweest van het desbetreffende bedrijf of ooit donateur geweest bent. Het is de omgekeerde wereld. In plaats van een Bel-me-niet register zou er een Bel-me-wel register moeten komen. Bedrijven, ideële of charitatieve instellingen mogen alleen iemand bellen als de betreffende persoon expliciet toestemming gegeven heeft. Ook eenzame mensen kunnen zich aanmelden, die om een praatje verlegen zitten. Mensen die een einde willen maken aan de voortdurende telefoonterreur van niet aflatende verkopers hoeven niets te doen, het houdt vanzelf op.

Ik zie het wel zitten. Als het gemis te erg wordt, als ik weer eens gebeld wil worden, meld ik me aan. En ga zitten wachten bij de telefoon, tot die weer eens rinkelt.

Ik ben benieuwd hoe lang ik moet wachten.

Holland bestaat niet

Afbeelding van Mabel Amber, still incognito… via Pixabay

 

Wat zegt u als u in het buitenland bent en iemand vraagt waar u vandaan komt? Zegt u dan ‘I am from Holland’ of ‘I am from The Netherlands’? Volgens de ministeries van Buitenlandse en Economische Zaken worden de twee zo vaak door elkaar gebruikt, dat het voor buitenlanders niet meer te volgen zou zijn. Ze willen orde scheppen in deze chaos, vanaf nu bestaat Holland niet meer en is het alleen nog maar The Netherlands.

Een typisch staaltje bemoeizucht uit Den Haag, zou je denken. De knappe koppen op beide ministeries hopen zo dat de drommen toeristen niet alleen naar de Randstad komen, maar ook de rest van ons land ontdekken. Ze willen ons land ook afhelpen van het imago van kaas, klompen en drugs.

Zouden buitenlandse toeristen niet meer en masse naar Amsterdam komen als we onszelf The Netherlands noemen? Staat Holland synoniem voor tulpen en grachten? William Shakespeare zei het al: ‘What’s in a name’. Hoe we ons land ook noemen als we buiten onze landsgrenzen zijn, het veranderd niets aan het land dat we met z’n allen vormen, aan de verbondenheid die we voelen met onze geboortegrond of de plek waar we ons thuis gemaakt hebben, het veranderd niets aan wie we zijn: mensen die met 17 miljoen op dat kleine stukje aarde wonen, ingeklemd tussen Duitsland, België en de Noordzee.

Het zou wellicht effectiever zijn als de betrokken ministeries meer zouden doen aan de promotie van het toerisme in de rest van Nederland. Als ze beperkingen zouden stellen aan het toerisme in de Randstad, zoals dat ook gebeurt in steden als Rome, waar je geen ijsje of broodje mag eten op de Spaanse trappen, of mag zitten op de rand van de Trevi fontein. Betuttelend? Zeker! Maar als je niets doet, verandert er ook niets.

Het lijkt meer een publiciteitsstunt, met het Songfestival (én de Grand prix van Zandvoort) in aantocht is het natuurlijk hét moment om ons land in de aandacht te brengen, om erop te wijzen dat Nederland meer is dan alleen Amsterdam, Kinderdijk en de Zaanse Schans. Meer dan alleen drugs, bier en voetbal. Meer dan tulpen, kaas en klompen en een ventje met zijn vinger in de dijk. Iets wat wij provincialen allang weten, maar dat terzijde.

Laat ze maar roepen, laat ze maar zeggen: ‘Holland bestaat niet’. Als je op de tribune zit als Oranje speelt, bekt ‘Hup Holland’ toch net even lekkerder.

Autoloze zondag

Afbeelding van Free-Photos via Pixabay

Er was een tijd dat de snelwegen er verlaten bij laten, op de dag des Heren. Het was een tijd van spelende kinderen, die de lege snelwegen in bezit namen. Kinderen op steps of fietsen, kinderen die knikkeren, rolschaatsen of op een skelter reden. Heerlijke tijden waren het, tijden van rust, ook voor de ongelovigen. Niet alleen kinderen maar ook volwassenen grepen hun kans, de kans om snelwegen voor iets anders te gebruiken dan tomeloos geraas.

Het zijn tijden die misschien terugkomen. De stikstofcrisis legt de bouw stil, en zorgt dat de boeren in opstand komen. Eén autovrije zondag per maand zou al twee ‘mol’ per jaar opleveren, mol is de eenheid waarin de hoeveelheid stikstof gemeten wordt. Zo’n vreemd idee is het dus niet, om de autoloze zondag opnieuw te introduceren. Het is de vraag of de autoloze zondag er daadwerkelijk gaat komen. Er schijnt geen meerderheid te zijn binnen de regeringscoalitie. Alleen de gristelijke partijen zijn voor, niet vanwege de gunstige effecten voor het milieu, maar vanwege het herstel van de voor hen heilige zondagsrust.

Een verlaging van de maximumsnelheid maakt meer kans, ook bij ‘vroempartij’ VVD, wiens lijsttrekker zich voor de verkiezingen nog liet fotograferen met een namaak verkeersbord met ‘130’ erop, om aan te geven dat de partij er voor de automobilisten is. De meeste automobilisten willen echter niet 100 rijden, die willen harder. Véél harder. Op elk moment van de dag, niet alleen op bepaalde tijden of op bepaalde trajecten. Op elke dag van de week, óók zondag. Zij stellen snelheid gelijk aan vrijheid, een vrijheid die ingeperkt wordt als de maximumsnelheid verlaagd zou worden. De auto één dag per maand laten staan, niet vrijwillig, dat kan voor hen echt niet!

Dat een verlaging van de maximumsnelheid minder files oplevert, doordat het verkeer beter doorstroomt bij lagere snelheden (naar het schijnt doordat auto’s dichter op elkaar kunnen rijden, en er dus meer auto’s per kilometer kunnen rijden), dat realiseren deze snelle rakkers zich wellicht niet. Of het telt niet voor hen, evenmin als de verminderde uitstoot van andere schadelijke stoffen.

Het zijn zeker belangrijke argumenten, of de autoloze zondag er nu komt of niet. Wat voor mij het zwaarst weegt, is de rust. Ik geniet van de rust, als ik met 100, 110 over de snelweg tuf, terwijl iedereen me voorbijraast.

Laat maar komen, die autoloze zondag. Of nee, wacht nog even. Ik moet eerst nog een cursus rolschaatsen regelen.

De goudsloot

Foto: Adrie Neervoort

Ik woon in De Gentiaan, een mooie, rustige wijk in ons mooie, rustige Son en Breugel. In die wijk loopt een sloot, vlak bij ons huis. Een leuk slootje, een slootje dat betere tijden gekend heeft. Die betere tijden liggen in een ver verleden, naar verluid heeft er dertig (30!) jaar lang geen onderhoud plaatsgevonden. Een verwaarloosde sloot, met bruggen die op instorten stonden, en daarom maar weggehaald zijn. Waar het water verdween onder de koperen ploert, onder achterlating van een dikke laag slib. En blikjes, fietsen en zelfs een koelkast, die hier een laatste rustplaats vonden.

Deze situatie gaat veranderen. Er vindt een inhaalslag plaats, een inhaalslag van bijna één miljoen euro (999.000 euro, om precies te zijn). Dat is veel geld, maar daar krijgen wij inwoners van De Gentiaan dan ook wat voor. De sloot zal worden gebruikt voor de afwatering van de omgeving en voor de opvang van stortbuien. Geen gek idee, met de opwarming van de aarde, waardoor het weer rare dingen kan gaan doen. Ook is het de bedoeling dat de sloot meer op gaat vallen, nu is hij vanaf de weg niet te zien. Een zwaarwegend argument, automobilisten hebben wel wat beters te doen dan op het verkeer letten.

Het is de bedoeling dat de sloot een recreatieve functie krijgt, zo komt er een wandelpad. Ik maar denken dat de bestaande stoep die evenwijdig aan de sloot loopt daar al voor zorgt. Het wandelpad zal langs de gehele zuidkant van de sloot te bewandelen zijn, nu houdt het op bij de Elbelaan. Het zal ongetwijfeld een mooi wandelpad worden, dat lijkt me een vooruitgang. Evenals de opknapbeurt van de twee speeltuintjes. Voor de oudere kinderen zullen er boomstammen komen om op te klauteren en stapstenen om de sloot over te steken, als alternatief voor de nieuwe bruggen.

Mijn eerste reactie, en wellicht ook die van u, was dat een miljoen euro wel erg veel geld is. Voor dat geld zou je een nieuwe Sonse Haven verwachten, midden in onze mooie wijk. Een wandelboulevard à la Paris, met ouderwetse, gietijzeren lantaarns en dito bankjes.  Wat we krijgen klinkt ook mooi, het klinkt niet alsof het een miljoen zou moeten kosten. Ze kunnen de naam beter aanpassen naar de Goudsloot.

Wat zou u doen met een miljoen, vroeg ik een tijdje geleden. Dat je voor dat bedrag een hele sloot op zou kunnen knappen, dáár had ik nou nooit aan gedacht.

Romeins roulette

Bron:Pixabay.com

Je kunt maar beter niet al te gehecht zijn aan je auto, als in Rome rijdt. Verkeersregels zijn meer richtlijnen, vluchtstroken zijn een extra rijbaan c.q. uiterste uitwijkmogelijkheid en verdrijvingsvakken zijn gewoon voorsorteervakken. Als je wilt invoegen, maneuvreer je gewoon je auto op de gewenste rijbaan, ervan uitgaande dat je er wel tussen gelaten zult worden. Niet dat de auto op de andere rijbaan veel keuze heeft, maar ze doen het zonder veel ophef te maken, in de wetenshap dat ze zelf ook in moeten voegen, vroeg of laat.

Het waren niet eens allemaal Fiats, Ferrari’s of Lamborghini’s die we zagen, op weg van het vliegveld naar ons appartement. Wel veel voorgedeukte auto’s, vol met krassen en/of stof. Claxonneren doen ze niet, dat is ook niet nodig. De ruimtes zijn klein, maar groot genoeg. Anders is er altijd nog de vluchtstrook, of het verdrijvingsvlak. Asbakken worden niet gebruikt, menig gebruinde arm steekt uit het raam, een brandende sigaret in de hand.

Voor fabrikanten van navigatieapparatuur is Italië een verloren markt. Iedereen heeft zijn mobiel in een standaard op het dashboard geklemd, navigeren gaat met een app. Niet dat er handsfree gebeld wordt. Als zijn telefoon ging, pakte onze chauffeur doodleuk zijn mobiel op, om tijdens het bellen de auto links of rechtsom door het drukke verkeer te loodsen. Appen ging gewoon door onder het rijden, niet alleen als we even stil stonden.

Met ware doodsverachting laveren ze langs alle obstakels in het verkeer, stoppen doen ze alleen als het écht moet, op het allerlaatste moment. Als ze er niet tussengelaten worden, gesticuleren ze heftig, zoals alleen Italianen dat kunnen. Met zichtbare tegenzin laat onze chauffeur andere weggebruikers voorgaan, soms zonder tegenzin, er heerst een zekere gelatenheid en acceptatie. Het is nu eenmaal niet anders.

Alle wegen leiden naar Rome, luidt het gezegde. Rome zelf is omgeven door een wirwar aan wegen, waar je zonder navigatieapparaat hopeloos verdwaalt. Feilloos loodst onze chauffeur ons door de chaos op de wegen, door de Romeinse roulette. Waar je nooit weet wie wat gaat doen, wie zich ertussen wringt, wie linksom of rechtsom, via de reguliere weg of via de vluchtstrook zich een weg baant.

We zijn blij en opgelucht, als we zijn aangekomen bij ons appartement. Ondanks alle halsbrekende toeren is het goed gegaan, we zijn razendsnel op onze bestemming aangekomen. Nu kan het grote genieten beginnen. Over een week gaan we weer terug, de Romeinse roulette in.

Handige handen

Afbeelding van WikiImages via Pixabay

Handen, ze zijn zo handig om te hebben. Soms zitten we ermee in ons haar, als je dat tenminste hebt. Soms zitten ze los, heeft iemand moeite om ze thuis te houden. Soms zijn ze leeg, soms juist vol, te vol. De een laat ze wapperen, de ander steekt ze juist liever in de zak. We geven elkaar de hand, wanneer we elkaar zien, of slaan elkaar met de hand op de schouder als we elkaar wat beter kennen. Een hand kan troost bieden, als ze op je schouder gelegd wordt, of je zachtjes streelt, op je wang. Een kinderhand is gauw gevuld, sommige volwassenen hebben er een gat in. Zo kan ik nog wel even doorgaan.

Ik kijk met enige jaloezie naar mensen met handige handen. Zelfs al heb je er twee, als beide exemplaren linksgeoriënteerd zijn, komt er minder uit. Met je handen iets creëren, uit hout, steen of een ander materiaal, ik vind het machtig mooi. Mensen die iets kunnen repareren, waarvan ik niet eens zie dat het niet optimaal werkt, ik bewonder ze mateloos. Zoals mijn broer vroeger uren aan zijn brommer kon sleutelen, het ding opvoerde zodat het nog sneller ging, mooi was dat. Iemand die een deur bijschaaft, zodat die niet meer klemt. Of een relais uit een auto haalt, zodat de claxon eindelijk het zwijgen wordt opgelegd.

Het is niet alsof ik compleet hulpeloos ben. Een schilderij ophangen, eerst een gaatje te boren, liefst op de juiste plek, dan een plug erin en vervolgens de schroef, dat lukt me wel. De motorkap van mijn auto openen en de koelvloeistof aanvullen, of water/sop voor de voor- of achterruitsproeier, dat lukt wel. Veel technischer dan dat moet het in mijn geval niet worden. Hoewel, een computer of tv aansluiten lukt ook nog wel, na zorgvuldig en uitgebreid de handleiding bestudeerd te hebben. Alhoewel dat volgens mij tegenwoordig makkelijker verloopt dan vroeger. Misschien is dat ook zo, of zou ik wat technisch vaardiger geworden zijn? Ik denk het niet!

Hoe graag zou ik willen dat ook ik naar mijn uitpuilende gereedschapskist kon lopen, voorzien van gereedschap voor alle mogelijke situaties, en er nog mee om kon gaan ook. Zelf een stoel in elkaar zetten, een plank om maat zagen én plaatsen, mijn huis schilderen of een schilderij maken, et cetera.

Helaas, hoe graag ik zou willen dat het anders is, uit mijn handen komen alleen woorden.

Herfstsymfonie

 

Herfst, het is mijn op een na meest favoriete seizoen. Een seizoen dat veel mensen associëren met gure wind, gelardeerd met regenvlagen. Natte, grijze dagen die steeds korter worden. De duisternis wint aan terrein, om dat ver in het nieuwe jaar pas weer prijs te geven. De winter klopt steeds nadrukkelijker op de deur, het verval is onmiskenbaar. Het leven trekt zich langzaam terug, maakt pas op de plaats, om pas volgend voorjaar weer wakker te worden.

De herfst is ook een symfonie van kleuren, van goudgeel tot dieprood, en van geuren, van een verse regenbui en van rottende bladeren. Het is het seizoen van een laaghangende zon, die een vaalgele gloed legt over alles waar ze op schijnt. Het is het seizoen van de paddenstoelen, die eerst voorzichtig, bijna schuchter, hun kopje boven de grond uitsteken, bijna onzichtbaar. Om vervolgens in volle glorie tevoorschijn te komen, in alle verscheidenheid. Rood met witte stippen, eerst in bolvorm, dan een platte schijf, om te eindigen als een soort kommetje. Een zwembad voor de kabouter die in de paddenstoel woont, zou je kunnen denken.

Er zijn dagen dat de zon volop schijnt, dat het bijna net zo warm is als in de zomer. Dagen waarop de zon de verkleurende bladeren belicht, welhaast streelt, teder en zacht. Een laatste beetje warmte, voordat ze los moeten laten. Dagen dat je zou kunnen denken dat de winter er niet aan zal komen, dat we de winter dit jaar maar overslaan. Ware het niet dat er ook dagen zijn dat de wind de straten geselt, de bladeren die nog niet gevallen zijn van de takken rukt, om die samen met de andere bladeren voor zich uit te jagen.

Zelfs op dit soort dagen, waarop de zon zich niet laat zien, is de lucht niet egaal grijs. Als je goed kijkt, kun je vele tinten grijs zien, misschien wel 50. Het is niet één gesloten, grijze muur. De wolken zijn soms dicht opeengepakt, dan weer zijn de verschillende wolken goed herkenbaar. De regen maakt van de gevallen bladeren een plakkerige, gladde massa, een ware uitdaging voor voetgangers en fietsers. Tot de bezemwagens in actie komen en de bladeren opruimen, als het droog is.

Al worden de dagen korter, dat betekent ook dat de nachten langer worden, zeker in Brabant. Als we Guus mogen geloven, tenminste.

Ik kan er eindeloos van genieten, van de herftsymfonie, vol geuren en kleuren.

Afbeelding van Valiphotos via Pixabay

Jan Burgers

Foto: Familie Jan Burgers

Ik kan niet zeggen dat ik hem goed kende, Jan Burgers. Af en toe kwam ik hem tegen, in de tijd dat ik als correspondent verslag deed van een evenement of bijeenkomst. Zoals de presentatie van de jaarcijfers van de voormalige boerenleenbank. Jan was niet onder de indruk van het mooi-weer praatje van de bankdirectrice, hij wilde het naadje van de kous weten. Eigenzinnig, wars van mooipraterij en recht-door-zee. Dat was mijn indruk. Afgelopen week overleed Jan, na een lang ziekbed.

Je was een fan, of je kon Jan wel schieten. Als ik naar mezelf kijk, is er nog een tussenweg. Een mengeling van respect, bewondering en verwondering. Respect en bewondering voor de vakman, voor de goede schrijver die Jan was. Respect en bewondering voor zijn doorzettingsvermogen, ondanks zijn ziekte ging hij door, tot het echt niet meer kon. Respect en bewondering voor zijn visie, waar hij aan vasthield, wat iedereen er ook van vond. Verwondering was er ook, over de keren dat hij over de schreef ging, bijvoorbeeld met de cartoons die de voorpagina van zijn weekblad sierden. Voor sommigen een bron van vermaak, voor anderen een bron van ergernis.

Je kan veel zeggen over Jan Burgers, een kleurloze man was hij zeker niet. Geen man van grijstinten, maar van zwart of wit. Een man met een visie, die van zijn weekblad een ‘spraakmakende actiekrant’ maakte, zoals het ED het omschreef. Een man die diep groef in dossiers, om precies te weten te komen hoe iets in elkaar zat, een man die vaak gelijk had. Een man die vanuit zijn sociale betrokkenheid handelde, en die ons dorp kleur gaf.

Mensen met visie, ik kan er met bewondering naar kijken. De zelfovertuiging, de drive die ze hebben, het stelt hen in staat dingen voor elkaar te krijgen. Zoals alle voordelen heeft ook deze een nadeel: iemand met visie heeft blinde vlekken. Wat buiten hun belevingswereld of visie valt, zien of horen ze niet. Als je meer van het compromis bent en van de redelijkheid, zie je dat soort zaken wel. Maar dan heb je niet de visie of drive om zaken voor elkaar te krijgen.

De relatie van Jan met onze burgemeester is daar een goed voorbeeld van. Dat beide heren elkaar niet lagen, moge duidelijk zijn. Dat Jan daardoor niet altijd even objectief was jegens Hans Gaillard evenzeer.

Een kleurrijk mens is niet meer. Son en Breugel zullen nooit meer hetzelfde zijn.

Rust in vrede, Jan.

De kogel door de kerk

Afbeelding van Pexels via Pixabay

Zou het dan eindelijk zover zijn? Zou er dan eindelijk duidelijkheid komen omtrent de toekomst van de Sint-Petrusbandenkerk? Woensdag 23 oktober weten we in elk geval meer, dan mogen een vijftal architectenbureaus hun ontwerp presenteren in het Vestzaktheater. Een stief kwartiertje krijgen ze, geen Brabants, niet meer. Al hebben ze nog wel een kraampje waar bezoekers informatie in kunnen winnen. Komt dat zien!

Het is een zaak die al jaren speelt. De Sint-Petrusbandenkerk was te groot en te duur om als kerk te blijven gebruiken. In goed overleg hadden parochie en het vorige gemeentebestuur een oplossing gevonden: de kerk zou tegen de vlakte gaan, een nieuw ‘dorpshuis’ zou verrijzen en achter de toren kwam een nieuwe kerk, op de plaats van de originele. Het leek een goed plan, het scheelde ook maar een vleermuis, of het was daadwerkelijk zo gegaan.

Er was veel verzet tegen dit plan, veel mensen wilden het gebouw graag behouden zien. Bij de afgelopen gemeenteraadsverkiezingen kreeg de coalitie de rekening gepresenteerd, de nieuwe coalitie riep meteen dat het kerkgebouw gered was. Om het vervolgens maanden leeg te laten staan, afgezet met hekken. Een onderzoek werd nog gepleegd om te kijken of überhaupt iets mee gedaan kon worden met het kerkgebouw. Dat kostte een paar centen, beduidend minder dan de aankoop van de kerk zelf. Tot zover het resultaat van de dadendrang van de nieuwe coalitie.

Nu zit er eindelijk schot in, nu kunnen we zien wat voor schitterende ontwerpen de deelnemende bureaus gemaakt hebben. Iedereen is welkom, iedereen mag zijn mening geven. Maar de gemeenteraad beslist, al zullen de aanwezige raadsleden zeker hun oor te luister leggen bij de bezoekers. De raadsleden zullen de vijf ontwerpen in de volgorde van hun voorkeur leggen, duurzaamheid moet daarbij voor bijna een kwart meetellen. De prijs komt in deze fase niet aan de orde.

Dan zijn we er nog niet. De winnaar van deze aanbestedingsprocedure moet afwachten of de tweede ronde ook overleefd wordt. Daarin wordt wél gekeken naar de prijs, evenals naar hoe het zit met de exploitatie en de duurzaamheid. Pas dan beslist de raad of het plan al dan niet doorgaat.

Het zal dus nog wel even duren voordat de kogel echt door de kerk is. In figuurlijke zin dan, al zou de oppositie er geen bezwaar tegen hebben als er echt een (sloop)kogel door de kerk zou gaan.

Obstakels

Afbeelding van Valiphotos via Pixabay

Het is een kleine oversteekplaats voor fietsers, op een plek waar de Boslaan haar naam eer aan doet. De oversteekplaats is bijna niet te zien, zeker niet voor de langs snellende auto’s, die verrast kunnen worden door plots overstekende fietsers. Daarom zijn obstakels geplaatst zijn, in de vorm van geschakeerde hekjes, felgeel gekleurd.

Ik weet niet of er in het verleden ongelukken gebeurd zijn, voordat de hekken geplaatst werden. Het zou zomaar kunnen, zo onoverzichtelijk is het. Zeker als je even afgeleid bent, als fietser of als automobilist. Met alle prikkels om ons heen is dat bepaald niet ondenkbaar. Eén moment van onoplettendheid kan zomaar grote gevolgen hebben. Elk leven dat zo verloren gaat, of onherstelbaar verwoest wordt, is er één te veel.

Hoe vervelend ik het ook vind om tussen de hekken door te moeten laveren, ik begrijp hun functie wel. Liever dat dan een ongeluk. Dat ik niet de enige ben die de hekken vervelend vindt, is wel duidelijk. Er loopt nog steeds een breed spoor, uitgesleten in het groene strookje tussen de hekken en het bos. Langs deze weg ontweek menigeen het obstakel, dat daarmee zijn veiligheidsfunctie verloor. Daarom werd een slagboom geplaatst om de groenstrook de blokkeren, wat niet afdoende bleek te zijn. Regelmatig zag ik dat de slagboom openstond zo konden de gemakzoekers er weer langs.

Zo ontstond een soort kat-en-muisspel, met aan de ene kant de gemakzoekers, die telkens de boom openzetten, en aan de andere kant de gemeente, die de boom weer terugplaatste. Met een dik slot erop, dat niet echt hielp. Open, dicht, open, dicht, weer open en weer dicht. Een spel zonder einde, een spel ook zonder winnaar. Totdat de gemeente dezelfde felgeel gekeurde hekken plaatste over de groenstrook, parallel aan de originele hekken. Nu kan niemand meer om dit obstakel heen.

Het is menselijk om de kortste weg te willen kiezen, de weg van de minste weerstand. Overal zie je nieuwe paden ontstaan, waar groen bedoeld is. Omdat het korter is, men geen zin heeft om te lopen, omdat men obstakels liever omzeilt. Als je obstakels omzeilt, blijven ze gewoon bestaan. Pas als je ze overwint, verdwijnen ze. Dat geldt niet voor alle obstakels, die aan de Boslaan blijft gewoon waar hij is. Felgeel gekleurd, om ons te waarschuwen voor dreigend gevaar.

Op een gegeven moment kun je de obstakels niet meer vermijden. Dan moet je er wel overheen, of er tussendoor.

Spring naar toolbar